Hamburgers in het paradijs

boek

Louise Fresco

Onlangs at ik een hamburger in het paradijs. We waren in Boston in de trendy boekwinkel annex café Trident. Ik at een hamburger met augurk, tomaat, ui en friet. Het was een veganistische zwarte bonen burger, op een bruin broodje, met verse lokaal geproduceerde uien, tomaten en een groot stuk augurk. De frieten waren home made van biologische aardappelen. Is dit een vorm van verderfelijk fastfood: slecht voor mij, voor dieren, voor het milieu? De hamburger is onderwerp van het boek van Louise Fresco met als titel Hamburgers in het paradijs. Voedsel in tijden van schaarste en overvloed. Die titel vraagt enige uitleg. Die geeft Fresco: ‘De grootste betekenis van de hamburger ligt echter in het feit dat de hamburger (en vergelijkbaar fastfood) de historische verschuiving markeert naar een ongekende consumptie van goedkope dierlijke eiwitten.’

In een vuistdikke fraai uitgegeven boek behandelt landbouw- en voedingsdeskundige, universiteitshoogleraar aan de UvA Louise Fresco een van de fundamentele vragen van de mensheid: hoe komen wij aan ons voedsel? Het is de vraag wat voor soort boek Fresco heeft geschreven: is het een cultuurgeschiedenis van voeding, of is het een aanbeveling hoe de mensheid zich het best kan voeden? Fresco zet uiteen hoe sinds de industriële revolutie van de tweede helft van de 19de eeuw er een trendbreuk in de geschiedenis van de mensheid is: door het beschikbaar komen van energie uit fossiele brandstoffen komt er een enorme toename aan voedselproductie wat leidt tot een enorme toename van de wereldbevolking. De prognose is dat de wereldbevolking voorlopig nog exponentieel zal blijven groeien, tot zeker 9 miljard mensen in 2050. Tot nu toe lukt het om een groeiende wereldbevolking van voedsel te voorzien, er sterven weliswaar mensen van de honger, maar de facto neemt de wereldbevolking toe. De vraag is tot welk niveau kan de opbrengst uit de landbouw worden vergroot en kan dat op zo’n manier dat die landbouw ook duurzaam is?

Een tweede belangrijke vraag die Fresco zich stelt is het probleem van de voedselovervloed waar westerse samenlevingen in toenemend tempo na WO2 mee te maken krijgen. De hoeveelheid beschikbare calorieën in het aanbod van voedsel neemt toe met als gevolg dat mensen teveel calorieën innemen en daardoor te dik worden. De geïndustrialiseerde landen kampen in toenemende mate met welvaartsziekten als obesitas en diabetes. Voedsel heeft twee belangrijke dimensies: productie en consumptie. Met als derde belangrijke moderne toevoeging: marketing. De Gouden M van Macdonalds is dankzij wereldwijde marketing zo alom bekend dat zelfs meer kinderen weten dat de M voor Macdonalds staat dan dat een kruis het symbool van het christendom is.

Fresco’s boek gaat ‘over het beheer van de aarde in een tijd van ongekende groei en mondialisering’ (aldus de kafttekst). Het boek is zowel een cultuurgeschiedenis van voedsel in de westerse wereld, als ook een normatieve cultuurbeschouwing over wat een ideale vorm van voedselproductie en –consumptie zou zijn. Het meest opvallende in haar boek is haar vileine toon jegens dier- en milieuactivisten, die zij telkens betiteld als ‘schaduwdenkers’. Fresco is een aanhanger van het geloof in de vooruitgang, met name voortgestuwd door de kapitalistische economie en technologische innovaties. Fresco toont een uitgesproken naïef geloof in technologische voortuitgang. Het is het soort ideeën dat kenmerkend is voor de landbouwuniversiteit Wageningen. Daar heeft zich een wonderlijke transitie voorgedaan. Uit het niets hebben zij zich het voor duurzaam toegeëigend en noemen zij zich duurzame universiteit. Centraal in het onderzoek stond echter jarenlang intensivering van landbouw en veeteelt waarbij duurzaamheid niet altijd hoog in het vaandel stond. Er was en is in Wageningen een kleine minderheid die zich substantieel met duurzaamheid bezighoudt.

