Een schrijver in oorlog

boek vrijdag 15 juni 2007

Vasili Grossman

Op 22 juni 1941 begon de Operatie Barbarossa, de inval van de Duitse troepen in de Sovjet-Unie. Na zijn Blitzkrieg-overwinningen in het Westen hoopte Adolf Hitler het Rode Leger binnen enkele maanden te kunnen verslaan om zo greep te krijgen op het grootste land van de wereld met zijn enorme hoeveelheid grondstoffen. De oorlog aan het zogenaamde Oostfront was ongemeen hard en gruwelijk. Miljoenen soldaten en burgers verloren het leven, talloze steden en dorpen werden compleet vernield. Het was een strijd op leven en dood tussen twee totalitaire systemen met aan het hoofd dictators, Hitler en Stalin, die qua fanatisme en gewetenloosheid niet voor elkaar onderdeden. In beide legers waren oorlogscorrespondenten actief die verslag deden van de ontwikkelingen aan het front. Hun verslagen dienden als propagandamiddel om de eigen bevolking te overtuigen van de legitimiteit van de oorlog en om het moreel van de soldaten en burgers op te krikken. Een van de correspondenten langs Sovjetzijde was Vasili Grossman. Hij trad in 1941 in dienst van het Rode Leger als schrijver voor Krasnaja Zvezda (De Rode Ster), het officiële blad van het leger dat tijdens de oorlog druk werd gelezen. Onlangs verscheen Een schrijver in oorlog waarin Anthony Beevor tal van dagboekaantekeningen van Vasili Grossman verzamelde.

Vasili Grossman werd geboren in de Oekraïne en was van joodse afkomst. Dit gegeven is niet onbelangrijk want de Oekraïners en in het bijzonder de joden werden onder Stalin wreed behandeld. Vooral zijn campagne tegen de koelakken en zijn gedwongen collectivisatie van de landbouw maakte miljoenen slachtoffers. Beevor schrijft dat het een wonder is dat een ‘waarheidlievende en politiek naïeve schrijver’ als Grossman niet ten prooi viel aan de zuiveringen die tijdens de Grote Terreur in de jaren dertig talloze mensen trof. Integendeel, Grossman werd in 1937 lid van de Schrijversbond wat hem tal van voordelen opleverde en hij betoonde zich een oprechte patriot. Toen de nazi’s Rusland binnenvielen meldde hij zich onmiddellijk aan bij het Rode Leger als vrijwilliger. Hij werd naar het front gestuurd (als oorlogscorrespondent) waar hij een buitengewone moed aan de dag legde. Zo zou hij van alle journalisten het langst in het omsingelde Stalingrad blijven en hij deelde het leed van menige frontsoldaat. Hij schreef trouwens niet zozeer over het Rode Leger als geheel, maar over individuele mensen, hun moed, hun leed en hun hoop. Zijn waarheidsgetrouwe teksten zorgden ervoor dat hij bijzonder geliefd werd bij de gewone soldaten, iets wat de oorlogsleiding ook besefte en gebruikte in het ondersteunen van het moreel van de troepen.

Grossman beschreef hoe slecht de eigen troepen in 1941 voorbereid en bewapend waren. Sommige soldaten liepen in vodden, blootsvoets en zelfs zonder een eigen wapen. De bevelen waren verwarrend of kwamen zelfs helemaal niet. Zo stonden ze tegenover een goed getrainde Wehrmacht die beschikte over veel efficiëntere wapens, niet in het minst betere tanks en vliegtuigen. Tegenover die militaire overmacht konden de Sovjetsoldaten weinig of niets doen. De schrijver kwam zelf verschillende keren in levensgevaar, zeker bij zijn verslaggeving in de zomer van 1941 toen de Duitsers razendsnel oprukten met hun pantsers, honderdduizenden Sovjetsoldaten omsingelden en krijgsgevangen maakten. Maar nipt kon hij zich tweemaal uit zo’n benarde situatie bevrijden. Een enorm geluk want als ‘Joodse commissaris’ hadden de beruchte Einzatsgruppe hem ter plekke een kogel door het hoofd gejaagd. De situatie werd al snel hopeloos en de Duitsers drongen in oktober van dat jaar diep door tot voor Leningrad, Moskou en Rostov aan de Don, de poort tot de Kaukasus met zijn belangrijke olievelden die Hitler absoluut wou veroveren. De Blitzkrieg stokte evenwel door problemen met de bevoorrading, maar vooral door het weer, het modderseizoen en daarna de winter.

