God als hype

boek vrijdag 09 januari 2009

August Hans den Boef

De laatste tijd worden we overspoeld door auteurs die schrijven dat religies wereldwijd aan een opmars bezig zijn en dat ook een goede zaak vinden. Dat is ondermeer de stelling van de Nederlandse filosoof Ad Verbrugge die in zijn boek Tijd van onbehagen ongenadig inhakt op de nefaste gevolgen van het individualisme, het consumentisme, het liberale kapitalisme, het universalisme en zelfs de ganse Verlichting waarvan de huidige Westerse samenleving doordesemd is. Verbrugge roept op tot een ‘hernieuwde culturele bezieling’ en stelt dat de Verlichting nooit de grondslag voor onze cultuur zal leveren. Waar hij op aanstuurt is een ‘hernieuwde religieuze bezieling’ en die kan in zijn ogen alleen christelijk zijn. Tijd van onbehagen is een belangrijk boek. Het tekent de fundamentele wijziging in sommige geesten, de hang naar oude zekerheden, het geloof in de traditie, de revalitisering van de religie, de herwaardering van de ideeën van Friedrich Nietzsche, Martin Heidegger en vooral Oswald Spengler. Ook Verbrugge vermoedt een ondergang van het Avondland. Om dat te voorkomen is hij bereid hard te snijden in de verworvenheden van de Verlichting. Hij staat daarin niet alleen. Ook Roger Scruton, John Gray, Alister McGrath, Michael Burleigh en Gerard Bodifée kanten zich tegen de verlichtingsidealen, het atheïsme en zelfs de agnotici. Daarentegen spreken ze zich lovend uit over het religieus réveil dat ze overal menen te ontwaren.

Tegen de hardnekkige mythe van de ‘glorieuze’ comeback van religie schreef de Nederlandse publicist August Hans den Boef het opmerkelijke boek God als hype. In ruim 200 bladzijden maakt hij brandhout van dat vermeende religieuze réveil. Zo citeert hij uit een enquête van de Britse krant The Guardian eind 2006 dat 82 procent vindt dat ‘godsdienst schadelijk is voor de verhoudingen in het land’ en dat zelfs het moskeebezoek achteruitloopt. Ook in Nederland vertegenwoordigen de traditionele kerkgenootschappen een kwijnende minderheid. Die trend is ook zichtbaar in Vlaanderen. Volgens een studie van het Centrum voor politicologie van de KU Leuven haakte op dertig jaar tijd maar liefst 75 procent van de kerkgangers af. Vandaag gaat nog nauwelijks zeven procent van de Vlamingen wekelijks naar de kerk. En die trend zet zich door. In haar publicatie van 15 maart 2006 bracht Tertio, het Vlaams christelijk opinieweekblad, een artikel onder de titel Vlaamse kerk met uitsterven bedreigd. Daarin werd gewezen op het dalende aantal priesterwijdingen, dopen, kerkelijke huwelijken en begrafenissen. Blijkbaar vinden steeds meer mensen hun gezin, familie, vrienden en vrije tijd belangrijker dan godsdienst. Religieuze gebruiken gaan achteruit alhoewel nog ongeveer 65 procent van de Vlamingen blijft geloven in God. Er bestaat dus een grote discrepantie tussen geloof en kerkbezoek. Den Boef vindt het derhalve ‘niet alleen oneerlijk, maar ook ondemocratisch om hun (religies) nog steeds op allerlei manieren een bevoorrechte positie te blijven gunnen in wetten,regels, praktijken, gewoonten en attitudes’.

