Daar staat mijn huis

boek vrijdag 17 februari 2012

Hans Keilson

Als een schrijver of denker het geluk en de genen mee heeft om oud genoeg te worden, betekent dat soms dat hij de postume erkenning voor zijn werk nog bij leven en welzijn meemaakt. Toen de Poolse filosoof Leszek Kolakowski op zijn tachtigste verjaardag in zijn geboorteland feestelijk onthaald werd als Polens grootste denker, merkte hij relativerend op dat die lofprijzing misschien meer met zijn leeftijd dan met zijn werk te maken had. Als jonge filosoof werd hij namelijk uit Polen verbannen om pas na vele omzwervingen een nieuw thuis in Oxford te vinden. Ook Doris Lessing was niet bijster onder de indruk wanneer ze op hoge leeftijd de Nobelprijs voor Literatuur in ontvangst mocht nemen. De laattijdige erkenning werd in dank aangenomen, maar met nuchterheid omarmt. Iets gelijkaardigs geldt ook voor Hans Keilson. Keilson stierf in 2010 op 101-jarige leeftijd. Pas in de laatste jaren van zijn leven kon hij genieten van de roem die zijn werk slechts langzaam vergaarde na een lovende bespreking in The New York Times.

De hand van de meester

Daar staat mijn huis is een korte bundeling herinneringen van Keilson aan het Duitsland dat hij door de opkomst van het nazisme in de jaren dertig moest ontvluchten. De herinneringen zijn zorgvuldig opgetekend, maar kortademig, in die zin dat het boek eigenlijk bestaat uit een aaneenschakeling van korte fragmenten. De samenhang wordt verzorgd door het feit dat het leven van Keilson gemarkeerd is door de grote gebeurtenissen van de 20ste eeuw, met als epicentrum de Tweede Wereldoorlog. Nu en dan volstaat dat evenwel niet om de herinneringen aan elkaar te rijgen en lijken zij soms heel vluchtig of bijzonder associatief opgetekend. Net waar je meer wilt te weten komen, snijdt Keilson een nieuwe herinnering aan, die minder relevant of interessant lijkt. Een voorbeeld daarvan is een ietwat vreemde passage waarin Keilson plots over zijn eerste seksueel getinte ervaring vertelt.

Het boek daardoor zeker geen meesterwerk. Toch is de hand van de meester duidelijk te herkennen. In slechts enkele woorden slaagt Keilson erin om de karakters in het boek – of beter gezegd, die uit zijn leven – treffend weer te geven: de moeder die eigenlijk de stille kracht van het gezin was, de vader die goedhartig, maar eerder terughoudend was, de parmantige juffrouw Wolf die de hoedenwinkel van Keilsons vader bestierde, enz. Het zijn allen sterke personages die in slechts enkele kenschetsen scherp voor de geest worden gehaald.

Het sluimerende kwaad Ook de beschrijvingen van Freienwalde – de plek aan de Oder waar Keilson zijn kindertijd doorbracht– zijn vaak erg fraai. Keilson weet de beelden van het plaatselijke kuuroord, de stadsmuzikanten, de afschuwelijke smaak van het heilzame bronwater van het kuuroord, de Joodse gasten en gemeenschap met een gerichte pen treffend weer te geven. De kracht van Keilsons herinneringen bestaat uiteraard niet uit louter die beelden en personages, maar wel uit de wijze waarop het opkomende nazisme zijn stempel op al die beelden, personages en herinneringen drukt. Dat maakt dat Keilsons getuigenis niet nostalgisch, maar wel indringend is.

Keilson beschrijft treffend hoe het sluimerende antisemitisme in de jaren twintig ontwaakte, niet altijd door grote woorden of geweld, maar wel door een moeilijk te beschrijven stemmingswisseling. Het was iets dat in de lucht hing, ‘iets in de sfeer’, zegt Keilson. Daarbij vertelt hij onder andere over zijn ervaringen op school. Hoe de kinderen van gematigde ouders plots een radicale antisemitische toon aanslaan, hoe een schijnbaar sympathieke steenhouwer plots ‘Duitsland ontwaak! Juda verrek!’ staat te roepen, of hoe de muziekleraar opeens de Joodse kinderen uit zijn klas wegstuurde. In dat laatste geval bemiddelde de directeur van Keilsons school en werden er nog excuses aangeboden, maar het gaf aan hoe de stemming wisselde en de donkere wolken zich opstapelden. “Hier begint in mijn herinnering de langzame verandering”, concludeert Keilson.

Barbarij en beschaving

Die conclusie van Keilson kan uit de historische context geëxtrapoleerd worden om een algemene filosofische vaststelling te schragen, met name dat het kwaad niet louter aangedreven wordt door fanatiekelingen, maar ook een sluimerende motor heeft onder de gewone man in de straat. Het klinkt misschien banaal, maar de betekenis ervan is niet te loochenen. Ten slotte is de vraag hoe de beschaving de bron kon zijn van zulk een barbarij een vraag die gesteld moet blijven, zelfs al kan er nooit een finaal antwoord gegeven worden.

Dat gegeven maakt ook Keilsons herinneringen aan een schijnbaar vervlogen tijd blijvend actueel. Zonder meteen moraliserend te zijn, moeten we ons toch ook afvragen waarvan de beschaving in de eenentwintigste eeuw de bron zal blijken en wat er vandaag de dag zoal niet ‘in de sfeer’ hangt en verandert. De menselijke geschiedenis is geen rechte lijn van primitivisme naar verhevenheid en vooruitgang. Net daardoor is de denktrant waarbij aangenomen wordt dat een kwaad zoals dat van nazi-Duitsland niet terugkomen kan – een kwaad dat voorgoed opgesloten zal blijven in de verleden tijd van onze geschiedenisboeken – te simplistisch. Misschien is dat wel de onderliggende, zelfs onuitgesproken, betekenis van Keilsons herinneringen; een betekenis die niet ligt in het verleden, maar in wat wij er vandaag de dag mee aanvangen.


Recensie door Alicja Gescinska

Hans Keilson, Daar staat mijn huis, Vertaling Piet De Moor, Van Gennep, 2011, 103 blz.

Links
mailto:gescinska@gmail.com
Share |

STEUN LIBERALES

Liberales werkt met onbezoldigde vrijwilligers en beperkt haar kosten tot een minimum. Toch hebben wij middelen nodig voor noodzakelijke uitgaven zoals abonnementen voor website en mailverkeer.

Uw steun is welkom op onze bankrekening BE44 3900 2047 5745. Ook kleine bedragen worden gewaardeerd. Vermeld het woord 'steun' als referentie.

Met hartelijke dank

Nieuwsbrief

Schrijf je in voor onze wekelijkse nieuwsbrief

Liberales TV

Contact

Claude Nijs
gsm: +32476 343098
claude@liberales.be