Het Groene Boekje en de Van Dale

boek vrijdag 23 december 2005

August Hans den Boef

Tien jaar geleden heb ik het nieuwe Groene Boekje doorgewerkt omdat ik een cursus wilde maken over de - destijds ingrijpende – wijzigingen. Dat doorwerken was uiterst boeiend. Wat een slordigheden, wat een inconsequenties en wat een onbekende woorden! Die cursus daarentegen bleek niet altijd even prettig. Doorgewinterde redacteuren huilden bijkans van woede en verdriet toen ze zagen hoe hun in decennia opgebouwde kennis van de spelling in de lucht was verdwenen. Anno 2005 zijn de wijzigingen minder ingrijpend, maar uitgevers SDU en Lannoo willen zoveel mogelijk aan Het Groene Boekje en spin-offs verdienen. Vandaar de commotie. Overigens anders dan men wel denkt, bijvoorbeeld over educatieve uitgevers, betekenen de wijzigingen een fikse kostenpost voor wie niet bij de spin-offs is betrokken.

Deze keer is mijn belangstelling ook anders dan in 1995 en heb ik slechts gekeken naar de manier waarop godsdienst wordt behandeld in de Woordenlijst Nederlandse Taal. Samengesteld door het Instituut voor Nederlandse Lexicologie in opdracht van de Nederlandse Taalunie. Overigens bladerend, niet via de cd-rom. Bladeren levert meer serendipiteit. Zo ook in de nieuwste druk van de Grote Van Dale, eveneens onlangs verschenen, waarin ik controleerde in hoeverre dit ‘verklarend woordenboek’ van mijn bevindingen in de Woordenlijst afweek. Deze keer heeft Van Dale de lijst ‘onverkort toegepast’ en daarmee het keurmerk ‘officiële spelling’ van de Nederlandse Taalunie verworven.

Weliswaar is een steeds kleiner deel van de Nederlandse en Vlaamse bevolking verbonden met een godsdienstige organisatie en moeten tegenwoordig verschillende spelers de religiemarkt met elkaar delen. Heel anders dan in 1804 toen de spelling voor het eerst werd vastgelegd. Maar veel religieuze begrippen spelen een rol in het discours van de Nederlandse bevolking als geheel en bijvoorbeeld literaire teksten kunnen verwijzen naar historische perioden toen Nederland nog een christelijk land was. Omdat het aantal moslims sinds 1995 substantieel toenam en omdat er een voortdurend, ook internationaal, debat over hun rol in de samenleving wordt gevoerd, zou het aantal woorden dat direct verwijst naar de islam flink moeten zijn toegenomen. Hetzelfde geldt proportioneel voor het hindoeïsme.

Jammer dat de ‘Leidraad’, die ons uitlegt hoe de Woordenlijst werkt en welke regels daaraan ten grondslag liggen, slechts een zeer globale visie over de selectie geeft en per categorie alleen technische details levert. En net als in 1995 mogen visie en technische details nog zo overtuigend en helder zijn, in de uitvoering gaat het vaak mis. Een woordenlijst maken blijft mensenwerk, net als het maken van een woordenboek. De Woordenlijst is samengesteld door een wetenschappelijk instituut en zou dus volkomen blind moeten zijn voor verschillen tussen de diverse religies en evenmin de positie innemen van gelovigen voor wie godsdienst een belangrijker maatschappelijk verschijnsel is dan alle andere tezamen. Turven zonder aanzien des geloofs. Want het gaat vooral om de frequentie van (nieuwe) woorden. Veel woorden verwijzen direct of indirect naar het christendom en het jodendom en er zijn veel nieuwkomers uit de sfeer van de islam: boerka, vrouwenbesnijdenis, Al Qaida.

Monotheïstisch

Prima, hoewel de uitwerking over de verschillende monotheïstische godsdiensten niet consequent heeft plaatsgevonden. Andere godsdiensten komen er zelfs bekaaid af. Het eerste probleem vormen de hoofdletters en dat wordt gedeeltelijk goed opgelost in de Woordenlijst. Tot nu toe moesten jodendom, boeddhisme, christendom, islam et cetera met een kleine letter worden geschreven, evenals joden, boeddhisten, christenen en moslims. De laatste jaren werd hier in de praktijk steeds meer van afgeweken. Niet alleen gelovige moslims schreven ‘Islam’, maar ook allerlei officiële instellingen als de Nederlandse Onderwijsraad en de Inspectie. Zo ook veel Nederlandse onderwijsinstellingen als de hogeschool waar ik werk. Een communicatiedame vertelde waarom: ‘uit respect naar de islamitische studenten en docenten toe’. Terwijl overheid en onderwijs uitdrukkelijk verplicht zijn de ‘officiële spelling’ te hanteren.

