Het Morele Landschap

boek vrijdag 30 november 2012

Sam Harris

Wanneer zich een ernstig busongeval voordoet willen we dat de oorzaak door experts onderzocht wordt. En terecht. We willen dat verkeersdeskundigen en ingenieurs simulaties en testen uitvoeren zodat de best beschikbare kennis gebruikt kan worden om kinderen in de toekomst van gruwelijke ongevallen te vrijwaren. Wanneer onze kinderen ziek zijn eisen we dat medicijnen zeer grondig getest zijn. En terecht. Het volstaat niet dat de arts zich expert noemt, we willen dat het effect van de medicijnen gecontroleerd wordt door onafhankelijke partijen in gerandomiseerde dubbelblinde testen over een redelijke termijn. Kortom, we stellen niet zomaar vertrouwen in onze eigen intuïtie, en we stellen ook niet zo maar vertrouwen in autoriteiten. We willen dat de best beschikbare wetenschappelijke kennis gebruikt wordt.

Hoe komt het dan dat we deze voorzichtigheid zo snel laten varen wanneer we het hebben over de doelen die onze kinderen of wijzelf dienen na te streven in het leven? Of wanneer we het hebben over de waarden die we uitdragen, de politieke keuzen die we maken en de maatschappij die we inrichten? Waarom hebben zo veel religieuze mensen blind vertrouwen in de autoriteit van zogenaamde specialisten op het domein van 'goed en kwaad' zelfs wanneer heel duidelijk is dat hun leerstellingen in flagrante tegenspraak zijn met de realiteit en niet zorgen voor meer welzijn en een betere samenleving? En het zijn niet enkel religieuzen, ook secularisten baseren zich op hun morele intuïtie alsof dit een feilloos kompas is of laten zich leiden door allerlei ideologieën die sterk gelijken op religie wat betreft het gebrek aan kritische zin en het ontbreken aan objectief meetbare testen om te verifiëren of hun formules inderdaad het welzijn van mensen individueel en in groep ten goede komt. De oorzaak van deze wijd verspreidde irrationaliteit ligt in de oude filosofische gedachte dat redelijkheid en wetenschap ons misschien wel een dieper inzicht in feiten kan geven maar ons niets kunnen vertellen over normen. Deze mythe wordt door Sam Harris aan de kaak gesteld in zijn boek Het Morele Landschap.

We weten ondertussen steeds preciezer hoe moraal geëvolueerd is in mensen en andere dieren. Samenwerking heeft een evolutionair voordeel waardoor sociaal coöperatieve dieren meer overlevingskansen hebben. Empathische apen gaan in hongerstaking wanneer hun makkers in een andere kooi een pijnlijke elektrische schok krijgen van zodra zij zich van eten bedienen. Door de studies van Hamilton hebben we een beter zicht op de groepsdynamica die zich ontwikkelt om vrijbuiters uit te sluiten. Zo bijvoorbeeld blijken vleermuizen onderling bloed te delen met diegene die in de jacht minder succesvol waren. Maar een vrijbuiter die niet deelt met anderen zal ook zelf niets meer krijgen in de toekomst. Zo ontstaan samenwerkingsverbanden waar normen niet enkel biologisch maar ook cultureel georganiseerd worden. In een maatschappij waar bedrog en diefstal niet veroordeeld worden kan geen efficiënte economie ontstaan, waardoor uiteindelijk alle leden slechter af zijn. En dus worden bedrog en diefstal verboden.

Ook neurologisch begrijpen we moraal steeds beter. Neurotransmitters zoals oxytocine en vasopressine spelen een belangrijke rol bij de binding van sociale contacten en plezier, moederbinding, vriendschappen en romantische en seksuele relaties. En we zien inderdaad dat dit meer een rol speelt bij zoogdieren waar kinderen na de geboorte nog niet zelfstandig kunnen overleven dan bij reptielen. Serotonine en dopamine spelen daarentegen een grotere rol bij verslaving en agressie. Dit is allemaal eenvoudig empirisch testbaar. We zien ook dat bepaalde regio’s in de hersenen zoals de rechter dorsolaterale prefontale cortex (DLPFC) in het brein een rol spelen bij morele oordelen. Zowel mensen als chimpansees hebben een gevoel voor fairness bij het onderling verdelen van voedsel of geld. Wanneer we met transcraniale magnetische stimulatie de DLPFC uitschakelen dan verdwijnt het morele oordeel en worden unfaire verdelingen aanvaard.

