Hamas. Portret en achtergronden

boek vrijdag 30 maart 2007

Wim Kortenoeven

De Protocollen van de Wijzen van Zion (1) als handvest van haat en terreur.

Geheel in het spoor van zijn vorig werk, De Kern van de zaak. Feiten en Achtergronden van het Arabisch-Israelisch Conflict (2) zet Wim Kortenoeven zijn opdracht verder met name het verstrekken van feitelijke en onafhankelijke informatie over Israël en het bestrijden van het antisemitisme. Maar deze keer is de taal nog verzorgder, zijn de onthullingen nog meer verbijsterend, en is er een heel handige index aan toegevoegd. Wie nog meer wil weten over Hamas, het Arabisch-Israëlisch conflict en terreurorganisaties kan bovendien beroep doen op de uiterst verzorgde bibliografie. Dit in context geplaatste portret beslaat de periode van negentien jaar tussen december 1987, toen Hamas (3) officieel werd opgericht, en december 2006, de maand waarin Mahmoud Abbas vervroegde verkiezingen aankondigde. Het is onmogelijk de filosofie en het handelen van Hamas te begrijpen buiten het bestek van de gecompliceerde achtergronden van het Arabisch-Israëlisch conflict en los van de joodse en de islamitische opvattingen over politiek en staat,en die over internationale respectievelijk intermenselijke verhoudingen. In de inleidende hoofdstukken van het boek is daarom uitgebreid aandacht aan die achtergronden en opvattingen besteed. Het werk is merkwaardig genoeg geschreven 'rond' het Hamas-handvest, dat in 1988 in het Arabisch werd gepubliceerd en waarin de doelstellingen, tactieken en strategieën van Hamas en in een breder kader die van de Moslim Broederschap gedetailleerd zijn vastgelegd. Het Arabisch, zo stelt de auteur terecht, is een bloemrijke en gecompliceerde taal, waarmee semantische capriolen kunnen worden uitgehaald die een (door sommigen juist gewenste) ‘vervuilende’ neerslag kunnen hebben bij het maken van vertalingen. In zijn boek heeft Kortenoeven daarom een geheel herziene en geannoteerde vertaling opgenomen. Daarbij werd gebruik gemaakt van niet minder dan vier Engelstalige interpretaties van het Arabische basisdocument. Dit illustreert de grote zorg die de auteur aan zijn bronnen besteedt.Zo worden ook dikwijls de opeenvolgende artikels van het Hamas Charter vergezeld van Koranteksten. Ook voor deze citaten werd beroep gedaan op de beste Arabisten die ons taalgebied rijk is.

Door deze werkmethode wordt het voor politici, politicologen en historici onmogelijk te ontkennen dat Hamas een gewelddadige en terroristische organisatie is. Hun feitelijk gedrag wordt immers woordelijk aangekondigd in hun Charter, net zoals het nazigedrag woordelijk stond geschreven in Mein Kampf, zovele jaren geleden. Zowel vroeger als nu probeert men door allerlei verdwijntrucs de betekenis van deze teksten te verbloemen, te ondermijnen en te ontkennen om het monsterachtige opzet ervan te kunnen omzeilen. In de val waarin destijd Neville Chamberlain is getrapt, trapt nu vooral de Franse President Chirac. En dit is jammer, doodjammer om een duidelijke éénvormige Europese politiek tegenover het Palestijns terrorisme te kunnen formuleren.

Dat Hamas zichzelf als ‘Islamitische Verzetsbeweging’ typeert is bedrieglijk. Hamas wenst immers geen Arabisch-Isralische staat. In breder verband en op langere termijn is de Hamas-agenda nog angstaanjagender: bijdragen aan de vestiging van een islamitisch wereldrijk, waarbij massamoord op de Joden als onvermijdelijke apotheose wordt afgeschilderd. Dit alles staat in de artikelen 5 en 7 van het Hamas-handvest. De doelstellingen, doctrines, argumentaties en methoden van Hamas werden, in de vorm van een handvest, in januari 1988 in de Gazastrook gepubliceerd. In dat met antiwesterse en antisemitische verhandelingen en Koranteksten doorspekte document wordt een vreedzame regeling van het Palestijns-Israëlisch conflict van de hand gewezen en worden alle moslims wereldwijd opgeroepen tot het voeren van de heilige oorlog tegen de Joodse staat. Hamas werd weliswaar pas in 1987 formeel opgericht, maar is een functionele afgeleide van de al sinds 1945 bestaande Palestijnse afdeling van de oorspronkelijk Egyptische Moslim Broederschap.

