Van God los

boek vrijdag 22 juni 2007

Sam Harris

We worden de laatste tijd overspoeld door boeken van auteurs die voor het moreel houvast in de samenleving willen teruggrijpen naar religies in het algemeen en naar het christendom in het bijzonder. Ik denk aan Strohonden van John Gray, Tijd van onbehagen van Ad Verbrugge, De mythe van het vrije ik van Wouter Beke, Geloven is achterlijk, zeggen ze van Mark Van de Voorde, Weg uit de leegte van Gérard Bodifee, Het woord is geest geworden van Gianni Vattimo, De teloorgang van de westerse cultuur van John Carroll en De ondergang van het atheïsme van Alister McGrath.

Ze lijken wel de moderne volgelingen van Giacomo Leopardi die in zijn Pensieri het lijden als inherent bij het bestaan ziet. Of Eduard von Hartmann die in zijn Zur Geschichte und Begründung des Pessimismus aangaf dat geluk tijdens het leven niet mogelijk is. En van Oswald Spengler die in zijn beruchte Der Untergang des Abendlandes het verval van godsdienst en traditie voorspelde en alzo het einde van de beschaving. Tegelijk hebben politici het over de emancipatorische kracht van de religie, zoals de Limburgse provinciegouverneur Steve Stevaert en de Amsterdamse burgemeester Job Cohen, beiden lid van de socialistische partij. Zij geven steun aan het cultuurrelativisme en geloven dat de tegenstellingen tussen mensen met diverse religieuze achtergrond op termijn zal verdwijnen.

In zijn boek Van God los maakt de Amerikaanse filosoof Sam Harris brandhout van deze visie. Hij zet een definitief punt achter de tolerantie tegenover een primitief fenomeen dat een bron van kwaad en conflict is voor de mens: het geloof. In dit boek worden de absurditeiten van het geloof vergruizeld onder het felle, ontwapende licht van de rede. Aan de hand van levendige voorbeelden analyseert Sam Harris waarom religieuze motieven, al leiden ze tot de grootste catastrofen, het in onze wereld nog vaak winnen van onze verstandelijke overwegingen. Hij toont hoe georganiseerde religie weer meer en meer doordringt in de politiek en daarmee in ons dagelijks leven, en waarschuwt voor de gevolgen ervan. In zijn boek met als ondertitel De gevaren van religie en de toekomst van de rede toont hij scherp aan hoe gevaarlijk de aanspraken op onfeilbaarheid van de geopenbaarde godsdiensten zijn. En het grootste gevaar is dat de theorie van het martelaarschap dat zo sterk doorklinkt in de islam, maar ook bestaat in het christendom, steeds meer gehoor zou krijgen. Dat werd duidelijk na de aanslagen van 11 september toen Osama Bin Laden in een televisietoespraak stelde dat zijn strijders de dood meer liefhebben dan wij in het Westen het leven liefhebben. Het is een verontrustende uitspraak die in feite het lont vormt voor groeiende groep mensen die het martelaarschap tot reden van hun bestaan kiezen.

Steeds meer mensen grijpen terug naar de heilige teksten. Zo gelooft 35 procent van de Amerikanen dat de Bijbel het onfeilbare woord van de Schepper is. En bij de moslims ligt dat aantal met betrekking tot de Koran nog vele keren hoger. Voor Sam Harris is dit een doembeeld want hij wijst erop dat ‘de Bijbel en de Koran boordevol levensgevaarlijke onzin staan’. Het zijn net die teksten die miljoenen mensen inspireren om zich te keren tegen andersdenkenden en ongelovigen. Hier heeft de auteur een sterk punt. Kijk naar de conflicten in de Balkan, Soedan, Ethiopië, Sri Lanka, Indonesië, Nigeria, Kashmir, de Kaukasus en Noord-Ierland waar mensen elkaar de kop inslaan vanuit een ander religiebeeld. Die conflicten zijn inderdaad het meest bedreigend, niet alleen voor de betrokken regio maar zelfs voor de ganse wereld nu landen als India en Pakistan beschikken over kernwapens en Iran dat tegen alle conventies in ook tracht te ontwikkelen. Koppel dit aan de uitspraken van de Iraanse president Mahmoud Ahmadinejad die Israël van de keert wil vegen en we begrijpen het enorme gevaar van het nucleaire programma van Iran.

