Alleen in de wind

boek vrijdag 16 november 2007

Rob Hartmans

Adolf Hitler wordt algemeen aanzien als de grootste misdadiger uit de geschiedenis. Zijn doel om een duizendjarig Duits Rijk te vestigen mondde uit in een waanzinnige periode van twaalf jaar rechteloosheid, terreur en geweld waarbij talloze mensen en steden vernietigd werden. Het nazisme kon enkel bestreden worden door een geallieerde coalitie waarin Britten, Amerikanen en Sovjets de hoofdrol speelden. Met de ontdekking van de concentratiekampen en de Endlösung waarbij zes miljoen joden het leven lieten werd het nazisme aangeduid als het unieke, absolute en onvergelijkbare kwaad. Die kwalificatie werd na de Tweede Wereldoorlog door de processen van Neurenberg en de aangroeiende bewijslast van de holocaust alleen maar versterkt. Dit alles bracht met zich mee dat de gruwelijkheden van het communisme decennialang werden ontkend, geminimaliseerd of vergoelijkt. Natuurlijk had Stalin op een cruciale manier bijgedragen tot de val van Hitler, maar het mens- en maatschappijbeeld dat hij voor ogen had en met geweld afdwong moest qua misdadigheid niet onderdoen voor het fascisme. Hannah Arendt schreef in 1951 haar ophefmakende boek Totalitarisme waarin ze op overtuigende wijze de overeenkomsten tussen het fascisme en het communisme blootlegde. Het belangrijkste kenmerk was dat ‘vijanden van het volk’ rechteloos waren en fysiek moesten ‘verwijderd’ worden uit de samenleving.

Toch was er al snel na de oprichting van de Sovjet-Unie kritiek op het communisme. En dit om verschillende redenen door monarchisten, conservatieven, christenen en liberalen. Veel minder gekend is de kritiek van ‘linkse’ mensen en groeperingen op het communisme en dan vooral op Stalin die er decennialang de feitelijke leider van was. Wie daar kritiek op had werd al snel veroordeeld als een bourgeois, een volksverrader of zelfs een fascist. Westerse intellectuelen zoals Sartre en Merleau-Ponty omhelsden het communisme, niet alleen als schild tegen het fascisme (waaronder ze ook het kapitalisme en liberalisme begrepen), maar ze beschouwden het zelfs als het ideale samenlevingsmodel. Toen Sartre in 1954 terugkeerde van een reis naar Rusland verklaarde hij zonder verpinken het volgende: “Er bestaat totale vrijheid van kritiek in de Sovjet-Unie.” Wie kritiek had op de Sovjet-Unie kon bijgevolg rekenen op een totaal onbegrip, kritiek en desnoods fysiek geweld. Later, toen via de samizdat, de Hongaarse opstand, de Praagse Lente en de val van de Berlijnse Muur, de waarheid aan het licht kwam over het onmenselijke en immorele karakter van het Sovjetsysteem, kwamen de tongen pas echt los. Het communisme is net als het fascisme monsterlijk. Over de kritiek vanuit ‘linkse’ hoek op het communisme schreef de Nederlandse historicus Rob Hartmans een bijzonder boek onder de titel Alleen in de wind.

Hoofdfiguur is Elisabeth Spanjer, kind van links-revolutionaire, zelfs anarchistische ouders, die in de jaren dertig heel dicht stond bij de bekende Nederlandse linkse politicus Henk Sneevliet. Hij werd verkozen tot lid van de Tweede Kamer namens de Revolutionair-Socialistische Partij die de ideeën van Lenin onderschreef en oorspronkelijk nauwe contacten onderhield met Trotski. Rob Hartmans slaagde erin om haar op 90-jarige leeftijd te interviewen. Ondanks haar hoge leeftijd demonstreert ze een ijzersterk geheugen. Ze correspondeerde met Leon Trotski, was actief in radicaal linkse facties, werkte samen met een nationaal-socialistische filmmaker, raakte bevriend met Willy Brandt en met tal van Russische dissidenten, waaronder de latere Nobelprijswinnaar Sacharov. Maar de hoofdfiguur is voor Hartmans ook een middel om een portret te schetsen van de toenmalige tijdsgeest in Nederland en het Westen, vooral dan op de specifieke kritiek van ‘links’ op het communisme en de gevolgen daarvan voor tal van mensen en organisaties die zich al heel vroeg keerden tegen het wreedaardige optreden van Stalin en tegen het conformisme dat van toenmalige communisten verwacht werd. ‘De Partij heeft altijd gelijk’, zo klonk het credo, als ‘logisch gevolg’ van de zo gewilde dictatuur van het proletariaat.

