Mensenrechten en terreur

boek vrijdag 25 april 2003

Michael Ignatieff

Michael Ignatieff is schrijver, historicus, televisiemaker en hoogleraar aan de Harvard University. Hij is expert op het gebied van de mensenrechten en de oorzaken van gewapende conflicten. De Verenigde Staten dienen volgens hem consequent schendingen van de mensenrechten aan de kaak te stellen. Zij moeten na 11 september 2001 beseffen dat landen waar mensenrechten geschonden worden, een internationaal veiligheidsrisico vormen. Hij vindt oorlog een gerechtvaardigd antwoord op het apocalyptische nihilisme van de aanslagen. Maar in deze oorlog is niet alles geoorloofd, want het westen heeft verplichtingen aan zichzelf en zijn morele identiteit. Het boek Mensenrechten en terreur begint met de weergave van de Thomas More Lezing 2002 door Michael Ignatieff. De essentie van zijn lezing is het volgende: "De mensenrechten vormen de belangrijkste verzameling beginselen die de grenzen bepalen van wat ethisch aanvaardbare handelingen zijn in een oorlog tegen het terrorisme. Mensenrechten zijn bepalend voor datgene wat we zouden moeten verdedigen en tegelijk binden ze onze handen wanneer we onszelf proberen te verdedigen. Dat onze handen achter onze rug gebonden zijn, is niet aangenaam of gemakkelijk, maar het idee van een aangegane verplichting is de grondslag van het idee mensenrechten."

Mensenrechten zijn universeel. Juist omwille van die universaliteit moeten ze overal en voor iedereen gelden. Moesten ze alleen van toepassing zou zijn op bepaalde categoriŽn mensen en onder 'normale omstandigheden dan zouden ze hun universele geldingskracht verliezen. Maar terreurdaden zetten die universalistische aspiraties onder druk. Hiermee haalt Igantieff een bijzonder moeilijk punt aan omdat heel wat terroristen een ander recht claimen, namelijk het recht op zelfbeschikking. Vooral de Palestijnen, maar ook de ETA en het IRA halen dit als argument aan om te handelen volgens het principe dat het 'doel de middelen heiligt'. Dat daarbij burgers gedood worden is voor terroristen onvermijdelijk mede omdat er in hun ogen geen 'onschuldige burgers' bestaan, want op een of andere manier profiteren ze van of collaboreren ze met de 'bezetters'.

Deze houding staat diametraal tegen het kantiaanse idee dat mensen een doel op zich zijn en geen middel. Mensen mogen dus nooit geofferd worden, zelfs niet voor het meest verheven doel. Wie gelooft in mensenrechten kan dus alleen geweldloze actie goedkeuren in de strijd voor zelfbeschikking. Ghandi en Martin Luther King hebben op die manier hun doel bereikt. Maar vaak is dit niet mogelijk en leidt geweldloosheid tot een verdere onderdrukking van de zwakkeren en een bestendiging van de onrechtvaardigheid van de sterkeren. Om dit te voorkomen luidt de stelling van Ignatieff "dat het gebruik van geweld om een aanspraak op zelfbeschikking kracht bij te zetten ethisch kan worden verdedigd - als laatste toevlucht, wanneer de mogelijkheden van gewelldloos verzet en overleg zijn uitgeput, en onder voorwaarde dat het geweld wordt toegepast volgens de regels van oorlogsvoering wat betreft de onschendbaarheid van burgers". Vooral die laatste voorwaarde is essentieel. Men mag alleen militaire en geen burgerlijke doelen kiezen. Daar ligt het verschil tussen vrijheidsstrijders en terroristen. Daarom verdienen de Palestijnse zelfmoordenaars en de daders van de aanslagen op 11 september geen enkel begrip.