De vrees voor een nucleaire wereldramp ingevolge religieuze conflicten lijkt op het eerste zicht overtrokken, maar Sam Harris waarschuwt voor stellingen dat godsdiensten in wezen vrede nastreven. Zo verwerpt hij ook de volgende meermaals verkondigde visie: ‘de islam heeft niets te maken met terrorisme’. In tal van bepalingen in de Koran wordt immers gewezen op de noodzaak om de ‘Ander’ uit te roeien en wordt het martelaarschap bejubeld. En de christelijke wereld raakt verkrampt, wat er volgens de auteur toe leidt dat de kiezers alleen nog vertrouwen zullen hebben in ‘bijbelvaste acteurs’ (dit doet denken aan Ronald Reagan) als hun leiders. We hebben volgens de auteur eerder nood aan leiders die de mensen duidelijk maken dat al die ‘heilige boeken’ verzinsels zijn en dat er zoiets bestaat als een universele ethiek. Dat laatste biedt nog geen zekerheid dat mensen die zich baseren op de rede het altijd eens zullen zijn met elkaar, maar ‘wel is zeker dat mensen die dat niet doen en zich op dogma’s baseren, het met elkaar oneens zullen blijven’.

Sam Harris vindt dat het hoog tijd is om vrijuit te spreken wat er nu echt in die heilige boeken staat. Veel gelovigen citeren dan al snel de oproepen tot naastenliefde en zorg voor de armen. Ze verwijzen ook naar de vele goede werken die talloze mensen doen vanuit een religieuze inspiratie. Maar volgens de auteur zijn er ‘veel betere redenen voor zelfopoffering dan de redenen die de godsdienst ons aan de hand doen’. Tegenover die blijken van naastenliefde plaatst Harris twee gebeurtenissen die aantonen hoe diep de mens kan vallen vanuit zijn religieuze gevoelens: de inquisitie en de holocaust. Over de inquisitie valt niets goed te zeggen. In de loop van de eeuwen werden talloze onschuldige mensen, in het bijzonder ook vrouwen die als heks beschouwd werden, in naam van God op een vreselijke manier gefolterd en vermoord. Een aberratie van het geloof kan men het moeilijk noemen want in de Bijbel staan genoeg teksten die het doden van ketters aansporen en zelfs opleggen. De inquisitie werd in 1184 opgericht om de populaire katharen uit te roeien, wat dan ook gebeurde. Ook de protestantse hervormers die zich afwendden van het uit de band gesprongen katholicisme, hielden deze gruwelijke praktijk in ere.

Vooral de joden kregen het zwaar te verduren. De auteur verwijst naar de expliciete demonisering van de joden in het evangelie van Johannes (8:41-45) en hun vervolging van zodra het christendom door Constantijn tot staatsgodsdienst werd uitgeroepen. Net als de heksen werden joden beschuldigd van de meest waanzinnige misdaden, in het bijzonder de bloedschennis. Voor Sam Harris is er één rechte lijn te trekken van de vervolging van de joden vanaf het beginstadium tot de holocaust. Sommigen wijzen de Endlösung af als een vorm van seculier antisemitisme, maar volgens de auteur was de haat tegen de joden in Duitsland ‘een rechtstreekse erfenis van het middeleeuwse christendom. Hij toont overtuigend de medeplichtigheid van de kerk aan bij de poging tot moord op een heel volk. Het nazi-regime had zonder haar steun haar Neurenbergse jodenwetten niet kunnen uitvoeren. De kerk stelde haar bevolkingsregisters open voor de nazi’s zodat die konden nagaan in hoeverre de voorouders van burgers joods waren. In die zin markeerde de holocaust volgens Sam Harris, ‘het hoogtepunt van het Duitse tribalisme en tweeduizend jaar christelijk gescheld op de joden. De rede had daar niets mee te maken.’ En hij wijst erop dat de kerk nooit één hooggeplaatste nazi excommuniceerde, dat Mein Kampf nooit op de Index van de verboden boeken terechtkwam en dat belangrijke geestelijke leiders massamoordenaars hielpen ontsnappen naar Latijns Amerika en het Midden-Oosten.

