Verzamelde gedichten

boek vrijdag 31 maart 2006

Horatius

Bronzen monument

Zijn derde bundel Oden sluit de Romeinse dichter Horatius (65-8 v.o.jt) af met een gedicht dat begint met de beroemde regel “Exegi monument aere perrennius” (“Ik heb een monument bestendiger dan brons voltooid”). Profetische woorden zo blijkt, want Horatius is niet meer weg te denken uit onze westerse cultuurgeschiedenis. De appendix met gevleugelde woorden in de meest recente editie van Van Dale’s Groot Woordenboek der Nederlandse Taal biedt nog altijd meer dan 250 uitspraken van deze Romeinse dichter.

Voor de ene lezer is Horatius een lyrische odendichter, voor de ander een satirische levensfilosoof of de literaire leermeester van de poëzie. Een dergelijke splitsing doet hem echter geen recht, omdat zijn geschreven werk een samensmelting is van dichtkunst en levenswijsheid. Het ene is onlosmakelijk verbonden met het andere.

Biografie

Quintus Horatius Flaccus werd op 8 december van het jaar 65 voor Christius geboren in Venusia, een stadje in het uiterste zuiden van Italië. Wat betreft zijn levensloop kunnen we uitsluitend een beroep doen op zijn eigen gedichten. In Satire I.4 en I.6 vertelt Horatius dat zijn vader een vrijgelaten slaaf was die er uit alle macht naar gestreefd heeft om zijn zoon het best mogelijke onderwijs te verschaffen. Zo lezen we ook in Brieven II.2.41-45 dat Horatius op twintigjarige leeftijd naar Athene trok om er zijn studies af te ronden:

Ik kreeg de kans in Rome school te gaan en leerde hoe zwaar de Grieken leden onder Achilles’ wrok. Het eerzame Athene schonk mij wat extra vorming, in die zin dat ik recht en krom ging onderscheiden en onder Academie-bomen de waarheid zocht.

Samen met andere republikeinsgezinde studenten raakte hij echter verwikkeld in de burgeroorlog, aan de zijde van Brutus en Cassius, de moordenaars van Julius Caesar. In de slag bij Philippi (42 v.o.jt) werd het republikeinse leger echter verslagen door, Caesar’s opvolger, Marcus Antonius. Hij keerde berooid naar Rome terug, waar hij er toch in slaagde om een betrekking als ambtenaar bij de schatkist te krijgen.

Eind jaren 40 schreef hij zijn eerste gedichten en kwam hierbij in contact met andere dichters als Varus en Vergilius, de auteur van de Aeneis. Zij introduceerden hem op hun beurt bij de rijke Maecenas, politieke adviseur van Octavianus, de latere keizer Augustus. Maecanas schonk Horatius een kleine villa bij Tibur (het huidige Tivoli). Op die manier kon hij zich zonder materiële zorgen volledig aan de poëzie wijden. In ruil hiervoor hemelde Horatius zijn beschermheer regelmatig op in één van zijn gedichten (Ode II.17.1-12):

Waarom vermoord je met je geklaag mijn hart? De goden noch ik willen dat jij het eerst, Maecenas, dood zult gaan; jij bent de trots en hoeksteen van mijn bestaan.

Ach, als jij, de helft van mijn hart, ontrukt wordt door een eerdere slag, wat zal de wederhelft dan achterblijven, minder dierbaar daar het geheel niet meer voort zal leven?

Die dag zal ons tezamen naar het einde voeren. Ik houd mijn krijgseed: gaan zal ik, gaan zal ik, wanneer jij voorgaat; ik sta klaar om bij je te zijn op de laatste aftocht.

Horatius stierf in 8 v.o.jt, enkele maanden na Maecenas, en werd naast zijn beschermheer begraven. Horatius’ tegenprestatie heeft zijn beschermheer ondermeer een plaats in Van Dale opgeleverd: me·ce·nas (de ~ (m.), ~sen/mecenaten) 1 begunstiger van geleerden en kunstenaars.

