Angst. Antisemitisme in Polen na Auschwitz

boek vrijdag 16 november 2007

Jan Gross

Op 1 juli 1946 liftte een achtjarig jongetje uit het Poolse Kielce naar een dorp in de buurt om er vriendjes op te zoeken. Toen hij die avond niet thuiskwam, gaven zijn ouders hem als vermist op bij de politie. Twee dagen later was de jongen weer thuis. De vader begaf zich de volgende ochtend opnieuw naar het politiebureau waar hij de dienstdoende agent meedeelde dat zijn zoon door Joden was ontvoerd en in een kelder opgesloten, maar gelukkig had kunnen ontsnappen. Prompt werd een aantal politiemensen naar het huis gestuurd. Tegen voorbijgangers werd gezegd dat ze op weg waren om Joden te arresteren en ‘andere Poolse kinderen die in het gebouw werden vastgehouden te bevrijden’. Een menigte verzamelde zich op het plein voor het huis. Het was het begin van de grootste naoorlogse pogrom in Polen. Aan het eind van die vierde juli waren in de stad meer dan veertig Joden afgeslacht. Uit ramen gegooid, doodgeschoten, met ijzeren staven bewerkt, uit treinen gehaald en doodgeknuppeld. De vervoerscoördinator van een station liet zelfs een trein langer staan zodat de moordenaars tijd genoeg hadden om in ieder rijtuig jacht op Joden te maken. Iedereen deed mee aan de slachtpartij, politiemensen, militairen, arbeiders van een metaalgieterij, padvinders, buren. Daders en omstanders waren vrolijk gestemd. Gerechtigheid was geschied. Ze hadden zich ontdaan van zowel communistenvrienden als vampiers, want het was bekend dat Joden christenkinderen ritueel doodden en hun bloed gebruikten om er matzes mee te maken. Kielce was de culminatie van een golf van anti-Joods geweld die tussen 1944 en 1946 aan vijftienhonderd Joden het leven kostte, vooral overlevenden van de Shoah.

Hoe kon dit na Auschwitz gebeuren? Waarom vond dit plaats in een land dat op een onvoorstelbaar grote schaal onder de Duitse bezetter had geleden? Jan T. Gross onderzoekt oorzaken en gevolgen met uiterste nauwkeurigheid. Het is de Amerikaanse historicus niet om sensatie te doen, ook al ‘wil (hij) dat de lezer bij het omslaan van de bladzijden zich af en toe onbehaaglijk voelt’. Evenmin wil hij een catalogus van verwijten opstellen. Nee, Gross wil alleen de waarheid achterhalen en lering trekken. Hij delft procesverslagen op, trekt getuigenverklaringen na en zoekt in partijdocumenten en kerkelijke archieven naar sporen van de gebeurtenissen. Waarom geloofde zogoed als iedereen in de mythe van de rituele moorden en de mythe van de Jood als communist? Wat is de verklaring voor het morele failliet van Polen na de oorlog? En waarom denkt vandaag nog veertig procent van de Polen dat de Joden in hun Judenreine land nog altijd aan de touwtjes trekken?

Angst is een belangwekkend boek. Het laat niet zozeer zien hoe een etnische zuivering wordt voltrokken, maar vooral hoe de politieke macht en de religieuze autoriteiten - van priester tot primaat van Polen - hun eigenbelang laten primeren boven hun opdracht als hoeders van menselijkheid en gerechtigheid. Het is deze triomf van schijnheiligheid, opportunisme en regelrechte leugenachtigheid die de lezer om de haverklap naar adem zal doen snakken.

Gross waarschuwt ervoor om de schuld voor het moorddadige antisemitisme in de schoenen van alle Polen te schuiven. Hij erkent het oorlogslijden van de Poolse natie, gaat in op het (eenzame) protest van de bisschop van Czestochowa tegen het anti-Joodse geweld en laat zich lovend uit over de Poolse intelligentsia, die zo was geschokt dat ze Kielce ‘onverklaarbaar en moreel verbijsterend’ noemde. Bovendien, aldus Gross, is het bij de Polen nooit opgekomen om hun Joden uit te roeien, op dat vlak bestond er een hemelsbreed verschil met het antisemitisme van de nazi's. Desondanks waren de Polen na de oorlog opgetogen dat het Joodse probleem uit de weg was geruimd. Zo merkte op een congres van de Boerenpartij op 19 augustus 1945 een spreker op dat ‘Hitler bedankt zou moeten worden voor het vernietigen van de Joden’. Er volgde applaus en een tumultueuze ovatie.

