De ondergang van het atheďsme

boek vrijdag 24 november 2006

Alister McGrath

Het atheďsme, de ontkenning van het bestaan van God, is op zijn retour. Dat is de centrale stelling van Alister McGrath, een hoogleraar historische theologie in Oxford en hoofd van Wycliffe Hall. Hij schreef de voorbije decennia ruim veertig boeken over wetenschap, religie en christelijke spiritualiteit. Volgens hem leidde het ongeloof tot maatschappelijke catastrofes en neemt de hang naar religiositeit opnieuw toe. Over deze trend schreef hij het controversiële boek De ondergang van het atheďsme. Daarin schetst de auteur de geschiedenis van het atheďsme vanaf de bestorming van de Bastille en de Franse Revolutie tot vandaag. Daarnaast analyseert hij de denkbeelden van notoire atheďsten als Freud, Marx en Dawkins. Wat volgens hem begon als een revolutionaire wereldvisie die de mens moest bevrijden uit onderdrukking en bijgeloof ontaarde in de loop de jaren al snel tot een missie die in fanatisme niet onderdoet voor die van haar gelovige tegenstanders. Aan de hand van de vreselijke gebeurtenissen van de twintigste eeuw besluit de auteur dat het atheďsme geen morele en intellectuele richtlijnen biedt voor de complexe problemen van onze tijd. En hij verwijst naar de groeiende pinksterbewegingen die nu over de hele wereld 500 miljoen aanhangers hebben als het bewijs van de ommekeer. Religies zijn terug ‘in’, en dat klopt, maar zijn stelling dat het atheďsme over de hele lijn gefaald heeft en finaal ten onder gaat mankt aan alle kanten.

Alister McGrath was van huis uit een overtuigde atheďst. ‘De voornaamste achtergrond van mijn atheďsme was het marxisme, een beweging die naar mijn overtuiging de sleutel tot de toekomst in handen had’, zo schrijft hij. Die marxistische visie, als een soort wereldlijk Messiaans perspectief, is belangrijk voor een goed begrip van zijn latere afkeer voor het atheďsme en dat wordt met het lezen van zijn boek steeds duidelijker. Na zijn studies werd McGrath lid van de Anglicaanse Kerk en een vooraanstaand figuur van de evangelische stroming binnen het Britse kerkgenootschap. Uit zijn biografie blijkt dat hij christen werd omdat hij vond dat het christendom meer te bieden had dan het atheďsme, onder meer omdat het daadwerkelijk iemands leven in positieve zin zou kunnen veranderen. Maar correcter is het feit dat hij vooral ontgoocheld raakte in de socialistische experimenten achter het IJzeren Gordijn die niet alleen leidden tot een economische puinhoop, maar ook tot een complete onderdrukking van de menselijke vrijheid, onder meer op het vlak van het geloof. Zijn afkeer van het atheďsme komt dus grotendeels voort uit zijn ontgoocheling in het marxistische project over de maakbare samenleving, en de communistische leiders die zoals Trotski de mens beschouwden als ‘mest op de velden van de toekomst’.

Alister McGrath beschouwt de bestorming van de Bastille op 14 juli 1789 als de grote doorbraak van het atheďsme, alhoewel daarvoor reeds veel kritiek bestond op tal van kerkelijke praktijken. Denk aan Luther die zich fel keerde tegen het systeem van de aflaten en Voltaire die de hypocrisie van de Franse katholieke kerk ongenadig aanviel. De Franse Revolutie dreef op een aversie tegenover adel en kerk die beschouwd werden als bolwerken van wereldlijke en geestelijke onderdrukking. Het leidde niet alleen tot de Verklaring van de Rechten van de Mens maar ook tot de gruwelijke terreur waarbij zowat alle morele normen werden overschreden. Desondanks kende het atheďsme in de negentiende eeuw een spectaculaire groei, en de auteur verwijst naar Ludwig Feuerbach als een van inspirators van een authentiek menselijk bestaan zonder God. Nadien volgden ook Marx, Darwin, Freud en Dawkins die elk op hun manier afstand namen van het geloof. Interessant is dat de auteur ook verwijst naar Michael Planyi die erop wees dat we bepaalde zaken moeten geloven omdat ze later zullen bewezen worden. Zo betoogde Einstein dat de zwaartekracht van de zon een uitwerking zou hebben op het door de zon uitgestraalde licht, iets wat pas in de jaren zestig wetenschappelijk werd aangetoond. Geloven is dus goed, aldus McGrath, want ook wetenschap berust op geloof.

