Een eeuw van uitersten

boek vrijdag 28 maart 2003

Eric Hobsbawm

Op 28 juni 1992 ging de Franse president Mitterand naar Sarajevo waar de Balkanoorlog 150.000 doden eiste. Zijn doel was de aandacht van de wereld te vestigen op de Bosnische crisis. Waarom ging Mitterand juist op die dag naar Sarajevo? Omdat op 28 juni 1914 in Sarajevo aartshertog Frans Ferdinand van Oostenrijk-Hongarije werd vermoord en nadien de eerste wereldoorlog begon. Een wereldoorlog die de loop van de 20ste eeuw zou bepalen. Weinig jonge mensen weten wat er toen gebeurde. De vernietiging van het verleden is een van de meest angstaanjagende kenmerken van de 20ste eeuw. Jongeren leven in het heden en beseffen niet dat de huidige samenleving het product is van de enorme vooruitgang, maar ook van grote catastrofes die deze eeuw heeft meegemaakt. Het boek Een eeuw van uitersten van Eric Hobsbawm beschrijft de geschiedenis van 1914 tot 1991 met daarin drie periodes: een tijdperk van Rampspoed van 1914 tot 1947, de Gouden Jaren van 1947 tot 1974, en de Jaren van Onzekerheid van 1974 tot begin jaren negentig.

Tot 1914 was Europa economisch, militair en cultureel het centrum van de wereld met het hoogst aantal inwoners. De meeste Europese landen hadden een kapitalistische economie en een liberale constitutie. Maar in 1917 was er de Russische revolutie die zorgde voor het communisme dat snel oversloeg naar andere landen. En na de eerste wereldoorlog kende het fascisme een enorme opmars (Duitsland, ItaliŽ, Japan). Alleen door een samengang tussen het kapitalisme (USA) en het communisme (Sovjetunie) werd Hitler verslagen. Een paradoks, want het communisme heeft er voor gezorgd dat het kapitalisme stand kon houden en na WO2 overal kon doorbreken. Met de val van de Berlijnse Muur in 1989 stortten ook de communistische regimes in. Vrijheid was het ordewoord. Maar nu staan we voor andere problemen. In de vroegere Sovjet-Unie staan volkeren op die vechten voor hun onafhankelijkheid, mensen uit Oost Europa, Latijns Amerika en Afrika slaan op de vlucht en emigreren naar het 'rijke' westen. Wat is het grootste verschil tussen 1914 en 1991? De bevolking steeg van 2 naar 6 miljard. De meerderheid van de mensen kan nu lezen en schrijven. De kindersterfte daalde enorm en de levensverwachting steeg. Toch zijn er in de voorbije eeuw nog nooit zoveel mensen gedood tijdens oorlogen.

