De onweerstaanbare gelijkheid

boek vrijdag 21 februari 2003

Andries Hoogerwerf

Sommige boeken intrigeren alleen al door de illustratie op de voorkaft. Het boek van Prof. Andries Hoogerwerf over De onweerstaanbare gelijkheid doet dat nog meer omdat de titel het tegengestelde zegt dan de illustratie. Op de kaft staat de afdruk van een duim zoals op de voorkaft van het Eerste Burgermanifest van Guy Verhofstadt. Deze duimafdruk staat symbool voor het unieke van elke mens. Elke mens is verschillend en dat rijmt niet met de titel van dit boek. Wat Andries Hoogerwerf bedoelt is dat alle mensen als mens gelijkwaardig zijn. Dat zij in gelijke gevallen gelijk moeten behandeld worden. Maar wat betekent dit voor de manier waarop we omgaan met mensen van een andere cultuur, religie, sociale laag, leeftijd of sekse? En wat betekent het voor een rechtvaardige verdeling van macht, inkomen en andere goederen?

Met dit boek wil Hoogerwerf de standpunten die Europese denkers in de loop van de geschiedenis voor en tegen vormen van sociale gelijkheid ontwikkeld hebben onder aandacht brengen. Het resultaat is een interessant boek waarin we de essentie van de ideeŽn van een 60-tal filosofen en denkers krijgen op het vlak van de gelijkheid (en dus ook over de ongelijkheid). Uitgangspunt is het feit dat het principe van de gelijkheid opgenomen is in alle Europese grondwetten. Iedereen mag op voet van gelijkheid een godsdienst beleven, een vereniging oprichten, een mening verkondigen. Maar toch is ongelijkheid intussen gebleven en zelfs toegenomen. Hoogerwerf start met de onthutsende vaststelling dat de drie allerrijkste mensen meer bezitten dan het bruto nationaal product van de 48 armste landen. 400 multimiljonairs hebben meer rijkdom dan de helft van de wereldbevolking.

In het boek behandelt hij vervolgens de volgende thema's: de menselijke natuur, religie, macht, eigendom, vooruitgang, vrijheid, arbeid, klasse, ras en sekse. Bij elk van die thema's brengt hij dan op een chronologische manier de kerngedachten van de belangrijkste filosofen en politieke denkers aan. De eersten die het principe van de gelijkheid aan de orde brengen zijn de stoicijnen. Zij maken, in tegenstelling tot de toenmalige denkwereld van Plato en Aristoteles, geen onderscheid tussen Grieken en Romeinen, autochtonen en vreemdelingen, vrijen en slaven. Ieder mens is een mens. Deze gedachte werd ook overgenomen door Cicero die geloofde in de fundamentele gelijkheid van alle mensen. Ook in de vroeg-christelijke wereld stelt dat de mens naar Gods beeld geschapen is en derhalve gelijk is. Hiermee werd zowel vanuit het heidens als christelijk gedachtengoed de basis gelegd voor een gedachte die vandaag gemeengoed is, maar die in de loop van de geschiedenis en vooral in de 20ste eeuw fel onder druk kwam te staan. Dat betekent niet dat de mens gelijk behandeld werd, integendeel. De voorbije 2000 jaar werden mensen omwille van hun afkomst, geslacht en vooral religieuze overtuiging vervolgd en vermoord. Meest sprekend zijn de akties van de kerk tegen joden, ketters, heksen en afvalligen.

Ook inzake macht en gelijkheid heeft de mens een lange strijd voor gelijkheid gevoerd. Daarbij stonden twee strekkingen tegenover elkaar. Zij die de concentratie van politieke macht bepleiten zoals Machiavelli en Hobbes, en zij die de macht eerder willen spreiden zoals Montaigne en Montesquieu. Vanaf de 17de eeuw kwamen steeds meer mensen en groepen op voor politieke gelijkheid. Een goed voorbeeld hiervan waren de zogenaamde Levellers of de 'gelijkmakers' in Engeland. Zij eisten de afschaffing van de standenvoorrechten en het invoeren van politieke gelijkheid voor iedereen. Hun leider John Lilburne omschrijft dit sprekend als volgt: "Iedere afzonderlijke en individuele man en vrouw die ooit in de wereld hebben geademd, zijn en waren van nature allen gelijk en eender in macht, waardigheid, gezag en majesteit. Niemand van hen heeft van nature enige autoriteit, heerschappij of meesterachtige macht over een ander."