Ondanks de leegloop van de kerken, zo schrijft Den Boef met een flinke dosis cynisme, is Nederland goed op weg naar een constitutionele theocratie. Sinds de vorming van het kabinet tussen CDA, PVDA en ChristenUnie is volgens hem het meest christelijke kabinet sinds Colijn IV (in 1937) aan de macht en hebben hun leiders Balkenende, Bos en Rouvoet ‘een christelijk geïnspireerd, conservatief moralisme in hun regeerakkoord vastgelegd’. En hij verwijst naar een batterij initiatieven van het voorbije jaar zoals het tegengaan van koopzondagen, geen sollicitatieplicht voor bijstandmoeders met jonge kinderen, steun aan homofobe ambtenaren (die uit geloofsovertuiging mogen weigeren om een homohuwelijk te sluiten), het subsidiëren van Youth for Christ (een evangelische organisatie die tot doel heeft jongeren vertrouwd maken met Jezus Christus), het verbod op een reclamecampagne voor kankeronderzoek (omdat de affiche een vrouw toont met een bh). Daarnaast worden steeds vaker voorstellen met een religieuze connotatie gelanceerd zoals de vraag om elke dag ’s morgens vroeg de klokken te mogen laten beieren, het verbod op tv-spotjes voor seksdating op de commerciële televisie, en het stimuleren van vrouwen om thuis voor de kinderen te zorgen (en dus niet te gaan werken). Nog erger is de toenemende politieke druk om totaal achterhaalde wettelijke verboden zoals die op blasfemie opnieuw uit de kast te halen, de uitspraak van de voormalige minister van Justitie Donner om – indien een grote meerderheid van de bevolking dit wenst – de sharia in te voeren, en de openlijke steun van minister voor Maria van der Hoeven om in de lessen biologie en aardrijkskunde het Intelligent Design (een vorm van creationisme) evenwaardig te behandelen als de evolutietheorie.

In de media wordt het huidige kabinet vaak omschreven als centrum-links, gezien de afwezigheid van de in hun ogen ‘rechtse’ liberalen en de aanwezigheid van de ‘linkse’ sociaal-democraten en ‘christelijk-sociale’ ChristenUnie, maar dat klopt helemaal niet. In zijn vorige boek Nederland seculier! wees Den Boef al terecht met een beschuldigende vinger naar de zogenaamde progressieven in de PVDA en Groen Links. Al jaren gedogen ze praktijken die de integratie van allochtonen eerder belemmeren dan bevorderen. Zo stappen ze mee in het politiek correcte discours dat allochtonen steeds slachtoffers zijn van de Nederlandse samenleving. Sprekend daarvoor is de stelling van Job Cohen (de PVDA-burgemeester van Amsterdam) die in de moskee een middel tot integratie ziet, terwijl juist daar de cultuur van de sociale controle wordt versterkt en de naleving van religieuze waarden wordt bepleit die soms regelrecht ingaan tegen de wet en de grondwet. Over de ChristenUnie is Den Boef nog scherper. ‘Hun partij bestaat uit benepen reformatorische gelovigen van het type dat niet alleen zelf merkwaardige gedragsregels in acht neemt, maar deze als vanzelfsprekend ook aan anderen wil opleggen. Goedschiks of kwaadschiks, want anders wachten er sancties’, schrijft de auteur die erop wijst dat hun programma ‘fundamentalistisch en antidemocratisch’ is. Zoals Den Boef vroeger al schreef, zijn vertegenwoordigers van godsdiensten, hierbij gesteund door politici die menen dat religie een bijdrage betekent voor de sociale cohesie in de samenleving, bezig met ‘het veroveren van terrein in een seculiere omgeving, waardoor die omgeving zich telkens weer aanpast aan religieus gemotiveerde eisen en uiteindelijk het recht erkent om af te wijken op religieuze gronden’.