Het is interessant te kijken welke grondhouding Fresco heeft ten aanzien van natuur en dieren. Filosoof Wim Zweers plaatst de houdingen die mensen kunnen hebben op een schaal. Die schaal heeft zes posities: (1) despoot, (2) verlicht despoot, (3) rentmeester, (4) partner, (5) participant, (6) unio mystica. De despoot ontkent dat er problemen met het milieu zijn en ziet de natuur als puur instrumenteel voor het korte termijn eigenbelang. De positie van Fresco lijkt op die van de zogenaamde verlicht despoot. Ook zij ziet de natuur primair als instrumenteel voor de mens. Wel ziet zij dat er milieuproblemen zijn, maar die kunnen volgens haar allemaal door technologie worden opgelost. Van enige terughoudendheid tegenover de natuur is totaal geen sprake. Natuur en dieren worden als instrumenteel voor de mens beschouwd. In het slothoofdstuk schrijft Fresco: ‘Het gebrek aan vertrouwen van een groeiend deel van de westerse bevolking in het menselijk leervermogen en de veerkracht van de aarde is misschien wel de grootste barrière voor de toekomst.’

Aangezien ik dat (blinde) vertrouwen in het menselijk leervermogen niet heb, noch ik de veerkracht van de aarde oneindig groot acht, ben ik daarmee, volgens Fresco, ‘misschien wel de grootste barrière voor de toekomst.’ Oftewel milieuactivisten die pleiten voor een drastische verandering in economie, productie (organisch) en consumptie (consuminderen, veganist) zijn een grotere barrière voor de toekomst dan Shell, Monsanto, BP, en al die andere multinationals die streven naar continue economische groei en die grondstoffen uitputten en vervuilen. Zegt ze dan nou echt? Een voorbeeld van haar (verlicht) despotische houding is haar reactie op het probleem van de massale bijensterfte. Op mondiaal niveau is er sprake van een enorme terugval van de bijenpopulatie. Onderzoek wijst erop dat dit te maken heeft met bestrijdingsmiddelen in de landbouw. Bijen zijn nodig voor de bestuiving van tal van gewassen inclusief fruit. Maar volgens Fresco is een wereld zonder bijen en zonder fruit geen ramp: de mens overleeft dat wel. En de technologie vindt er wel een antwoord op! Fresco schrijft: ‘Maar fruit, hoe nuttig en lekker ook, is niet het meest doorslaggevende om de wereld te voeden.’

Fresco worstelt met vegetarisme. Zij is er niet van overtuigd dat het onnodige dierenleed en doden van dieren moreel bezwaarlijk is, zoals filosofen als Regan, Singer, Francione en vele anderen betogen. Toch heeft zij wel enig oog voor de enorme negatieve milieu impact van de intensieve veehouderij. Als oplossing komt zij echter met het idee van verdere intensivering… ‘Misschien wel de belangrijkste vraag over voedsel, schaarste en overvloed is de kwestie van vlees, zuivel en vis, of algemener: dierlijke eiwitten, en de duurzaamheid en de ethische rechtvaardiging van dergelijke producten.’ Zo begint zij haar hoofdstuk, en dit onderschrijf ik van harte. Het hoofdstuk is echter getiteld: ‘Vlees: noodzaak en luxe’. Louise Fresco is zelf (een beetje) vegetariër, vanwege de negatieve milieu impact van de vleesproductie, schrijft ze. Maar ze schrijft er ook gelijk bij: ‘Maar bij vegetariërs die vlees eten als zonde beschouwen, wil ik ook niet horen, net zomin als bij de chique Hollywood-sterren en andere sterretjes die koketteren met hun nieuwe vegetarische sensibiliteit.’