De gelijkheid van elke mens als mens erkennen is niet hetzelfde als gelijkheid inzake resultaat. Dat zag John Locke goed in toen hij stelde dat gelijkheid een gelijk recht op vrijheid betekent, dus op gelijke kansen, maar niet op gelijke resultaten. Hij vertrekt hierbij van het principe van de 'stilzwijgende instemming' dat je je als burger van bij de geboorte onderwerpt aan de regels van de samenleving waar men geboren wordt. Dit principe bestaat vandaag nog steeds maar moet mijn inziens opnieuw onderzocht worden in functie van het belang van de rechten van de mens. Want gaat Locke's principe ook op voor pasgeborenen in dictatoriale landen? Moet de mens niet steeds als 'wereldburger' geboren worden? Ligt daar niet een veel grotere uitdaging voor wie alle mensen als gelijke wil behandelen? Maar al bij al ging Locke al een heel eind ver met zijn uitspraak dat er ťťn regel moest zijn 'voor rijk en arm, voor de gunsteling aan het hof en de landman achter de ploeg'.

Hoogerwerf verweeft in zijn bespreking van het opkomende kapitalisme en het liberalisme twee vormen van gelijkheid die eigenlijk los van elkaar staan. Namelijk de gelijkheid van de mens als mens en de gelijkheid als resultaat van een politiek of maatschappelijk optreden. Hierin ligt ook onmiddellijk het verschil tussen liberalen en klassieke socialisten. De eersten willen mensen gelijke kansen bieden, de anderen streven naar gelijke resultaten. Door de verwarring tussen gelijke kansen en gelijke resultaten geeft Hoogerwerf de indruk dat sommigen het 'goed' menen en anderen 'minder goed'. Dit waardeoordeel lees je bijvoorbeeld in het stuk over Adam Smith. Volgens Hoogerwerf heeft Smith 'onvoldoende ingezien dat een vrije markt de sociale ongelijkheid vergroot'. Die uitspraak geeft hij zonder enige duiding en geeft daarmee de indruk dat door een vrije markt een grotere ongelijkheid ontstond. De waarheid is dat Engeland via de industrialisatie begon aan een enorme toename van welvaart terwijl men zich in de rest van Europa nog in de preindustriŽle fase bevond met fundamentele ongelijkheden vandien. Wie dan later de loop van de geschiedenis onderzoekt komt onvermijdelijk tot de conclusie dat sociale ongelijkheid maar ook onvrijheid vooral voorkwam (en voorkomt) in landen waar de vrije markt niet bestond (of bestaat).

Daarom is het ook interessant in te gaan op de ideeŽn van Jean Jacques Rousseau. Hij stelde vast dat de gelijkheid die in de natuurtoestand bestond verdrongen werd door maatschappelijke ongelijkheid. Daarvoor zag hij de particulaire eigendom als centrale oorzaak. Om de verschillen in welstand, bezit en rang te matigen, zijn wetten nodig, die op grond van volkssoevereiniteit tot stand moeten komen. Ook Proudhon ziet een inperking van het eigendomsrecht als een middel om gelijkheid te bekomen. Zijn bezwaren richten zich vooral tegen het arbeidsloos inkomen in de vorm van pacht, huur, rente of winst. Omdat welvaart door gezamenlijke arbeidsinspanning totstandkomt, behoren volgens hem de lonen gelijk te zijn. Hier verglijdt de drang naar gelijkheid naar dwang en inperking van de vrijheid. Socialisten en communisten hebben hierop voortgewerkt wat leidde tot de regimes die we in de 20ste eeuw gekend hebben. Vooral het sovjetcommunisme met zijn ondemocratisch en totalitair karakter streefde naar een volledige socialisatie van de productiemiddelen. Hoogerwerf merkt hier terecht op dat gelijkheid onder Stalin alleen bestond op het punt van de armoede en de onvrijheid van de meeste burgers. "Het is een gelijkheid in het ondergeschikt zijn van mensen aan de macht van de communistische partij en de totalitaire staat."

Dit neemt niet weg dat de voorstanders van de vrije markt ook oog hebben voor de maatschappelijke ongelijkheden. John Stuart Mill pleitte voor een gelijke vrijheid van meningsuiting, leerplicht, emancipatie van de vrouw en uitbreiding van het kiesrecht. Hier merkt hij fijn op dat 'het onrecht is om het stemrecht te onthouden aan mensen die bij beslissingen over publieke zaken hetzelfde belang hebben als andere mensen.' Iets waar liberalen bij de huidige discussie rond migrantenstemrecht moeten over nadenken. Mill wou alvast de persoonlijke vrijheid zo goed mogelijk combineren met een rechtvaardige verdeling van de vruchten van de arbeid. Het is een stelling die later door John Rawls werkt uitgewerkt in zijn Theory of justice en dat vandaag zowat de basis vormt van ons huidig systeem van sociale zekerheid.