Grossman registreerde intussen de gebeurtenissen aan het front. De eerste maanden klinkt veel wanhoop in zijn teksten, maar toen de Duitse opmars vastliep en de eerste tegenaanval werd ingezet bespeurde hij een nieuwe, bijna euforische stemming in de Sovjetgelederen. Dat hernieuwde zelfvertrouwen kwam net op tijd, want in de zomer van 1942 gingen de Duitsers opnieuw in de aanval richting de Kaukasus. Hitler negeerde de adviezen van zijn generaals en wou kost wat kost de stad veroveren die de naam droeg van zijn tegenstander: Stalingrad. In de tussenperiode schreef Grossman zijn roman Het onsterfelijke volk waarin hij verhaalde over de rampzalige gebeurtenissen van het jaar voordien. Net zoals in zijn dagboekteksten beschreef hij hierin de moed en veerkracht van de Russische soldaten en dat maakte hem bijzonder populair. Op militair vlak liep het echter verkeerd. De Duitsers rukten weer op en naderden heel snel de Wolga en Stalingrad. Op 28 juli gaf Stalin het beruchte bevel dat geen enkele soldaat nog één meter achteruit mocht zetten. Wie dat toch deed of zichzelf in de hand schoot om te ontsnappen aan het front, werd geëxecuteerd door de geheime politie, die een tweede linie vormde. ‘Iedereen weet dat diegenen die rechtsomkeert maken en wegrennen ter plekke worden gefusilleerd. Dit idee joeg meer angst aan dan de Duitsers’, noteert Grossman.

Zijn aantekeningen geven een goed beeld van de gruwelijke strijd die beslissend zou zijn voor het verdere verloop van de oorlog. De door de Duitsers omsingelde en plat gebombardeerde stad was nog enkel bereikbaar via boten over de Wolga die voortdurend werden bestookt door de Luftwaffe. Grossman sloot zich aan bij het 62ste leger van generaal Vasili Tsjoeikov die in de quasi volledig bezette stad bleef en een ware stadsguerrilla voerde tegen de nazi’s. ‘Een soldaat die hier drie dagen doorbracht, beschouwde zichzelf als een oude rot. Hier leefden de mensen maar één dag’, noteert de auteur die vaak optrok met Tsjechov, een sluipschutter die tientallen Duisters neerkogelde. ‘Ik ben een beest geworden: ik dood, ik haat ze alsof het de gewoonste zaak is.’ Toch blijven de Duitsers oprukken en op 2 oktober staan de Russen met de rug tegen de rivier. Het bruggenhoofd was nog nauwelijks één kilometer diep. Stalin liet echter nieuwe troepen aanvoeren, waaronder manschappen uit Siberië die op hun beurt de Duitse legers omsingelden. Op 26 november klapte de val dicht en enkele dagen later bevroor de Wolga waardoor nieuwe troepen en materieel de stad in werden gestuurd. Uiteindelijk moest het Duitse Zesde Leger zich moe gevochten en tot woede van Hitler overgeven.