Om bij dat laatste punt te beginnen: ik denk dat het belangrijk is dat sterren en sterretjes vegetariër zijn en dat uiten, want zij zijn immers belangrijke rolmodellen. Louise Fresco staat hoog op de academische apenrots en het zou haar sieren als ze een moreel standpunt in zou nemen. Ik ben van mening dat in onze moderne westerse samenleving de consumptie van dierlijke producten onnodig is om een gezond leven te leiden en dat het gebruik van dergelijke producten immoreel is. ‘Sommige van mijn beste vrienden en vriendinnen zijn enthousiaste vleesbereiders en -eters en hebben het toch goed met de wereld voor.’ Dit is een voorbeeld van morele dissonantie. Deze vrienden en vriendinnen zullen het vast goed met de wereld voor hebben, maar met de consumptie van dierlijke producten dragen zij direct bij aan dierenleed en een negatieve milieu impact. Die vrienden en vriendinnen hebben een joekel van een blinde vlek. ‘En wat moet ik met mijn huisarts, die af en toe bromt dat het verstandig is een biefstuk te eten?’ Het lijkt mij dat Fresco beter een andere huisarts kan nemen. ‘Een uitzondering maak ik voor varkensvlees [Fresco is blijkbaar toch niet helemaal een vegetariër, meer een flexitarier]. Dat eet ik uit principe niet, niet zozeer uit verzet tegen de bio-industrie – want die kwestie ligt voor varkens principieel niet anders dan voor kippen – maar vanwege de symbolische waarde van varkensvlees in de joods-islamitische traditie en de manier waarop juist varkensvlees een instrument van discriminatie en onderdrukking is geweest.’

Dus, als ik het goed begrijp, doet voor Fresco het morele argument van het leed van varkens in de bio-industrie er niet toe, maar wel dat joden en moslims onderdrukt worden omdat zij geen varkens vlees eten? Over welke onderdrukking van moslims zij het heeft is overigens niet duidelijk. Het taboe op varkensvlees bij deze twee (elkaar vijandige) religies is een irrationeel en zelfgekozen taboe wat een van de kenmerken is waarmee zij zich van andere groepen onderscheiden. Ook zegt ze dat ze vlees eet in ‘sociaal onvermijdbare situaties’. Ook dat vind ik onbegrijpelijk. Als je meent dat het niet nodig is om dieren te gebruiken om gezond te kunnen leven, dan is het toch raar dat de wens om de gastvrijheidsgevoelens van de gastheer of gastvrouw hoger aan te slaan dan de ethische principes? ‘Yoghurt eet ik dagelijks, waarmee ik de melkveehouderij in stand houd.’ Dat is dan ook de reden waarom veganisme, dat niet afhankelijk is van de uitbuiting van dieren ethisch superieur is.

Fresco schrijft: ‘Het weigeren van vlees is soms zo demonstratief.’ Dat zal vast, maar wat is er erg aan als mensen door mijn morele dieet op de immoraliteit van hun eigen dieet gedrukt worden? Al begrijp ik dat dat niet prettig is. ‘Bij elke hap ben ik me bewust van de ontoereikendheid en inconsequentie van mijn keuzes.’ Toch zijn zowel de ontoereikendheid en inconsequenties in een keer op te lossen door over te gaan op een veganistisch dieet. Dat is echter een stap te ver voor Fresco, en ik begrijp niet waarom. Toch schrijft ze: ‘De fundamentele vraag is: mogen we eigenlijk nog wel vlees eten?’ Maar ze durft daar niet het logische antwoord ‘nee’ op te geven. ‘Sinds 1950 is de wereldveestapel vervijfvoudigd.’