Vaak wordt gezegd dat het allemaal zo’n vaart niet loopt, maar Den Boef legt hiermee wel een akelige tendens bloot die aan de gang is in heel wat westerse landen, en al helemaal in de Verenigde Staten. In haar boek Uw Koninkrijk Kome schrijft Michel Goldberg over de opkomst in de VS van wat ze ‘het christelijk nationalisme’ noemt die wordt aangehangen door miljoenen Amerikanen. Zij beweren dat de Bijbel de absolute waarheid bevat en verwerpen in feite de idee van een neutrale staat. Christelijk nationalisten zijn het – net als orthodoxe moslims – niet eens met de scheiding van kerk en staat. Zij eisen een prominente plaats voor de godsdienst in het publieke domein, pleiten voor een vervanging van de staatswetten door bijbelse wetgeving, voor de afschaffing van openbare scholen, en de invoering van de doodstraf voor homoseksuelen, godslasteraars en onkuise vrouwen. Ze verachten niet-gelovigen evenals aanhangers van andere godsdiensten en gaan ervan uit dat het christelijke Amerika de wereld moet veroveren. De gelijkenis met fundamentalistische moslims die overal de sharia willen invoeren, is opvallend. Eén van de strijdpunten van christelijke nationalisten is hun verzet tegen homoseksualiteit dat ze niet alleen zien als een ziekte, maar als een doelbewuste aanslag op de zuiverheid van de Amerikaanse natie. Even belangrijk is hun strijd tegen de evolutieleer van Charles Darwin en hun pleidooi voor het creationisme. Daarvoor gebruiken ze niet alleen hun politieke macht maar infiltreren ze in schoolraden. In een aantal scholen in Californië en Texas is de evolutietheorie uit de schoolboeken geschrapt. Waar het hun niet lukt sturen fundamentalistische ouders hun kinderen naar particuliere scholen of geven ze thuisonderwijs (al twee miljoen kinderen zouden in dat geval zijn). Voor christelijke nationalisten is de rechterlijke macht het voornaamste obstakel in hun doel om allerlei ‘liberale’ praktijken zoals abortus en homoseksualiteit onwettig te laten verklaren.

Zover is het in Nederland helemaal nog niet, maar ook hier bepleit een bizarre coalitie van religieus conservatieven en vermeend progressieve cultuurrelativisten voor meer godsdienstig geïnspireerde waarden en normen in het publieke, en voor sommigen zelfs in het private domein. Misschien nog het meest verontrustend is de communitaristische aanname door de regering Balkenende IV dat de gemeenschap belangrijker is dan het individu. In de praktijk betekent dit immers dat mensen (vooral mannen) binnen minderheidsgroepen hun medemensen (vooral vrouwen) kunnen onderdrukken, waarbij ze zich steevast beroepen op de vrijheid van godsdienst. Deze politiek heeft in het verleden bewezen dat ze niet deugt. Den Boef keert zich tegen het cultuurrelativisme maar loopt niet in de val van een vorm van monoculturalisme waarin allochtonen al hun identiteiten zouden moeten opgeven. Hij bepleit een Rawlsiaanse manier van inburgering op basis van wat hijzelf ‘interferentie’ noemt. ‘Maak eerst een analyse van de verschillen tussen de cultuur van een beginnende inburgeraar en de Nederlandse’, aldus de auteur. Nadien kunnen we richtlijnen geven. ‘Komt iemand uit een land waar geen parlementaire democratie bestaat? Besteed dan extra tijd aan de uitleg van de werking van dit stelsel en de consequenties voor het dagelijks leven’. Of nog: ‘Worden homoseksuelen onderdrukt? Wijs erop dat Nederland gerespecteerde homoseksuelen kent op allerlei posten.’ Of verder: ‘Bestaat er censuur? Wijs op onze vrijheid van meningsuiting.’ En is er geen scheiding van kerk en staat in het land van herkomst? Is het staatshoofd ook ‘heerser der gelovigen’? Leg uit wat seculier is.’ En maak vooral duidelijk dat vrouwen gelijk zijn als mannen en niet hoeven te trouwen met iemand die ze niet willen of kennen.

