Groenkapje en de bekeerde wolf

boek vrijdag 24 oktober 2008

Naema Tahir

‘Sprookjes, de oude verhalen, gaan over hoe het leven werkt.’ Het is een uitspraak van de Nederlandse verhalenverteller Willem de Ridder en daar zit veel waarheid in. Zowat alle sprookjes van de Gebroeders Grimm, Hans Christian Andersen, Giambattista Basile, Charles Perrault en de vertellingen van Duizend-en-één-nacht berusten op eeuwenoude menselijke (on)deugden die voorkwamen (en nog steeds voorkomen) in verschillende culturen. Neem bijvoorbeeld het verhaal van Assepoester dat handelt over de onrechtvaardige stiefmoederlijke behandeling van een mooi meisje dat in lompen gehuld, moet werken en zwoegen, en waarbij de lelijke dochters van de stiefmoeder haar niet zien staan. Wie haar uiteindelijk wél ziet staan is de prins die dank zij het verloren schoentje van Assepoester uiteindelijk met haar zou trouwen, en nog lang en gelukkig zou samenleven, een prachtig einde zoals het bij sprookjes past. Dit verhaal stamt uit de oude Grieks-Egyptische beschaving en werd al opgetekend in de eerste eeuw voor Christus. Tegelijk komt een soortgelijk verhaal voor in de vertellingen van Duizend-en-één-nacht die dan weer uit de Indische beschaving afkomstig zijn. Deze orale overlevering over onrechtvaardigheid, mishandeling en afgunst is van alle tijden, dus ook van vandaag. In die zin vormen de meeste sprookjes een schat aan informatie over ons ethisch handelen. Meer nog, ze zijn net als de ‘heilige’ teksten van de monotheïstische godsdiensten, de overdragers van ons moreel bewustzijn.

Enkele weken terug verscheen Groenkapje en de bekeerde wolf van de uit Pakistaanse ouders geboren Brits-Nederlandse schrijfster Naema Tahir. Het bevat, naar haar eigen zeggen, haar eerste zeven moslimsprookjes waarin ze op een geestige maar ook ontluisterende manier de radicale moslimwereld beschrijft als een habitat van schijnheiligheid, hypocrisie, ijdelheid, jaloezie en vooral van onderdrukking van vrouwen. Het is een problematiek die Tahir al vroeger aan de kaak stelde, zowel in haar non-fictie boek Een moslima ontsluiert en diverse opiniestukken, als in haar romans Kostbaar bezit en Eenzaam heden. In die teksten en boeken ging ze fel tekeer tegen de kwetsbare positie waarin jonge moslimvrouwen zich bevinden, een positie tussen gehoorzaamheid aan de ‘heilige’ tekst en de familie enerzijds en de drang naar genot en zelfbeschikking anderzijds. Naema Tahir veroordeelde fel onmenselijke praktijken als gedwongen huwelijken, het verplicht dragen van hoofddoeken, de onderdrukking van vrouwen omwille van traditionele of religieuze redenen, maar vooral het gebrek aan zelfbeschikking van vrouwen over hun eigen lichaam. In een scherp opiniestuk riep ze ooit op tot een symbolische zelfontmaagding en benadrukte ze dat seksuele vrijheid, seksuele ontplooiing en seksuele rechten belangrijk zijn in het emancipatieproces van moslimvrouwen en dat die veel kunnen leren van de seksuele vrijheid van de westerse vrouwen.