De Horatiaanse levensvisie

De door Horatius verkondigde levensvisie heeft altijd veel sympathisanten gekend omdat haar ideaal en uitgangspunt volledig menselijk zijn. Volgens Horatius heeft iedereen, zowel als individu als burger, zijn eigen verantwoordelijkheid en keuzemogelijkheden om het goede leven na te streven. Niet God of de goden, maar het individu en zijn medemensen zijn de enige beoordelaars van deze goedheid. De horatiaanse levensvisie is met andere woorden die van de ‘gulden middenweg’ tussen een individualistische en een maatschappelijke ethiek.

Desondanks bovenstaande a-religieuze stellingname, wordt zijn gehele oeuvre door verschillende goden bevolkt, en zijn veel van zijn gedichten niets anders dan gebeden en hymnen. Horatius bidt hier om díe dingen die van het toeval afhankelijk zijn. Tegen een omvallende boom of tegen schipbreuk is immers geen moreel kruid gewassen, en kunnen we volgens Horatius niets anders doen dan ons tot de goden te wenden. En als gebeden geen soelaas bieden, dan dienen we te berusten in ons lot en ten volle genieten van de tijd die ons gegeven is (Ode I.11):

Vraag niet (weten is slecht) naar de termijn goddelijk vastgesteld voor mij én ook voor jou, Leuconoë, laat je niet in met al die Babyonische wichelarij. Beter is toch wat er ook komt te dragen! Hetzij Jupiter méér winters verleent of déze nu geeft als laatste, die de Tuscische zee tegen een wal van puimstenen rotsen afzwakt, wijs zou je zijn als je de wijn filtert en lange illusies snoeit met kortheid van duur. Terwijl ik dit zeg, is de jaloerse tijd weggevlucht: pluk de dag en vertrouw nimmer op die van morgen.

Vertaling

Het is voor mij onmogelijk om de vertaling van Horatius’ gedichten door Nederlands emeritus-hoogleraar Piet Schrijvers te beoordelen, aangezien ik nooit een opleiding Latijn genoten heb. Maar vertalen is altijd een beetje verschralen, en ik kan me dus moeilijk voorstellen dat Schrijvers een foutloos parcours heeft afgelegd. Een pluspunt is dan ook dat de Latijnse tekst mee is opgenomen. Zo kunnen de classici onder ons het vertalingwerk zelf beoordelen.

Tot voor kort werd het gehele oeuvre van Horatius nog maar door drie mensen naar het Nederlands vertaald: W.G. van der Weerd (1906-1907), W.B. Westermann (1936) en A. Rutgers van der Loeff (1952-1954). Piet Schrijvers (2003) mag nu aan dit lijstje toegevoegd worden.

Aan het slot van dit bijzonder lijvig boek staat bovendien een ‘Register van namen’ die de lezer vaak moet raadplegen om bepaalde passages te kunnen begrijpen. Helaas is de lijst alfabetisch en volgt ze niet de volgorde van de gedichten, wat veel nerveus bladerwerk met zich meebrengt.


Recensie door David Joly

Horatius, Verzamelde gedichten, Historische Uitgeverij, 2003, 643 blz, ISBN 90-6554-362-7, € 49,95

Links
mailto:david.joly@wijsbegeren.be http://www.wijsbegeren.be/
Share |

STEUN LIBERALES

Liberales werkt met onbezoldigde vrijwilligers en beperkt haar kosten tot een minimum. Toch hebben wij middelen nodig voor noodzakelijke uitgaven zoals abonnementen voor website en mailverkeer.

Uw steun is welkom op onze bankrekening BE44 3900 2047 5745. Ook kleine bedragen worden gewaardeerd. Vermeld het woord 'steun' als referentie.

Met hartelijke dank

Nieuwsbrief

Schrijf je in voor onze wekelijkse nieuwsbrief

Liberales TV

Contact

Claude Nijs
gsm: +32476 343098
claude@liberales.be