Daarmee spoort Den Boef in feite met het Moreel Esperanto van Paul Cliteur die stelt dat we een aantal fundamentele liberale grondwaarden moeten aanvaarden, en dat daarbinnen alle diversiteit mogelijk is. In elk geval gelooft hij niet in religie als cement voor sociale cohesie. Velen hebben dat verkeerdelijk bepleit, zoals ondergetekende, maar finaal zorgt elk geloof voor verdeling in plaats van een harmonieuze vereniging van mensen. De overheid moet religieuze acties en verenigingen niet subsidiëren, dat kunnen gelovigen wel doen op vrijwillige basis. Cruciaal is uiteindelijk de vraag welke identiteit mensen hebben, of welk deel van hun identiteit ze laten prevaleren? Sommigen willen mensen terugbrengen tot één enkele identiteit, tot een christen, moslim, jood of hindoe. Maar dat is een bijzonder eenzijdige visie. ‘De Nederlandse identiteit is die van een verzameling individuen die wisselende coalities met andere individuen aangaat’, aldus Den Boef die hiermee aansluit bij Amartya Sen. Het lidmaatschap van een groep kan belangrijk zijn, aldus Sen, maar nog belangrijker is het recht het van elke mens om zelf zijn identiteit te bepalen. Het gaat niet om groepen, maar om mensen. In die zin verwerpt hij de Amerikaanse politiek in Irak die het land beschouwt als een verzameling van religieuze gemeenschappen en niet als een verzameling van burgers. Hierdoor verdwijnt de mens met zijn rechten en vrijheden opnieuw op de achtergrond. Om fundamentalisme te voorkomen is het dus noodzakelijk dat men beseft en aanvaardt dat mensen diverse identiteiten en loyaliteiten (kunnen) hebben, en dat ze die zelf kunnen kiezen.

Na Nederland seculier levert August Hans den Boef met God als hype opnieuw een bijzonder prikkelend boek met een hoge actualiteitswaarde. Met zijn ironische, soms cynische stijl doorprikt hij tal van schijnbare evidenties en wijst hij op populistische, conservatieve en cultuurrelativistische tendensen die de mens opnieuw ondergeschikt willen maken aan bepaalde groepsbelangen en religies. Dit boek is ook een belangrijke inspiratiebron voor liberale partijen die de verlichtingsgedachten, de moderniteit, het secularisme en het recht op zelfbeschikking hoog in het vaandel voeren.


Recensie door Dirk Verhofstadt

August Hans den Boef, God als hype, Van Gennep, 2008

Links
mailto:verhofstadt.dirk@pandora.be
Share |

De Arabische Revolutie:

tussen droom en werkelijkheid

Op woensdag 5 april 20.00 uur

Afspraak in De Markten (Oude graanmarkt 5, 1000 Brussel) voor een avond met Koert Debeuf,

schrijver, columnist, directeur van het Tahrir Institute for Middle East Policy Europe en onderzoeker aan de Universiteit van Oxford.

Zijn recentste boek is "Inside the Arab Revolution. Three Years on the Front Line of the Arab Spring".

Koert zal gebaseerd op zijn persoonlijke ervaringen de Arabische Revolutie trachten te kaderen door parallellen te trekken met de Franse Revolutie en door een aantal inzichten te bieden in het Midden Oosten.

Uw aanmeldingsmail aan info@liberales.be geldt als inschrijving.

STEUN LIBERALES

Liberales werkt met onbezoldigde vrijwilligers en beperkt haar kosten tot een minimum. Toch hebben wij middelen nodig voor noodzakelijke uitgaven zoals abonnementen voor website en mailverkeer.

Uw steun is welkom op onze bankrekening BE44 3900 2047 5745. Ook kleine bedragen worden gewaardeerd. Vermeld het woord 'steun' als referentie.

Met hartelijke dank

Nieuwsbrief

Schrijf je in voor onze wekelijkse nieuwsbrief

Liberales TV

Contact

Claude Nijs
gsm: +32476 343098
claude@liberales.be