Toen Immanuel Kant op het einde van de achttiende eeuw zijn drie kritieken publiceerde en zo op het vlak van kennisleer, ethiek en esthetiek nieuwe standaarden vestigde, werd hij alom gelauwerd als een fantastisch denker, maar tegelijkertijd viel er toch ook enige wrevel te bespeuren. Dat we als mens nooit in staat zouden zijn tot absolute kennis, maar we ons tevreden dienden te stellen met kennis over de fenomenen om ons heen, vonden sommigen teleurstellend, net zoals Kants wettenethiek, die hij op een universele, bijna wetenschappelijk leest schoeide. Je mag niet liegen, zei hij bijvoorbeeld, want stel je voor dat iedereen zomaar wat in het wilde weg zou beginnen fabuleren, dan waren we nog lang niet thuis. Maar wat wanneer een moordenaar je vraagt of je weet welke kant zijn potentiële slachtoffer op gegaan is, moet je dan medeplichtig worden door hem de waarheid te zeggen?

Voor Georg Wilhelm Hegel voldeed dat allemaal niet. Ook al werkte hij slechts een paar decennia later, toch behoorde hij tot een heel nieuwe tijd, die van de romantiek, en met een late verlichtingsdenker als Kant had hij daardoor moeite. Het absolute moest wel kenbaar zijn, besefte hij, en goed en kwaad waren een zaak van dat absolute en hingen dus niet ergens te zweven in een andere wereld - en een ander boek - zoals bij Kant. Net zoals zijn oude kamergenoot Friedrich Hölderlin in zijn poëzie de wereld presenteerde als een verwerkelijking van zichzelf doorheen de mens en de geschiedenis, poneerde Hegel dat de wereld één was, en dat tegenstellingen tussen rede en emotie of theorie en praktijk er alleen waren om in een groot denksysteem overstegen te worden, in zijn Fenomenologie van de geest dus, die boudweg gezegd meer van doen heeft met het pantheïsme van Spinoza dan met Kants muggenzifterij.

In vergelijking met dat klokvaste mannetje uit Königsberg was Hegel trouwens ook een veel dynamischer filosoof. Niet alleen piste hij wel eens naast de pot en verwekte hij een zoon bij zijn kotmadam - wat we Kant nog niet meteen zagen doen, voor hem was de wereld een worden en geen zijn. Kant wou hem beschrijven als datgene wat is; Hegel als dat wat constant verandert volgens de regels van de dialectiek. Met een korrel zout is dit het proces waarbij these en antithese tot synthese leiden, waarna het hele proces opnieuw begint. Hegel zag de ontplooiing van de wereldgeest als een hotsend en botsend gebeuren waarbij ideeën met elkaar in conflict komen, elkaar aanvullen of elkaar tot de vergeetput veroordelen en we steeds liberaler en opener gaan denken, een beetje zoals Steven Pinker in Ons betere ik het in hedendaagser termen beschrijft.

Deze nadruk op het geheel komt ook terug in Hegels visie op de kenleer. Kant ziet de mens als een individu dat zijn bewustzijn op zijn eentje ontwikkelt. Voor Hegel is dat echter een zaak van de gemeenschap waar dat individu in leeft en die gebruik maakte van wetten en regels die het individu overstijgen. “Er is geen individu,” zou je hem mits enig overdrijven kunnen parafraseren, “er is alleen gemeenschap,” en good old Maggie, nog maar net ter aarde besteld, mag zich al omdraaien in haar graf.

Voor de ontwikkeling van het zelfbewustzijn gebruikt Hegel de metafoor van de meester-knechtverhouding. Wanneer twee bewustzijnen elkaar ontmoeten, willen ze de overhand halen op elkaar, en in dat gevecht - waarbij ze er op toezien de ander niet te vernietigen, want wat ben je als meester zonder knecht? - vormen ze ook elkaar. Wanneer de strijd ten einde is, gaat de meester echter inzien dat hij in theorie wel gewonnen mag hebben, in de praktijk is hij echter afhankelijk van de erkenning van zijn slaaf, en is hij dus de slaaf van zijn slaaf geworden. Vandaar dat deze ongelijke situatie opgeheven dient te worden in een wederzijdse vrijheid die gekenmerkt wordt door het gebruik van de rede.

Het is volgens Hegel ook binnen de gemeenschap dat de ethiek ontstaat, opnieuw via een dialectische weg trouwens, waardoor die dus niet bestaat uit universele wetten, maar wel uit lokale regels en afspraken. Langzaamaan evolueren we daarbij naar een steeds kosmopolitischer wereldgeest, voegt hij er nog aan toe, en die moeten we echt niet opvatten als een soort spiritueel machtscentrum dat ons bespiedt en controleert, maar wel als een collectief van mensen, zoals dat bijvoorbeeld terugkomt in het woord “groepsgeest”.

Dit is zowat waar Fenomenologie van de geest op neerkomt, alleen overgoot Hegel zijn ideeën met een dikke Duitse saus en liet hij zijn gedachten - typisch romantisch - alle kanten op schieten, waarbij hij net zo goed over ascetisme als over frenologie schreef. Het boek is daardoor een janboeltje geworden dat weliswaar de stokpaardjes van zijn auteur verraadt, maar voor de rest van de mensheid samenhang noch logica vertoont. Maar dat weerhield het er niet van de grote inspiratiebron te worden van ene Karl Marx, die in de dialectiek, de meester-slaafverhouding en de ontplooiing van de wereld concepten zag waarmee hij wel iets aan kon vangen. Alleen met die geest had hij het moeilijk. De wereld is geen geest, poneerde hij, maar wel materie. Arbeidsverhoudingen en klassenstrijd vormen de olie waarop het wereldmachientje loopt, niet ideeën.


Recensie door Marnix Verplancke

Georg Wilhelm Friedrich Hegel, Fenomenologie van de geest, Boom, 2013, 495 p., 49,90 euro.

Links
mailto:marnixverplancke@skynet.be
Share |

De Arabische Revolutie:

tussen droom en werkelijkheid

Op woensdag 5 april 20.00 uur

Afspraak in De Markten (Oude graanmarkt 5, 1000 Brussel) voor een avond met Koert Debeuf,

schrijver, columnist, directeur van het Tahrir Institute for Middle East Policy Europe en onderzoeker aan de Universiteit van Oxford.

Zijn recentste boek is "Inside the Arab Revolution. Three Years on the Front Line of the Arab Spring".

Koert zal gebaseerd op zijn persoonlijke ervaringen de Arabische Revolutie trachten te kaderen door parallellen te trekken met de Franse Revolutie en door een aantal inzichten te bieden in het Midden Oosten.

Uw aanmeldingsmail aan info@liberales.be geldt als inschrijving.

STEUN LIBERALES

Liberales werkt met onbezoldigde vrijwilligers en beperkt haar kosten tot een minimum. Toch hebben wij middelen nodig voor noodzakelijke uitgaven zoals abonnementen voor website en mailverkeer.

Uw steun is welkom op onze bankrekening BE44 3900 2047 5745. Ook kleine bedragen worden gewaardeerd. Vermeld het woord 'steun' als referentie.

Met hartelijke dank

Nieuwsbrief

Schrijf je in voor onze wekelijkse nieuwsbrief

Liberales TV

Contact

Claude Nijs
gsm: +32476 343098
claude@liberales.be