Dit is een denkfout. Serieuze wetenschappers ‘geloven’ niet, ze nemen in de traditie van Karl Popper hooguit hypotheses aan die ze dan aan de scherpst mogelijke kritiek onderwerpen. En dat gebeurt nu net niet bij religies. Hierover draait bijvoorbeeld de hele discussie tussen de evolutieleer van Darwin en het creationisme. Darwin stelde zijn evolutieleer zelf voor als een hypothese die door tal van feiten onderbouwd werd, maar erkende dat die nog op tal van punten kritisch onderzocht moest worden. Creationisten eisen een kritiekloze aanvaarding van het scheppingverhaal zoals overgeleverd via de Bijbel, zelfs al is dat flagrant in tegenspraak met empirische gegevens. De Ierse aartsbisschop James Ussher berekende in het midden van de zeventiende eeuw aan de hand van het boek Genesis het moment waarop de schepping plaatsvond. Hij kwam uit op zondag 23 oktober 4004 voor Christus om negen uur ’s morgens, en daar kan geen geoloog een dag aan toevoegen. In 1701 nam de Kerk van Engeland deze datum op in haar officiële Bijbel. Wat moeten we met die miljoenen fossielen en andere bewijzen van leven voor die datum?

Alister McGrath begeeft zich vervolgens op het morele vlak. Hij verwijst naar De gebroeders Karamazov van Dostojevski waarin de hoofdfiguur stelt dat ‘als God niet bestaat alles is toegestaan’. En hij haalt zijn zwaarste argumenten aan, namelijk het communisme en het nazisme die in de twintigste eeuw zoveel gruwel hebben teweeggebracht. Hij stelt dat de SS-ers die de deuren van de gaskamers in Auschwitz dicht sloegen, mensen waren ‘vrij van alle goddelijke verboden of sancties, en van elke angst voor een toekomstig goddelijk oordeel.’ Ook hier vergist de auteur zich. De soldaten die de joden naar de gaskamers voerden droegen koppelriemen met de tekst ‘Gott mitt uns’. Alhoewel sommige nazi-leiders een eigen godsdienst nastreefden met een aparte liturgie, bleef het nationaal-socialisme sterk verankert in het christendom. Artikel 24 van het NSDAP programma luidde dat het nationaal-socialisme zou worden opgebouwd ‘op de basis van een positief christelijk geloof’. Miljoenen partijleden bleven trouw aan hun katholiek of protestants geloof. In 1933 wonnen de Deutsche Christen, een aan de nazi’s gelieerde geloofsgroep, overtuigend de verkiezingen voor de kerkraden. Tal van kerkelijke hoogwaardigheidsbekleders zoals kardinaal Adolf Bertram eerden Hitler. Nooit excommuniceerde de kerk één hooggeplaatste nazi en Mein Kampf stond nooit op de Index van verboden boeken.

In feite vormden het communisme en het nazisme twee seculiere religies waarbij de verering van de dictator op een quasi religieuze manier gebeurde. In tal van Duitse huishoudens stonden zogenaamde ‘Hitleraltaren’ en in de lofliederen ten aanzien van Stalin klonk een nieuwe religiositeit door. Kruisbeelden maakten plaats voor beeltenissen van Hitler en Stalin. En net als de kerk voordien had gedaan ten aanzien van de paus, werd de mythe van de ‘onfeilbaarheid’ van de twee dictators gepropageerd en geloofd. Kenmerkend voor het atheďsme is net haar ongeloof in onfeilbaarheid. In die zin waren de volgelingen van Hitler en Stalin ‘gelovigen’, net zoals de hedendaagse volgelingen van ayatollahs en andere geestelijke leiders. Zowel Stalin als Hitler werden vereerd en beschouwd als ‘verlossers’ en ook hun naaste makkers die stierven in de strijd werden, net als de eerste christenen, beschouwd als ‘martelaren’ voor de goede zaak. Het boek Dictators van Richard Overy onthult schokkende gelijkenissen tussen radicale interpretaties van godsdiensten en vormen van totalitarisme en ondermijnen de stelling van McGrath dat God dood werd verklaard. De Franse filosoof Michel Onfray keert de stelling van Dostojevski zelfs om en schrijft: ‘Omdat God bestaat, is alles toegestaan’, en hij haalt een batterij overtuigende argumenten aan. Van de aanslagen van 9/11 en de strafexpedities in de Gazastrook tot het verzwijgen van pedofiel gedrag van priesters. Maar evenzeer van de vernietiging van hele bevolkingsgroepen, de Goelags en de Endlösung. In naam van God gaat de mens ten onder, dat bewijst de geschiedenis keer op keer. Ook vandaag trouwens in Libanon, in Kasjmir, in Tsjetjenië en tal van andere plaatsen.