De ‘moederorganisatie’ van de Moslim Broederschap werd in 1928 in het Egyptische Imailiya gesticht door de fundamentalistische onderwijzer Hassan al-Banna en heeft zich vanaf 1936 met verklaringen gekeerd tegen Joodse vestiging in het toenmalige Palestina. Palestijns-Arabische aanhangers van de Broederschap participeerden in 1936 in de tegen de Joden en Britten gevoerde terreurcampagne. Deze informatie is van groot belang voor een goed begrip van de doelstellingen van Hamas, die zich, zoals hiervoor betoogd, niet keert tegen de al dan niet rechtmatige Israëlische controle van bepaalde in 1967 veroverde gebieden tussen de Middellandse Zee en de Jordaan, maar tegen het bestaan van de in 1948 gestichte Staat Israel als zodanig. Dat het conflict met Israël volgens Hamas een panislamitisch karakter heeft, werd op 11 november 2002 ten overvloede bekrachtigd door de Minister van Buitenlandse Zaken van de Palestijnse Autoriteit, Mahmoud Zahar: “Wij erkennen geen staat die Israël heet en wij zullen dat [ ook] niet gaan doen. Israël heeft geen recht op ook maar een vierkante centimeter Palestijns grondgebied [...]. Dit is een heilig land. Het is niet het eigendom van de Palestijnen of de Arabieren. Dit land is het eigendom van alle moslims in alle delen van de wereld.

