Slow. Een wereldwijde revolutie

boek vrijdag 12 november 2004

Carl Honoré

‘Citius, altius, fortius’ (sneller, hoger, krachtiger) is de lijfspreuk van de Olympische Spelen en eigenlijk van elke moderne mens. De trend om steeds meer te doen binnen een steeds korter tijdsbestek is alom tegenwoordig. Efficiëntie, productiviteit en deadlines maken deel uit van ons arbeidsethos. Succes, kicks en resultaten wordt afgemeten aan de snelheid waarmee we ze bereiken. Het maakt dat we steeds haast hebben en leven onder een constante tijdsdruk. De wekker geeft het startschot voor de dagelijkse wedren. Snel opstaan, vluchtig ontbijten, de kinderen naar school brengen, dan de trein halen of de file verbijten om op het werk te geraken, de uren kloppen, en weer terug, kinderen ophalen, fastfood eten, televisie kijken en slapen. Om dit ‘moderne’ levenstempo te kunnen volgen gebruiken we internet, mobiele telefoons, microgolfovens en andere middelen om ‘tijd’ vrij te maken die we dan weer zo actief mogelijk gebruiken voor een hobby, een versnelde taalcursus, een intensieve fitnesssessie of een korte citytrip waarbij we binnen de kortst mogelijke tijd zoveel mogelijk willen zien. Nevenverschijnselen als stress, zwaarlijvigheid, slapeloosheid en uitgeblustheid nemen we erbij en trachten we te bestrijden met medische middelen waarvan we snel resultaat verwachten. We zitten in een vicieuze cirkel van een steeds jachtiger leven waarin elke ongebruikte minuut ervaren wordt als verloren tijd.

Tegen die tendens om elk uur steeds voller te proppen komt echter wereldwijd protest. Tal van mensen willen opnieuw van het leven genieten en verenigen zich in allerhande bewegingen die oproepen tot ‘onthaasting’ op alle terreinen van het maatschappelijk leven. Zo zijn er Slow Food, Citta Slow, Slowhealing, Tempo Giusto, Slowsex, Work Less Party, TV Turnoff en vele andere organisaties met namen die voor zichzelf spreken. Oorspronkelijk bevonden ze zich in de periferie van de antiglobaliseringsbeweging maar daar horen ze niet echt thuis. Slow-activisten zijn doorgaans niet tegen het kapitalistisch systeem maar willen het gewoon een menselijk gezicht geven. Ze zijn niet tegen de globalisering maar ijveren voor een kleinschaligheid, duurzaamheid, diversiteit en vooral voor meer evenwicht tussen actie en rust. Slow betekent aandacht hebben voor dingen die het leven waard maken geleefd te worden. Dat kan je soms snel, soms langzaam – maar steeds weer op zoek naar het ‘tempo giusto’.

Over deze wereldwijd groeiende beweging schreef de Canadese journalist Carl Honoré een opmerkelijk boek onder de titel Slow. Een wereldwijde revolutie. Carl Honoré is een jonge vader die zijn zoontje voor het slapengaan nog een sprookje voorleest. Twee jaar terug betrapte hij zichzelf erop dat hij steeds kortere fragmenten koos en sneller las tot ongenoegen van het kind. Wat daarop volgt is een vaak scherpe, soms ook grappige beschrijving van de jachtigheid van ons moderne leven en de obsessie om steeds meer in minder tijd te willen doen. Dat vloeit grotendeels voort uit het aforisme ‘Time is money’ waardoor we tegenwoordig leven in dienst van de economie in plaats van omgekeerd. Die levenshouding wordt volgend de auteur echter nog meer bepaald door het besef van onze sterfelijkheid. Dat besef zet ons aan om zo snel en zoveel mogelijk ervaringen op te doen, om bezig te blijven, om haastig af te werken zodat men met het volgende kan beginnen.