Wat doet de Woordenlijst met deze regel? Handhaven. Omgekeerd houden ook Jaweh, God en Allah hun hoofdletter. Het zijn immers eigennamen, zo men wil fictionele personages. Maar met Jaweh, God en Allah houden de goden wel op in de Woordenlijst. Geen Manitoe of Nanaboso van de indianen, noch Kali of Lakshmi van de hindoes, toch ook spelers op de religiemarkt. Wel het lichtfeest Divali dat onlangs, op 1 november, ter ere van Lakshmi werd gevierd. Even voor het Suikerfeest, maar hindoes timmeren dan ook minder luid aan de weg dan islamieten. We missen eveneens goden uit de rijke Europese traditie: Wodan, Jupiter, Zeus. Ook de bad guys uit de Bijbel blijven onvermeld: Satan, Lucifer, Mammon. Baäl is opeens wel aanwezig. Volgens de taalgeleerden gaat het om ‘heilige begrippen waarvoor men respect of ontzag wil uitdrukken.’ Maar waarom ontbreken ‘Ajax’ en ‘Hypotheekrente’ in de Woordenlijst? Heilig voor veel van mijn Amsterdamse stadgenoten. Niet voor mij, maar dat zijn Jaweh, God en Allah evenmin.

Van Dale is wat ruimhartiger. Behalve de uitgebreide bijlage met namen uit de Griekse en Romeinse oudheid, zijn goden als Mars en Jupiter in het hoofddeel te vinden. Evenals Satan, Lucifer, Wodan en Manitoe. Maar de laatste is weer een product van de negentiende-eeuwse christenen die het voor westerlingen onduidelijke indiaanse pantheon wilde vervangen door een monotheïstisch geheel. Bij Boeddha, Jezus en Mohammed wordt in de Woordenlijst expliciet ‘grondlegger’ aangegeven. Confucius, Lao Tse, Nanak en Bhagwan ontbreken in het geheel. Evenals Karl Marx. Toch ken ik een Chinees die ooit wilde weten hoe de grondlegger van het communisme in het Nederlands diende te worden gespeld.

Bij Van Dale is dat minder een bezwaar, want de verklaring van een godsdienst of levensbeschouwing geeft vaak zeer gedetailleerde informatie over de grondlegger, inclusief de levensjaren. Blijft het feit dat een eigen lemma in dit systeem toch een belangrijke waarde vertegenwoordigt. Bhagwan Sree Raineesj krijgt dat lemma wel, in tegenstelling tot de grondleggers van het confucianisme en taoïsme en de uitvinder van de Sikhs. Grondlegger Joseph Smith het evenzo af tegen de Profeet Mormon.

Frequentie

De geleerden staan ons in de Woordenlijst ook toe om het staatshoofd en de paus aan te spreken met ‘Majesteit’ en ‘Heilige Vader’ en verplichten ons wanneer het om Mohammed (grondlegger) gaat Profeet met een hoofdletter te schrijven. Maar waarom mag ik dan niet profeet en messias met een kleine letter schrijven omdat ik geen respect en ontzag heb voor Mormon, Mohammed en Jezus? Althans veel minder dan voor Socrates, Plato, Shakespeare, Voltaire en Goethe die in de Woordenlijst in het geheel niet voorkomen. Die ik nooit als Filosoof, Toneelschrijver, Pamflettist of Dichter zou aanduiden. Er zijn wat afleidingen van hun namen – zowaar ook ‘pinteriaans’ – maar de enige auteur met een aparte vermelding in Woordenlijst en Van Dale is Mohammed, ook de enige figuur in het Groene Boekje van wie het bestaan werkelijk vaststaat. Dat moet onze islamitische volksdelen deugd doen.