Het moorddadige karakter van de ‘Islamitische Verzetsorganisatie’ ten opzichte van (Israëlische) Joden werd door de jaren heen fysiek onderstreept in de vorm van een lange reeks terreuraanslagen, waaronder raketbeschietingen van woonwijken en zogenoemde zelfmoordaanslagen op bussen, restaurants en andere burgerdoelen in Israël. De ‘promotie’ van terrorisme en de werving van nieuwe zelfmoordterroristen voltrok zich in alle openbaarheid en onder de verantwoordelijkheid van de tot eind 2004 nog door Jasser Arafat voorgezeten Palestijnse Autoriteit. In navolging van Al-Quaeda probeerde de Hamas-organisatie ‘mega-aanslagen’ te plegen met het doel duizenden Joden tegelijk te doden, zoals op 23 mei 2002 in de vorm van het opblazen van het iets ten noorden van Tel-Aviv gelegen petrochemische complex Pi Glilot. Een onder een net afgevulde tankwagen bevestigde bom ontplofte toen de wagen binnen het complex was, maar de door de terroristen geplande kettingreactie bleef uit. Als de aanslag gelukt was, had die volgens deskundigen mogelijk aan tussen de twintig- en veertigduizend mensen het leven gekost. Complete terreuroffensieven met zware bommen op burgerdoelen vonden plaats in april 1994, februari en maart 1996, maart en april 1997, juli en augustus 2001 en maart 2002. Voordien, tussentijds en daarna werden door terroristen van Hamas en andere organisaties een voortdurend spervuur van kleine aanslagen gepleegd. De bloedigste aanslag vond plaats op 27 maart in het Park Hotel in Netanya: 29 doden en 140 gewonden. Dat het aantal terreurslachtoffers uiteindelijk terugliep kan worden verklaard door de bouw van de omstreden veiligheidsbarrière, het door de Israëlische strijdkrachten op de West Bank opzetten van grote aantallen Checkpoints en het met gerichte militaire acties voortdurend ontregelen van terroristisch operaties. Volgens Matthew Levitt is Hamas ‘geen splintergroepering,maar de Palestijnse afdeling van de Moslim Broederschap,maar[dan] met een expliciet gewelddadige agenda.’ Aard en doelstellingen van de Broederschap worden treffend samengevat in de waarschuwing van de hervormingsgezinde auteur Tarek Heggy in het Egyptisch weekblad Roz-al-Yousef van 13 mei 2005: ‘De Broederschap is een transnationale beweging die in 1928 werd opgericht in Egypte en die van plan is de islamitische wereld over te nemen. Het doel is de vestiging van een kalifaat (vet YVS), een religieuze militaristische staat, als basis voor het voeren van oorlog tegen het ‘ongelovige’ Westen [...]. In de afgelopen 57 jaar heeft de Broederschap zich gekeerd tegen alle pogingen om te komen tot een vreedzame oplossing van het Arabisch-Israëlische conflict. De organisatie zal de legitimiteit van Israël nimmer erkennen.Het credo van de Moslim Broederschap luidt: ‘Allah is ons doel; de Koran is onze grondwet; de Profeet is onze leider; strijden is onze handelswijze; en sterven op de weg van Allah is ons hoogste streven.’ Het credo werd door Hamas overgenomen in de preambule van het Handvest. Desondanks staan de organisatie en vertegenwoordigers ervan bij velen in het Westen bekend als ‘relatief gematigd’. Gezien de soennitisch-sji'itische tegenstellingen is het opmerkelijk dat er hechte ideologische en operationele banden zijn gesmeed tussen Hamas aan de ene kant en Hezbollah en Teheran aan de andere kant. Blijkbaar geldt hier het adagium ‘de vijand van mijn vijand is mijn vriend.’ Bovendien vonden Israëlische troepen in maart 2002 in Jenin bewijzen van een operationele driehoeksverhouding tussen Iran, Hamas en de Islamitsche Jihad. De banden van Hamas met Hezbollah (4) zijn voor een belangrijk deel te herleiden tot de verbanning naar Libanon,op 17 december 1992, van 415 Palestijnse moslimextremisten, het merendeel leiders en sympathisanten van Hamas en de Islamitishe Jihad. De verbanning had uiteindelijk een averechts effect. Hij faciliteerde namelijk een grootschalige ontmoeting tussen de kaders van Hamas, Islamitische Jihad en Hezbollah - een langdurig en intensief werkoverleg - dat de deelnemers zelf normaal gesproken nooit hadden kunnen organiseren.

De doelstellingen van Hezbollah lopen voor een belangrijk deel parallel met die van Hamas. Zo stellen zij ondermeer: ‘Wij beschouwen Israël als de voorhoede van de Verenigde Staten in onze islamitische wereld. Het is de gehate vijand,die door iedereen dient te worden bestreden,tot de gehaten krijgen wat zij verdienen.[... ...]Daarom zal onze strijd pas eindigen als deze entiteit vernietigd is. Wij erkennen geen verdragen met deze entiteit, geen staakt-het-vuren, en geen vredesovereenkomsten. De in de winter van 1992 begonnen samenwerking tussen Hamas en Hezbollah had letterlijk een explosief gevolg. De eerste zelfmoordaanslag van Hamas vond plaats op 16 april 1993 precies vijf maanden voordat Israël en de PLO de zogenoemde Oslo-overeenkomst sloten. Hamas heeft, vooral waar het gaat om het plegen van bomaanslagen een belangrijke inspirator en leermeester gehad in Hezbollah. Ondanks de doelstellingen en de aanslagen van Hezbollah,waaronder die van 23 oktober 1983 op Franse Vredestroepen in Libanon, werd de ‘Partij van Allah’ door de Europese Unie niet als terroristische organisatie bestempeld.