Opvallend voor de 20ste eeuw was de gewijzigde manier van oorlogvoeren. Tot 1914 voerden staten oorlog tegen andere staten. Het ging om beperkte conflicten waarin soldaten andere soldaten doodden. Sinds WO1 waren veel landen in oorlog en gebruikte men technieken waardoor ook burgers slachtoffer werden. Tijdens WO1 ging het vooral tussen Duitsland en Oostenrijk-Hongarije enerzijds en de geallieerden van Groot BrittanniŽ, Frankrijk en Rusland anderzijds. Tijdens WO2 ging het tussen Duitsland, ItaliŽ en Japan tegen Groot BrittanniŽ, Frankrijk, BelgiŽ, Nederland, ScandinaviŽ, hun kolonies en ook met de VS en de Sovjetunie. Er vielen miljoenen slachtoffers. In 1914 begon de tijd van de massamoord die een invloed zou hebben op rest van deze eeuw. WO1 is niet om een aanwijsbare reden gevoerd. Politiek en economie waren samengesmolten zodat het einddoel niet concreet was. Essentieel stond het veroveren van zoveel mogelijk macht en invloed. Duitsland wou een wereldmacht worden, terwijl Groot BrittanniŽ die status trachtte te behouden. Daarvoor werden alle middelen ingezet. Tot 1917 bleken Duitsland en zijn partners aan de winnende hand. Enkel dank zij Amerikaanse versterkingstroepen kon Duitsland gestopt worden. De Centrale Mogendheden vielen uit elkaar. In de herfst van 1918 trok een revolutie door Centraal en Zuid Oost Europa. Tussen de Franse grens en de Japanse Zee bleef geen enkele oude regering overeind. Na WO1 drongen de geallieerden het Vredesverdrag van Versailles op aan de overwonnen landen. Dit verdrag was een poging om Europa opnieuw in te delen en de wereld te behoeden voor het bolsjevisme. Tegenover de Sovjetunie werd van noord tot zuid een cordon sanitaire ingevoerd : Finland, Litauwen, Estland, Letland, Polen, een groter RoemeniŽ, ArmeniŽ en GeorgiŽ (opgericht na het verdrag van Brest-Litovsk). ServiŽ werd bij JoegoslaviŽ gevoegd en Slowakije bij TsjechiŽ, historisch gezien volkomen onlogisch. Daarnaast werd aan Duitsland een onvoordelige regeling opgelegd, door het verkleinen van het grondgebied (Elzas-Lotharingen aan Frankrijk, Oost Pruisen aan Polen), het inkrimpen van het leger tot 100.000 man, geen vloot of luchtmacht, afnemen van de koloniŽn, enorme herstelbetalingen.

Om nieuwe conflicten te voorkomen werd de Volkenbond opgericht. Die moest problemen op een vreedzame en democratische wijze oplossen voor ze uit de hand liepen, bij voorkeur via open onderhandelingen. Het werd een mislukking. Amerika tekende het verdrag niet en de Volkenbond bleef een machteloze instelling. Alleen enkele kleine ruzies werden beslecht. Duitsland en de Sovjetunie werden niet betrokken bij de Volkenbond. Zolang Duitsland echter niet opnieuw werd geÔntegreerd in de Europese economie bleef stabiliteit uitgesloten. De economische crisis in de jaren 30 bracht de militaire krachten van militarisme en extreem rechts aan de macht. Zij wilden het statusquo van het Verdrag van Versailles radicaal doorbreken, niet via overleg maar met geweld. De kleine kans op vrede werd getorpedeerd door de weigering van de overwinnaars om de verliezers van WO1 te reÔntegreren. Na deze oorlog was Europa instabiel, alle Duitsers van links tot uiterst rechts veroordeelden het Verdrag van Versailles. Maar de onmacht van de traditionele democratische partijen dreef de kiezers steeds meer in de richting van extremisten, zowel van links als van rechts. In die maatschappelijke en politieke context vond het nationaal socialisme van Hitler een voedingsbodem. Het ongenoegen leefde ook in andere landen. ItaliŽ wilde meer gebiedsuitbreiding. En Japan wilde kolonies want het had zelf geen natuurlijke hulpbronnen en was afhankelijk van anderen. Het gevolg was dat zich regelmatig conflicten voordeden. Zoals de Japanse inname van Mantsjoerije in 1931, de Italiaanse inname van EthiopiŽ in 1935, de Duitse en Italiaanse interventie in de Spaanse burgeroorlog in 1936, de Duitse inname van Oostenrijk in 1938, de Duitse bezetting van Tsjechoslowakije in 1939 en de Italiaanse bezetting van AlbaniŽ in 1939. De Volkenbond greep niet in, het was te zwak.