Elisabeth Spanjer, Beb, raakte bevriend met Joop Zwart die zich als een ongeleid projectiel doorheen de linkse politiek bewoog. Al in 1934 raakte Beb op een internationale conferentie in contact met Willy Brandt, die 35 jaar later kanselier van West-Duitsland zou worden. Maar zover is Hartmans nog niet. Hij verhaalt over de voortdurende onderlinge strijd van linkse facties (meer dan tegen de regering) en over de positie van die andere Sovjetarchitect Leon Trotski. Beb schreef hem een brief maar kreeg een vermanend antwoord terug. Stilaan maar zeker bekoelt de relatie van radicale socialisten met de al even dogmatische Trotski. Uit historische documenten blijkt dat de voormalige rechterhand van Lenin minstens even hardvochtig was als Stalin en er alleen van overtuigd was dat men indertijd ‘de verkeerde mensen had doodgeschoten’. Ook voor Trotski was het individu geen doel op zich, maar alleen een middel om de ‘ideale maatschappij’ te stichten. ‘Mest op de velden van de toekomst’, zo omschreef hij de mens. Uiteindelijk werd hij, net als zovele andere kritische stemmen in het linkse kamp vermoord door de beulen van Stalin. Die interne afrekeningen binnen het linkse kamp lopen als een bloedrode draad door het boek en kwamen schrijnend aan bod tijdens de Spaanse Burgeroorlog toen stalinisten, trotskisten, radicale socialisten en anarchisten niet alleen vochten tegen Franco maar ook elkaar uitmoordden.

Beb, een aantrekkelijke blondine, kreeg eind jaren dertig de kans om carričre te maken in de filmwereld. Tijdens de oorlog ging ze als assistente aan de slag bij de Duitse regisseur Hans Steinhoff, die in feite werkte onder de auspiciën van Joseph Goebbels, de sinistere naziminister van propaganda. Tal van haar vroegere kameraden werden door de Duitsers opgepakt en vermoord, maar zelf bleef ze meestal ongestoord. Ze verhaalt over filmopnames in het jaar 1943 in Tirol waar ze ‘enorm veel lol’ had, maar tegelijk wel informatie kreeg over ‘grootscheepse moordpartijen en sinistere kampen’ in het Oosten. Op datzelfde ogenblik zat haar vroegere vriend Joop Zwart in het concentratiekamp van Sachsenhausen. Het is een bijzonder warrige periode. Ze trouwde met een nazi, belandde evenwel in Vucht, werd er vrijgelaten en sloeg ‘op de vlucht’ naar Berlijn. Bladzijde 139 in het boek is een scharniermoment. Hier laat het formidabele geheugen van Beb haar plots in de steek. Over haar beslissing om in die nadagen van de oorlog naar Berlijn te trekken weet ze blijkbaar niets meer. Als later haar nazi-gezinde geliefde haar ‘per toeval’ weet te vinden slaat de twijfel verder toe. Wie was Elisabeth Spanjer eigenlijk? Een slachtoffer of een dader? Een integere idealist of een collaborateur? In elk geval werd ze zwanger van haar nazi-vriend en slaagde ze erin haar kind door die vreselijke dagen na de oorlog te loodsen met hulp van een kinderloos Duits ouder echtpaar.