Het is, cynisch genoeg, Frankrijk dat zich tegen de maatregel heeft verzet. Parijs heeft historische betrekkingen met Libanon en zag zich steeds geroepen Hezbollah als een belangrijke locale politieke factor te behandelen. Slechts op 10 maart 2005 nam het Europese Parlement met grote meerderheid (473 voor, 8 tegen, 33 onthoudingen) een resolutie aan waarin de betrokkenheid van Hezbollah bij terroristische activiteiten als duidelijk bewezen werd onderkend.Ondanks de oproep tot de Europese Raad om ‘alle noodzakelijke maatregelen’ te treffen om die activiteiten te stoppen, bleef ook dit signaal zonder praktische gevolgen. Ten opzichte van Hamas heeft Europa lang een vergelijkbare koers gevoerd. Ondanks de openlijk ,in mondelinge en schriftelijke vorm, door Hamas verkondigde doelstellingen ten aanzien van Israël en het Joodse volk, en ondanks ruim een decennium gevuld met bloedige Hamas-aanslagen, heeft het tot 27 december 2001 geduurd voordat de Europese Unie Hamas als terroristische organisatie wilde aanmerken en als zodanig behandelen.

Kenmerkend voor de Europese tegenzin om daadkrachtig tegen Hamas op te treden was het feit dat de organisatie kunstmatig werd onderverdeeld in een ‘terroristische’ en een ‘politieke’ tak. Toen de EU Hamas in 2001 op haar ‘terreurlijst’ plaatste, gold dat dan ook uitsluitend voor de zogenoemde terroristische tak. De politieke tak werd ongemoeid gelaten en dat zou nog bijna twee jaar zo blijven, ook al was het voor iedere serieuze waarnemer glashelder dat er sprake was van een institutionele en functionele verwevenheid van de politieke, sociale, religieuze, educatieve, gewapende en administratieve takken van de organisatie.Die verwevenheid wordt duidelijk geformuleerd in het Handvest van Hamas. Pas op 13 december 2003, werd ook de ‘politieke tak’ van Hamas op de terroristenlijst bijgeplaatst, na een nieuwe golf van door Hamas gepleegde bomaanslagen en raketbeschietingen. De EU bleef tot op het laatste moment echter verdeeld over de maatregelen tegen Hamas, waarbij vooral Frankrijk de organisatie de hand boven het hoofd bleef houden. Volgens Parijs was Hamas ‘een partner in het vredesproces’ en zouden de voorgestelde maatregelen het onmogelijk maken met de organisatie te onderhandelen. Als 'vleugel' van de Moslimbroederschap heeft Hamas een langetermijndoelstelling die zich niet beperkt tot het gebied tussen de Jordaan en de Middellandse Zee.

Na 11 september werd ook in Nederland de discussie over het moslimfundamentalisme op de agenda geplaatst. Het was een grote Nederlandse dame van Somalische afkomst, mevrouw Ayaan Hirsi Ali, die de gangmaker werd van dit debat. Het werd keihard gevoerd en leidde tot de moord op cineast Theo Van Gogh, het monddood maken van islamcritici en het beperken van de vrijheid van politici en opiniemakers. Mevrouw Hirsi Ali werd het onmogelijk gemaakt verder in Nederland te blijven. Ze werd zelfs, op een bepaald ogenblik,de Nederlandse nationaliteit ontnomen. Na haar vertrek naar de Verenigde Staten bleven er maar weinig stemmen over die waarschuwden dat het probleem Israël ook het probleem van de westerse wereld en van de gematigde islamitische krachten is: dat Hamas en andere extremistische organisaties een wereldomspannende agenda hebben. Dat de Joodse Staat zich in de frontlinie bevindt van een oorlog die ook tegen het Westen wordt gevoerd. Dat het adagium van Martin Niemöller ook hier van toepassing is (5). Ze beginnen met de Joden,maar daar houdt het niet op. Uiteindelijk staan ze ook bij jou voor de deur.

