Strohonden

boek

John Gray

De moderniteit staat ter discussie. Steeds meer filosofen, politici en schrijvers plaatsen er kanttekeningen bij, willen het terugdringen of zelfs omkeren. Daarbij staat niet alleen de vooruitgang op zich ter discussie maar ook de globale humanistische levensvisie. In zijn boek Strohonden gaat John Gray, Professor of European Thought aan de London School of Economics, in op het westerse denken van Plato tot het christendom, van de Verlichting tot Nietzsche dat volgens de auteur steeds gebaseerd is geweest op het hooghartige en valse geloof in de mens en zijn plaats in de wereld. Tot op de dag van vandaag wordt geloofd dat de mens een speciale plaats op aarde inneemt en radicaal verschilt van de andere dieren. John Gray laat ons zien hoe de wereld er echt uitziet wanneer we het humanisme achter ons hebben gelaten. De mens is voor de auteur als een hond van stro in een Chinees ritueel – aanvankelijk aanbeden, uiteindelijk vertrapt.

Voor Gray staat het vast dat ondanks de toename van de kennis en de macht van de mens het mensdier steeds een van de meest roofzuchtige en verwoestende soorten zal blijven. In feite zijn mensen de grootste plaag van de aarde want zij kunnen ze gewoon te gronde richten. Massavernietiging wordt immers steeds eenvoudiger en goedkoper. Humanisten hebben het daar moeilijk mee want in tegenstelling tot Darwin geloven ze in de mens als een aparte soort. In die zin is voor Gray het humanistisch geloof in vooruitgang slechts een seculiere versie van het christelijk geloof. Hierbij richt de auteur zijn pijlen op Kant en zijn naïef geloof in de autonome mens en dit in tegenstelling tot bijvoorbeeld Schopenhauer die ideeën over een universele emancipatie minachtte.

Aan de hand van enkele schrijnende voorbeelden zoals Roman Frister, Mary Turner en Varlam Sjalomov wil Gray aantonen hoe broos de menselijke moraal is. Hiermee wil hij aantonen dat de veronderstelde universaliteit en onbetwijfelbaarheid van de moraal een utopie is. Maar hier maakt Gray een denkfout. Even goed kunnen voorbeelden van menselijke moed en opoffering worden aangehaald die juist aantonen dat de mens tot moreel handelen in staat is, bijvoorbeeld door verwijzing naar Arthur Schindler, Mahatmi Gandhi en Martin Luther King, en dan heb ik het nog niet over de talloze onbekenden die zich belangeloos inzetten voor medemensen. Gewoon het feit dat mensen tot moreel handelen in staat zijn moet ons sterken in de overtuiging dat het hoogst denkbare, beschaving, mogelijk is.

Maar zo ziet Gray het niet. Hij benadrukt keer op keer de mislukkingen zoals de massamoorden die volgens hem een bijwerking zijn van de technologische vooruitgang. Deze stelling lijkt me arbitrair of op zijn zachtst gezegd betwistbaar. De genocide in Rwanda in 1994 had weinig of niets te maken met technologie. Gray verwijst naar George Bernard Shaw om zijn stelling te ondersteunen. Shaw vond dat ‘progressieve’ regimes als de Sovjet-Unie en nazi-Duitsland het recht hadden om mensen die overbodig waren uit de weg te ruimen. Dat Shaw dergelijke gruwelijke standpunten innam, valt niet te ontkennen maar dat zegt niets over de moraliteit van anderen. Zo waren er duizenden anderen die hun leven waagden om het leven van een (joodse) medemens te redden.

De auteur probeert zijn standpunt dat de mens in sé immoreel is te staven door te verwijzen naar vier denkers die de moraliteit van de mens in vraag durfden te stellen: Machiavelli, Hobbes, de Mandeville en Nietzsche. Deze argumentatie klopt niet. Niet alleen omdat de vier voormelde personen juist pleitbezorgers waren van een reeële moraal maar ook omdat het even eenvoudig is te verwijzen naar andere filosofen die wel degelijk moraal en moreel handelen als essentieel beschouwden. Het lijkt wel een strategie van Gray om aan de hand van enkele voorbeelden een volledig gedachtegoed in een kwaad daglicht te stellen. Met hetzelfde gemak zou men de redenering in zijn boek kunnen omkeren door andere voorbeelden aan te halen, en op die manier ‘aantonen’ hoe moreel hoogstaand en ethisch correct de mens wel is; een even dwaze als nutteloze zaak omdat we natuurlijk weten dat dit niet zo is. Juist die voortdurende veralgemening door de auteur van de mens tot die verderfelijke ‘mensheid’, ‘mensensoort’ en zelfs ‘mensenplaag’ maakt dat hij niet aan nuances toekomt en een eenzijdig beeld van diezelfde mens voorstelt.