In haar oeuvre toonde Naema Tahir al vroeger aan dat men vrouwen wel fysiek kan opsluiten, maar niet hun geest en verbeelding. Dat beschreef ze op meesterlijke wijze in haar zinderende roman Kostbaar bezit die haar doorbraak betekende als auteur. Ook nu gebruikt Tahir haar enorme verbeeldingskracht om bekende sprookjes als Roodkapje, Assepoester, Sneeuwwitje, Doornroosje en de Schone en het Beest een eigentijdse inhoud te geven zowel voor moslims als voor westerse lezers. Daarbij houdt ze zich wel aan de bekende verhaallijn van deze klassieke legendes maar door subtiele toevoegingen krijgen ze een extra dimensie. Neem het verhaal van Groenkapje en de bekeerde wolf. Het gaat hier om een moslimmeisje dat door haar vader streng bewaakt wordt om haar maagdelijkheid intact te houden zodat hij later een flinke bruidschat kan incasseren. Het meisje is zo vroom dat ze hoofddoeken draagt in legergroen als de kleur van de islam zelf. Op een dag gaat ze naar haar oma die aan de ziekte Vrijheid lijdt omdat ze ongesluierd rondloopt. De Wolf die ze ontmoet is een ex-moslim, wiens grootste wens is Bedreigd te worden en naar het Westen te vluchten om daar zijn gram te halen en bestsellers te schrijven. Omdat oma ongesluierd is, bespringt de Wolf haar. In deze versie krijgt de Wolf echter gelijk. ‘Aangezien oma, de hoer, ongesluierd en dus naakt was, besprong u haar, want u kon het niet laten!’, zo stelt Groenkapje vast. Waarna ze van start gaan met een nieuwe organisatie onder de naam ‘Steuncomité van Voormalige Afvalligen en Voorheen Ongesluierde Bejaarde Moslima’s.’

Met dit en de andere sprookjes ontmaskert Naema Tahir in één klap tal van vooroordelen, vermeende kaakslagen en generalisaties die voor- en tegenstanders over de islam hanteren en cultiveren, terwijl ze niet ingaan op de zwakheden in hun eigen vertoog. Zoals de onwil bij radicale moslims om meisjes en vrouwen als gelijkwaardig te behandelen, bij opportunisten die uit eer- en geldzucht (maar evenzeer op de kap van de vrouwen) de situatie in hun voordeel willen ombuigen, als bij populisten die inspelen op het feit dat westerlingen beter islamhaat begrijpen dan de islam zelf. Doorheen alle sprookjes loopt de rode draad dat moslimmeisjes nauwelijks wat waard zijn. Zij behoren toe tot hun vader en nadien tot hun man. Ze dienen om te worden uitgehuwelijkt zodat ze tenminste een bruidschat opleveren. ‘Als je zoveel voor een vrouw hebt moeten betalen voor een vrouw dan eis je ook gehoorzaamheid. Alsof de man daarvoor zijn hele leven aanspraak kan maken op haar gratis huishoudelijke en seksuele diensten. Dat is niet goed. Menselijke relaties mogen niet bepaald worden door geld. Bruidschatten zouden moeten afgeschaft worden want het is een miserabel surrogaat voor een echt partnerschap en wederzijds respect tussen man en vrouw’, zo schreef Nahed Selim ook in haar boek De vrouwen van de profeet. Dat is ook de boodschap in deze sprookjes.

Tahir heeft de kunst van het sprookjesschrijven helemaal in haar vingers. Ze beschrijft een wereld van wonderlijke koningen, prinsen, eunuchen, harems, kastelen, planten, dieren en daartussen gewone mensen, die gevangen zitten binnen hun strenge religieuze en culturele grenzen. Dat maakt de slachtoffers nog kwetsbaarder dan de personages in de oorspronkelijke verhalen en ontlast de stouterds. Als ze iets verkeerd doen dan is het nooit hun eigen schuld maar omdat ze hun door Allah toegestane instincten volgen. Die houding wordt door Tahir met de nodige ironie verantwoord. Als een meisje wordt aangerand dan is het omdat ze er te verleidelijk bijliep en de man nu eenmaal ‘onbeheersbare seksuele driften (heeft) die we te allen tijde en zonder dralen moeten trachten te aanvaarden.’ Daarom zijn de beste moslima’s vrome en kuise maagden, die zich zoveel mogelijk sluieren, de blik neerwaarts houden en geen hand geven aan vreemde mannen. Kwestie van hun testosteron niet op te warmen. En het maagd zijn is zo belangrijk dat het desnoods beter is dat de schone moslimslaapster sterft dan dat ze door een kus van een prins, zoals het klassieke sprookje ons geleerd heeft, wakker wordt, want dan zou ze immers voor eeuwig bezoedeld zijn. Ze is immers nog niet getrouwd. En trouwen kan niet want ze slaapt. Hoe de koning dit onmogelijke dilemma uiteindelijk oplost moet de lezer zelf in het boekje lezen, maar het is alvast goed gevonden.