Vanaf dan keerde het tij definitief, maar uit de teksten van Grossman blijkt hoe hardnekkig en gruwelijk de strijd voor de herovering van ‘het moederland’ verliep. Hij was aanwezig bij de tankslag bij Koersk en zag hoe een luitenant die een aanval had afgeslagen en daarbij verwond raakte aan zijn been en een hand verloor, zichzelf doodschoot omdat hij niet als invalide door het leven wou gaan. Sovjetsoldaten waren immers liever dood dan verminkt. Beevor heeft het in een voetnoot over de ‘ongelooflijke harteloosheid’ van de Sovjetautoriteiten die soldaten zonder armen of benen na de oorlog naar het hoge noorden stuurden zodat Moskou niet ontsierd zou worden door veteranen zonder ledematen. De tankslag werd een catastrofe voor de nazi’s die nu stelselmatig terrein verloren. Tegelijk verstrakte opnieuw de greep van Stalin op soldaten en burgers. Er hing opnieuw een geur van antisemitisme in het land alhoewel Grossman dat toen niet echt realiseerde. Wel sloot hij zich aan bij het Joods Anti-Fascistisch Comité dat een dossier zou aanleggen van de nazi-misdaden. Stalin tolereerde het Comité in dit stadium van de oorlog omdat hij de VS nodig had voor de levering van wapens en de opening van een tweede front in het Westen. Na de oorlog werd het al snel opgedoekt.

Bij de herovering van de Oekraïne en later Polen was Grossman een belangrijke getuige van de misdaden van de nazi’s. Eind september 1941 hadden leden van een SS Sondercommando 33.771 joden uit Kiev bijeengedreven aan de ravijn van Babi Jar en ze met machinegeweren vermoord. ‘Er zijn geen Joden in de Oekraïne (…) Een heel volk is op beestachtige wijze vermoord’, schreef Grossman, maar hij merkte al snel dat de Sovjetautoriteiten niet zaten te wachten op dergelijke berichtgeving over wat later de Holocaust zou gaan heten. Even schokkend voor hem was het feit dat de Oekraïners zelf een belangrijk aandeel hadden in deze gruweldaden. Ook die teksten werden gecensureerd. Maar de correspondent bleef nauwgezet zijn werk doen en noteerde alles wat hij zag. ‘Mannen lopen over Duitse lijken. Er liggen honderden, duizenden lijken op de weg, in greppels, onder de dennenbomen, tussen de groene gerst. Op sommige plekken moeten de voertuigen over de lijken rijden, zo dichtbezaaid is de grond ermee.’ En eenmaal in Polen heeft hij het weer over de joden: ‘Er zijn geen Joden in Polen. Ze zijn allemaal verstikt, vermoord, bejaarden zowel als pasgeborenen. Hun levenloze lichamen zijn in ovens verband.’ Op dat ogenblik had Grossman nog geen weet van de concentratiekampen.

Op 24 juli 1944 werd het vernietigingskamp Majdanek bij Lubliń, met nog slechts enkele honderden overlevenden, door de Russen bevrijd. Hier vonden 125.000 joden en 5.000 Sovjet-Russische krijgsgevangenen de dood door uitputting, vergassing en massa-executies. Net voor de bevrijding hadden de Duitsers de crematoria in brand gestoken. Iets noordelijker bereikte Grossman in het zog van het Eerste Wit-Russische Front het vernietigingskamp Treblinka waar van juli 1942 tot oktober 1943 meer dan 700.000 mensen, hoofdzakelijk joden, werden vergast. Oorspronkelijk werden de lijken begraven, maar na een inspectie door Himmler gaf die het bevel om de lijken te verbranden (ook deze die reeds begraven waren). Nauwelijks 50 mensen overleefden deze hel na uitbraakpogingen. Grossman ondervroeg een aantal overlevenden en plaatselijke Poolse boeren en kwam zo tot een indrukwekkend verslag dat gebruikt werd tijdens het Neurenberg Tribunaal. De fragmenten in dit boek zijn de meest aangrijpende, zozeer dat de auteur zich de vraag stelt waarom hij over zoiets gruwelijk schrijft. Hierop antwoordt hij: ‘Het is de plicht van de schrijver deze afschuwelijke waarheid te verkondigen, en het is de burgerplicht van de lezer daarvan kennis te nemen. Eenieder die zich afwendt, de ogen sluit en doorloopt, schoffeert de nagedachtenis aan de doden.’ Enkele weken later keerde hij terug naar Moskou waar hij in elkaar stortte.