Die aanslagen op de VS verplichten ons ook te kijken naar de toepassing van mensenrechten tegenover terroristen en vermeende handlangers. Zo aanvaardt Ignatieff wel de opschorting van de rechtsbescherming van verdachten indien daarmee erger kan voorkomen worden en voor zover die rechten niet voor onbepaalde tijd worden opgeschort. Blijft uiteindelijk de vraag of men het recht heeft terroristen zoals Osama Bin Laden te doden? De auteur verwijst hiervoor naar de stelling van Hannah Arendt dat we dergelijke mensen moeten zien als 'vijanden van de mensheid', personen waarmee niet te onderhandelen valt omdat ze ons verachten en derhalve een gevaar vormen voor het universele belang van de mens. Zij verdienen geen rechtsbescherming. Maar waarom geven we dan mensen als GoŽring, Eichmann en Milosevic dan nog een proces? Volgens Ignatieff zijn we die fatsoenlijke behandeling en correcte rechtsgang niet aan 'hen' verschuldigd maar wel aan 'onszelf' juist om te voorkomen dat we zelf in verleiding zouden komen voor een dergelijke barbarij.

Maar de auteur voegt er nog een dimensie aan toe. Het terrorisme doodt niet alleen onschuldige burgers, maar het streeft ook de dood van de politiek na. De politiek als het unieke systeem om in naam van de gerechtigheid het geweld aan banden te leggen. Het wil de dialoog, het debat en het protest vervangen door geweld en niets dan geweld. Daarbij misbruiken ze ook de vrijheden die in democratieŽn bestaan als de vrijheid van meningsuiting, het recht om te immigreren en zelfs de godsdienstvrijheid om diezelfde rechten en vrijheden uiteindelijk te vernietigen. "Dat geeft ons pas werkelijk het recht om te zeggen dat Osama Bin Laden en zijn soortgenoten vijanden van de mensheid zijn", zo besluit Ignatieff.

Het boek bevat verder bijdragen van Hans Achterhuis, Pieter Pekelharing, Theo De Wit en Willem van Genugten en een interview van Ignatieff met Pieter Hilhorst. Hierin stelt Ignatieff dat mensenrechten als universeel principe alleen met overreding en niet met geweld kunnen afgedwongen worden. Toch zijn er twee uitzonderingen, namelijk bij grootschalige slachtingen en etnische zuiveringen. Juist met die laatste uitzondering werd Nederland bijzonder hard geconfronteerd met het drama in Srebrenica. Met hun aanwezigheid beloofden de Nederlandse overheid en de militairen de lokale bevolking bescherming. Toen de blauwhelmen geconfronteerd werden met geweld trokken ze zich terug met alle vreselijke gevolgen vandien. Die houding is typerend voor Europa dat zich gedemobiliseerd heeft, niet zozeer militair dan wel mentaal. Die attitude is verkeerd. Als men zegt burgers te beschermen dan moet men dat ook doen. Dan moet men geweld gebruiken tegen wie ťťn stap te dichtbij komt. BelgiŽ werd met een dergelijk drama geconfronteerd in Rwanda toen het na de dood van tien Belgische soldaten al zijn manschappen terugtrok, net zoals de Fransen. Het gevolg was een slachtpartij met honderdduizenden doden.

De Thomas More Lezing 2002 door Michael Ignatieff is verplichte lectuur voor al wie begaan is met de mensenrechten. Het geeft een beter beeld over de geldingskracht van mensenrechten in confrontatie met het oplaaiende terrorisme en de mate waarin geciviliseerde landen met terroristen moeten omgaan zonder hun eigen hoogstaande principes geweld aan te doen.


Recensie: Dirk Verhofstadt (verhofstadt.dirk@pandora.be)

Michael Ignatieff, Mensenrechten en terreur, Damon, 2002

Share |

STEUN LIBERALES

Liberales werkt met onbezoldigde vrijwilligers en beperkt haar kosten tot een minimum. Toch hebben wij middelen nodig voor noodzakelijke uitgaven zoals abonnementen voor website en mailverkeer.

Uw steun is welkom op onze bankrekening BE44 3900 2047 5745. Ook kleine bedragen worden gewaardeerd. Vermeld het woord 'steun' als referentie.

Met hartelijke dank

Nieuwsbrief

Schrijf je in voor onze wekelijkse nieuwsbrief

Liberales TV

Contact

Claude Nijs
gsm: +32476 343098
claude@liberales.be