Fresco heeft een grote hoeveelheid kennis, maar ze slaagt er zelden in om die kennis op een logische en coherente manier samen te brengen, zoals blijke uit de volgende passage: ‘De consumptie van vlees en vis volledig uitbannen is onmogelijk en demoniseren onwenselijk’. Een dergelijke demonisering doet geen recht aan de rol die vlees eten al sinds duizenden jaren heeft gespeeld en nog steeds speelt voor kinderen en degenen die extra voedingsstoffen nodig hebben. Het demoniseren van vlees consumptie vanuit een dimensie, bijvoorbeeld vanuit gedachten aan het milieu, volksgezondheid of dierenwelzijn, gaat voorbij aan de voorkeur voor vlees in bijna alle culturen. Vlees is datgene wat je gasten voorzet en wat op hoogtijdagen een belangrijke rol speelt. Een verbod op vlees zou bovendien kunnen leiden tot een zwarte markt met mogelijk verschrikkelijke uitwassen in arbeidsomstandigheden en dierenwelzijn.’ Het is inderdaad politiek en sociaal gezien niet realistisch om vlees en vis volledig te verbieden, maar het is niet onmogelijk.

Dat vlees eten in veel culturen voorkomt of dat het al heel lang het geval is een drogreden, immers: de onderdrukking van vrouwen en homo’s komt ook in bijna alle culturen voor. En heel lang dachten mensen dat de aarde plat was. Er is geen voldoende bewijs dat dierlijke producten noodzakelijk zijn voor een groei, ontwikkeling en gezondheid. Ter illustratie: ik heb twee zoons (van 9 & 10 jaar die vegetarisch eten en met zeer weinig (biologische) zuivel opgroeien, en ze doen het op alle vlakken uitstekend. Daarbij zijn ze onvermoeibaar. Vlees speelt een rol in veel sociale aangelegenheden, betoogt Fresco. Dat is inderdaad het geval. Maar of iets het geval is, is nog geen morele rechtvaardigingsgrond. De drie argumenten die Fresco noemt: milieu, volksgezondheid (gevaar voor epidemieën) en dierenwelzijn zijn elk op zich goede redenen om veeteelt uit te bannen, en collectief geven zij dat zwaar gewicht en hoge prioriteit. Hoewel Fresco zelf de argumenten te berde brengt, kan zij zich er, intellectueel of emotioneel, niet toe zetten de logische conclusie van moreel veganisme en een veganistische en biologische landbouw te trekken.

Fresco maakt het soms wel heel bont met vreemde redeneringen: ‘De meeste mensen staan er trouwens niet bij stil dat een puur vegetarisch dieet [ik denk dat ze hier ‘veganistisch’ bedoeld. – FB] gebaseerd op granen, ook leidt tot de dood van talloze dieren die omkomen bij het ploegen, oogsten en bestrijding van plagen tijdens de opslag. Een vegetariër [alweer: ik denk dat ze ‘veganist’ bedoeld – FB] heeft ongewild bloed aan zijn handen van talloze muizen en vogels.’ Het gaat erom dat een veganist zoveel mogelijk leed aan dieren wil vermijden. Helaas zal het niet lukken om te leven zonder dieren te schaden, maar er zit wel een heel groot moreel relevant verschil tussen de veganist die poogt te leven zonder dieren te schaden, wetende dat het niet geheel mogelijk is, en de onverschillige consument waarbij dierenleed endemisch is bij iedere maaltijd. ‘De grootste betekenis van de hamburger ligt echter in het feit dat de hamburger (en vergelijkbaar fastfood) de historische verschuiving markeert naar een ongekende consumptie van goedkope dierlijke eiwitten.’

Een centrale stelling van Fresco is dat intensieve landbouw duurzamer is (of kan zijn), dan biologische landbouw. Fresco pleit voor verdere intensivering in plaats van extensivering. Haar argument is dat intensieve landbouw een hoger rendement heeft en er is dus minder landbouwgronden nodig zijn en er meer natuur overblijft. Fresco vermeldt daarbij niet dat intensieve landbouw een negatieve milieu impact heeft op omliggende gronden, zie haar houding tegenover de bijensterfte. Het is zeer de vraag of verdere intensivering op de lang termijn houdbaar is. Er zijn twee punten die Fresco niet ter discussie wil stellen: (1) de toenemende vraag naar dierlijke producten en (2) de toenemende populatieomvang. Deze twee uitgangspunten vormen het kader waarbinnen Fresco maneuvreert. En dan komt ze automatisch uit bij meer technologie, meer intensivering.

