De Duitse revolutie

boek vrijdag 21 mei 2004

Sebastian Haffner

Wie spreekt over revoluties denkt onmiddellijk aan de Franse revolutie in 1789 en de Oktoberrevolutie in Rusland in 1917. Minder bekend is evenwel de Duitse revolutie die in de nasleep van de Eerste Wereldoorlog plaatsgreep van november 1918 tot maart 1919. De beperkte belangstelling hiervoor ligt wellicht in de turbulente en meer ophefmakende ontwikkelingen in het Duitsland van de jaren dertig die tot de opmars van Hitler en de Tweede Wereldoorlog hebben geleid en die in de geschiedenisboeken zowat alle aandacht trekken, maar ook in het feit dat deze revolutie volkomen mislukte. Terwijl de revoluties in Frankrijk en Rusland zorgden voor een radicale politieke en maatschappelijke omwenteling die een volledige breuk betekenden met het verleden, leidde de revolutie in Duitsland uiteindelijk tot een behoud van de posities van de traditionele machthebbers. Weliswaar moest de keizer in 1918, onder druk van een door de oorlog uitgeputte en ontgoochelde bevolking, wijken en plaats ruimen voor een republikeinse staatsvorm, maar de conservatieve krachten bleven op de achtergrond de touwtjes in handen houden. Over deze merkwaardige gebeurtenis schreef de Duitse journalist Sebastian Haffner reeds in 1968 het boek Der Verrat. Onlangs verscheen de Nederlandstalige versie onder de titel De Duitse revolutie en nu reeds kunnen we stellen dat dit boek, van de auteur van andere ophefmakende boeken als Kanttekeningen bij Hitler en Het verhaal van een Duitser, het meest controversiële is.

Sebastian Haffner maakt korte metten met de mythe van een door de sociaal-democraten gewilde revolutie en de vermeende impact van de toenmalige communisten als Karl Liebknecht en Rosa Luxemburg hierbij. Wat in werkelijkheid gebeurde was een cynisch machtsspel waarin de legerleiding, de sociaal-democratische partij en conservatieve groepen onder één hoed speelden. Waarbij ze het revolutionaire ongenoegen bij de Duitsers opvingen, een korte tijd zuurstof gaven om het nadien bloedig te onderdrukken. Toen de situatie aan het westelijk front eind september 1918 catastrofaal werd, stelde generaal Ludendorff een algemene capitulatie voor. Om de verantwoordelijkheid voor de nederlaag niet zelf te moeten nemen stelde hij voor dat een nieuwe, met sociaal democraten uitgebreide regering dit zou mededelen en uitvoeren. Daarbij moest ook de keizer opgeofferd worden om de volksopstand niet uit de hand te laten lopen. De sociaal-democratische partijleider Friedrich Ebert ging akkoord en werkte vanaf dan volop mee aan een plan dat tot doel had de oude machtsstructuren te behouden en Duitsland te behoeden voor een revolutionaire omwenteling.

Ebert beleedt die revolutie eerst met woorden. Het begon met muitende marinesoldaten die in opstand kwamen tegen hun officieren, waarna mensen in gans het land op straat kwamen en een systeem van arbeiders- en soldatenraden eisten. De betogers wilden niet zozeer een uit Rusland geďmporteerde revolutie, maar wel een sociaal-democratische omwenteling. In Munchen werd een ‘Radenrepubliek’ uitgeroepen onder leiding van Kurt Eisner. Op een volksvergadering in Berlijn werd een nieuwe rijksregering goedgekeurd die zich voortaan ‘raad van volksafgevaardigden’ moest noemen met Ebert als ‘volkscommissaris’. De arbeiders streefden daarbij vooral naar eenheid binnen de socialistische gelederen en keerden zich af tegen al wie met avonturistische ideeën op de proppen kwam. Op de voorkaft van het boek staat een aangrijpende foto van enkele slecht bewapende burgers en soldaten die een bordje ‘Brüder! Nicht schiessen!’ dragen. Het bordje zegt in drie woorden hoe de sfeer toen was: die van een enorm solidair en vastbesloten volk dat de Wilhelminische machthebbers en al die reactionaire acolieten die haar in die vreselijke oorlog hadden gestort ten gronde wou richten. Als hun leider kozen ze daarvoor als vanzelfsprekend voor de voorzitter van de SPD. Maar in feite gruwde Ebert van de revolutie en werkte hij al van in het begin actief mee aan de contrarevolutie. Omdat het reguliere leger uiteengevallen was deed hij daarvoor een beroep op ‘vrijkorpsen’ die onder leiding van gewezen officieren overal uit de grond schoten. De nieuwe vijand werd op slag uiterst links die verantwoordelijk werd gesteld voor het gebrek aan orde en tucht. Karl Liebknecht en Rosa Luxemburg, leiders van de slecht georganiseerde Spartakusbond, werden op 15 januari 1919 door rechts-extremistische Freikorps-leden opgepakt en vermoord. Van januari tot mei 1919 woedde een bloedige burgeroorlog waarbij de regering onder leiding van Ebert de kant van de conservatieven en de vroegere legerleiding koos en de vrijkorpsen liet begaan. Een sociaal-democratische regering voerde in feite oorlog tegen de arbeidersklasse.

