Kanttekeningen bij Hitler

boek vrijdag 10 januari 2003

Sebastian Haffner

Over geen enkele andere persoon zijn zoveel boeken verschenen als over Adolf Hitler. Vorig jaar las ik nog de uitstekende biografie van Ian Kershaw, een tweedelig werk van meer dan duizend bladzijden. En toch bleef de indruk dat je daarmee de figuur Hitler nog niet kende. Daarvoor werd hij mijn inziens nog teveel beschouwd als de mislukte kunstenaar, de geniale orator, de handige politicus of zelfs als een (zij het mislukte) staatsman. Steeds opnieuw kreeg je de indruk dat er nog een zekere fascinatie en zelfs bewondering bestond voor bepaalde facetten van zijn leven en zelfs van zijn beleid. In zijn boek Kanttekeningen bij Hitler dat verscheen in 1978 (maar pas dit jaar in het Nederlands vertaald werd) maakt de Duitse journalist en historicus Sebastian Haffner radikaal komaf met dergelijke bijgedachten. Hij laat zich niet afleiden door 'speciale gaven' of mogelijke 'afwijkingen' van Hitler, maar gaat naar de kern van de zaak. Om de analyse van Haffner te kunnen volgen en begrijpen is wel een grondige kennis van de politieke en economische situatie van de eerste helft van de vorige eeuw noodzakelijk. In die zin zie ik het boek van Haffner als een perfecte aansluiting op de biografie van Kershaw.

Na lezing van de Kanttekeningen zie je plots klaar en duidelijk dat Hitler geen 'oog van een adelaar had maar de neus van een gier'. Iemand die altijd 'omver gooide wat al viel en vermoordde wat al stervende was'. Zo kon hij de massa's voor zich winnen door zich de haat van de Duitsers voor het Verdrag van Versailles, dat hen werd opgedrongen door de overwinnaars van de Eerste Wereldoorlog, eigen te maken en te kanaliseren tot een politieke kracht. Zo kon hij de arbeiders en de middenklasse voor zich winnen door te teren op de wanhoop van velen ingevolge de ineenstortende economie eind jaren twintig. Zo kwam hij aan de macht toen de wankele democratie in feite al door kanselier Brüning ontwapend was en door Von Papen finaal werd overgeleverd aan de naziterreur. Zo boekte hij buitenlandse successen omdat Frankrijk noch Engeland bereid en in staat waren de Fürher met geweld af te stoppen. Zo kon hij de joden vermoorden omdat niemand er belangstelling voor had (ook niet in het buitenland) en de Duitsers liever 'meededen met slaan om niet tot de geslagenen te behoren'.

Haffner analyseert scherp en meedogenloos. Natuurlijk haalde Hitler successen en prestaties. De economische opleving, de quasi volledige tewerkstelling, de verwerping van het Verdrag van Versailles, de herbewapening van Duitsland, de uitbreiding tot het zogenaamde Groot-Duitse rijk en later zijn militaire overwinningen waarvan de overrompeling van Frankrijk allicht de meest spectaculaire was. Maar waartoe dienden al die successen en prestaties? Wat was Hitlers doel? Wat brachten ze de Duitsers behoudens zelfvertrouwen en nationalistische trots op? Sommigen nostalgici stellen dat Hitler de fout maakte door zijn winst niet te incasseren in 1938 (nog voor hij één oorlogsdaad had gesteld) of in 1940 (na de verovering van Frankrijk). Zou hij dan niet geëerd zijn geworden als een van de grootste militaire en politieke leiders uit de Europese geschiedenis? Haffner verwerpt die hypothese. Hitler had in die relatief korte periode immers de fundamenten van de rechtstaat ondergraven. Hij schafte de grondwet af, hij was de abolute heerser en er bestond geen enkele regeling voor zijn opvolging. Een mogelijke dood in 1938 had alleen de door hem geschapen chaos in de staatsstructuur geopenbaard. Dit is het grote verschil met bv. Napoleon die een wetgeving, een schoolsysteem en een goed georganiseerde staatsindeling naliet.