In zijn boek laat Carl Honoré zowat alle bestaande Slow-organisaties de revue passeren met hun motieven en voorstellen. Zo heeft hij het over de Oostenrijkse Vereniging voor de Vertraging van Tijd waarvan de leden strijden tegen de snelheidscultus. Zo bepleitten ze bij het Olympisch Comité om een heuse gouden medaille uit te reiken aan de traagste atleet. Dat is natuurlijk wat komisch maar voor de rest menen ze heel serieus. Het zijn mensen uit alle lagen van de bevolking die doelbewust hun prioriteiten verleggen en materiële welvaart ondergeschikt maken aan de kwaliteit van het leven. Soortgelijke Pro-Slow groepen ontstaan overal in Japan, de VS en Europa. Een van de bekendste is de Slow Food beweging die in 1989 werd opgericht door de Italiaan Carlo Petrini met een slak als symbool. Ze reageren niet alleen tegen de opmars van fastfoodketens als Mc Donalds maar vooral tegen het gebruik van kunstmest en pesticiden, intensieve voedering, versneld fokken, groeihormonen en genetische manipulatie. Intensieve landbouw is immers de belangrijkste oorzaak voor waterverontreiniging en veroorzaakt gezondheidsschade. Anderzijds zet Slow-Food zich in voor het behoud van de biodiversiteit en promoot het ambachtelijk gemaakte producten en boerenmarkten die veel succes kennen in de VS.

Een andere groeiende beweging is Citta Slow. Het zijn steden die de woonbaarheid in de stad vergroten door het verkeer in de binnenstad te beperken, het lawaai te verminderen, plaatselijke boeren, winkels, markten en restaurants te ondersteunen, en tal van andere zaken. Het belangrijkste doel is evenwel de snelheid van het verkeer te verminderen. Jaarlijks komen immers tal van mensen om het leven door ongelukken, vooral in steden. De auteur is er zich echter van bewust dat technische ingrepen en verbodsbepalingen hier niet bij helpen. Het gaat erom dat mensen langzamer moeten ‘willen’ rijden. Dat is eigenlijk de centrale stelling van Carl Honoré en dat is meteen de sterkte, maar ook de zwakte van het boek. Sterk is alvast dat de auteur, in tegenstelling tot heel wat antiglobalisten, niet zozeer gelooft in dwang. Er is zelfs geen sprake van een opgeheven vingertje dat zoveel politici en moraalridders hanteren. Mensen moeten zelf inzien dat hun gedrag leidt tot rusteloosheid, vermoeidheid en zelfs dwangmatig gedrag. Maar de zwakte is dan weer dat een andere, meer rustige levensstijl, niet alleen een kwestie van ‘willen’ maar ook van ‘kunnen’ is. En dan gaat het hoofdzakelijk over materiële en financiële onmogelijkheid om het evenwicht, dat Carl Honoré terecht aanprijst, ook in de praktijk te kunnen brengen.

De Citta Slow beweging richt zich uitsluitend tot steden met minder dan 50.000 inwoners. Dat is prima voor die bewoners, maar de grote moeilijkheden bestaan natuurlijk in de grootsteden met hun historisch gegroeide verkeersproblemen, economische slagaders en verpauperde achterbuurten die weinig ruimte laten voor de hooggestemde doelen van de Slow-beweging. Meteen wordt duidelijk dat ook de overheid een belangrijke rol te spelen heeft in het proces naar onthaasting, althans in de zin van veiligheid en volksgezondheid. De auteur wijst terecht op de reusachtige maatschappelijke kost die de gevolgen van ‘sneller’ leven met zich meebrengen. Vermoeidheid, zo schrijft hij bijvoorbeeld, speelde een rol bij enkele van de ergste rampen van de moderne tijd zoals bij Tsjernobyl, de Exxon Valdez, Harrisburg en de space shuttle Challenger. Neem daarbij de gevallen van stress, burn-out, depressie, chronische vermoeidheid, slapeloosheid die voor een groot deel te wijten zijn aan het moderne leeftempo en we begrijpen de meeruitgaven voor gezondheidszorg. Of de effecten van intensieve landbouw en gemechaniseerde veeteelt met alle voedselproblemen van dien.

