De woorden van Grimm

boek

Günter Grass

Niemand zal ontkennen dat Günter Grass (1927) de belangrijkste Duitse schrijver van na de Tweede Wereldoorlog is. Nobelprijs voor de Literatuur in 1999, wereldberoemd als de auteur van De blikken trom, wereldberucht na zijn onthulling in 2006 dat hij als 17-jarige de laatste maanden van het Derde Rijk bij de Waffen-SS had doorgebracht. Grass maakte dat nieuws bekend in De rokken van de ui, het eerste deel van een autobiografische trilogie. In 2008 breide hij met De box een vervolg aan zijn levensverhaal. Gewoonlijk wordt met ongeduld naar ieder woord en iedere uitspraak van Grass uitgekeken. De Nederlandse vertaling van zijn romans en novellen, zijn gedichten, opstellen, toespraken, vertellingen en verhalen ligt bijgevolg al in de boekwinkel voordat de Duitse drukinkt goed en wel is opgedroogd.

Dus rijst de vraag waarom het vijf jaar heeft geduurd alvorens de vertaling van De woorden van Grimm, het derde en laatste deel van de autobiografie, tot ons is gekomen. Het antwoord is even simpel als onweerlegbaar: het boek was onvertaalbaar. Althans, dat dacht Grass toen hij met zijn vertalers bij elkaar kwam om de vertaalvalkuilen in De box te bespreken. In zijn volgende boek zou hij immers zijn liefde aan de Duitse taal verklaren, en dat aan de hand van het Deutsches Wörterbuch van Wilhelm (1786-1859) en Jacob Grimm (1785-1863). De gebroeders hadden de opdracht voor het woordenboek in 1838 gekregen. Het eerste deel zou in 1854 het licht zien, het laatste in 1960. Grass was ervan overtuigd dat zijn ontoombaar spelemeien met het Duits een uitdaging te ver zou zijn. Maar toen hij enkele jaren later de vertalers de vrije hand gaf – verzin maar iets, zei hij – besloot Jan Gielkens de handschoen op te nemen.

Het resultaat is een boek vol citaten van grote Duitse schrijvers zoals Goethe, Klopstock, Schlegel, Schiller, Kleist en Novalis, een boek ook dat bulkt van woordspelletjes en woordbruggetjes, een boek ten slotte dat overvloeit van weetjes over en verwijzingen naar de ontwikkeling van het Duits, een taal die Grass zo nauw aan het hart ligt dat ze hem als zijn laatste, ja misschien zelfs zijn enige vriend op het pad van zijn laatste levensjaren vergezelt. ‘Mijn land doet me pijn’, bekent hij, ‘ik walg ervan, maar ik ben verknocht aan zijn taal.’ Gielkens heeft het verstandige besluit genomen zo goed als alle citaten en verwijzingen onvertaald te laten. Een uitdaging voor de lezer, dat is zeker. Voor wie doorzet, is de beloning echter groot.

Grass gaat immers met een aanstekelijk enthousiasme te werk. Hoewel hij over twee jaar negentig wordt, heeft hij niets verloren van de nieuwsgierigheid, vitaliteit en verwondering van een kind dat voor het eerst met de toverkunsten van de taal in aanraking komt. Het enthousiasme van Grass doet trouwens in niets onder voor dat van Jacob Grimm. ‘Hij (Jacob Grimm) leeft op van het bad in een taal die wispelturig letters omwisselt en ze nu eens als inlaut en vervolgens als beginletter gebruikt en die (…) uit ‘oerverwante en geleerde’ woorden bestaat.’ Zeker, nu en dan verliest Grass zich zo graag in reflecties en theorieën over klankverschuivingen, woordvelden en woordveranderingen dat het des Guten zuviel wordt. Het loont desondanks de moeite om de lectuur niet op te geven, ook al omdat het Nederlands enerzijds zo sterk verwant is met de taal van onze oosterburen en anderzijds zo drastisch daarvan verschilt dat je als lezer voortdurend heen en weer tussen herkenning en bevreemding reist.