WO2 ging van start als een pure Europese oorlog. De Sovjetunie had een pact met Hitler, Japan hield zich afzijdig en de VS hielden zich neutraal. Duitsland versloeg intussen Noorwegen, Denemarken, Nederland, BelgiŽ en Frankrijk. Alleen Groot BrittanniŽ was nog in oorlog met Duitsland; Er kwam wel een nieuwe impuls toen ItaliŽ zich aan Duitse zijde schaarde en Duitsland de Balkanstaten veroverde en nadien zelfs Noord Afrika binnentrok. Een definitieve wending kwam er evenwel toen Duitsland de Sovjetunie aanviel op 22 juni 1941. Het Rode Leger was aanvankelijk zwak (ondermeer door de zuiveringen in de legertop door Stalin) maar het keerpunt was de mislukte belegering van Stalingrad. Inmiddels was de oorlog mondiaal geworden. Japan legde beslag op de oude Franse koloniŽn waarna de VS een handelsembargo oplegden. De Japanse aanval op Pearl Harbour op 7 december 1941 leidde tot de deelname van de VS aan de wereldoorlog. Japan veroverde snel Zuid Oost AziŽ, maar toen keerden de kansen. Hitler maakte de fout om ook de VS de oorlog te verklaren. Daarmee gaf hij de VS van Roosevelt de mogelijkheid om mee te vechten aan Britse zijde. De Duitse tegenstand was moeilijk te overwinnen en duurde zelfs 3 jaar. Japan ging nauwelijks 3 maanden later door de knieŽn na atoombommen op Hirosjima en Nagasaki. In 1945 was de overwinning van de geallieerden compleet en de overgave onvoorwaardelijk. Reeds tijdens de oorlog hielden de VS, de Sovjetunie en Groot BrittanniŽ conferenties om de naoorlogse betrekkingen te regelen (ondermeer in Yalta) en de wereldvrede op duurzame wijze te bestendigen via de Verenigde Naties.

WO2 was een ideologische en totale oorlog. Er vielen enorm veel doden (onmogelijk juist te schatten) en voor het eerst vielen er in een oorlog meer burgers dan soldaten. Maar de massaoorlogen van deze eeuw hadden nog andere belangrijke effecten: vrouwen namen sneller deel aan het arbeidsproces, er ontstond een massaproductie van wapens en kledij, er werden luchthavens en zeehavens gebouwd, de industrie werd volop betrokken in de oorlogsvoering, de overheid nam de centrale leiding over de economie, de Amerikaanse economie kreeg overwicht, de economie van de Sovjetunie was vernietigd (alles was omgevormd tot een wapenindustrie), er was meer gewelddadigheid en vluchtelingenstromen kwamen op gang. De massaoorlog maakte de slachtoffers onzichtbaar (piloten die steden bombardeerden, Duitse bureaucraten stelden tijdschema's op voor de dodentreinen).

WO2 was niet alleen een strijd om de militaire overwinning maar ook voor een betere maatschappij (bv. het plan Beveridge voor de herziening van het sociaal stelsel in 1942). Essentieel streefde men naar een nieuw democratisch systeem. De anti-fascistische oorlog wees de weg naar links. Het socialisme bleef beperkt tot de Sovjetunie en haar invloedssfeer. In AziŽ en Afrika was de grootste vijand het imperialisme of kolonialisme van de blanken. Stalins pact met Hitler gaf Indiase en Vietnamese communisten de kans om zich tegen Britten en Fransen te keren. Anti-koloniale krachten liepen plots samen met fascistische krachten. Toch zwenkte ook het anti-kolonialisme naar links. Leiders van onafhankelijkheidsbewegingen kregen steun van westerse intellectuele milieus. De nederlaag van Duitsland en Japan werd door niemand betreurd (behalve door de eigen bevolking). Het fascisme verdween van het politieke toneel. Het anti-fascisme leek duurzamer. De westerse kapitalistische staten, de communistische staten en de landen van de Derde Wereld streefden naar gelijke rechten voor alle rassen en beide seksen. Ze geloofden in een door de staat geleide economie en waren allen seculier. Kapitalistische regimes waren ervan overtuigd dat alleen economisch interventionisme catastrofes kon voorkomen. Landen van de Derde Wereld geloofden dat alleen openbaar ingrijpen de afhankelijkheid kon opheffen. De Sovjetunie geloofde in een centraal geleide economie. Maar zodra het fascisme verdween stonden kapitalisten en communisten weer als vijanden tegenover elkaar.