Minder overtuigend is de link die de auteur legt tussen de Slow-beweging en alternatieve geneeswijzen. Hun doelmatigheid is wetenschappelijk niet bewezen en tal van mensen zijn door blind geloof in de klauwen van kwakzalvers terecht gekomen. Dat neemt niet weg dat de klassieke geneeskunde meer aandacht zou moeten besteden aan de mentale gezondheid van haar patiënten. Carl Honoré wijst op het onthutsende feit dat een consult bij de huisarts in Groot-Brittannië gemiddeld zes minuten duurt. Opnieuw een taak voor de overheid, maar ook voor de burgers zelf die vaak om de minste reden geneesheden en spoeddiensten aandoen en aldus mee oorzaak zijn van de overbelasting van de gezondheidsdiensten. Grappig is dan weer de link naar de Slow Sex-beweging die echt bestaat in Italië. Op hun (traag werkende) website krijg je vooral informatie over allerlei vormen van ‘intense’ en langzame seksbeleving. De auteur deed trouwens aan ‘veldonderzoek’ en volgde een cursus tantra waarbij alle zintuigen geprikkeld worden. Het maakt het boek alleen leesbaarder.

‘Te hard werken is slecht voor ons en voor de economie’, aldus Carl Honoré, en hij pleit dan ook voor een vermindering van de werkduur. Daarbij vergelijkt hij vooral de arbeidsethos tussen diverse landen. Alhoewel de Belgen, Fransen en Noren minder werken zouden ze volgens een studie van de International Labour Organization productiever zijn dan de Amerikanen. Ik vermoed dat die middaglunches er voor iets tussen zitten. Ook hier ziet de auteur een wereldwijde tegenreactie. Jonge sollicitanten blijken meer aandacht te hebben voor de kwaliteit van het leven. Hij verwijst naar Frankrijk dat de 35-uren week invoerde en naar Nederland waar nergens zo kort gewerkt zou worden. Dit alles hoeft volgens de auteur niet ten koste te gaan van de economie want ‘de verhoogde uitgaven aan vrijetijdsbestedingen gaven de economie een zeer gewenste injectie’. Carl Honoré is hier te optimistisch of gewoon naïef. Frankrijk zit met een enorm begrotingstekort. In België en Nederland streeft men juist naar een langere werkweek teneinde de concurrentiepositie van het bedrijfsleven te verbeteren en de kosten van de vergrijzing op te vangen. In tal van grote Duitse bedrijven werkt het personeel langer om delokalisatie te vermijden. Juister is de vaststelling dat mensen meer zelf willen beslissen waar en wanneer ze werken. Daarom verwondert het dat de auteur weinig of niets zegt over de trend naar thuis- en telewerken dat in tal van landen opgang maakt en dat niet alleen leidt tot een rustiger werktempo (denk aan al die uitgespaarde file-uren) maar ook tot meer productiviteit.

Carl Honoré ziet ook een verschuiving naar Slow in de vrijetijdsbesteding. Momenteel is televisiekijken nog de meest populaire manier van ontspanning. Maar hobby’s als sporten, tuinieren, breien, koken, lezen, schilderen, zingen, muziek beluisteren en andere ‘zinvolle’ bezigheden winnen duidelijk aan populariteit. De auteur bejubeld daarom acties als de TV-Turnoff Network waarbij mensen gedurende een week hun toestel uitzetten. Maar vermoedelijk is het succes van bovenstaande hobby’s juist te wijten aan diezelfde verfoeide televisie. Hij laat ook onvermeld dat de grootste stijger in de vrije tijdsbesteding het internet is met zijn mogelijkheid tot emailen en chatten. Dat laatste is niet ‘slow’ maar voldoet duidelijk aan een behoefte van mensen om, net zoals met de telegraaf en telefoon vroeger, vlot met elkaar te kunnen communiceren. In vroegere tijden wachtten jongeren met ongeduld op de postbode die misschien een brief mee had van hun verloofde. Thans zitten ze met dezelfde spanning te wachten op een antwoordje via het chatkanaal. Wie zou de inhoud van een dergelijk ‘levensbelangrijk’ berichtje niet onmiddellijk willen kennen?