“Niettemin is geloof in de vooruitgang een waandenkbeeld”, zo schrijft Gray. “Zij die in de moderniteit geloven zijn ervan overtuigd dat de geschiedenis – behoudens natuurrampen – aan de kant van de verlichtingswaarden staat.” Daaruit trekt Gray de conclusie dat concentratiekampen even modern zijn als laserchirurgie. Hier maakt Gray een fundamentele fout die gemaakt wordt door alle sceptici tegenover de moderniteit. De toepassing van de verlichtingswaarden zijn geen automatisme. Ze zijn het gevolg van menselijk handelen en voorwerp van een dagelijks en onophoudelijk streven. De geschiedenis staat dus niet automatisch aan de kant van de Verlichting, dat hangt af van de mensen zelf en of die al dan niet geloven in de menselijke waardigheid en vrijheid. De Endlösung kan dan mogelijk geweest zijn door toepassing van moderne technieken, ze is alvast niet het resultaat van moreel menselijk handelen. Ze is het resultaat van mensen die juist immoreel hebben gehandeld en hierbij dankbaar gebruik hebben gemaakt van de efficiëntie, de practische inzetbaarheid en de eenvoudige besturing van moderne technologieën. Wat wel klopt is het feit dat de inzet van dergelijke technologieën, waarbij mensen vanop grote afstand kunnen worden gedood (denk aan het gooien van de A-bom) of als radertje in een bureaucratisch systeem dat niet rechtstreeks in contact komt met de slachtoffers, het moreel besef kunnen doen afnemen of uitschakelen.

De verwijzing naar 11 september als bewijs dat de mens steeds immoreel handelt is evenmin correct. Religieus fanatisme leidt tot immoreel gedrag maar evenzeer moet de heldhaftige houding van de New Yorkse brandweerlieden vermeld worden die op gevaar voor eigen leven medemensen gingen redden. Een kantiaanse moraliteit die stoelt op de autonomie van de mens is dus mogelijk. In het eerste deel van zijn boek schrijft Gray de volgende zin: “Humanisten geloven dat we, als wij de waarheid eenmaal kennen, vrij zullen zijn.” Veel humanisten geloven dat helemaal niet, al was het maar omdat, zoals Karl Popper aantoonde, de waarheid nooit bereikt zal kunnen worden en we hooguit met hypotheses kunnen werken. Een mogelijke hypothese is dat de mens kwaad doet, maar evenzeer dat hij goed kan doen. Maar finaal vrij? Neen dat nooit.

Het boek van John Gray intrigeert en doet ons nadenken over zaken die ons vandaag als evident overkomen maar het daarom nog niet zijn. Als het zijn doel is om ons duidelijk te maken dat de mens niet perfect is, en in veel gevallen zelfs ronduit slecht, dan is hij daarin geslaagd. Problematischer is de doelstelling van de auteur. Wat wil hij met zijn boek bereiken? Dat we alle mensen als immorele wezens zien die nog wreedaardiger zijn dan dieren? Moeten we dan alle mensen opsluiten (wie zal de laatste bewaker zijn?) of collectief zelfmoord plegen? Is een terugkeer naar de pre-technologische tijden mogelijk en wenselijk? Het lijkt me een zinloze discussie. De mens is hier en leeft nu en hij moet er samen met zijn medemensen het beste van maken. Het humanisme en religies kunnen daarbij nuttig zijn. Al was het maar omwille van het besef dat we als mens bekommerd moeten zijn voor alles wat leeft. En als dat in het verleden niet of te weinig gebeurde dan moeten we niet afhaken, maar juist die mensen die echt bekommerd zijn om onze toekomst helpen. We zijn niet machteloos, we maken of kraken (dank zij vrije verkiezingen en de democratie) diegenen die over ons en over ons lot beslissen. En elke dag hebben we, althans in vrije landen, de mogelijkheid om moreel te handelen. Dat lijkt me de enige geruststellende gedachte in die reddeloze wereld die John Gray ons voorstelt.


Recensie door Dirk Verhofstadt (verhofstadt.dirk@pandora.be)


John Gray, Strohonden. Gedachten over mensen en andere dieren, Ambo, 2002

Share |

De Arabische Revolutie:

tussen droom en werkelijkheid

Op woensdag 5 april 20.00 uur

Afspraak in De Markten (Oude graanmarkt 5, 1000 Brussel) voor een avond met Koert Debeuf,

schrijver, columnist, directeur van het Tahrir Institute for Middle East Policy Europe en onderzoeker aan de Universiteit van Oxford.

Zijn recentste boek is "Inside the Arab Revolution. Three Years on the Front Line of the Arab Spring".

Koert zal gebaseerd op zijn persoonlijke ervaringen de Arabische Revolutie trachten te kaderen door parallellen te trekken met de Franse Revolutie en door een aantal inzichten te bieden in het Midden Oosten.

Uw aanmeldingsmail aan info@liberales.be geldt als inschrijving.

STEUN LIBERALES

Liberales werkt met onbezoldigde vrijwilligers en beperkt haar kosten tot een minimum. Toch hebben wij middelen nodig voor noodzakelijke uitgaven zoals abonnementen voor website en mailverkeer.

Uw steun is welkom op onze bankrekening BE44 3900 2047 5745. Ook kleine bedragen worden gewaardeerd. Vermeld het woord 'steun' als referentie.

Met hartelijke dank

Nieuwsbrief

Schrijf je in voor onze wekelijkse nieuwsbrief

Liberales TV

Contact

Claude Nijs
gsm: +32476 343098
claude@liberales.be