Een van de essentiële problemen van het geloof in de ogen van atheďsten, is de visie van een ‘volmaakte God’. Hoe komt het dat er zich zoveel ellende en lijden voordoet? Heeft God dat gewild? Is het Zijn straf voor de zondigheid van de mens? Wat hebben mensen die in de meest gruwelijke omstandigheden leven en stierven aan de boodschap van het hiernamaals? Béla Zsolt, een overlevende van de Holocaust, verloor zijn geloof toen hij dag na dag geconfronteerd werd met moorden die in naam van God gepleegd werden. Tal van Artsen Zonder Grenzen die werken in ziekenhuizen in Afrika en HIV-slachtoffers helpen, schudden dagelijks het hoofd over de onwil van de kerkleiders om condoomgebruik toe te laten. Zij, en niet de kerkleiders, worden geconfronteerd met de existentiële angst van tallozen die hun hoop hadden gesteld in God, maar desondanks een gruwelijke dood stierven. Niemand verplicht iemand om atheďst te worden. Het omgekeerde gebeurt wel. Talloze mensen worden gedwongen christen, jood of moslim te zijn. Wie dat in orthodoxe kringen weigert wordt uitgestoten of vermoord. Dat is de realiteit. De auteur haalt trots aan dat de pinksterbeweging in de Verenigde Staten nu meer dan 500 miljoen leden telt. Hij ziet het als een overwinning. In feite gaat het om een trieste evolutie waarbij vooral vrouwen, net zoals in de radicale islamitische wereld, hun recht op zelfbeschikking opnieuw ingeperkt zien.

McGrath haalt ook keihard uit naar het atheďsme dat zou getuigen van ‘onvoldoende respect voor culturele verscheidenheid’. Net religies sluiten mensen op in een vermeende collectieve identiteit die ze superieur beschouwen tegenover andere geloofsvormen en ongeloof. Daarbij gaat de auteur voorbij aan één van de belangrijkste aspecten van het atheďsme, namelijk dat de mens een doel op zich is, en geen middel. Wie begaan is met de bescherming en waardigheid van het individu beseft hoe waardevol het atheďsme is. Omdat het de kleinste minderheid, namelijk het individu, respecteert in zijn hoogst persoonlijk recht om te geloven of niet te geloven. Atheďsme op zich biedt natuurlijk geen waarborg voor menselijkheid, het gaat er om welke waarden men als mens belangrijk acht. Zo is solidariteit met medemensen vanuit de vrije wilsbeschikking en de rede, hoogstaander dan de afgedwongen solidariteit die wordt opgelegd. Toch blijft de auteur erbij dat de gewelddadige onderdrukking van de godsdienst het meest zorgwekkende aspect is van het atheďsme, en opnieuw verwijst hij naar de voormalige Sovjet-Unie. Dat is deels waar, zoals men ook kan stellen dat die ene weg van de Verlichting om de ideale samenleving te maken radicaal mislukt is. Maar er bestaat ook een andere weg van de Verlichting, die van het liberalisme en het individualisme. Daaruit zijn de universele rechten van de mens uit voortgekomen die zorgen voor een sterke morele grondslag los van mythes. De frontale aanval van McGrath op het atheďsme is dan ook een aanval op de mensenrechten en haar universele aspiraties. In die zin moet al wie begaan is met de individuele vrijheid wantrouwig staan tegenover deze voormalige atheďst, die ontgoocheld raakte in het marxisme, maar nu in het andere uiterste vervalt, namelijk dat van het obscurantisme op weg naar een nieuwe Duisternis.


Recensie door Dirk Verhofstadt

Alister McGrath, De ondergang van het atheďsme, Ten Have, 2006

Links
mailto:verhofstadt.dirk@pandora.be
Share |

De Arabische Revolutie:

tussen droom en werkelijkheid

Op woensdag 5 april 20.00 uur

Afspraak in De Markten (Oude graanmarkt 5, 1000 Brussel) voor een avond met Koert Debeuf,

schrijver, columnist, directeur van het Tahrir Institute for Middle East Policy Europe en onderzoeker aan de Universiteit van Oxford.

Zijn recentste boek is "Inside the Arab Revolution. Three Years on the Front Line of the Arab Spring".

Koert zal gebaseerd op zijn persoonlijke ervaringen de Arabische Revolutie trachten te kaderen door parallellen te trekken met de Franse Revolutie en door een aantal inzichten te bieden in het Midden Oosten.

Uw aanmeldingsmail aan info@liberales.be geldt als inschrijving.

STEUN LIBERALES

Liberales werkt met onbezoldigde vrijwilligers en beperkt haar kosten tot een minimum. Toch hebben wij middelen nodig voor noodzakelijke uitgaven zoals abonnementen voor website en mailverkeer.

Uw steun is welkom op onze bankrekening BE44 3900 2047 5745. Ook kleine bedragen worden gewaardeerd. Vermeld het woord 'steun' als referentie.

Met hartelijke dank

Nieuwsbrief

Schrijf je in voor onze wekelijkse nieuwsbrief

Liberales TV

Contact

Claude Nijs
gsm: +32476 343098
claude@liberales.be