Een republiek op keizersvoeten

boek vrijdag 05 maart 2004

Mark Heirman

Geen enkel land in de wereld wekt zoveel tegenstrijdige gevoelens op als de Verenigde Staten van Amerika. Sommigen beschouwen Amerika als de uitvinder van de politieke democratie, voor anderen is het juist de grootste bedreiging ervan. Het is niet alleen het land dat als geen ander de wereldvrede verzekert, het telt ook in eigen huis het grootste aantal wapens en een recordaantal gewelddaden. Filosoof Mark Heirman schreef over de Verenigde Staten een boek onder de titel Een republiek op keizersvoeten. Hierin vertelt hij het complexe verhaal van de meest realistische en meest idealistische, het meest liberale en het meest conservatieve, het meest isolationistische en het meest interventionistische, het meest religieuze en het meest seculiere, het meest vreedzame en het meest gewelddadige, het meest materialistische en het meest apocalyptische land ter wereld.

Europeanen zeggen vaak dat de Amerikanen weinig of niets van Europa begrijpen, maar wie het boek van Heirman heeft gelezen, zal moeten toegeven dat wij Europeanen ook weinig of niets van Amerika begrijpen. Het is een land van mogelijkheden en uitdagingen, van tradities en vernieuwingen. Een essentieel bestandsdeel is volgens de auteur de Amerikaanse grondwet, een tekst die zo vaag is dat elke generatie haar naar eigen zin kon interpreteren. Eigenlijk was het realiseren van die tekst al een wonder op zich, want de tegenstellingen tussen nationalisten en federalisten, tussen nationalisten en republikeinen, en tussen patriotten en pro-Engelse loyalisten was bijzonder groot. Een van de grootste verschillen bestond tussen Noord en Zuid over de aanvaarding en toepassing van de slavernij, een dispuut dat nog decennialang de Amerikaanse geesten zou verdelen.

Die verschillende mentaliteit was al zichtbaar vanaf het begin. Tussen het liberale Noorden, het conservatieve Zuiden, het isolationistische Midwesten (de Graint Plains die ver van de kusten liggen en waar de Amerikaanse kernraketten staan) en het libertijnse Westen met San Francisco en Los Angeles als voornaamste steden. Toch bestond er al vroeg een belangrijk gemeenschappelijk besef, nl. de vrijheid als een natuurrecht en als het tegengestelde voor slavernij. Voor de founding fathers was Amerika bij uitstek het rijk van de vrijheid waarin ‘alle mensen vrij en gelijk geschapen zijn’. Voor de blanke kolonisten was dit een evidentie maar in de praktijk gold dit enkel voor ‘white persons’. De indianen werden verdreven en gedumpt in reservaten en zwarten werden tot de jaren zestig van de 20ste eeuw niet gelijk behandeld. Weliswaar aanvaardde het Amerikaanse Congres in 1865 het 13de amendement dat de slavernij verbood over het ganse grondgebied van de Unie, maar in het Zuiden bleef men bijna een eeuw lang een rigoureus apartheidsregime volgen. Pas onder president Johnson werd in 1963 de ‘Civil Rights Act’ goedgekeurd, de ‘War Against Poverty Act’ in 1964 en de ‘Voting Rights Act’ in 1965. Grote stappen voorwaarts, maar dat neemt niet weg dat zwarten het ook vandaag nog moeilijk hebben. Zo bestaat 46 procent van de gevangenenpopulatie uit zwarten terwijl ze slechts 12 procent van de totale bevolking vormen.

Linkse intellectuelen hangen van Amerikanen graag een beeld op van individualistische burgers die geen greintje medeleven voor anderen zouden kennen. Alleen het materiële zou voor hen belangrijk zijn en solidariteit zouden ze niet kennen. Heirman nuanceert dit beeld. Ruim 49 procent van alle Amerikanen zijn als vrijwilliger actief in een of andere vereniging of zijn geëngageerd voor een of ander maatschappelijk doel. Ter vergelijking: in Frankrijk is dat maar 19 procent, in Duitsland amper 13 procent. Wat Amerikanen wel typeert is hun groot wantrouwen in de overheid. Maar voorgaande cijfers tonen volgens de auteur wel aan dat ‘vrijere mensen veel actievere burgers zijn dan wie van overheidswege tot burgerschap wordt gedwongen’.

Een ander kenmerk is het ‘exceptionalisme’ van de Amerikanen, het gevoel te behoren tot een uitzonderlijke natie. Dat vloeit voort uit de ontstaansgeschiedenis zelf van de VS. De eerste kolonisten lieten de ‘verstikkende’ oude regimes van het Europese vasteland achter zich en kwamen terecht in een nieuwe wereld, met een ongekende vrijheid en onbeperkte toekomstmogelijkheden. Hier ligt ook de basis voor het ‘isolationisme’ dat tot de Tweede Wereldoorlog het buitenlands beleid van de VS kenmerkte en het ‘messianisme’ of de mentaliteit om de ganse wereld te veranderen en te verbeteren naar hun inzichten.