Midden de jaren 70 was er een tweede Koude Oorlog. De VS geraakte steeds meer verwikkeld in de Vietnam-oorlog. IsraŽl, een bondgenoot van de VS, vocht tegen het door de Sovjetunie gesteunde Egypte en SyriŽ. De oliecrisis demonstreerde de kwetsbaarheid van de westerse economiŽn. Het geloof in de suprematie van de VS brokkelde af. De laatste kolonies bevochten hun onafhankelijkheid (Angola, Mozambique) en kregen hierbij communistische steun. De sjah van Iran kwam ten val. De Russen trokken Afghanistan binnen. Amerikaanse burgers werden gegijzeld door Iran. De trots van de Amerikanen was gekwetst. De kernwapenwedloop versnelde. De reaktie kwam er met Ronald Reagan die de suprematie van de VS tot doel had. Ook in andere landen was er een ruk naar rechts (bv. Tatcher in Groot BrittanniŽ). In de praktijk eindigde de Koude Oorlog met de top van Washington (1987) tussen Reagan en Gorbatsjov. De echte oorzaak van het einde van de Koude Oorlog was evenwel het onvermogen van de Sovjetunie om zich economisch te hervormen. De dynamische, technisch ontwikkelde, kapitalistische wereldeconomie was onstuitbaar. De Koude Oorlog had drie veranderingen meegebracht. (1) De conflicten die voor WO2 de wereldpolitiek bepaalden werden geŽlimineerd (Frankrijk en Duitsland begroeven de strijdbijl. (2) De internationale geÔmproviseerde situatie werd gestabiliseerd (de opdeling van Duitsland). (3) De wereld werd overspoeld met wapens. Door het einde van de Koude Oorlog vielen zekerheden weg. De ineenstorting van de Sovjetunie veroorzaakte andere problemen.

De natie-staat bood niet langer een oplossing. Ook de Verenigde Naties kon niet zelfstandig optreden (alhoewel ze belangrijker is dan de vroegere Volkenbond). Door de behoefte aan wereldwijde coŲrdinatie nam het aantal internationale organisaties in de crisisdecennia sneller toe dan ooit. Milieuproblemen noopten tot een wereldwijde aanpak maar de goedkeuring van verdragen door de natie-staten verliep traag en ontoereikend (bv. het verbod op walvisvangst in de Antartica). Toch evolueerde men op twee manieren naar meer internationale samenwerking. (1) Door vrijwillige overdracht van nationale bevoegdheden aan supranationale instellingen zoals de Europese Unie. (2) Door de uitbouw van internationale instellingen zoals het Internationaal Munt Fonds en de Wereldbank. Ook de G7 kreeg steeds meer impact op de grillige wereldhandel, de schuldencrisis in de Derde Wereld, en na 1989 de steun aan de economiŽn van het vroegere sovjetblok via leningen. In deze tijden van neoliberale politiek volgden ook steeds meer privatiseringen.

Na 1989 werden tientallen nieuwe staten opgericht en werden plaatselijke oorlogen gevoerd. De 'democratisering' van vernietigingsmiddelen speelde in de kaart van kleine groepen terroristen en dissidenten. Het opkomende islamitische fundamentalisme richtte zich niet alleen tegen de modernisering maar ook tegen het westen zelf (bv. de aanslagen op westerse toeristen in Egypte). Terzelfdertijd groeide in rijke de xenofobie. De belangrijkste kloof bleef evenwel die tussen de rijke landen en de Derde Wereld. Geen enkel programma was in staat om de balngen van de ganse mensheid te behartigen. De ineenstorting van de Sovjetunie demonstreerde de mislukking van het communisme en andere vormen van socialisme. Maar ook de ultraliberale samenleving faalde. De beste prestaties werden geleverd door gemengde economiŽn met een pragmatische combinatie tussen de private en publieke sektor. Tijdens de crisisdecennia bleken die ook politieke beperkingen te vertonen. In de Derde Wereld groeide de weerstand tegen de verwesterde elites. Aldus bleven twee grondstromen over : xenofobie en identiteitenpolitiek. Het 'recht op zelfbeschikking' liep in jaren 90 uit op een golf van geweld tegenover de 'anderen'.

