Haram

boek vrijdag 09 december 2005

Fenny Brinkman

“Voorop staat dat ik van alle werkende mensen de leraren - de schooljuffen, schoolmeesters, ja alle docenten - beschouw als de meest noodzakelijke, de meest heldhaftige, de meest grootmoedige en de meest beschavende van allen die zich dagelijks inspannen om in de behoeften van een democratische samenleving te voorzien”, zo schrijft de Spaanse filosoof Fernando Savater in zijn boek De waarde van opvoeden. Ten bate van die democratie is het volgens hem noodzakelijk onze kinderen te vormen tot kritische persoonlijkheden die kennis maken met de pluriformiteit binnen de samenleving. Gelukkig zijn er heel wat mensen die het beroep van onderwijzer in die zin beoefenen en die het als hun roeping zien om kinderen vanaf de kleuterklas tot de universiteit te begeleiden in dit leerproces zodat ze later als volwassenen zelf en met kennis van zaken hun eigen keuzes kunnen maken. Een dergelijke idealistische schooljuf is Fenny Brinkman. Net omdat ze geloofde in de multiculturele samenleving werkte ze in de jaren negentig als kinderjuf op een islamitische basisschool. Maar na zes jaar verliet ze totaal gedesillusioneerd de As-Siddieqschool, een islamitische basisschool in de Baarsjes. Ze kon de sfeer van intimidatie en wantrouwen niet langer aan en schreef het boekje Haram. Het woord betekent zondig en bleek een van de meest gebruikte woorden op de school waar ze haar jonge kinderen begeleidde.

Het boekje bevat een aaneenschakeling van losse indrukken die Fenny Brinkman opdeed tijdens haar laatste jaar als kinderjuf op die islamitische school. Met eenvoudige woorden en zinnen schetst ze een hallucinant beeld van de mentaliteit, de sfeer en vooral de manier van omgaan tussen het onderwijzend personeel – waaronder verschillende niet-moslims – en het schoolbestuur dat met harde hand geleid werd door een zekere Mohammed die een strenge opvolging van de islamitische regels en de bepalingen van de koran nastreefde. Al in het eerste stukje is het raak. Het was Fenny verboden om seksuele voorlichting te geven. Dat blijkt de taak van de godsdienstmoeders – uitsluitend Nederlandse vrouwen die zich via huwelijk met een moslim tot de islam bekeerd hebben. Die seksuele voorlichting blijkt niets van doen te hebben met fysieke of mentale processen, maar wel met de bepalingen van de Profeet. En dat zet zich door op andere vlakken. Zo mogen jongens wel zwemmen in boxershorts, maar moeten meisjes apart het water in met speciale lange broeken die het zwemmen quasi onmogelijk maken. Kledingvoorschriften die de jongen en meisjes van elkaar vervreemden en naarmate het ouder worden van de kinderen strenger worden opgelegd.

Fenny Brinkman had de ambitie, zelfs de roeping om kinderen met behoud van hun eigen moslimidentiteit helpen integreren in de Nederlandse samenleving. Maar al snel stelt ze vast dat er van integratie geen sprake is. Zo wordt het haar verboden te spreken over Sinterklaas of over de ‘kerstperiode’. In de periode rond zes december worden de klasramen afgeplakt om geen glimp van de Sint zichtbaar te maken en steevast spreekt men over de ‘wintervakantie’. Dansen en zingen in de klas of bloemen tekenen mag niet van het bestuur want dat is haram. Tijdens het weekend krijgen de jonge kinderen wel islamles in de moskee waar ze koranverzen uit het hoofd moeten leren. Vaders die hun kind naar school brengen weigeren de hand te drukken van de juf. Maar het ergst is dat een leraar geschiedenis die de leerlingen in de bovenbouw les gaf over de jodenvervolging, de uitroeiing van homoseksuelen en zigeuners in de concentratiekampen na klachten op het matje wordt geroepen. Hij wordt gesommeerd wordt om het niet meer te hebben over de joden want sommige ouders vinden dat hun kinderen ‘idiote ideeën’ meekrijgen en willen dat dit soort lessen niet meer gegeven zal worden aangezien ze haram zijn. De leraar in kwestie neemt daarop zelf ontslag.

