Ademschommel

boek vrijdag 29 januari 2010

Herta Müller

In januari 1945 deporteert Roemenië een aantal van haar burgers van Duitse afkomst naar de Sovjet-Unie. Het is een straf voor hun vermeende collaboratie met de nazi’s. Duizenden mannen en vrouwen tussen zeventien en vijfenveertig worden jarenlang in werkkampen gestopt om er ‘heropgevoed’ te worden en het door de oorlog vernielde land ‘weer op te bouwen’. Leopold Auberg is een van hen. De jongeman is het alter ego van Oskar Pastior. Herta Müller (1953), kersverse Nobelprijswinnares, leerde de dichter in 2001 kennen toen ze op zoek was naar getuigenissen van oud-gevangenen uit haar dorp. Pastior haalde zoveel herinneringen op dat Müller besloot om samen met hem een boek over de deportaties te schrijven. Dat plan moest ze laten varen toen Pastior in 2006 overleed.

Omdat het onderwerp haar nauw aan het hart lag – haar eigen moeder had vijf jaar in een werkkamp gezeten - zette Müller door. Het thema was in Roemenië taboe: het land wilde noch herinnerd worden aan zijn fascistische verleden noch aan zijn misdadige behandeling van een Duitse minderheid die niet meer of niet minder voor nazi-Duitsland was gevallen dan de etnische Roemenen zelf. Heeft de invloed van Pastior ervoor gezorgd dat Ademschommel minder cryptisch en minder bitter is dan vele van haar werken over de angst en terreur onder de dictatuur van Ceausescu? Deze roman staat hoe dan ook stram in het gelid met alle andere kampliteratuur, of die nu over de crepeerkampen van de nazi’s of van Stalin of Mao Zedong gaat. Enerzijds vervalt de gangbare moraal. ‘We hebben geleerd de doden te plunderen zonder te griezelen’, zegt Auberg. Het is hun manier van rouwen. Anderzijds laat het kamp de overlevenden nooit meer los. ‘Waarom dwing ik het kamp om van mij te zijn?’ vraagt Auberg wanhopig wanneer hij na zijn vrijlating door de straten van zijn dorp loopt.

Op een eerste niveau zijn er de ‘alledaagse’ verschrikkingen waarmee de inhoud van elk boek over de kampen wordt gevuld: de honger en de heimwee, de luizen en de wantsen, het harde labeur en de bespottelijke straffen, de wreedheid en de onverschilligheid, de dood. Maar Müller bouwt op dit fundament van kampmoraal en kampsyndroom een monument van grote gevoeligheid en schoonheid. Is poëzie van de gruwel mogelijk? Natuurlijk. Omdat de kampbewoners geen verhaal hebben tegen hun onontkoombare aftakeling, zoeken ze zowel in hun taal als in hun kijk op de mensen en de dingen om hen heen naar een houvast dat hen met de echtheid en zintuiglijkheid van hun vroegere leven verbindt. Zo ontstaan er talloze nieuwe woorden, net zoals er in het kamp een nieuwe wereld is ontstaan. Wat betekenen harteschop en hongerengel, veloverbeentijd en nietaanraker, druppelteveelgeluk en ademschommel?

Enkel in de barakken en tijdens het slavenwerk op het land en in de bouwputten en fabrieken valt hun vreselijke betekenis volledig te begrijpen. Voorts ontwikkelen de gevangenen een vreemdsoortige kijk op de werkelijkheid. Vermits ze door de mensen in de steek zijn gelaten, zoeken ze naar begrip en welwillendheid bij de voorwerpen. Daarom is Fenja, die het brood uitdeelt, geen persoon, maar het brood zelf. ‘ Daarom wordt elke lepel soep ‘een blikken kus.’ En wanneer Auberg van een Russische oude vrouw een sneeuwwitte zakdoek krijgt, schaamt hij zich daarom niet te zeggen ‘dat de zakdoek de enige mens was die zich in het kamp om mij bekommerde.’

Ademschommel meet zich moeiteloos met de allerbeste kampliteratuur. Maar is poëzie van de gruwel wel gepast? ‘Het nulpunt is het onzegbare’, aldus Auberg. ‘We zijn het eens, het nulpunt en ik, dat je over het nulpunt zelf niet kunt praten, hoogstens eromheen.’ En dat doet Müller op een indrukwekkende manier.


Recensie Joseph Pearce

Herta Müller, Ademschommel. Uit het Duits vertaald door Ria van Hengel. De Geus, 2009, 310p.

Links
mailto:joseph.pearce@telenet.be
Share |

De Arabische Revolutie:

tussen droom en werkelijkheid

Op woensdag 5 april 20.00 uur

Afspraak in De Markten (Oude graanmarkt 5, 1000 Brussel) voor een avond met Koert Debeuf,

schrijver, columnist, directeur van het Tahrir Institute for Middle East Policy Europe en onderzoeker aan de Universiteit van Oxford.

Zijn recentste boek is "Inside the Arab Revolution. Three Years on the Front Line of the Arab Spring".

Koert zal gebaseerd op zijn persoonlijke ervaringen de Arabische Revolutie trachten te kaderen door parallellen te trekken met de Franse Revolutie en door een aantal inzichten te bieden in het Midden Oosten.

Uw aanmeldingsmail aan info@liberales.be geldt als inschrijving.

STEUN LIBERALES

Liberales werkt met onbezoldigde vrijwilligers en beperkt haar kosten tot een minimum. Toch hebben wij middelen nodig voor noodzakelijke uitgaven zoals abonnementen voor website en mailverkeer.

Uw steun is welkom op onze bankrekening BE44 3900 2047 5745. Ook kleine bedragen worden gewaardeerd. Vermeld het woord 'steun' als referentie.

Met hartelijke dank

Nieuwsbrief

Schrijf je in voor onze wekelijkse nieuwsbrief

Liberales TV

Contact

Claude Nijs
gsm: +32476 343098
claude@liberales.be