De kleren die wij dragen

boek vrijdag 24 april 2009

Linda Grant

Linda Grant schreef een klassieke Engelse roman over de dubbelzinnigheid van uiterlijk vertoon. Door De kleren die wij dragen in een migrantengemeenschap te laten spelen geeft ze er echter een bijzonder originele en hedendaagse draai aan.

Ervin en Sandor Kovacs zijn broers en Hongaarse emigranten, en daarmee is het lijstje gelijkenissen tussen de twee meteen ten einde. De een is immers een grijze muis, al zijn hele leven getrouwd met de hinkende Berta en de vader van Vivien, een doodbraaf meisje dat netjes afstudeerde aan de universiteit, trouwde met een wetenschapper en zoals het hoort al tijdens de huwelijksnacht zwanger werd. Ervin en Berta zijn in 1938 uit Hongarije gevlucht en in Londen beland. Ze waren immers joods en als het in die periode regende in Berlijn, druppelde het in Boedapest. Sindsdien stapt Ervin iedere ochtend op hetzelfde uur de deur uit, op weg naar zijn werk in het achterkamertje van een juwelier, waarna Berta zich aan de huishoudelijke taken weidt. Ze is het type vrouw dat zelf een vogelstront op het hoofd als een goed voorteken beschouwt, en misschien heeft ze wel gelijk, want de dag nadien wint ze tien pond.

Nee, neem dan Sandor, dat is een heel ander paar mouwen. Die staat in 1960 plots voor Ervin, piekfijn uitgedost in een opvallend pak, met aan zijn arm een zwarte schone. Hij steekt met een brede glimlach de hand uit naar zijn verraste broer en krijgt prompt de deur in het gezicht. Ervin moet niets weten van het opzichtige gedrag van Sandor. Hij is een klaploper vindt hij, iemand die zijn geld verdient in de prostitutie en de huisjesmelkerij en daarom, zo drukt hij Vivien op het hart, maar beter uit de weg gegaan kan worden. Wat het meisje natuurlijk doet, tot ze niet veel later een krant te zien krijgt met op de frontpagina een grote foto van haar oom en daaronder de kop: “Is dit het gezicht van het kwaad?” Dat vindt ze fascinerend.

Een roman kun je op veel manieren beginnen, maar om een of andere reden blijkt de flashback in de Engelse literatuur nogal eens succes op te leveren. Evelyn Waugh begon zijn Brideshead Revisited op die manier en tijdgenoot Anthony Powell bereikte het summum door zijn twaalfdelige cyclus A Dance to the Music of Time als een grote herinnering te presenteren, waarbij de sneeuwvlokken die uit de lucht kwamen dwarrelen op de eerste pagina van boek een pas op de laatste pagina van boek twaalf de grond bereikten. In De kleren die wij dragen doet Linda Grant hetzelfde. Haar roman begint in 2007, wanneer de inmiddels 54 jaar oude Vivien omwille van een bomalarm van haar normale weg moet afwijken en zo voorbij de kledingwinkel passeert waar ooit Eunice werkte, de zwarte geliefde van haar oom Sandor. Zou ze er nog zijn, vraagt Vivien zich af en dus stapt ze binnen, waar ze Eunice achter de toonbank ziet staan, en waardoor haar geheugen stevig omgeroerd wordt.

Dertig jaar eerder was Vivien, een jonge weduwe die haar kind had laten aborteren en een beetje op de dool was, op zoek gegaan naar haar oom, de man die een paar jaar had moeten brommen voor zijn illegale praktijken en die daarna nooit meer de oude was geworden. Ze had het zo gefikst dat ze met hem aan de praat was geraakt in een park. Miranda Collins, zo stelde ze zichzelf voor en uiteindelijk was ze aan de slag gegaan als zijn biografe. Iedere dag gingen ze samen zitten en vertelde Sandor over zijn verleden. Was hij werkelijk het gezicht van het kwaad, luidde haar uitgangsvraag, maar na een tijdje vond ze hem gewoon een engerd, iemand met grootheidswaanzin die iedere situatie naar zijn hand wist te zetten en misbruik maakte van de onmacht van de anderen.

Wanneer de twee aan de praat raken over Sandors praktijken, zoals het verhuren van gemeubelde kamers zonder enige voorzieningen aan arme zwarte migranten, gaat de man echter in de tegenaanval. Ik was de enige die hen überhaupt een dak boven het hoofd wou geven, beweert hij, en is het zo slecht dat ik in dit gat in de markt sprong? Je moet niet altijd tevreden zijn met het eerste het beste wat je aangeboden krijgt, verwijst hij naar het onzichtbare bestaan van Ervin. Je mag ook wat meer eisen, en daarbij helpt het hoe je eruit ziet. Wie netjes gekleed gaat, heeft meer mogelijkheden in het leven, en wie met een gouden Cartier schrijft, krijgt meer gedaan van de tegenpartij dan hij die op het achtereinde van een Bic zit te knabbelen.

Ook qua thematiek is De kleren die wij dragen dus een oerengelse roman. Keeping up appearances is niet voor niets een Brits product en wie de boeken van Jane Austen er op naslaat zal merken dat uiterlijke schijn ook op het einde van de achttiende eeuw al een prominent literair thema was. Maar Grant geeft er een draai aan door van Sandor geen boeman te maken. Iedereen denkt meteen dat hij slecht is omwille van de manier waarop hij zich kleedt en gedraagt, maar misschien valt het allemaal wel mee. Toen Ervin en Berta de biezen pakten naar Engeland, bleef hij achter in Hongarije om op zijn bejaarde moeder te passen, waardoor hij tijdens de oorlog in een gevangenkamp belandde waar hij zwaar mishandeld werd. Hij heeft een mercantiele geest, maar wat is daar mis mee, lijkt Grant hem gelijk te geven. Nee, het werkelijke kwaad komt in haar roman voor in de gedaante van het National Front dat op het einde van de jaren 1970 zwaar tekeer ging in de Londense achtergestelde wijken.

De kleren die wij dragen werd vorig jaar terecht genomineerd voor de Booker Prize. Het boek biedt immers een originele kijk op wat het betekent immigrant te zijn en gaat lijnrecht tegen alle stereotiepen in. Het roept ons op verder te kijken dan de uiterlijke schijn en op zoek te gaan naar de mens die erachter zit, of zoals Sandor het verwoordt: iedereen had het constant over wat ik voorstelde, maar niemand vroeg zich af wat het betekende om mij te zijn, een Kovacs.


Recensie door Marnix Verplancke



Deze recensie verscheen eerst in Uitgelezen, de boekenbijlage van De Morgen.

Linda Grant, De kleren die wij dragen, Prometheus, 318 p., 19,95 euro.

Links
mailto:marnixverplancke@skynet.be
Share |

STEUN LIBERALES

Liberales werkt met onbezoldigde vrijwilligers en beperkt haar kosten tot een minimum. Toch hebben wij middelen nodig voor noodzakelijke uitgaven zoals abonnementen voor website en mailverkeer.

Uw steun is welkom op onze bankrekening BE44 3900 2047 5745. Ook kleine bedragen worden gewaardeerd. Vermeld het woord 'steun' als referentie.

Met hartelijke dank

Nieuwsbrief

Schrijf je in voor onze wekelijkse nieuwsbrief

Liberales TV

Contact

Claude Nijs
gsm: +32476 343098
claude@liberales.be