Sam Harris voert zelf onderzoek uit met functionele MRI scanners naar het verschil tussen religieus en seculier geloven. De stelling die hij verdedigt in "Het Morele Landschap" gaat nog een stuk verder. De evolutionaire verklaringen leggen slechts uit hoe moraal werkt of ontstaat maar leggen niet uit wat we moeten nastreven. Dit is het verschil dat ethici maken tussen meta-ethiek en normatieve ethiek. Sam Harris stelt wel degelijk dat wetenschap uitspraken kan doen over normatieve ethiek. Dit doet denken aan Wilson die in zijn Sociobiology stelt: "The day will come that we have so understood the hypothalamic and limbic systems that we can find the premises of morality and deduce the science of right and wrong." Maar Harris leidt geen normen af uit onze biologische opmaak. Het tribalistische bevoordelen van het eigen volk is bijvoorbeeld evolutionaire zinvol. Maar toch kunnen we rationeel inzien dat we in een geglobaliseerde wereld leven waarvan we de problemen op deze manier niet kunnen oplossen en dat het onze plicht is onze morele kring uit te breiden. Hij stelt dat voor elke morele norm die we kunnen verzinnen de doeltreffendheid van deze norm in principe objectief meetbaar en vergelijkbaar moet zijn.

Moraliteit moet op een bepaald niveau betrekking hebben op het welzijn van bewuste wezens. Harris maakt zich sterk dat welzijn objectief kan gemeten worden vanuit verschillende disciplines variërend van genetica en neurobiologie tot sociologie en economie. Ons welzijn hangt af van de wisselwerking tussen gebeurtenissen in de wereld en gebeurtenissen in onze hersenen. En er zullen betere en slechtere manieren zijn om dit welzijn te proberen maximaliseren. Dit stelt Harris voor als het morele landschap, een ruimte waarin alle mogelijke ervaringen worden weergegeven. Sommige pieken benaderen het toppunt van menselijk welzijn, sommige dalen de ergste vormen van leed. We bevinden ons allemaal ergens in dit landschap met de mogelijkheid om te klimmen of te dalen. En aangezien onze ervaringen en acties onderhevig zijn aan de wetten van het universum moeten er in principe wetenschappelijke antwoorden zijn op de vraag hoe we het best kunnen klimmen in de richting van meer geluk.

Dat wil niet zeggen dat er voor mensen maar één juiste manier is om te leven. Er zijn vele pieken in dit landschap. Maar er zijn duidelijk ook veel manieren om niet op een toppunt te zitten. Hieruit volgt dat sommige normen en sommige culturen tot levens leiden met een hogere levenskwaliteit dan andere, dat sommige politieke overtuigingen verlichter zijn dan andere, en dat sommige wereldbeschouwingen mensen op dwaalwegen brengen die tot nodeloze ellende voeren. Er is geen reden om er aan te twijfelen dat de Taliban de beste bedoelingen hebben wanneer ze vrouwen verbieden te studeren en verplichten boerka's te dragen. Maar we kunnen wel meten dat de alfabetiseringsgraad slechts 12% bedraagt en de levensverwachting 44 jaar. We hebben in Afghanistan de hoogste moeder- en kindersterfte ter wereld. Dit is niet de meest directe weg naar geluk.