Dat messianisme kreeg in de recente geschiedenis duidelijk vorm bij de machtsoverdracht van de idealistische president Carter naar zijn gedreven opvolger Ronald Reagan. Die overdracht kenmerkte ook de overgang van het tot dan dominerende liberalisme naar een herboren conservatisme. Mark Heirman noemt de periode vanaf 1981 zelfs ‘de Vierde Republiek’. Tot dan ging de belangrijkste politiek-filosofische invloed uit van de liberale denker John Rawls die opriep ‘de markt te gebruiken waar je ze kunt gebruiken, de overheid waar je ze moet gebruiken’. Reagan pleitte radicaal voor minder overheid. Dat gebeurde door te snoeien in de sociale zekerheid, het onderwijs en de sociale programma’s voor hulpbehoevenden. ‘Rechtvaardigheid wordt weer een kwestie van liefdadigheid en wordt derhalve aan kerken en gemeenschappen overgelaten’, zo schrijft de auteur over die omslag. Maar dat betekende niet dat de overheid echt kleiner werd want de uitgaven voor defensie en veiligheid groeiden fors. Onder Reagan verdween ook de real-politiek van Kissinger en was de VS niet langer tevreden met een status-quo tussen de grootmachten. Het communisme moest actief betreden worden.

Die omslag van een liberaal naar een conservatief Amerika was het resultaat van diverse factoren. Het begon merkwaardig genoeg al in de jaren zestig met de aanvaarding van de burgerrechten voor zwarten en de goedkeuring van de wet op zwangerschapsonderbreking waardoor tal van kiezers overstapten naar de conservatieven. Door de economische omstandigheden verzwakte de positie van de vakbonden en de explosie van zwarte getto’s toonde aan dat het rassenprobleem structureel niet was opgelost. Daarbij moet ook nog de opdoffer gerekend worden van de mislukking in Viëtnam en de gijzeling van Amerikaanse burgers in Iran. Daartegenover stond een groeiend conservatisme. Met traditionalisten en hun ‘compassionate conservatism die eerder geloven in liefdadigheid dan in door de overheid opgezette programma’s om de armoede te bestrijden. Met religieuze fundamentalisten die opkomen voor een letterlijke interpretatie van de bijbelteksten die hun boodschap via televisie lieten doorklinken. Met seculiere neoconservatieven van de ‘Moral Majority’. En merkwaardig ook libertijnen die zich met hun populistisch discours afzetten tegen elke vorm van overheidsinmenging.

Met de val van de Sovjet-Unie bleef de VS over als de enige supermacht. Aanvankelijk leidde dat tot een verlaging van de defensiemiddelen maar de doelstelling om dé wereldmacht bij uitstek te blijven bleef bestaan. Mede onder impuls van 11 september verhoogde Bush junior het defensiebudget met meer dan 100 miljard dollar. Met de strijd tegen het terrorisme bevindt de VS zich aldus Heirman in de Vierde Wereldoorlog (de Derde was de Koude Oorlog). Het si een strijd tegen een onzichtbare vijand die overal kan toeslaan. De bekommernis voor de veiligheid leidde ertoe dat maatregelen werden genomen, zoals de Patriot Act, die rechtstreeks bedreigend zijn voor de rechten en vrijheden van de burgers. Daarmee bestaat het gevaar dat datgene wat de terroristen willen bestrijden wel eens vanuit het systeem zelf wordt vernietigd, nl. de vrijheid zelf. In het verleden heeft de VS afgerekend met het socialisme en het communisme. Mark Heirman vreest nu evenwel voor een aanval op het liberale en vrijzinnige Amerika.

Dit boek is verplichte literatuur voor al wie wil meepraten over de verhouding tussen de VS en de rest van de wereld. Het biedt een genuanceerd beeld tegenover het blinde anti-amerikanisme van heel wat linkse intellectuelen enerzijds en van de blinde idolatrie tegenover het land van de vrijheid van heel wat conservatieven anderzijds. De belangrijkste vaststelling is allicht dat de Verenigde Staten – in tegenstelling tot wat zoveel politici en intellectuelen in Europa denken – geen liberaal land is en geen liberale politiek voert. Dat zien we ook op economisch vlak met haar beleid van protectionisme. Het is een conservatief land met conservatieve leiders. Het toont ook aan dat het verschil tussen Amerikaanse ‘liberals’ en Europese liberalen minder groot is dan sommigen denken of verkondigen.


Recensie door Dirk Verhofstadt

Mark Heirman, Een republiek op keizersvoeten, Houtekiet, 2004

Links
mailto:verhofstadt.dirk@pandora.be
Share |

De Arabische Revolutie:

tussen droom en werkelijkheid

Op woensdag 5 april 20.00 uur

Afspraak in De Markten (Oude graanmarkt 5, 1000 Brussel) voor een avond met Koert Debeuf,

schrijver, columnist, directeur van het Tahrir Institute for Middle East Policy Europe en onderzoeker aan de Universiteit van Oxford.

Zijn recentste boek is "Inside the Arab Revolution. Three Years on the Front Line of the Arab Spring".

Koert zal gebaseerd op zijn persoonlijke ervaringen de Arabische Revolutie trachten te kaderen door parallellen te trekken met de Franse Revolutie en door een aantal inzichten te bieden in het Midden Oosten.

Uw aanmeldingsmail aan info@liberales.be geldt als inschrijving.

STEUN LIBERALES

Liberales werkt met onbezoldigde vrijwilligers en beperkt haar kosten tot een minimum. Toch hebben wij middelen nodig voor noodzakelijke uitgaven zoals abonnementen voor website en mailverkeer.

Uw steun is welkom op onze bankrekening BE44 3900 2047 5745. Ook kleine bedragen worden gewaardeerd. Vermeld het woord 'steun' als referentie.

Met hartelijke dank

Nieuwsbrief

Schrijf je in voor onze wekelijkse nieuwsbrief

Liberales TV

Contact

Claude Nijs
gsm: +32476 343098
claude@liberales.be