Bijzonder geestig zijn de gespeeld politiek correcte opmerkingen van Naema Tahir over bepaalde laakbare handelingen door moslimmannen. Als een moslimman in één van de sprookjes niet naar een familielid gaat omdat hij voorwendt ziek te zijn, haast de auteur eraan toe te voegen dat ze daarmee niet suggereert ‘dat het bij moslims wel eens voorkomt, laat staan vaak, dat ze zich ziek melden terwijl ze dat niet zijn’. Als ze het heeft over de mooie dochter die ook helder verstand heeft wordt snel toegevoegd dat ‘dat natuurlijk niet groter was dan dat van een man’. En als ze heeft over de Profeet of Allah, dan volgt onmiddellijk de uitspraak ‘Vrede zij met hem’. Hiermee verplaatst Tahir zich in het verontschuldigende taalgebruik van de moslimfanaten, maar dient ook de Wildersen van deze tijd van repliek dat ze best kunnen letten op hun stigmatiserende woordgebruik. Want ook over Nederlanders en andere westerlingen in het algemeen zou men eenvoudig suggestieve opmerkingen kunnen maken, denk aan de vele grapjes over het IQ van blonde vrouwen en de stereotiepen over de gierige Hollanders.

Groenkapje en de bekeerde wolf zal snel een plaats verwerven in het rij van gekende sprookjes en dat is vooral een probleem voor de radicale moslims. Zij zwaaien immers snel met fatwa’s en andere veroordelingen over boeken, teksten en cartoons en eisen dat die door de betrokken regeringen worden tegengehouden. Daarnaast pleiten ze voor de verbranding van boeken en hun schrijvers die in hun ogen onaanvaardbaar zijn. Waarschijnlijk zullen ze ook dit boek van Naema Tahir viseren als een belediging voor de islam en de Profeet. Maar hun protest zal niets uithalen. Sprookjes zijn immers beter als andere boeken bestand tegen dergelijke haat. Zoals de auteur het zelf schrijft, zijn ze bedoeld om te worden doorverteld, en dat zal ook gebeuren. De auteur is er in geslaagd om wereldwijd gekende sprookjes toegankelijk te maken voor jeugdige moslims. Die zullen er immers van horen. Want één zaak is zeker. Haar sprookjes zijn uitgesproken en kunnen niet langer ongedaan gemaakt worden. Ze zullen leven in de verbeelding en overlevering van de komende generaties. Met haar sprookjes heeft de auteur een nieuwe stap gezet in de emancipatiebeweging van moslims. Jonge kinderen zullen er kennis van nemen en begrijpen waar het in feite om gaat. Ze zullen ongemakkelijke vragen stellen aan hun radicale ouders. Naema Tahir heeft iets bijzonder gedaan. Ze heeft ogen geopend en die zullen niet snel dichtgaan. Wie haar sprookjes leest, beseft dat ze de (jonge) lezers zullen raken. En daar kan geen fatwa aan verhelpen.


Recensie door Dirk Verhofstadt

Naema Tahir, Groenkapje en de bekeerde wolf, Meulenhoff, 2008

Links
mailto:verhofstadt.dirk@pandora.be
Share |

De Arabische Revolutie:

tussen droom en werkelijkheid

Op woensdag 5 april 20.00 uur

Afspraak in De Markten (Oude graanmarkt 5, 1000 Brussel) voor een avond met Koert Debeuf,

schrijver, columnist, directeur van het Tahrir Institute for Middle East Policy Europe en onderzoeker aan de Universiteit van Oxford.

Zijn recentste boek is "Inside the Arab Revolution. Three Years on the Front Line of the Arab Spring".

Koert zal gebaseerd op zijn persoonlijke ervaringen de Arabische Revolutie trachten te kaderen door parallellen te trekken met de Franse Revolutie en door een aantal inzichten te bieden in het Midden Oosten.

Uw aanmeldingsmail aan info@liberales.be geldt als inschrijving.

STEUN LIBERALES

Liberales werkt met onbezoldigde vrijwilligers en beperkt haar kosten tot een minimum. Toch hebben wij middelen nodig voor noodzakelijke uitgaven zoals abonnementen voor website en mailverkeer.

Uw steun is welkom op onze bankrekening BE44 3900 2047 5745. Ook kleine bedragen worden gewaardeerd. Vermeld het woord 'steun' als referentie.

Met hartelijke dank

Nieuwsbrief

Schrijf je in voor onze wekelijkse nieuwsbrief

Liberales TV

Contact

Claude Nijs
gsm: +32476 343098
claude@liberales.be