Het klein verzet

boek

Tine Hens

Vijftien was ze toen ze op een ochtend op weg naar school van haar sokken werd gereden door een auto. Ze viel, en toen ze weer opstond bleek haar fiets verwrongen en haar lading van 240 blokken gerecycleerd cursuspapier die ze op school aan kostprijs wou verkopen om zo haar steentje bij te dragen aan de bescherming van ons milieu, lag in de goot. Op dat moment besefte Tine Hens dat er misschien meer nodig was dan een meisje met grote idealen om de wereld te verbeteren. En dat was ook wat ze keer op keer te horen kreeg in haar omgeving: dat het de moeite niet was, dat het toch niets uithaalde en dat ze haar krachten beter voor iets anders zou sparen.

En dat deed ze dan ook. Ze studeerde geschiedenis en werd journaliste, maar haar geweten bleef knagen. Meer zelfs, toen ze de voorbije jaren merkte hoe steeds meer mensen uit protest tegen onze neoliberale maatschappij anders begonnen te leven, laaide het oude enthousiasme weer op. Auto’s, ladders en tafels werden gedeeld, er ontstonden geefpleinen en -winkels, sommigen begonnen hun eigen groenten en fruit te telen, en Hens zag hoe deze mensen daar een intense voldoening uit putten. Hoe meer mensen deelnemen aan deze deel-economie, dacht ze, hoe betekenisvoller ze ook wordt, en hoe meer ze een echte impact kan hebben. Wat ze zag noemde ze het klein verzet, en naarmate ze er zich in begon te verdiepen, besefte ze dat dit geen Belgisch, maar eerder een Europees of zelfs een wereldfenomeen was. Hier moesten meer mensen van horen, dacht ze, en dus schreef ze een boek.

In Het klein verzet gaat Hens op reis doorheen Europa, op zoek naar mensen die niet meer mee willen draaien in onze economische mallemolen en daarom alternatieven uitproberen, en die kunnen allerlei vormen aannemen. Zo trekt ze bijvoorbeeld naar de Londense wijk Crystal Palace, genoemd naar de reusachtige serre waarin in 1851 de wereldtentoonstelling doorging. Ze ontmoet er Clare Goff, die voor het online magazine New Start werkt en er stadslandbouw en een heuse boerenmarkt organiseert. ‘Wij’ staat hier boven ‘ik’, merkt Hens, en ‘zijn’ boven ‘hebben’. Op dertig november 1936 brandde het Crystal Palace tot op de grond af. “We maken het einde van een tijdperk mee”, wist Winston Churchill te vertellen, en inderdaad het was rond die tijd dat het ongebreidelde geloof in de vooruitgang ten einde liep. Wat in de plaats kwam was een geloof in de commercie, zouden we het verhaal van Hens kunnen samenvatten. Een rijke Chinees wil Crystal Palace tegen 2018 weer opbouwen, niet meer als tentoonstellingsruimte, maar wel als shopping center.

Wat telkens weer opvalt is de nuchterheid van Hens. Je merkt als lezer wel aan wiens kant ze staat in deze mondiale strijd tussen David en Goliath, maar ze blijft steeds met de voeten op de grond. Wanneer ze bijvoorbeeld naar een lezing gaat van iemand die een boek geschreven heeft over hoe hij weer het bos in trekt om bessen en wormen te eten en zelfs vertelt dat hij ooit een platgereden dier van het asfalt heeft geschraapt om het daarna op te eten, sympathiseert ze met de Russsische vrouw in het publiek die opstaat en cynisch vraagt of hij denkt dat het ecosysteem van onze schaarse bossen het wel aankan als we dit allemaal zouden gaan doen. Leuk om een bestseller over te schrijven, besluit Hens, maar op lange termijn zet dit geen zoden aan de dijk.

Net zomin als de Ubers en Airbnb’s van deze wereld, die in feite niet meer zijn dan op lucht drijvende en economisch flink overschatte multinationals die niets met een deel-economie te maken hebben. Veel meer ziet Hens in lokale munten zoals de Totnes Pound - gebruikt in het alternatieve plaatsje Totnes, in het zuiden van Engeland - of de Torekes die in de Gentse Rabotwijk een gangbaar betalingsmiddel zijn. Ze is daar niet enthousiast over omdat zulke munten zo leuk en tegendraads zijn, maar wel omdat op die manier het geld in de lokale economie blijft. Van een koffie gedronken in een Starbucks verdwijnt een aanzienlijk bedrag naar het buitenland en in de zakken van de aandeelhouders. Wanneer die koffie in een lokale bar gedronken wordt, en betaald met Torekes bijvoorbeeld, zorgt hij voor lokale winst.