Haar positieve inschatting dat dat ook gaat lukken berust op naïef vooruitgangsgeloof en sciëntisme. Het is echter een experiment dat maar een keer gedaan kan worden. En er is een gerede kans dat het mis gaat. Dan hebben we het ecosysteem van de aarde zodanig beschadigd dat leven op aarde (voor de mens althans) heel moeilijk wordt. Dit geeft reden om het voorzorgsprincipe in acht te nemen. Ik denk dat het probleem vooral in de mens zit. In de menselijke behoefte aan meer: meer mensen, meer vlees, meer producten. De mens zal zichzelf in toom moeten houden. De westerse mens is het meest ongetemde en ongeremde beest. De kleine schare ecoveganisten geeft aan dat dat wel kan. Maar op steun van Fresco hoeven zij niet te rekenen.

Het boek is doordesemd met christelijk taalgebruik, zoals al uit de titel blijkt. Fresco gebruikt het Bijbelse verhaal van het paradijs als leidraad. Dus gaat het over Eva, de appel, zondeval en over spijswetten. Ik begrijp echter niet waarom dit als leidraad geldt. Als het inhoudelijk iets zou toevoegen, dan zou je kunnen zeggen dat Fresco pleit voor een veganistische nudistenkolonie. Maar dat is volgens mij niet wat ze bedoeld. ‘Schaduwdenkers’ zo noemt Fresco de mensen die negatief berichten over de invloed van de mens op de ecosystemen van de aarde: ‘die slechts de schaduwen zien van de menselijke aanwezigheid op aarde en geloven dat het van nu af alleen maar slechter kan worden. Het is een vernieuwde vorm van magisch denken.’ Vallen daar dan ook de opstellers van de IPCC rapporten onder die steeds apocalyptischer berichten over de door mensen veroorzaakte opwarming van de aarde en wat daar de negatieve consequenties van zijn? ‘Er is geen reden tot breed alarmisme of apocalyptische taferelen. Pessimisme wordt anders een self-fulling prophecy die leidt tot apathie, defaitisme en conservatisme.’ ‘De voedselcrisis is niet een crisis van absolute en toenemende schaarste, noch van absoluut gebrek aan land, maar wel van lage opbrengsten en inefficiënte landbouw die veel ruimte in beslag neemt en slordig omgaat met chemische middelen, biodiversiteit, landschap en bodemvruchtgebruik.’

In een interview in Down to Earth (magazine van Milieudefensie) over het onderhavige boek, zegt Fresco over de ontwikkeling van de landbouw in Brazilië het volgende: ‘Maar Brazilië heeft geïnvesteerd in de exportlandbouw en dat is juist de motor van de economie geworden. Dat heeft de koopkracht voor het land als geheel ontzettend verbeterd, doordat de werkgelegenheid is ontstaan in bijvoorbeeld de landbouw verwerkende industrie en supermarkten.’ (december, 2012). Waar Fresco aan voorbij gaat is dat die groei van de economie en groei van de landbouw desastreuze gevolgen heeft voor het Amazone regenwoud en daardoor aan een neergang in de biodiversiteit. Fresco stelt zich de metavraag niet of economische groei en consumentisme (boven een bepaald minimum) wel wenselijk is. Economische groei, koopkracht en consumentisme zijn deel van het probleem, niet deel van de oplossing.