Pas in januari 1945 verschijnt hij weer aan het front voor de ‘bevrijding’ van Warschau. Allicht omwille van de censuur vermeldt hij niets over de schandelijke houding van Stalin die het Poolse verzet tegen de Duitsers in de steek liet om zo later gemakkelijker greep te krijgen op het land. Pas nadat het verzet door de nazi’s was vernietigd gingen de Sovjets weer in de aanval. Grossman was een van de eerste journalisten die de totaal vernielde stad binnentrok. Hij ging naar het getto van Warschau en later naar dat van Lodz waar hij bordjes zag met teksten als ‘Alleen voor Duitsers’ en leuzen in het Duits ‘Jij bent niets, jouw volk is alles’. Op een bepaald ogenblik zaten er 250.000 joden in het getto. ‘Na de definitieve vernietiging van het getto van Lodz waren er nog 850 mensen in leven’, schrijft Grossman. Maar hij zag nog iets afschuwelijk. Soldaten van het Achtste Leger die hij zozeer bewonderd had in Stalingrad sloegen massaal aan het plunderen en verkrachten. ‘Er gebeuren verschrikkelijke dingen met Duitse vrouwen’, noteert hij. Eind februari staat hij aan de Oder, de laatste hinderpaal op weg naar Berlijn. Hij ziet een stoet van achthonderd Sovjetkinderen oostwaarts lopen met soldaten langs de kant die zwijgend naar hun gezichten staarden. ‘Het waren vaders die zochten naar hun kinderen die naar Duitsland waren meegenomen.’

Uiteindelijk staan de Sovjets voor Berlijn en Stalin liet er verschillende legers op los omdat hij sneller dan de Amerikanen de hoofdstad van het Derde Rijk in handen wou krijgen. Grossman beschrijft hoe een oude Duitser met zijn lidkaart van de Communistische Partij zwaait in de hoop op enig begrip, maar het maakt geen indruk. Volgens Beevor konden de Russen niet begrijpen waarom de Duitse arbeidersklasse zo weinig had gedaan om de nazi’s te bestrijden. Nochtans was de Duitse KP tot 1933 een sterke en goed georganiseerde beweging geweest met een grote aanhang onder de bevolking. Maar het bewijst ook hoe hard en meedogenloos de nazi’s in de eerste dagen en maanden na de machtsovername optraden tegen hun politieke tegenstanders. Duizenden communisten en socialisten werden vermoord of kwamen terecht in het concentratiekamp van Dachau bij Munchen. Daarbij zorgde ook het beruchte Molotov-von Ribbentrop-pact tussen nazi-Duitsland en de Sovjet-Unie voor heel wat verwarring onder de Duitse communisten.

Sprekend hiervoor is wat er met Margarete Buber-Neumann gebeurde. In zijn boek Herinnering aan het kwaad, bekoring van het goede beschrijft Tzvetan Todorov hoe na de verdeling van Polen tussen de Sovjet-Unie en nazi-Duitsland in 1940 in Brest-Litowsk gevangenen werden uitgewisseld. Voormalige Duitse en Oostenrijkse communisten en joden die onder de nazi-terreur naar de Sovjet-Unie emigreerden werden gearresteerd en uitgeleverd aan de nazi’s. De meesten werden gefusilleerd of kwamen om in een concentratiekamp. Margarete Buber-Neumann was samen met haar man Heinz Neumann lid van de Duitse communistische partij. Ze konden ontsnappen naar de Sovjet-Unie. Als Neumann besefte dat de Sovjet-Unie evenzeer een bloedige dictatuur was die veraf stond van de idealen waarvoor hij steeds gevochten had, werd hij opgepakt en doodgeschoten. Later werd Grete als een ‘maatschappelijk gevaarlijk element’ opgepakt. Ze verdween in het Siberische kamp van Karaganda samen met 170.000 andere gedetineerden. Op 8 februari 1940 werd ze overgeleverd aan de nazi’s en kwam ze terecht in het concentratiekamp van Ravenbrück.