Sam Harris wordt verweten een dogmatisch rationalist te zijn. Is het geen verlichtingsfundamentalisme te beweren dat men moet kunnen zeggen dat één cultuur beter is dan een andere? Dat wetenschap beter is dan religie? Dit is een kritiek die veel geuit wordt door cultuurrelativisten. Volgens Harris zijn ze gemotiveerd door een begrijpelijk, maar misplaatst schuldgevoel over ons koloniaal verleden. Uiteraard zijn veel culturele gebruiken niet schadelijk en alleen maar verrijkend. Maar er bestaan ook andere zoals weduweverbrandingen of clitodectomie die duidelijk geen bijdrage leveren tot een beter leven. Moet dit onbekritiseerbaar blijven uit respect voor een andere culturele traditie? De meeste van die goed bedoelende cultuurrelativisten zouden het terecht misdadig vinden om derdewereldlanden medicijnen te ontzeggen. Is deze medische zorg die gebaseerd is op westerse wetenschap dan niet eveneens een westers rationalistisch imperialisme?

Moeten we geen respect opbrengen voor de medische praktijken die eigen zijn aan de cultuur? In Zuid-Afrika gelooft men dat een man van AIDS kan genezen door een dieet van look, olijfolie en citroen en het hebben van seks met een maagd. Het gevolg is dat een kwart van de mannen al eens een meisje verkracht heeft van dikwijls minder dan tien jaar. En uiteraard neemt het aantal AIDS besmettingen alleen toe en niet af. Deze methode is uiteraard gewoon fout. Indien het misdadig is om na te laten medische hulp te bieden, waarom is het dan niet even misdadig zijn om mensen uit andere culturen de kennis te ontzeggen om vermijdbaar lijden te voorkomen? En deze kennis kan toch niets anders zijn dan kritiek op foute opvattingen? Het exporteren van kennis is niet imperialistisch want wetenschappelijke waarheid is niet westers, maar universeel.

Gelovigen zouden er natuurlijk kunnen op wijzen dat niet het geluk in dit aardse tranendal van belang is maar het eeuwige geluk. Maar dit is aantoonbaar onjuist. Waarom zijn zo veel mensen bereid om hun kinderen aan te leren dat het goed is om beweringen te geloven op autoriteit, zelfs wanneer die beweringen contradictorisch zijn en in volstrekte tegenspraak met empirische feiten? Misschien omdat ze denken dat dit het welzijn van hun kinderen ten goede komt. Religie zou troost bieden, voor samenhorigheid zorgen en ons betere mensen maken. Welnu, Sam Harris stelt dat de waarheid van deze beweringen principieel meetbaar is. Geloven in een eeuwig leven kan inderdaad stressreducerend werken. Maar de kostprijs is wel dat men moet leven in wat Bertrand Russell "a fools paradise" noemde met als probleem dat men risico's niet of onvoldoende erkent en niet de nodige preventieve maatregelen neemt. Een geloofsgemeenschap zorgt voor samenhorigheid binnen de groep maar tevens ook voor vijandigheid tegen andere groepen, wat in multiculturele maatschappijen steeds problematischer wordt.

Het morele esperanto waar Paul Cliteur voorstander van is kan er pas komen indien mensen geen heteronome moraal aanhangen op autoritair bevel van goden, maar een autonome moraal waarvan de uitkomsten rationeel evalueerbaar zijn en waarover hun aanhangers onderling kunnen redeneren. Net zoals de geneeskunde haar handopleggers, homeopaten, gebedsgenezers en voodoopriesters heeft, zo zijn er ook in de moraal kwakzalvers. De kerk is meer bezorgd over het stoppen van anticonceptie dan over het stoppen van genocide. Ze is meer bezorgd over het homohuwelijk dan over de verspreiding van kernwapens. Ze legt een taboe op stamcelonderzoek waarmee ze de belangrijkste evolutie in de geneeskunde remt die honderden mensen kan helpen. Ze is tegen het verspreiden van condooms om aids tegen te gaan en durft dan het leed dat vermeden kon worden een immanente rechtvaardigheid te noemen. De kerk is evenveel fout in haar moraal als ze was in haar kosmologische en biologische uitspraken.