Carl Honoré blijft ook blind voor sommige onbetwistbare voordelen van snelheid. Zoals de mogelijkheid voor jongeren om via het internet en goedkope reizen gemakkelijker in contact te komen met anderen en zo vlotter een eigen identiteit op te bouwen. Jongeren vormen hun zelfbeeld niet langer alleen binnen het gezin en de school, maar steeds meer via persoonlijke contacten en ervaringen, culturele activiteiten, muziek, films, literatuur, beeldende kunsten en reizen. Op die manier herkennen jongeren zich steeds minder in uniformiserende termen als een nationale of volksgebonden identiteit. Ieder van hen vormt zich een eigen identiteit die niet langer een vast gegeven blijft, maar dagdagelijks ‘snel’ wordt aangescherpt en bijgestuurd door het samenleven met anderen. Ook de onmiddellijke doorstroming van nieuwsfeiten vanuit alle hoeken van de wereld is een pluspunt. Volgens sommigen leidt dit tot afstomping en zelfs onverschilligheid maar dat klopt niet. Snelle communicatie vormt de probate garantie tegen het excuus van ‘Wir haben es nicht gewusst’. Het is in veel gevallen de enige bescherming voor weerloze mensen tegen fanatisme en blind geweld.

‘Slow is beautiful’ aldus Honoré en hij heeft grotendeels gelijk. Niemand zal ontkennen dat we in onze drang om zoveel mogelijk mee te maken soms blind blijven voor al het mooie en aangename dat ons omringt. Zolang hij het heeft over voeding, gezondheid, veiligheid en zelfs seks kan je alleen instemmen. Maar in de overtuiging van zijn gelijk probeert hij met Slow een heuse wereldwijde revolutie te ontwaren die er niet overal is. Zo koppelt hij allerhande mistoestanden zoals het hoge aantal spijbelaars en zelfmoorden aan het snelle ritme van onze tijd. Hier gaat hij kort door de bocht.

In zijn slotstuk keert de auteur terug naar zijn uitgangspunt en dat is dan weer overtuigend. Laat ons kinderen opvoeden tot onthaasting, zo schrijft hij. Slow Schooling en Home Education zijn vormen van onderwijs die breken met de traditionele drilmethodes die generaties jongeren hebben ondergaan. Hier ligt inderdaad het middel om toekomstige generaties te overtuigen van de noodzaak om het wat kalmer maar ook diepgaander te doen. De ‘Slow-beweging’ is in opmars, zo schrijft Carl Honoré, en ik wens het ook. Het is geen gril of modeverschijnsel. Het plaatst inderdaad vraagtekens bij het materialisme dat de wereldeconomie aanjaagt. Daarmee kant de auteur zich niet tegen het kapitalisme, hij wil het juist redden. Of hij gelijk heeft is alsnog een open vraag. Meer nog, het lijkt alsnog een droombeeld. Want in China, India en tal van andere niet westerse landen lijken snelheid, productiviteit en efficiëntie juist de drijfveren te zijn voor een onstuitbare economische opmars die ons verlangen naar Slow wel eens op een brutale manier zouden kunnen verstoren.


Recensie door Dirk Verhofstadt

Carl Honoré, Slow. Een wereldwijde revolutie, Leminscaat, 2004

Links
mailto:verhofstadt.dirk@pandora.be
Share |

De Arabische Revolutie:

tussen droom en werkelijkheid

Op woensdag 5 april 20.00 uur

Afspraak in De Markten (Oude graanmarkt 5, 1000 Brussel) voor een avond met Koert Debeuf,

schrijver, columnist, directeur van het Tahrir Institute for Middle East Policy Europe en onderzoeker aan de Universiteit van Oxford.

Zijn recentste boek is "Inside the Arab Revolution. Three Years on the Front Line of the Arab Spring".

Koert zal gebaseerd op zijn persoonlijke ervaringen de Arabische Revolutie trachten te kaderen door parallellen te trekken met de Franse Revolutie en door een aantal inzichten te bieden in het Midden Oosten.

Uw aanmeldingsmail aan info@liberales.be geldt als inschrijving.

STEUN LIBERALES

Liberales werkt met onbezoldigde vrijwilligers en beperkt haar kosten tot een minimum. Toch hebben wij middelen nodig voor noodzakelijke uitgaven zoals abonnementen voor website en mailverkeer.

Uw steun is welkom op onze bankrekening BE44 3900 2047 5745. Ook kleine bedragen worden gewaardeerd. Vermeld het woord 'steun' als referentie.

Met hartelijke dank

Nieuwsbrief

Schrijf je in voor onze wekelijkse nieuwsbrief

Liberales TV

Contact

Claude Nijs
gsm: +32476 343098
claude@liberales.be