Op 2 mei 1945, de dag van de capitulatie van Berlijn, zwerft Grossman door de straten van de kapot geschoten stad. Hoe fanatiek de Duitsers tot het bittere einde vochten blijkt uit zijn waarneming van door tanks verpletterde lijken. ‘Bijna allemaal houden ze krampachtig een granaat of een automatisch pistool vast. Ze zijn vechtend aan hun eind gekomen’. En ook hier registreert hij de plunderingen en verkrachtingen door zijn eigen leger. Buiten de hoofdstad staren de Russen naar de prachtige villa’s, de mooi onderhouden tuinen en de autobanen, allemaal zaken die in hun eigen land niet bestaan. ‘Maar waarom zijn ze naar ons gekomen? Wat wilden ze?’, zo vragen de soldaten zich af. Grossman keerde terug naar Moskou waar hij opnieuw een zenuwinzinking kreeg. De volgende jaren werd hij zelf geconfronteerd met de terreur en het groeiende antisemitisme in de Sovjet-Unie. Gelukkig voor hem stierf Stalin in 1953, anders was hij verbannen geweest naar de Goelag. In 1960 voltooide hij het boek Leven en noodlot waarin hij de waarheid aan bod bracht. Zijn manuscripten werden aangeslagen, maar uiteindelijk verscheen het toch na zijn dood in 1980 in Frankrijk. Het beschrijft dat de slachtoffers van het nazisme en van het bosjewisme gemeenschappelijke kenmerken hebben. Ze worden ‘gestraft’ voor wat ze zijn, niet voor wat ze doen.

Een schrijver in oorlog is historisch gezien heel belangrijk. De aantekeningen van Grossman geven een verpletterend beeld van de waanzin van de oorlog. Zijn realistische beschrijvingen van menselijk leed en moed aan het front doen denken aan die van Erich Remarque en Edlef Köppen over de Eerste Wereldoorlog. Tegelijk geeft het een goed inzicht in de verbetenheid en diepliggende haat waarmee de Russische manschappen de vijand te lijf gingen, en het fanatisme van Stalin, Hitler en hun generaals. De botsing tussen de twee totalitaire systemen werd uiteindelijk gewonnen door het Rode Leger. Voor heel wat mensen in het voormalige Oost Europa betekende de overwinning van de communisten evenwel geen echte bevrijding. Integendeel, het vormde het begin van een nieuwe, onmenselijke dictatuur. Grossman zag dit snel in, hij schreef erover, maar zijn teksten zouden pas na de val van de Muur beschikbaar worden voor diegenen die hij als schrijver in eerste instantie wou bereiken.


Recensie door Dirk Verhofstadt

Vasili Grossman, Een schrijver in oorlog, Uitgeverij Balans, 2006

Links
mailto:verhofstadt.dirk@pandora.be
Share |

De Arabische Revolutie:

tussen droom en werkelijkheid

Op woensdag 5 april 20.00 uur

Afspraak in De Markten (Oude graanmarkt 5, 1000 Brussel) voor een avond met Koert Debeuf,

schrijver, columnist, directeur van het Tahrir Institute for Middle East Policy Europe en onderzoeker aan de Universiteit van Oxford.

Zijn recentste boek is "Inside the Arab Revolution. Three Years on the Front Line of the Arab Spring".

Koert zal gebaseerd op zijn persoonlijke ervaringen de Arabische Revolutie trachten te kaderen door parallellen te trekken met de Franse Revolutie en door een aantal inzichten te bieden in het Midden Oosten.

Uw aanmeldingsmail aan info@liberales.be geldt als inschrijving.

STEUN LIBERALES

Liberales werkt met onbezoldigde vrijwilligers en beperkt haar kosten tot een minimum. Toch hebben wij middelen nodig voor noodzakelijke uitgaven zoals abonnementen voor website en mailverkeer.

Uw steun is welkom op onze bankrekening BE44 3900 2047 5745. Ook kleine bedragen worden gewaardeerd. Vermeld het woord 'steun' als referentie.

Met hartelijke dank

Nieuwsbrief

Schrijf je in voor onze wekelijkse nieuwsbrief

Liberales TV

Contact

Claude Nijs
gsm: +32476 343098
claude@liberales.be