Grass van zijn kant reist de hele tijd heen en weer tussen het leven van Jacob en Wilhelm Grimm en zijn eigen leven. Hij beeldt zich daarbij niet alleen in hoe en waar de gebroeders werkten, hij komt ook vaak tussenbeide. Zo bezorgt hij hen woorden die een plaats in hun woordenboek hadden verdiend, woorden die ze waren vergeten of die niet bij hun preutse lutherse karakter pasten. Zelfs eigentijdse woorden smokkelt hij in hun onderzoek binnen. Untermensch, kartelbureau, grootkapitaal en kernenergie bijvoorbeeld. Het is een doelbewuste woordkeuze. Grass is immers ook het morele geweten van Duitsland. En dat geweten oordeelt vernietigend over zijn land. Het asielbeleid? ‘Een terugval in de barbarij.’ Democratie? ‘Haar einde is al in zicht.’ Vrijheid? ‘Een hoer die door iedereen geneukt mag worden die het zich kan permitteren.’ Zijn gevorderde leeftijd stemt hem niet milder, integendeel. ‘Hoe dichter wij de rand van het graf naderen, des te verder weg zouden de schroom en de twijfels moeten zijn die wij vroeger hadden zodat wij de waarheid zoals wij haar hebben ingezien ook moedig (…) belijden daar waar ze ons aangaat.’

De liefde van Grass voor zijn moedertaal gaat hand in hand met zijn dank en bewondering voor de gebroeders Grimm. Dank omdat hij bij het schrijven van De blikken trom de idee voor Oskar Matzerath, de jongen die op driejarige leeftijd besloot niet langer te groeien, had opgeraapt bij Klein Duimpje, een van de sprookjes uit hun Kinder- und Hausmärchen. Bewondering omdat Jacob Grimm samen met zes andere docenten aan de universiteit van Göttingen in 1837 geweigerd had om de eed op de grondwet te verbreken. Als straf werden ze door de koning van Hannover uit hun ambt gezet en verbannen.

De Zivilcourage van Jacob Grimm herkent Grass natuurlijk ook bij zichzelf. Zijn hele publieke leven lang al trekt hij met open vizier ten strijde tegen onrecht en de hypocrisie van politici en predikanten. Als beloning wordt hij voor vaterlandslose Geselle uitgescholden. Hij is een betweter, aldus zijn inheemse vijanden, een doemdenker, een drammer. Grass voelt zich duidelijk zwaar beledigd. Teleurstelling en bitterheid kleuren de passages waar hij terugblikt op zijn jaren als militant voor de sociaaldemocraten van de SPD. Gelukkig vindt hij vaak troost bij Jacob Grimm. Zo leert diens toespraak over de ouderdom Grass omgaan met zijn naderende einde. ‘Ik weet het: je kunt van (de dood) op aan.’ Het zijn de aangrijpendste bladzijden in het hele boek. In De woorden van Grimm presenteert Günter Grass zich vooral als taalvorser. Hij ziet de woorden rijpen, hij ploegt ze om, hij oogst ze. En intussen bezinken de tijden en etteren ze door.


Recensie door Joseph Pearce

Deze recensie verscheen eerst in de boekenbijlage van De Morgen.

Günter Grass, De woorden van Grimm, Meulenhoff, 391p., € 29,95. Vertaling door Jan Gielkens en Meulenhoff Boekerij bv, Amsterdam

Links
mailto:joseph.pearce@telenet.be
Share |

De Arabische Revolutie:

tussen droom en werkelijkheid

Op woensdag 5 april 20.00 uur

Afspraak in De Markten (Oude graanmarkt 5, 1000 Brussel) voor een avond met Koert Debeuf,

schrijver, columnist, directeur van het Tahrir Institute for Middle East Policy Europe en onderzoeker aan de Universiteit van Oxford.

Zijn recentste boek is "Inside the Arab Revolution. Three Years on the Front Line of the Arab Spring".

Koert zal gebaseerd op zijn persoonlijke ervaringen de Arabische Revolutie trachten te kaderen door parallellen te trekken met de Franse Revolutie en door een aantal inzichten te bieden in het Midden Oosten.

Uw aanmeldingsmail aan info@liberales.be geldt als inschrijving.

STEUN LIBERALES

Liberales werkt met onbezoldigde vrijwilligers en beperkt haar kosten tot een minimum. Toch hebben wij middelen nodig voor noodzakelijke uitgaven zoals abonnementen voor website en mailverkeer.

Uw steun is welkom op onze bankrekening BE44 3900 2047 5745. Ook kleine bedragen worden gewaardeerd. Vermeld het woord 'steun' als referentie.

Met hartelijke dank

Nieuwsbrief

Schrijf je in voor onze wekelijkse nieuwsbrief

Liberales TV

Contact

Claude Nijs
gsm: +32476 343098
claude@liberales.be