Het boek van Harris lokt reacties uit waaruit blijkt dat er nog heel wat misverstanden blijven bestaan over zijn standpunt. Steeds opnieuw moet hij uitleggen dat dit niet inhoudt dat we reeds of zelfs ooit voor elke morele kwestie een juist antwoord hebben. Hij vergelijkt het met de vraag hoeveel vissen er momenteel in de oceanen zitten. Dit is een vraag die we nooit kunnen beantwoorden en toch zijn sommige antwoorden beter dan andere. Mensen vragen ook steeds de juiste definitie van het goede, waarop Harris antwoordt dat we geen perfecte definitie van gezondheid hebben maar toch wel geneeskunde. De meeste van deze misverstanden zijn terug te leiden tot een fout begrip van wat rationaliteit is en hoe wetenschap werkt.

Van Karl Popper hebben we geleerd dat wetenschap de werkelijkheid niet op rechtstreekse wijze kan benaderen maar slechts door de eliminatie van fouten. Niemand kent de waarheid, maar dat betekent niet dat de ene hypothese niet beter is dan de andere. Door kritisch te testen en de eliminatie van fouten benaderen we indirect steeds beter de werkelijkheid. En de wereld blijkt helemaal anders in elkaar te zitten dan onze intuïtie ons voor hield. Op analoge wijze kent niemand het goede. Maar dat betekent niet dat we niet kunnen zeggen dat niet één manier van handelen beter is dan een andere. Ook morele hypothesen kunnen getest worden op hun effectiviteit om leed te beperken. Daarvoor moeten we niet beschikken over een morele theorie die op a priori elke denkbare situatie het juiste antwoord heeft. De oude stelling van Hume dat we vanuit een ‘zijn’ nooit via logisch deductieve weg een ‘moeten’ kunnen afleiden blijft geldig. Maar het is natuurlijk niet zo dat wetenschap cartesiaans werkt met onbetwijfelbare beginselen en daar verdere zekerheden uit afleidt. Zo moet ook moraliteit nergens uit eerste beginselen worden afgeleid.

Een typische reactie is de recensie van Dr. René Fransen Gevaarlijke Ratio: over liefde en moraal. Aan de hand van het voorbeeld van de schoolkeuze van zijn dochter stelt hij dat feiten niet dwingen tot een bepaalde keuze. Inderdaad, wetenschap leidt niet tot zekerheid, maar wel tot de beste keuze. Zo zal een wetenschappelijke moraal ook fouten maken. Misschien hebben we door de massale voedselhulp in Biafra ongewild veel meer leed veroorzaakt omdat de mannen terug energie kregen om oorlog te gaan voeren. We moeten leren uit fouten, er is geen andere methode. Trial and error. Een bezwaar dat men in dit verband ook dikwijls hoort is dat wetenschappelijke resultaten maar voorlopig zijn en de ethische waarden uit de bijbel of zoals te vinden bij Aristoteles tijdloos zijn. Maar men verwart hier een gebrek aan bereidheid zijn standpunten te herzien in het licht van nieuw bewijs met zekerheid. Deze boeken verdedigen slavernij, komen niet op voor vrouwenrechten en al helemaal niet voor dierenrechten. Enkel door zeer selectieve lezing kan men er passages over liefde en vriendschap uithalen.

Het tweede bezwaar van René Fransen tegen Harris steunt op het verhaal van een man die liefdesverdriet heeft en besluit om nooit meer verliefd te worden om zo deze pijn te vermijden. Een rationele keuze volgens Fransen en daarmee zou aangetoond zijn dat rationaliteit in liefde en moraal gevaarlijk zijn. Maar was dit wel de meest rationele keuze? Kan deze man zich niet vergissen? Studies van Kahneman over geluk tonen bijvoorbeeld aan dat we een onderscheid moeten maken tussen ons belevende zelf en ons herinnerende zelf. We kunnen ons perfect vergissen in ons oordeel omtrent wat ons gelukkig maakt. Meer zelfs, Daniel Gilbert toont aan dat we bijzonder slecht zijn in het inschatten wat goed is voor onze toekomst. Maar we slagen er wel steeds beter in hier wetenschappelijke antwoorden op te vinden. Leidt dit standpunt dan niet tot een Brave New World waarin wetenschappers in lange witte overjassen ons komen vertellen dat zij beter weten wat wij willen en behoren na te streven dan wijzelf? Nee, dit is al evenmin dictatoriaal als een arts die ons zegt welke voeding gezond is en welke niet. Wetenschap kan slechts gedijen in een open samenleving. En democratie is nog steeds de beste verdediging van die open samenleving. Wat niet betekent dat het geen goede zaak zou zijn dat mensen beter inzicht zouden krijgen in de motivaties van hun eigen normen en de gevolgen van hun handelen.