Wel is duidelijk dat de oorlog haar wereldbeeld grondig veranderde. Terwijl ze in haar jongere jaren rotsvast geloofde in de noodzaak van een revolutionaire omwenteling zag ze nu in ‘dat het zonder parlementaire democratie, zonder rechtsstaat veel erger werd’. Het sterkte haar verzet tegen de Sovjet-Unie en ze evolueerde tot een overtuigde anticommuniste. Ze publiceerde artikels over de Russische kampen en was actief voor Expogé, de Nederlandse Vereniging van Ex-Politieke Gevangenen uit de Bezettingstijd (alhoewel ze zelf niet bij het verzet betrokken was). Zo bracht ze tijdens de Hongaarse opstand in 1956 zelf ladingen hulpgoederen naar Boedapest. Toch ging ze met haar felle kritiek op de Sovjets in tegen de tijdsgeest in het Westen waar het anti-Amerikanisme steeds sterker werd. ‘Veel linkse intellectuelen lieten zich in die jaren liever fęteren door communistische regimes of werkten mee aan bladen en organisaties waarvan later zou blijken dat ze door de KGB of de Stasi werden gefinancierd’, schrijft Hartmans, maar Elisabeth ging door en maakte in het Congress for Cultural Freedom kennis met beroemde schrijvers en intellectuelen als Arthur Koestler, Raymond Aron, Bertrand de Jouvenel en vele anderen. De meest opzienbarende actie van Elisabeth Spanjer was haar inzet voor Russische dissidente schrijvers zoals Andrej Amalrik en Andrej Sacharov. In 1975 was ze aanwezig op de uitreiking van de Nobelprijs voor de Vrede voor Sacharov die in ontvangst werd genomen door zijn vrouw Jelena Bonner (Sacharov kon zelf niet aanwezig zijn vanwege het verbod naar het buitenland te reizen).

In zijn verantwoording schrijft Hartmans dat sommigen zich afvroegen of die Elisabeth Spanjer wel een heel boek waard was. Na lezing kan je enkel besluiten dat dit inderdaad het geval is. Meer nog, het is een noodzakelijk boek om te weten dat tijdens die vreselijke twintigste eeuw mensen van uiteenlopende strekkingen ook de gevaren van het linkse totalitarisme zagen en bestreden. De onduidelijkheid over haar positie tijdens de Tweede Wereldoorlog is een smet, maar wordt in grote mate gecompenseerd door haar inzet voor meer rechtvaardigheid en vrijheid in de samenleving. Spanjer was duidelijk een sterk geëngageerde vrouw die als jonge vrouw met veel naďviteit opkwam voor haar idealen. In de loop van haar boeiende leven kreeg ze gaandeweg meer oog voor de essentiële waarden van het leven: die van de vrijheid, de rechtvaardigheid en bovenal de menselijke waardigheid. Waarden die men niet met geweld kan afdwingen, maar die men wel door concreet handelen dichterbij kan brengen. Hartmans schreef geen hagiografie, wel een eerlijk portret van een vrouw die model stond voor tal van idealisten die oprecht geloofden in een betere wereld, er een revolutie voor over hadden desnoods met geweld, maar gaandeweg beseften dat de remedie erger was dan de kwaal.


Recensie door Dirk Verhofstadt

Rob Hartmans, Alleen in de wind, Ambo, 2007, 264 blz.

Links
mailto:verhofstadt.dirk@pandora.be
Share |

STEUN LIBERALES

Liberales werkt met onbezoldigde vrijwilligers en beperkt haar kosten tot een minimum. Toch hebben wij middelen nodig voor noodzakelijke uitgaven zoals abonnementen voor website en mailverkeer.

Uw steun is welkom op onze bankrekening BE44 3900 2047 5745. Ook kleine bedragen worden gewaardeerd. Vermeld het woord 'steun' als referentie.

Met hartelijke dank

Nieuwsbrief

Schrijf je in voor onze wekelijkse nieuwsbrief

Liberales TV

Contact

Claude Nijs
gsm: +32476 343098
claude@liberales.be