In het Griekse Thessaloniki, zwaar getroffen door de crisis, bezoekt Hens een voormalige tegelfabriek die overgenomen is door de arbeiders en waar nu Vio.Me.-zeep wordt gemaakt volgens een oud recept. In de BiosCoop, een alternatief grootwarenhuis dat door honderd coöperanten wordt gerund ziet ze hoe werkloze academici rekken vullen. Het zijn schrijnende verhalen waarin wanhoop en hoop met elkaar wedijveren en die in feite meer een ode aan de menselijke drang tot overleven zijn dan aan de deel-economie. Om research de doen voor haar hoofdstuk over alternatieve energie trok Hens dan weer naar het noorden, meer bepaald naar Schönau, dat in 1996 als eerste Duitse stad het stroomnet overnam van de privé-eigenaar omdat het geen kernenergie meer wou, en naar Hamburg, waar in 2013 hetzelfde gebeurde en de stad beloofde binnen afzienbare tijd klimaatneutraal te zullen worden. Om dit doel te bereiken werd een voormalige Hitlerbunker omgebouwd tot een energiebunker die duizenden huizen van warmte en elektriciteit voorziet.

Het interessantst blijkt Het kleine verzet echter wanneer Hens het heeft over nieuwe manieren om over basisinkomen en bezit na te denken. Zo voert ze Thomas Rau op, een Duitse architect die in Amsterdam werkt. Hij propageert leasing als oplossing voor alles. Wanneer je een firma verplicht haar producten te onderhouden en na gebruik weer terug te nemen, zal zij deze een stuk milieuvriendelijker maken, is zijn idee. Een idee dat hij zelf toepast in zijn bedrijfskantoren, waar hij bijvoorbeeld de verlichting least van Philips: armaturen, lampen en verbruik. Zijn energierekening is sindsdien drastisch verkleind.

Een academicus had over de deel-economie ongetwijfeld een oerdegelijk maar ook een oersaai epistel kunnen schrijven. Gelukkig was Tine Hens hem voor, waardoor Het klein verzet een toegankelijk en vooral heel overtuigend boek is geworden. Gelukkig, denk je dan, dat toen ze een jaar of dertig geleden met haar stapel natte cursusblokken langs de kant van de weg zat, ze niet besliste om deze samen met haar engagement bij het oud papier te zetten.


Recensie door Marnix Verplancke

Tine Hens, Het klein verzet, Epo, 2015, 291 p., 20 euro.

Links
mailto:marnixverplancke@icloud.com
Share |

De Arabische Revolutie:

tussen droom en werkelijkheid

Op woensdag 5 april 20.00 uur

Afspraak in De Markten (Oude graanmarkt 5, 1000 Brussel) voor een avond met Koert Debeuf,

schrijver, columnist, directeur van het Tahrir Institute for Middle East Policy Europe en onderzoeker aan de Universiteit van Oxford.

Zijn recentste boek is "Inside the Arab Revolution. Three Years on the Front Line of the Arab Spring".

Koert zal gebaseerd op zijn persoonlijke ervaringen de Arabische Revolutie trachten te kaderen door parallellen te trekken met de Franse Revolutie en door een aantal inzichten te bieden in het Midden Oosten.

Uw aanmeldingsmail aan info@liberales.be geldt als inschrijving.

STEUN LIBERALES

Liberales werkt met onbezoldigde vrijwilligers en beperkt haar kosten tot een minimum. Toch hebben wij middelen nodig voor noodzakelijke uitgaven zoals abonnementen voor website en mailverkeer.

Uw steun is welkom op onze bankrekening BE44 3900 2047 5745. Ook kleine bedragen worden gewaardeerd. Vermeld het woord 'steun' als referentie.

Met hartelijke dank

Nieuwsbrief

Schrijf je in voor onze wekelijkse nieuwsbrief

Liberales TV

Contact

Claude Nijs
gsm: +32476 343098
claude@liberales.be