Ondanks al die meegaandheid van de sociaal-democraten volgde een militaire staatsgreep uitgaande van vrijkorpsen die zich in weerwil van het Verdrag van Versailles weigerden te ontbinden. Rijkskanselier Ebert deed nog éénmaal een beroep op de socialistische massa’s en riep een algemene staking uit. Het succes van die staking toonde aan dat een radicale omwenteling in Duitsland reeël was. Door het protest mislukte weliswaar de staatsgreep maar voor de tweede maal verried de SPD de revolutie en koos het opnieuw de kant van de conservatieve partijen. De regering zette aan tot de onderdrukking van de communisten en andere onafhankelijke linksen. Daarbij aarzelde Ebert niet, aldus Haffner, om “de meest extreme aanhangers van de militante contrarevolutie, de vijanden van de burgerlijke democratie, ja, zijn eigen vijanden, de voorlopers van het fascisme in Duitsland, te bewapenen en tegen zijn argeloze volgelingen te mobiliseren.” Deze vrijkorpsen zouden in de toekomst trouwens een belangrijke rol spelen bij de opmars van Adolf Hitler. Er volgde een periode van geweld waarbij linkse tegenstanders van het bewind massaal werden opgesloten.

Toen het vredesverdrag van Versailles van kracht werd, volgde evenwel de dolkstoot. Conservatief en rechts Duitsland stelde dat de sociaal-democratische regering van Ebert het land had uitverkocht en te schande gemaakt. Militairen als Hindenburg en Ludendorff verkondigden openlijk de stelling ‘dat de sociaal-democratische revolutie schuld droeg aan de Duitse nederlaag’. Bij de verkiezingen van juni 1920 verloren de sociaal-democraten meer dan de helft van hun aanhangers. Daarna volgden, tot het einde van de Republiek van Weimar, burgerlijke coalities en een voortdurende afkalving van het vertrouwen van de Duitsers in het parlementaire systeem, iets waar Adolf Hitler en zijn nationaal-socialistische partij wel bij vaarden. In zijn nawoord schrijft een emotionele Haffner dat Duitsland nog steeds lijdt aan de verraden revolutie van 1918. De oorspronkelijke titel van het boek in het Duits Der Verrat is trouwens veelzeggender dan de Nederlandse titel. Tegelijk is de Duitse revolutie en haar onderdrukking door diegenen die zij tijdelijk aan de macht bracht, vrijwel volledig verdwenen uit het Duitse historische bewustzijn. Met dit boek wou Haffner de herinnering aan die heldhaftige opstand van het Duitse volk opnieuw leven inblazen.

Het boek wordt afgesloten met een portret van Sebastian Haffner door de Nederlandse historicus Ronald Havenaar. Hij nuanceert een aantal scherpe conclusies die in het boek voorkomen. Zo schrijft hij: “de sociaal-democratische vrees voor een wanorde die de weg vrijmaakte naar een radicalisering in dictatoriale richting, was reëler dan Haffner in zijn boek lijkt te willen toegeven.” Daarbij mag ook niet vergeten worden dat men in gans het Westen met angst keek naar de bolsjewistische revolutie in Rusland die in die periode anarchistische toestanden met zich meebracht. Havenaar hekelt Haffners’ zwart-wit voorstelling tussen de verachterlijke sociaal-democratie enerzijds en de heldhaftige ‘massa’s’ anderzijds en noemt de auteur zelfs een tikje naďef als hij schrijft dat die massa slechts democratie wilde. In feite wilde men een soort ‘proletarische democratie’ of ‘radendictatuur’. Het onderwerp van dit boek is volgens Haffner een van de belangrijkste in de Duitse geschiedenis, maar tegelijk een van minst gekende. Zijn boek maakt alvast veel duidelijk over de onvoorstelbaar snelle opkomst van het nationaal-socialisme in Duitsland. Door de vrijgeleide en zelfs steun aan de vrijkorpsen door de SPD, door de radicale onderdrukking van uiterst links en door de gretigheid waarmee linkse partijen en politici deel wilden hebben aan de macht. Maar ook en nog belangrijker aldus Haffner, was het breken van de strijdvaardigheid van de arbeiders in de jaren 1918 en 1919, iets wat vijftien jaar later bij de opkomst van Hitler later pijnlijk duidelijk werd.


Recensie door Dirk Verhofstadt

Sebastian Haffner, De Duitse revolutie, Knack Bibliotheek, 2003, 315 blz.

Links
mailto:verhofstadt.dirk@pandora.be
Share |

STEUN LIBERALES

Liberales werkt met onbezoldigde vrijwilligers en beperkt haar kosten tot een minimum. Toch hebben wij middelen nodig voor noodzakelijke uitgaven zoals abonnementen voor website en mailverkeer.

Uw steun is welkom op onze bankrekening BE44 3900 2047 5745. Ook kleine bedragen worden gewaardeerd. Vermeld het woord 'steun' als referentie.

Met hartelijke dank

Nieuwsbrief

Schrijf je in voor onze wekelijkse nieuwsbrief

Liberales TV

Contact

Claude Nijs
gsm: +32476 343098
claude@liberales.be