Belangrijker waren aldus zijn vergissingen, fouten en tenslotte zijn verraad. Hitlers ideeënwereld was het sociaal-darwinisme in zijn meest vulgaire vorm waarbij de strijd tussen rassen of volkeren uiteindelijk zou bepalen wie de wereldheerschappij waardig was. Daarbij kantte hij zich tegen alles dat daarvan afweek of tegen in ging. Zoals het pacifisme, het internationalisme, het kapitalisme, het communisme, de democratie en het parlementarisme. Allemaal zaken die de staat verzwakten en vernietigden en in Hitlers gedachtengang bedacht werden door de joden. De joden, dat volk zonder staat, verstoorden juist de strijd om levensruimte die Hitler voor ogen had. Zij wilden zelf 'hun eigen verdorven wereldheerschappij veilig stellen'. "Om die reden moesten ze weg, helemaal weg, de wereld uit, niet bijvoorbeeld alleen uit Duitsland: ze moesten worden 'verwijderd' (…) Men moet hun ook geen uitweg gunnen. Als ze afstand nemen van hun religie, betekent dat helemaal niets, aangezien ze geen geloofsgemeenschap maar een ras zijn; en als ze zelfs aan hun ras proberen te ontkomen door zich met 'Ariërs' te mengen, dan is dat nog erger, want daarmee degraderen ze het 'Arische' ras en maken het betreffende volk onbekwaam voor zijn noodzakelijke levensstrijd."

In Hitlers wereldbeeld zou Duitsland heersen over Europa en Rusland en daarmee ook over grote delen van Afrika en Azië. Met minder was hij niet tevreden. Daarin past zijn houding van 1940 na de overwinning op Frankrijk. In plaats van dan een voor Duitsland voordelige vrede af te dwingen en aldus de Duitse hegemonie in Europa voor decennia lang vast te leggen wou hij meer. Niet Engeland interesseerde hem, maar de onderwerping van Rusland. Aanvankelijk verliep de 'Operatie Barbarossa' succesvol maar eind november 1941 voelde Hitler al intuïtief aan dat hij het niet zou halen. Tegenover twee buitenlandse gasten verklaarde hij toen op 27 november 1941 het volgende: "Als het Duitse volk ooit niet meer sterk en offerbereid genoeg is om zijn eigen bloed voor zijn bestaan in te zetten, dan moet het ten onder gaan en door een andere, sterkere macht worden vernietigd … Ik zal dan geen traan laten om het Duitse volk."

Hier ligt het ultieme verraad van Hitler ten aanzien van de Duitsers zelf. Hij kon niet meer overwinnen en besloot aldus iedereen in zijn val mee te slepen. Daarin passen al zijn - op het eerste zicht onlogische - beslissingen. Zoals zijn (vanuit militair oogpunt volslagen zinloze) oorlogsverklaring tegen de Verenigde Staten op 11 december 1942, zijn weigering op 12 december 1942 om het ingesloten Zesde Leger bij Stalingrad te laten 'uitbreken', de uitschakeling van al wie aanstuurde op een overgave tijdens de 'Aktion Gewitter' op 22 augustus 1944 (waarbij 5.000 vermeende coupleden werden opgepakt en grotendeels vermoord), het waanzinnige Ardennenoffensief in december 1944, het 'Nero-bevel' van 19 maart 1945 met de opdracht om alle Duitse basisinfrastructuur te vernietigen, de inzet van de allerjongste Hitlerjugend in de verdediging van Berlijn, zijn veroordelingen en degradaties van zijn vroegere medestanders in de laatste dagen van zijn leven, en tenslotte zijn zelfmoord (en moord op Eva Braun?) op 30 april 1945.

Het enige wat hem vanaf de Russische tegenaanval van 5 december 1942 nog interesseert is een langgerekte, vertragende strijd. Hij die vroeger nooit tijd had, vocht nu voor tijd. Tijd om de joden uit te moorden. Hier ligt een ander soort misdaden waarvoor Hitler verantwoordelijk is. Voordien al het bevel van 1 september 1939 (de dag waarop de Tweede Wereldoorlog begon) tot het massaal doden van mentaal en fysiek gehandicapten onder de codenaam T4. Eveneens in september 1939 begon de vernietiging van de zigeuners (naar schatting 500.000). De moord op de leidende Polen vanaf oktober 1939 (in totaal 3 miljoen, de Poolse joden niet meegerekend). De moord op miljoenen Russische soldaten maar ook op burgers door de beruchte Einsatzgruppen (tot april 1942 al meer dan 560.000 moorden, daarna werden geen gegevens meer bijgehouden). Sinds medio 1941 werden ook de joden opgepakt, doodgeschoten en in massagraven gegooid. Op 20 januari 1942 (enkele weken na de ommekeer in de krijgskansen) werd op de Wannsee-conferentie besloten tot het ultieme doel: de liquidatie van alle joden in de door Duitsland gecontroleerde gebieden. Samen met de vertragingsstrijd werden de gaskamers gebouwd. Eerst in Majdanek, Chelmno, Belzec, Sobibor en Treblinka, daarna in Auschwitz-Birkenau met miljoenen doden tot gevolg. Al deze moorden zijn geen oorlogshandelingen maar aanslagen op de mens zelf. Aanslagen op joden, zigeuners, Polen, Russen en tal van andere nationaliteiten. Maar uiteindelijk ook aanslagen op zijn eigen volk dat hem zo blindelings was gevolgd.