Evolutie heeft ons intuïtieve normen gegeven die tot hier toe net voldoende waren om te overleven. En in vele gevallen zijn die juist. Maar dit betekent niet dat deze normen niet ook soms tot nodeloos lijden leiden en ook niet dat ze de beste normen zijn in een snel veranderde wereld. Tribalisme zal de problemen van de wereldeconomie of ecologie niet oplossen en bij gevolg uiteindelijk zelfs niet de eigen kroost en genen beschermen. Wetenschap laat ons toe om de consequenties van ons gedrag beter in te schatten. Niet alleen kan wetenschap ons het verschil tussen goed en kwaad tonen het is bovendien onmogelijk het verschil tussen goed en kwaad te kennen zonder wetenschap omdat slechts de wetenschap ons leert hoe de wereld werkelijk in elkaar zit. En zolang we dat niet weten kunnen we geen waardevolle consistente oordelen over de wereld hebben. Concepten zoals deugd en het goede hebben alleen betekenis in relatie tot de empirische realiteit. Slecht aangepast groepsgedrag is gebaseerd op foute informatie omtrent de wereld en onszelf. Rationaliteit moet de basis zijn van onze moraal.

Maar is moraal dan niet typisch iets intuïtiefs en emotioneel? Haidt merkt terecht op dat mensen eerst een oordeel vellen en slechts achteraf hun oordeel rechtvaardigen. Sam Harris gaat uitvoerig in op de argumentatie van Haidt en toont terecht aan dat die fout is. Het feit dat mensen intuïtief tot een bepaald moreel oordeel komen betekent niet noodzakelijk dat dit het beste oordeel is en dat er geen andere methoden zijn om tot betere oordelen te komen. Haidt baseert zich op een dual processing theory van onze hersenen. Onze intuïtieve beoordelingen (systeem 1) verlopen snel en moeiteloos. Ze zijn automatisch en niet toegankelijk voor het bewustzijn. Redeneringen (systeem 2) daarentegen zijn traag en moeizaam. Dit systeem is meer bewust en analytisch, maar het is ook lui en wordt meestal slechts gebruikt als advocaat om de intuïtieve morele beslissingen van systeem 1 te rechtvaardigen. Het artikel van Haidt beschrijft morele oordelen op dezelfde wijze als waarop Kahneman in Ons Feilbare Denken onze statistische intuïties beschrijft. Maar waar Kahneman ons tracht te waarschuwen voor foutieve conclusies en ons een aantal patronen ter beschikking wil stellen die ons helpen te identificeren wanneer we een verhoogd risico op fouten lopen, daar concludeert Haidt dat rationalistische interpretaties van morele oordelen blijkbaar te kort schieten en moeten vervangen worden door een intuïstionistisch model. Om de feitelijke gemaakte morele oordelen empirisch te bestuderen is dit ongetwijfeld juist, maar voor een normatieve ethiek blijft het wachten op iemand die ons zoals Kahneman patronen aan de hand doet om te identificeren wanneer onze morele intuïties vermoedelijk fout zijn.