Eén van de uitzonderingen in de Nederlandse academische wereld was Rico Sneller, docent Ethiek en Geschiedenis van Filosofie aan de Universiteit Leiden. Sneller schreef in 2002 in een artikel: ‘De staat Israël wordt bedreigd door ongrijpbare krachten die zijn bestaan in deze wereld niet erkennen en nooit zullen erkennen. Deze krachten infecteren een Palestijns volk, zonder dat het dit vermoedelijk ooit uit zichzelf zou hebben gewild. Extremistische islamitische groeperingen infiltreren onder het volk en zetten het aan tot een type strijd dat met conventionele middelen niet bestreden kan worden. Dit type strijd is gericht tegen Israël, maar ook, over de Israelische rug tegen Amerika (... ...), tegen democratie en emancipatie’. Wim Kortenoeven is te nederig. Hij vergeet zichzelf en Dr. Hans Jansen te vermelden (6). In België hebben we helaas niemand van dezelfde allure. Onze academici laten het op dit vlak totaal afweten of erger. Ik blijf nochtans, samen met Wim Kortenoeven in zijn epiloog, hopen dat, gezien de doelstellingen van de Moslim Broederschap in het algemeen en die van Hamas in het bijzonder, dat de Europese Unie, dat naast het conflictgebied gelegen is, niet de kapitale fout begaat om Hamas salonfähig te helpen maken of de beweging op directe of indirecte wijze zou legitimeren. Europa moet de drie eisen die het in maart 2006 aan het adres van de Palestijnse Hamas-regering heeft gesteld blijvend hard maken: het afzweren van geweld, erkenning van Israëls bestaansrecht en het onderschrijven en het naleven van alle door de PLO met Israël gesloten overeenkomsten.

Het boek van Wim Kortenoeven zal waarschijnlijk in sommige middens slecht onthaald worden. Maar op het ogenblik dat opnieuw een Nederlands politicus door de Islam aangemaand wordt zijn mond te houden (7) en dat mevrouw Condoleeza Rice nogmaals een wanhoopspoging onderneemt om een duurzame vrede te bereiken (8), valt zijn werk een oprechte, onberispelijke en verhelderende poging tot vrede te noemen. Wie door een nuchtere analyse de structuur van een terrorismenetwerk blootlegt, draagt op correcte wijze bij tot de opruiming van het zoveelste obstakel op die lange weg die vroeg of laat moet en zal leiden tot de oplossing van het Palestijns-Israëlisch conflict. Dit is dus een steengoede bijdrage tot vrede in het Midden-Oosten en in de wereld.


Recensie door Yves Van de Steen



Voetnoten



(1) De Protocollen van de Wijzen van Zion is een vervalst document waarin zgn. een joods complot om de wereld over te nemen wordt onthuld. De Protocollen waren gebaseerd op een satire over het Franse regime van Maurice Joly, die in 1864 in België werd gepubliceerd. Het document werd voor het eerst uitgegeven in Rusland. Uiteindelijk werden de Protocollen door de nazi's gebruikt als ‘bewijs’ van de slechtheid en hebzucht van de Joden. In de Protocollen staat dat de Joden wapens zullen gebruiken om de wereld in hun macht te krijgen. Er wordt in beweerd dat de Joden de Franse Revolutie hebben veroorzaakt, alsmede het liberalisme, het socialisme, het communisme en de anarchie teneinde de Europese maatschappij te ontwrichten. De Joden zouden ook de prijs van het goud controleren en de macht hebben economische crises op te wekken, de media te regeren, religieuze strijd en stammentwisten te creëren en steden te verwoesten. Als ze eenmaal de wereldmacht hadden, zouden ze totale gehoorzaamheid eisen aan een joodse Koning. Tenslotte zouden de vrijmetselaars bij deze samenzweringen fungeren als hun medewerkers. De vervalste aanspraken en beweringen waren niet nieuw. Halverwege de achttiende eeuw werden soortgelijke verhalen in de Duitse media gepubliceerd. Dergelijke ideeën werden ook aan het eind van de negentiende eeuw in Rusland gepubliceerd. Pjotr Ivanowitz Rachkovski,hoofd van de Afdeling Buitenland van de Russische geheime politie in Parijs (de OKHRANA) was waarschijnlijk verantwoordelijk voor het vervalsen van de Protocollen tijdens de Dreyfus Affaire in 1894. Dit schotschrift is al vele decennia een bestseller in de Arabische Wereld. Waren er vroeger sporen te vinden in Mein Kampf dan zijn er nu vergelijkbare sporen zichtbaar in het Handvest van Hamas.



(2) Wim Kortenoeven, De Kern van de zaak.Feiten en Achtergronden van het Arabisch- Israëlisch Conflict, Soesterberg.Uitgeverij Aspect, 2005, 495 blz.