Haffner haalt Hitler definitief van zijn sokkel. Bladzijde na bladzijde vernietigt hij de laatste resten van halfslachtige bewondering die nog voor deze weerzinwekkende figuur zou kunnen bestaan (en blijkbaar in leven wordt gehouden door neonazi's). Zelf stelde Haffner, die in 1999 overleed, dat het niet goed is dat de herinnering aan Hitler door de oudere Duitsers is verdrongen en dat de meeste jongeren helemaal niets meer van hem weten. Daardoor ontstaan immers kansen tot mythevorming en revisionisme. In zijn boek keert hij zich dan ook af van de linkse sociaal-kritische benadering van het nazisme als een ontaarding van het kapitalisme. Hij verwijt de linkse intellectuelen met hun marxistische fascisme-theorie ideologische blindheid (iets waar ook Sartre aan leed). Meer nog, hij ziet juist gelijkenissen tussen het Derde Rijk en de voormalige DDR. Zowel het fascisme als het DDR-regime willen het leven van de mens collectief organiseren en hem tot een 'socialistische' levenswijze aanzetten. Zie naar gelijklopende organisaties als de 'Hitlerjugend' en de 'Frei Deutsche Jugend', de 'Deutsche Frauenshaft' en de 'Demokratischer Frauenbond', de 'Kraft durch Freude' en de 'Schönheit der Arbeit'. Met dezelfde bezigheden: gezamelijk wandelen, marcheren, kamperen, zingen, turnen en schieten. Voor Haffner streefden ze beiden naar de 'socialisering' van de mens en keerden ze zich beiden tegen het individualisme en de vrijheid van het individu.

Dit boek is misschien teveel gericht op Hitler zelf. Het kan de indruk wekken dat hij en hij alleen verantwoordelijk was. Daarom verdient het aanbeveling om ook Haffners andere werk Het verhaal van een Duitser te lezen. Daarin heeft hij het over de wilszwakte, de lafheid en de slappe knieën van de Duitsers die mee mogelijk maakten wat nooit had mogen gebeuren (een boek dat verplichte lectuur zou moeten zijn voor al wie de onzalige en idiote gedachte koestert om het 'cordon sanitaire' te doorbreken en het Vlaams Blok door machtsdeelname af te zwakken, nvdv). Maar de kracht van de Kanttekeningen is dat het Hitler heeft teruggebracht tot zijn ware betekenis: die van een massamoordenaar en een verrader van zijn eigen volk.


Recensie: Dirk Verhofstadt (verhofstadt.dirk@pandora.be)

Sebastian Haffner, Kanttekeningen bij Hitler, Knack bibliotheek, 2002

Share |

De Arabische Revolutie:

tussen droom en werkelijkheid

Op woensdag 5 april 20.00 uur

Afspraak in De Markten (Oude graanmarkt 5, 1000 Brussel) voor een avond met Koert Debeuf,

schrijver, columnist, directeur van het Tahrir Institute for Middle East Policy Europe en onderzoeker aan de Universiteit van Oxford.

Zijn recentste boek is "Inside the Arab Revolution. Three Years on the Front Line of the Arab Spring".

Koert zal gebaseerd op zijn persoonlijke ervaringen de Arabische Revolutie trachten te kaderen door parallellen te trekken met de Franse Revolutie en door een aantal inzichten te bieden in het Midden Oosten.

Uw aanmeldingsmail aan info@liberales.be geldt als inschrijving.

STEUN LIBERALES

Liberales werkt met onbezoldigde vrijwilligers en beperkt haar kosten tot een minimum. Toch hebben wij middelen nodig voor noodzakelijke uitgaven zoals abonnementen voor website en mailverkeer.

Uw steun is welkom op onze bankrekening BE44 3900 2047 5745. Ook kleine bedragen worden gewaardeerd. Vermeld het woord 'steun' als referentie.

Met hartelijke dank

Nieuwsbrief

Schrijf je in voor onze wekelijkse nieuwsbrief

Liberales TV

Contact

Claude Nijs
gsm: +32476 343098
claude@liberales.be