Wetenschap heeft onze waarden de laatste 400 jaar sterk bepaald. En de wetenschap is zelf niet waarden vrij. De waarden van de wetenschap zijn bescheidenheid, voorzichtigheid, eerlijkheid, open-mindedness en anti-autoritair. Het zijn de waarden van de Verlichting. Wetenschap is een activiteit die zichzelf voortdurend corrigeert in een continu proces om beter grip op de werkelijkheid te krijgen. Als gevolg van de successen leven de meeste mensen nu dan ook beter dan 400 jaar terug. Men hoort soms het bezwaar dat de wereld veel gevaarlijker is geworden door de ontdekking van de kernbom. Dit is terecht maar het gevaar ontstaat niet door een teveel aan wetenschap maar door een tekort. Het gevaar ontstaat wanneer theocratieën over deze wapens beschikken en denken dat ze voor allen een betere wereld kunnen scheppen door ze te gebruiken om ongelovigen te doden. Een objectieve, wetenschappelijke moraal is daarom dringend nodig. Nu de psychologie dankzij de neurologie wetenschappelijk wordt, toont Sam Harris aan dat we ook moeten pleiten voor een wetenschappelijke moraal.

Geen samenleving kan succesvol de uitdagingen aangaan van het organiseren van vrede, geluk en harmonie zonder uit ervaring te leren wat deze uitdagingen eigenlijk inhouden en welke alternatieven we hebben om ze te beantwoorden. We hebben geen innerlijk moreel kompas om om te gaan met de problemen zoals de opwarming van de aarde, terrorisme, AIDS of zelfs liefde of moord omdat deze plaats vinden in de constant veranderende wereld die alleen wetenschap kan ontdekken. Wetenschap op zijn beurt kan slechts bestaan in een open samenleving waar vrij onderzoek en toegang tot onderwijs gegarandeerd zijn. De democratie is de beste bestuursvorm om de open samenleving te beschermen. Maar dat is op zich onvoldoende. Een democratie waarbij groepen meningen aanvaarden op autoriteit draait uit op de macht van de meerderheid. Echte democratie ontstaat in een open debat waarbij de verschillende meningen serieus genomen worden en op waarheid getoetst worden. Rationaliteit is daarom een fundamentele voorwaarde voor een open democratische samenleving die het geluk van allen betracht.


Recensie door Jan De Vylder

Referenties

Churchland, Patricia "Braintrust: What brain science tells us about Morality"

Gilbert, Daniel "Stumbling on Hapiness"

Haidt, Jonathan "The Emotional Dog and Its Rational Tail: A social intuitionist approach to moral judgment" Psychological Review 2001 Vol 108 No. 4, 814-834

Hamilton, "Narrow Roads of Gene Land"

Kahneman "Ons Feilbaar Denken"

Quintelier, K., Van Speybroek, L. Braeckman, J. "Normative Ethics Does Not Need a Foundation: It Needs More Science"

Russell, Bertrand "The best answer to fanaticism: Liberalism. A liberal Decalogue"

Wilson, E.A. "Sociobiology, the new synthesis"

http://thesciencenetwork.org/programs/ethics-and-the-brain

http://thesciencenetwork.org/programs/the-great-debate

http://www.geloofenwetenschap.nl/index.php/opinie/item/214-gevaarlijke-ratio-over-liefde-en-moraal.html

http://www.vandaag.be/buitenland/8844_kwart-van-mannelijke-inwoners-heeft-al-eens-meisje-verkracht-in-zuidafrika.html

http://www.telegraph.co.uk/news/worldnews/africaandindianocean/southafrica/1362134/South-African-men-rape-babies-as-cure-for-Aids.html#

Sam Harris, Het Morele Landschap, De Arbeiderspers, 2012

Links
mailto:jan.devylder@gmail.com
Share |

STEUN LIBERALES

Liberales werkt met onbezoldigde vrijwilligers en beperkt haar kosten tot een minimum. Toch hebben wij middelen nodig voor noodzakelijke uitgaven zoals abonnementen voor website en mailverkeer.

Uw steun is welkom op onze bankrekening BE44 3900 2047 5745. Ook kleine bedragen worden gewaardeerd. Vermeld het woord 'steun' als referentie.

Met hartelijke dank

Nieuwsbrief

Schrijf je in voor onze wekelijkse nieuwsbrief

Liberales TV

Contact

Claude Nijs
gsm: +32476 343098
claude@liberales.be