Fresco lijkt te denken dat alle problemen zijn opgelost als iedereen genoeg te eten heeft en een zekere welvaart heeft. Maar dat daarvoor de aarde verwoest wordt en dat dit niet op lange termijn kan voortbestaan, daarvoor heeft zij totaal geen oog. Wanneer in hetzelfde interview gewezen wordt op het feit dat de hele intensieve veehouderij draait op eindige fossiele brandstoffen, wijst zij erop dat er nog steeds nieuwe voorraden gevonden worden. Het is blind cornucopianisme a la Julian Simons. Dat het gebruik van fossiele brandstoffen zelf ook weer bijdraagt aan klimaatverandering is voor Fresco helemaal een stap te ver. Ook in het interview deelt zij een sneer uit aan doemdenkers: ‘Mensen binnen de milieubeweging hebben nogal eens last van doemdenken. Dat is ook wel fijn, want dan hoef je je verder niet in te spannen. Er zijn zoveel ontwikkelingen de goede kant op. Het is jammer als je die niet ziet.’

Aan het slot van haar boek (niet op FSC papier gedrukt overigens), concludeert zij: ‘Er is geen fundamentele technologische reden om te twijfelen aan het feit dat voldoende en adequaat voedsel voor iedereen bereikbaar is.’ Populatiegroei ziet Fresco dan ook als geen enkel probleem; de technologie lost het allemaal wel op. Over de duurzaamheid van een nog grotere en omvangrijker intensieve landbouw is zij ook positief, immers: de techniek lost het allemaal wel op. Het prachtig uitgegeven, mooi geïllustreerde, met veel interessante verhalen gelardeerde boek van Louise Fresco is een pleidooi voor wereldwijde martelindustrie van dieren en verdere intensivering van de landbouw. Deze twee ideeën zijn beiden ecologisch desastreus. Het is een hart onder de riem van de agro business met hun chemische en genetische monoculturen. Door haar hoge posities in de academische wereld en het bedrijfsleven, doet zij veel schade aan het imago van de milieu- en dieractivisten en draagt zij met haar boek bij aan het verergeren van het probleem. Het is een van die boeken die beter niet geschreven hadden kunnen worden.


Recensie door Floris van den Berg

Dr. Floris van den Berg doceert milieufilosofie aan de Universiteit Utrecht. Hij streeft ernaar veganistisch te leven. Zijn boek ‘Philosophy for a Better World’ verschijnt in 2013.

Fresco, Louise O., Hamburgers in het paradijs. Voedsel in tijden van schaarste en overvloed, Uitgeverij Bert Bakker, Amsterdam, 2012

Links
mailto:F.vandenberg@geo.uu.nl
Share |

De Arabische Revolutie:

tussen droom en werkelijkheid

Op woensdag 5 april 20.00 uur

Afspraak in De Markten (Oude graanmarkt 5, 1000 Brussel) voor een avond met Koert Debeuf,

schrijver, columnist, directeur van het Tahrir Institute for Middle East Policy Europe en onderzoeker aan de Universiteit van Oxford.

Zijn recentste boek is "Inside the Arab Revolution. Three Years on the Front Line of the Arab Spring".

Koert zal gebaseerd op zijn persoonlijke ervaringen de Arabische Revolutie trachten te kaderen door parallellen te trekken met de Franse Revolutie en door een aantal inzichten te bieden in het Midden Oosten.

Uw aanmeldingsmail aan info@liberales.be geldt als inschrijving.

STEUN LIBERALES

Liberales werkt met onbezoldigde vrijwilligers en beperkt haar kosten tot een minimum. Toch hebben wij middelen nodig voor noodzakelijke uitgaven zoals abonnementen voor website en mailverkeer.

Uw steun is welkom op onze bankrekening BE44 3900 2047 5745. Ook kleine bedragen worden gewaardeerd. Vermeld het woord 'steun' als referentie.

Met hartelijke dank

Nieuwsbrief

Schrijf je in voor onze wekelijkse nieuwsbrief

Liberales TV

Contact

Claude Nijs
gsm: +32476 343098
claude@liberales.be