De twee grootste problemen voor de toekomst blijven de bevolkingsexplosie en de ecologie. De aanwassende bevolking in de Derde Wereld dreigt het onevenwicht tussen rijke en arme landen nog te vergroten met migratiestromen en sociale spanningen tot gevolg. De ecologische crisis is een mondiaal probleem dat niet kan opgelost worden door een vernietigende vrije wereldhandel of een onrealistische nulgroei. Op lange termijn moet er een venwicht komen tussen de mensheid, het verbruik van grondstoffen en het effect daarvan op de omgeving. Dit is geen wetenschappelijk probleem, maar een politiek en sociaal probleem. De wereldeconomie kan nog doorgroeien maar 3 effecten zijn verontrustend. (1) De technologie verdrong steeds meer menselijke arbeid. (2) IndustriŽn verhuisden naar lage-loonlanden met sociale onrust in rijkere landen tot gevolg. (3) De wereldhandel werd onbeheersbaar.

De meeste landen bleven ook in de jaren 90 gehecht aan de democratie. Toch zien we een verzwakking van de natie-staat ten voordele van supranationale instellingen en van particuliere diensten. De natie-staat verloor ook greep op de wereldeconomie. Desondanks bleef de staat onmisbaar teneinde de welvaart te hervedelen en de sociale en ecologische uitwassen van de markteconomie te temperen. De supranationale besluitvorming won wel terrein maar bleef in hoofdzaak de belangen van de VS en andere vrije-marktregimes dienen. De democratie werd verder uitgehold omdat kiezers steeds meer kozen voor hun eigenbelang en niet voor het algemeen belang. Diverse beleidsinstanties werden trouwens onttrokken aan elke democratische controle. Aan het eind van de 20ste eeuw keerden vele mensen zich af van de politiek. Aktieve minderheden kregen daardoor een groter politiek gewicht dan algemene partijen. De massamedia kregen een enorme macht. Toch heeft deze eeuw aangetoond dat men niet voortdurend tegen de wil van het volk kan regeren.


Recensie: Dirk Verhofstadt (verhofstadt.dirk@pandora.be)

Eric Hobsbawm, Een eeuw van uitersten, Het Spectrum, 1995

Share |

De Arabische Revolutie:

tussen droom en werkelijkheid

Op woensdag 5 april 20.00 uur

Afspraak in De Markten (Oude graanmarkt 5, 1000 Brussel) voor een avond met Koert Debeuf,

schrijver, columnist, directeur van het Tahrir Institute for Middle East Policy Europe en onderzoeker aan de Universiteit van Oxford.

Zijn recentste boek is "Inside the Arab Revolution. Three Years on the Front Line of the Arab Spring".

Koert zal gebaseerd op zijn persoonlijke ervaringen de Arabische Revolutie trachten te kaderen door parallellen te trekken met de Franse Revolutie en door een aantal inzichten te bieden in het Midden Oosten.

Uw aanmeldingsmail aan info@liberales.be geldt als inschrijving.

STEUN LIBERALES

Liberales werkt met onbezoldigde vrijwilligers en beperkt haar kosten tot een minimum. Toch hebben wij middelen nodig voor noodzakelijke uitgaven zoals abonnementen voor website en mailverkeer.

Uw steun is welkom op onze bankrekening BE44 3900 2047 5745. Ook kleine bedragen worden gewaardeerd. Vermeld het woord 'steun' als referentie.

Met hartelijke dank

Nieuwsbrief

Schrijf je in voor onze wekelijkse nieuwsbrief

Liberales TV

Contact

Claude Nijs
gsm: +32476 343098
claude@liberales.be