Aanvankelijk dacht Gross dat het naoorlogse antisemitisme het vooroorlogse voortzette. Uit zijn onderzoek blijkt echter dat die redenering niet klopt. De Jood als rituele moordenaar en de Jood als communistische parasiet waren niet meer dan een excuus om het eigen misdadige gedrag te verdoezelen. ‘Joden waren met andere woorden zo beangstigend en gevaarlijk, niet om wat ze de Polen hadden aangedaan of wat ze hen konden aandoen, maar om wat Polen de Joden hadden aangedaan.’ Joden maakten geen matzes met christelijk kinderbloed, ook al geloofde zelfs kardinaal Stefan Wyszynski (later gekozen tot primaat van het millennium) in die kwakkel. En Joden waren veel meer geneigd om voor het communisme op de loop te gaan dan het te omarmen. Van het kwart miljoen Joden dat de kampen en het onderduiken had overleefd, was de helft al tegen 1947 geëmigreerd, vooral uit angst voor het grootschalige geweld.

Wat hadden de Polen de Joden dan tijdens de oorlog aangedaan? Ten eerste hadden miljoenen Polen geprofiteerd van de vernietiging van de Joden. Ze betrokken hun huizen en appartementen, confisqueerden hun bezittingen en eisten geld en kostbaarheden in ruil voor protectie. Ten tweede hadden Polen op eigen initiatief vijftienduizend Joden vermoord, vooral in dorpen in het noordoosten van het land. Ten derde hadden ze, meer dan in welk ander Europees land, de Endlösung van nabij gezien en meegemaakt. Toen er Joden na de oorlog terugkeerden, waren ze unerwünscht. Ze herinnerden de plaatselijke bevolking eraan dat ze bloed aan haar handen had, dat ze had gestolen en geplunderd of dat ze geen vinger had uitgestoken om hen te redden. Gross stipt terecht aan dat Polen die Joden tijdens de oorlog hadden verstopt, banger waren voor hun buren dan voor de Duitsers. Ook na de oorlog durfden ze hun hulp aan Joden niet bekend te maken. Hun buren zouden weleens wraak op hen kunnen nemen omdat ze niet zoals iedereen uit de Joden munt hadden geslagen. The New York Times Book Review noemt Angst een ‘verdrietig, schokkend en woedend makend boek’. Dat is geen overdrijving. De hemeltergende onrechtvaardigheid druipt van iedere bladzijde.

Natuurlijk mag het niemand verbazen dat een politieke partij over lijken gaat om haar doel te bereiken. En aangezien de Poolse communisten de steun van de bevolking niet wilden verspelen door openlijk hun antisemitisme aan te vallen, lag het voor de hand dat ze als vermoord zwegen toen de ware omvang van het anti-Joodse geweld duidelijk was geworden. Maar waarom had de katholieke kerk geen scrupules? ‘Ik vrees dat de Poolse geestelijkheid door en door antisemitisch is’, telegrafeerde de Britse ambassadeur in Polen, Victor Cavendish-Bentinck, naar Londen. Ook paus Pius XII reageerde niet. Jacques Maritain, toentertijd Frans ambassadeur bij de Heilige Stoel, had de paus tijdens een audiëntie nochtans om een afkeuring van de moorden in Kielce gevraagd. Maritain schreef erover in zijn dagboek. ‘Bezoek aan Montini (monseigneur Montini - de latere paus Paulus VI was een oude vriend). Ik spreek met (de paus) over Joden en antisemitisme. De Heilige Vader heeft hen zelfs nooit genoemd. Het katholieke geweten is vergiftigd, er moet iets gedaan worden. Artikel in de Osservatore Romano van gisteren over het “voorwendsel Kielce” waarin de pogrom van Kielce als niet-racistisch wordt bestempeld!!’

Hoewel de verontwaardiging van Gross als een rode draad door zijn boek loopt, slaagt hij erin om zich niet door zijn emoties op sleeptouw te laten nemen. Angst is niet zozeer een verontrustend document omdat het (alweer) aantoont hoe primitief een mens kan zijn, maar omdat het op een messcherpe manier het mechanisme van zelfbedrog en zelfvergoelijking blootlegt. Een bikkelhard maar onmisbaar boek.


Recensie door Joseph Pearce



Deze recensie verscheen in De Morgen van 24 oktober 2007

Jan T. Gross, Angst. Antisemitisme in Polen na Auschwitz, Oorspronkelijke titel: Fear. Anti-semitism in Poland after Auschwitz, Vertaald door Corrie van den Berg, De Bezige Bij, Amsterdam, 384 p., 29,90 euro.

Links
mailto:egbert@liberales.be
Share |

STEUN LIBERALES

Liberales werkt met onbezoldigde vrijwilligers en beperkt haar kosten tot een minimum. Toch hebben wij middelen nodig voor noodzakelijke uitgaven zoals abonnementen voor website en mailverkeer.

Uw steun is welkom op onze bankrekening BE44 3900 2047 5745. Ook kleine bedragen worden gewaardeerd. Vermeld het woord 'steun' als referentie.

Met hartelijke dank

Nieuwsbrief

Schrijf je in voor onze wekelijkse nieuwsbrief

Liberales TV

Contact

Claude Nijs
gsm: +32476 343098
claude@liberales.be