‘We zijn in oorlog met de islam’, zo luidt Harris volgende stelling. Een conflict kan maar worden vermeden ‘als de meeste moslims leren een groot deel van hun canon te negeren, zoals christenen dat ook hebben geleerd’. Waarna hij vaststelt dat een echt gematigde islam die kritisch is nauwelijks lijkt te bestaan. Dit is wat kort door de bocht. In tal van landen, en vooral in het Westen staan moslimvrouwen op die een kritische lezing van de islam eisen, zoals de Canadese Irshad Manji, de Egyptische Nahed Selim en de van Somalië afkomstige Ayaan Hirsi Ali. De auteur heeft wel gelijk dat de reactie van radicale moslims hiertegen steeds heviger wordt en afvalligen bedreigd en vermoord worden. ‘Dood degene die van geloof verandert’, zo luidt de Hadith, waarna de auteur bladzijdenlang teksten citeert uit de Koran waaruit een grote minachting blijkt tegenover ongelovigen. Opnieuw zullen lezers zeggen dat deze moorden niets met de islam te maken hebben. Maar wat dan met de openlijke sympathiebetuigingen ten aanzien van zelfmoordterroristen in de islamitische wereld, de in de sharia vastgelegde minderwaardige positie van de vrouw, en de vele vormen van blind geweld tegenover anders- en ongelovigen? Voor Sam Harris ligt het probleem in de kern van het islamitisch geloof zelf.

Als je het hele boek leest ligt het probleem volgens hem in elk geloof. De (Amerikaanse) auteur is ook niet blind voor gevaarlijke evoluties in eigen land waar regeringsleden en rechters zich steeds meer beroepen op God, en christelijke organisaties vele miljoenen dollars belastingsgeld krijgen. En hij wijst op de blijvende inmenging van de overheid in het seksleven van volwassenen, het verbod op stamcelonderzoek en een wijziging in het aids-preventieprogramma (eerder gericht op onthouding dan op het gebruik van condooms). Allemaal gevolg van een comeback van het geloof. Sam Harris pleit dan ook voor een moraal die niet gebaseerd is op geloof en gaat op zoek naar ‘ethische waarheden’ waarbij we het geluk en het lijden van anderen belangrijk vinden. ‘De strijd tussen onze godsdiensten zal geen winnaar opleveren’, zo besluit hij. Het enige alternatief is dat we het dogma van het geloof opheffen. Hij heeft gelijk, maar om dit in te zien hebben we de rede nodig, en net het geloof maakt zoveel mensen redelijk blind.


Recensie door Dirk Verhofstadt

Sam Harris, Van God los, Arbeiderspers, 2007

Links
mailto:verhofstadt.dirk@pandora.be
Share |

De Arabische Revolutie:

tussen droom en werkelijkheid

Op woensdag 5 april 20.00 uur

Afspraak in De Markten (Oude graanmarkt 5, 1000 Brussel) voor een avond met Koert Debeuf,

schrijver, columnist, directeur van het Tahrir Institute for Middle East Policy Europe en onderzoeker aan de Universiteit van Oxford.

Zijn recentste boek is "Inside the Arab Revolution. Three Years on the Front Line of the Arab Spring".

Koert zal gebaseerd op zijn persoonlijke ervaringen de Arabische Revolutie trachten te kaderen door parallellen te trekken met de Franse Revolutie en door een aantal inzichten te bieden in het Midden Oosten.

Uw aanmeldingsmail aan info@liberales.be geldt als inschrijving.

STEUN LIBERALES

Liberales werkt met onbezoldigde vrijwilligers en beperkt haar kosten tot een minimum. Toch hebben wij middelen nodig voor noodzakelijke uitgaven zoals abonnementen voor website en mailverkeer.

Uw steun is welkom op onze bankrekening BE44 3900 2047 5745. Ook kleine bedragen worden gewaardeerd. Vermeld het woord 'steun' als referentie.

Met hartelijke dank

Nieuwsbrief

Schrijf je in voor onze wekelijkse nieuwsbrief

Liberales TV

Contact

Claude Nijs
gsm: +32476 343098
claude@liberales.be