De veel gebruikte aansporing ‘alla’ – uitdrukkelijk verboden op islamitische scholen en op veel zwarte – staat wel in Van Dale, maar niet in het Groene Boekje. Maar voordat iemand daarover kamervragen gaat stellen: ook al niet in 1995. Terzijde: in de Woordenlijst ontbreekt het woord ‘kamervraag’. In de krantenbank LexisNexis, met een decennium artikelen uit de Nederlandse kwaliteitsmedia, kent dit woord een frequentie van meer dan 1.000! Foutje!

Alarmerend

Vooral doden krijgen in de verklaringen bij Van Dale levensjaren. Wilhelmus S.P. Fortuijn daar bovenop de reden waarom hij een ‘y’ in zijn naam zette: vond hij ‘chiquer’. Dit is een waardeoordeel, maar bovendien door het overgedetailleerde karakter een woordenboek onwaardig. Dan nog liever de ‘populist’ Pim Fortuyn. Mag Paul Scheffer terecht optreden in het lemma ‘multicultureel’ [drama], Theo van Gogh ontbreekt in Van Dale als degene die het woord ‘geitenneuker’ – niet in de Woordenlijst! - heeft gemunt. Dat is beide merkwaardig, want LexisNexis geeft hiervan honderden vermeldingen, die in de beginperiode alle reageren op Van Gogh. Zo had ik ook Ronald Plasterk willen zien als de bedenker van de term ‘ietsisme’. Helaas, Van Dale beperkt zich tot de (adequate) verklaring: ‘het geloof in een bestaan van een metafysische kracht.’ Erger: ‘ietsisme’ontbreekt in de Woordenlijst, terwijl hij zo’n honderd vermeldingen in LexisNexis heeft.

Ten slotte een woord waarover na de Londense aanslagen van 7 juli duchtig is gedebatteerd: ‘moslimterrorisme’. Islamieten en hun sympathisanten wezen de term af. Want ook al geeft een moslim zelf uitdrukkelijk aan dat hij zijn terroristische daad pleegt uit louter religieuze motieven, volgens hen is hij ofwel geen moslim of interpreteert hij de Koran verkeerd. Overigens, goede daden van moslims komen altijd voort uit de islam en de Koran, zelfs wanneer de weldader dat zelf niet zo vindt. Moslimterrorisme ontbreekt zowel in Van Dale als in de Woordenlijst, maar komt in LexisNexis zo’n 600 keer voor’ Dat is de categorie van ‘moslimextremisme’ en ‘moslimfundamentalisme’ die wel in het Groene Boekje voorkomen, waarvan het eerste weer niet in Van Dale. ‘Onverkort toegepast’?

Qua frequentie zou ‘moslimterrorisme’ in beide publicaties moeten voorkomen, gezien de duizenden vermeldingen die veel minder voorkomen in LexisNexis. Ik pik er een paar uit die nauw verwant zijn. De Woordenlijst geeft in tegenstelling tot Van Dale ‘christenfundamentalisme’ en ‘hindoefundamentalisme’. De eerste komt in de krantenbank nog geen 40 keer voor, de tweede net daarboven. Waarom? Omdat de vermelding van slechts ‘moslimfundamentalisme’ stigmatiserend zou zijn. Van Dale heeft gelijk dat het de woorden niet opneemt, maar faalde wel bij ‘moslimterrorisme’ en ‘moslimsextremisme’. Kortom, ik ontdek niet echt een helder systeem via welk van wetenschappelijke uitgangspunten wordt afgeweken, maar zowel in Van Dale als de Woordenlijst is niet werkelijk sprake van turven zonder aanzien des geloofs. Alarmerend.


Recensie door August Hans den Boef

Het Groene Boekje, Uitgeverij SDU en Lannoo, 2005

Links
mailto:ahdenboef@euronet.nl
Share |

STEUN LIBERALES

Liberales werkt met onbezoldigde vrijwilligers en beperkt haar kosten tot een minimum. Toch hebben wij middelen nodig voor noodzakelijke uitgaven zoals abonnementen voor website en mailverkeer.

Uw steun is welkom op onze bankrekening BE44 3900 2047 5745. Ook kleine bedragen worden gewaardeerd. Vermeld het woord 'steun' als referentie.

Met hartelijke dank

Nieuwsbrief

Schrijf je in voor onze wekelijkse nieuwsbrief

Liberales TV

Contact

Claude Nijs
gsm: +32476 343098
claude@liberales.be