Hoe dan ook, de voorgaande denkers geloofden oprecht in de gelijkheid van alle mensen. In de loop van de 18de en 19de eeuw kwam daar echter verandering in. De gelijkheid gepredikt door de Franse revolutie is voor de conservatief Edmund Burke een monsterlijke fictie. Hij verdedigt een bestuur door een aristocratische elite. Nog explicieter in ongelijkheidsgedachte waren racistische denkers als Gobineau en H.S. Chamberlain. Zij zagen het verval van de beschaving als een gevolg van de vermenging van rassen. Ook Nietzsche veroordeelde het gelijkheidsbeginsel en bepleitte een samenleving waarin 'hogere klassen' de toon aangeven. Voor hem bestonden er naast Ubermenschen ook incomplete mensen en slaven. Spengler ging daarop door en voorspelde de ondergang van het avondland, ras, bloed en bodem en oorlog als middel tot verheffing. Al deze ideeŽn culmineerden in het fascisme van Mussolini en Hitler en in de vernietiging van 6 miljoen joden en talloze anderen.

Tenslotte behandelt Hoogerwerf het probleem van de gelijkheid tussen man en vrouw. Een probleem dat in tal van niet westerse landen nog brandend actueel blijft. Tal van denkers zoals Aristoteles, Thomas van Aquino, Maarten Luther en Nietzsche verdedigden de ongelijke behandeling van de vrouw. Daartegenover staan Condorcet, Marx en John Stuart Mill die vrouwen op gelijke voet zagen als mannen. Maar vooral ook vrouwen zelf zoals Christine de Pisan, Mary Astell, May Wollstonecraft, Simone de Beauvoir en Marilyn French. Hun strijd is nog niet voorbij. Het boek van Hoogerwerf is een prima handboek om kennis te maken met de essentie van het gedachtengoed van de belangrijkste filosofen en denkers. Zelf neemt hij zelden stelling in. De conclusie is misschien wel dat sociale gelijkheid een utopie blijft. Opmerkelijk is wel zijn besluit dat sociale gelijkheid kan door meer gelijkheid in politieke participatie. Daarvoor rekent hij eerder op verkiezingen en referenda dan in de ongelijk verdeelde macht van belangengroepen, en op kleinere kiesomschrijvingen. Voor alle duidelijkheid, Andries Hoogenwerf is ook voorzitter van de christelijke beweging 'Samen op weg-kerken'. Een beweging die accent legt op vernieuwing, openheid, verdraagzaamheid, sociale ethiek en democratie vanuit een christelijke optiek. In die zin schreef hij voordien al het boek Christelijke denkers over politiek waarin hij de betekenis van het christelijk gedachtengoed actueel tracht te houden.


Recensie: Dirk Verhofstadt (verhofstadt.dirk@pandora.be)

Andries Hoogerwerf, De onweerstaanbare gelijkheid, Damon uitgeverij, 2001

Share |

De Arabische Revolutie:

tussen droom en werkelijkheid

Op woensdag 5 april 20.00 uur

Afspraak in De Markten (Oude graanmarkt 5, 1000 Brussel) voor een avond met Koert Debeuf,

schrijver, columnist, directeur van het Tahrir Institute for Middle East Policy Europe en onderzoeker aan de Universiteit van Oxford.

Zijn recentste boek is "Inside the Arab Revolution. Three Years on the Front Line of the Arab Spring".

Koert zal gebaseerd op zijn persoonlijke ervaringen de Arabische Revolutie trachten te kaderen door parallellen te trekken met de Franse Revolutie en door een aantal inzichten te bieden in het Midden Oosten.

Uw aanmeldingsmail aan info@liberales.be geldt als inschrijving.

STEUN LIBERALES

Liberales werkt met onbezoldigde vrijwilligers en beperkt haar kosten tot een minimum. Toch hebben wij middelen nodig voor noodzakelijke uitgaven zoals abonnementen voor website en mailverkeer.

Uw steun is welkom op onze bankrekening BE44 3900 2047 5745. Ook kleine bedragen worden gewaardeerd. Vermeld het woord 'steun' als referentie.

Met hartelijke dank

Nieuwsbrief

Schrijf je in voor onze wekelijkse nieuwsbrief

Liberales TV

Contact

Claude Nijs
gsm: +32476 343098
claude@liberales.be