(3) Hamas staat voor Harekat Al-Moekawama Al-Islamiy (‘de Islamitische Verzetsbeweging’). In het Arabisch betekent Hamas onder andere ‘kracht’ en ‘dapperheid’. In het Hebreeuws wordt het woord anders gespeld en betekent het ‘geweld’.



(4) Hezbollah is een samenvoeging van ‘Hizb Allah’ letterlijk ‘Partij van Allah’. De naam is ontleend aan de Koransoera 5:56: ‘de partij van Allah, dat zijn de overwinnenden’. Wie niet tot de partij van Hezbollah behoort, behoort volgens Korancommentator Galalayn tot de partij van de Satan.



(5) Niemöller Martin, (1892-1984) was een Duitse protestantse predikant die aan het hoofd stond van de antinazigezinde Bekennende Kirche tijdens het nazi-regime. Niemöller zat zeven jaar vast in de concentratiekampen Sachsenhausen en Dachau, waar hij vaak eenzame opsluiting kreeg. Hij werd wereldvermaard door zijn adagium dat luidde als volgt: ‘Eerst kwamen ze voor de Joden. En ik zweeg. Want ik was geen Jood. Dan kwamen ze voor de Communisten. En ik zweeg. Want ik was geen communist. Dan kwamen ze voor de vakbondslui. En ik zweeg. Want ik was geen lid van de vakbond. Toen kwamen ze voor mij. En er was niemand meer over die het voor mij opnam..."



(6) Wim Kortenoeven, op cit. in noot (2). Dr Hans Jansen, Van jodenhaat naar zefmoordterrorisme.Islamisering van het Europees antisemitisme in het Midden-Oosten, Heerenveen, Uitgeverij Groen, 2006, 1034 blz.



(7) Op 19 februari 2007 eist de Saoedische ambassade in Nederland van fractieleider Geert Wilders van de Partij voor Vrijheid dat hij zijn uitspraken met betrekking tot de Koran zou intrekken. In een persinterview zei de politicus ondermeer dat er ‘verschrikkelijke dingen’ in de Koran staan. Het Saoedisch Bewind eist bovendien dat hij zijn excuses aanbiedt aan de moslims. (De Europese Unie heeft veel meer reden om excuses te eisen van de Saoedische overheid om de haat en de oproep tot genocide die in de Saudische schoolboeken zijn opgenomen -YVS).



(8) ‘Un arbitre américain entre le Premier ministre et le "raïs" Rice peut-elle forcer Olmert et Abbas à s'entendre?’,Le Soir, 19 février 2007, p.2.

Wim Kortenoeven, Hamas. Portret en achtergronden, Aspekt, 2007

Links
mailto:yves.vandesteen@skynet.be
Share |

De Arabische Revolutie:

tussen droom en werkelijkheid

Op woensdag 5 april 20.00 uur

Afspraak in De Markten (Oude graanmarkt 5, 1000 Brussel) voor een avond met Koert Debeuf,

schrijver, columnist, directeur van het Tahrir Institute for Middle East Policy Europe en onderzoeker aan de Universiteit van Oxford.

Zijn recentste boek is "Inside the Arab Revolution. Three Years on the Front Line of the Arab Spring".

Koert zal gebaseerd op zijn persoonlijke ervaringen de Arabische Revolutie trachten te kaderen door parallellen te trekken met de Franse Revolutie en door een aantal inzichten te bieden in het Midden Oosten.

Uw aanmeldingsmail aan info@liberales.be geldt als inschrijving.

STEUN LIBERALES

Liberales werkt met onbezoldigde vrijwilligers en beperkt haar kosten tot een minimum. Toch hebben wij middelen nodig voor noodzakelijke uitgaven zoals abonnementen voor website en mailverkeer.

Uw steun is welkom op onze bankrekening BE44 3900 2047 5745. Ook kleine bedragen worden gewaardeerd. Vermeld het woord 'steun' als referentie.

Met hartelijke dank

Nieuwsbrief

Schrijf je in voor onze wekelijkse nieuwsbrief

Liberales TV

Contact

Claude Nijs
gsm: +32476 343098
claude@liberales.be