Op een dag merkt Fenny Brinkman dat een van haar kinderen opvallend veel blauwe plekken heeft. Ze vreest voor kindermishandeling en gaat op bezoek bij het gezin. Zo ontmoet ze de Marokkaanse moeder die geheel afgezonderd thuis zit met vier andere jonge kinderen in de baby-, peuter- en kleuterleeftijd. Ze spreekt geen woord Nederlands en kan onmogelijk communiceren met de juf. Die laatste licht tenslotte de schoolleiding in die haar aanmaant hier verder over te zwijgen. Men zal praten met de vader. Zo wordt het Brinkman steeds duidelijker dat de ouders en het bestuur van de school niet uit zijn op integratie maar net op het tegendeel: de vorming van een eigen leefwereld waarin de regels van de islam gelden. Waarin vrouwen steeds meer aangezet worden om niqaabs en zelfs burka’s te dragen, waarin mannen en vrouwen van elkaar gescheiden leven en waarin kinderen elke vorm van kritisch vermogen wordt ontzegd. Terloops maakt Fenny Brinkman van een delegatie mannen uit Saoudi-Arabië die een rondleiding krijgen in de klassen en die goedkeurend knikken over de gang van zaken.

Fenny Brinkman schreef haar boekje voor de moord op Theo Van Gogh. In een nawoord geeft ze aan dat ze gruwelt van extreme geloofsovertuigingen en dat er een groot gevaar om de hoek ligt. “Een aantal moslims wil niets liever dan onze westerse maatschappij omverwerpen en Nederland in een islamitische staat veranderen”, zo schrijft ze. Het verhaal van Fenny Brinkman dateert al van 1998. Of de situatie intussen verbeterd is, valt te betwijfelen. In de Volkskrant van 9 november stond het bericht dat het personeel en de ouders van drie islamitische scholen in Amsterdam de Minister van Onderwijs gevraagd hebben het schoolbestuur weg te sturen of anders de subsidie stop te zetten. De bestuurders zouden regeren als dictators en onbevoegde onderwijzers voor de klas zetten.

Het zou goed zijn mochten meer dergelijke getuigenissen over de actuele gang van zaken in religieus geïnspireerde scholen bekend raken zodat de controlerende overheid kan ingrijpen. Het ergste is immers dat jaarlijks honderden jongeren afstuderen zonder enig kritisch vermogen maar doordrenkt met een gedachtegoed dat haaks staat op datgene wat een degelijk onderwijs moet nastreven: de overdracht van waarden als het respect voor medemensen, de gelijkwaardigheid van alle mensen en de vrijheid van meningsuiting. De opvoeding van kinderen tot burgers die zelf eigen keuzes kunnen maken is ook voor Savater essentieel. “Dit is meteen een van de belangrijkste vraagstukken in modern onderwijs: het wekken bij het kind van een zekere wetenschappelijke scepsis en een zeker wantrouwen tegenover traditionele opvattingen, bij wijze van antidogmatische methode om met een minimum aan vooroordelen tot een maximum aan kennis te komen.”


Recensie door Dirk Verhofstadt

Fenny Brinkman, Haram, Balans, 2005

Links
mailto:verhofstadt.dirk@pandora.be
Share |

STEUN LIBERALES

Liberales werkt met onbezoldigde vrijwilligers en beperkt haar kosten tot een minimum. Toch hebben wij middelen nodig voor noodzakelijke uitgaven zoals abonnementen voor website en mailverkeer.

Uw steun is welkom op onze bankrekening BE44 3900 2047 5745. Ook kleine bedragen worden gewaardeerd. Vermeld het woord 'steun' als referentie.

Met hartelijke dank

Nieuwsbrief

Schrijf je in voor onze wekelijkse nieuwsbrief

Liberales TV

Contact

Claude Nijs
gsm: +32476 343098
claude@liberales.be