Het sportieve leven van de Romeinen

boek vrijdag 03 juni 2011

Patrick Gouw

Sport in de Oudheid wordt door velen geassocieerd met de Grieken, die in alles en zeker in sport, toneel en muziek de besten wilden zijn. Meestal denkt men er dan nog bij dat de beloning enkel bestond in roem en een krans van olijftakken (Olympia), pijnboomtakken (Corinthe), peterselie (Nemea), appels (Delphi) of olie van de heilige olijfboom (Athene), zoals de wijze Solon ons vertelt in een dialoog van Loukianos (tweede eeuw na Christus), maar de trotse winnaars verdienden in feite een levenslang pensioen van hun stad, gratis verblijf en geldprijzen op alle andere spelen die niet bij de grote vier of grote vijf hoorden. Dit laatste element ontbreekt trouwens ook bij de auteur van dit boek. Zo vertelt hij wel dat hun training door de staat betaald werd, maar dat is heel wat minder dan hun koninklijke dotatie.

Het beeld dat we hebben van de Romeinen is minder fraai. Ze zouden trouw gebleven zijn aan hun traditioneel volksvermaak zoals bloeddorstige gladiatorenspelen, het doelloos afslachten van mensen en dieren en niet al te zachtaardige wagenrennen. Schrijvers hebben dat beeld in leven geroepen, generaties oudheidkundigen hielden het mee in stand. Toch klopt het maar gedeeltelijk. Horatius gaf zelf toe dat hij weinig fysieke inspanningen leverde, Juvenalis stelde zijn medeburgers voor als lui, maar aan hem danken we dan weer wel de mooie spreuk ‘mens sana in corpore sano’ (Satiren, 10, 356). Seneca en Tacitus konden het niet laten kritiek te spuien op atleten en hun lichaamsverzorging, namelijk ‘hoe zwak van geest zijn de lieden van wie wij de armen en schouders bewonderen’. Het vooroordeel dat sport en cultuur niet samengaan, is dus twee millennia oud.

Dat beeld moet genuanceerd worden en Patrick Gouw doet dat ook. Hij wijst erop dat geen enkel volk in de Oudheid zoveel goed getrainde soldaten had als de Romeinen. Ten tijde van Augustus waren 61 dagen gereserveerd voor de spelen, in de tweede eeuw groeide dat getal tot 173. Dat wil niet zeggen dat de bevolking niets deed: men begon veel vroeger te werken en men kon dan ’s namiddags ontspannen, meestal met toneel of paardenrennen in het Circus Maximus. Die rennen werden blijkbaar veel meer georganiseerd dan de vechtpartijen van gladiatoren. En door de weddenschappen op de witte, rode, blauwe of groene renstal, was het succes van de ‘ludi circenses’ zeer groot. Volgens Vegetius moesten de Romeinse spelers goed kunnen zwemmen, om rivieren over te steken of om desnoods snel weg te vluchten. Het Marsveld lag vlak bij de Tiber. Na de training konden ze daar hun zweet en stof wegspoelen en de vermoeidheid van het rennen, worstelen, werpen van zich af zwemmen. Maar ook voor de burgers gold het principe ‘Rust roest’ (P. Celsus, De Medicina).

Met de veroveringen vonden niet enkel tienduizenden Grieken, maar ook een groot aantal Griekse cultuurproducten van literaire, filosofische, religieuze, artistieke en sportieve aard hun weg naar Rome. Sulla, Caesar en anderen organiseerden spelen ter ere van hun overwinningen tegen respectievelijk Mithridates (80 v.C.) en Pompeius (46 v.C.). Augustus probeerde zijn Actia vanaf 27 v.C. dezelfde status te geven als de grote spelen van de ‘periodos’. Ze kregen hetzelfde programma, plus roeiwedstrijden, om te herinneren aan de zeeslag bij Actium (31 v.C.). In 2 n.C. richtte hij ook de Italika Rhomaia Sebasta Isolympia op in Napels, de meest Griekse stad van Italië. Zoals het woord suggereert, moesten ze gelijk zijn aan de Olympische Spelen. Afgekort heetten ze Sebasta of Augustalia. Nero organiseerde de Neronia, maar deze bleven niet lang bestaan. In de plaats kwamen de Agones Capitolini of Capitolia, ingericht door keizer Domitianus in 86 n.C. Hij liet ook een permanent atletiekstadion bouwen, met een looppiste van 180 meter zoals in Delphi met plaats voor 30.000 toeschouwers. Het lag op de huidige Piazza Navona. Deze heeft nog altijd die vorm.

De prestaties van de Romeinse atleten bleven beneden de verwachtingen. Op de erelijst van duizend jaar Olympische Spelen staat slechts één Romeins atleet, een zekere Gaius, die in 72 v.C. de dolichos won. Dit was de langste afstand, nog geen 5 km (de marathon bestaat pas sinds 1896). Er waren ook nog winnaars in het paardenrennen zoals Tiberius in 4 v.C. en Germanicus in 17 n.C. De medailles van Nero in 67 n.C. waren een aanfluiting van alle normen. Hoewel hij tijdens het wagenrennen uit zijn wagen vloog en voortijdig opgaf, werd hij door de omgekochte scheidsrechters tot grote winnaar uitgeroepen.

We mogen concluderen dat sport geen privilege was van de Grieken en een nieuwe, zij het dan minder luisterrijke bloeitijd kende tijdens het imperium Romanum, vooral dan in Midden-Italië. Het boek eindigt met noten, literatuur, foto’s van Olympia, Campus Martius, Circus Maximus e.a., een plattegrond van Rome, het stadion van Domitianus en een verantwoording van de vertalingen. In de bibliografie mis ik twee belangrijke werken: Luigi Moretti, Iscrizioni Agonistiche Greche, een goudmijn voor de sport bij Grieken en Romeinen en het C.I.L. of Corpus Inscriptionum Latinarum. Hierin staan ook de Romaia, belangrijke spelen op vele plaatsen, zowel in het oostelijk als westelijk Romeinse Rijk, met een Olympisch programma, ingericht vanaf 189 v.C. ter ere van de godin Roma en tot meerdere eer en glorie van de zegevierende Romeinen. Bij Gouw komen ze niet aan bod, mogelijk omdat hij zich focust op literaire bronnen en te weinig op inscripties.

Zijn boek biedt wel gevarieerde informatie over het politieke, sociale en literaire leven in Rome, Italië en het Romeinse Rijk tussen ca. 200 v.C. en 200 n.C., over de interactie tussen de Griekse en Romeinse cultuur en een nieuwe, verfrissende kijk op de actieve sportbeoefening bij de Romeinen, een aspect dat al 2.000 jaar onderbelicht bleef. Het boek leest ook zeer aangenaam. Het mist helaas een register. Wie geen classicus is, moet zijn Latijns woordenboek ernaast leggen.


Recensie door Jef Abbeel

Patrick Gouw, Het sportieve leven van de Romeinen, Scriptio, Deventer, 2007

Links
mailto:jef.abbeel@skynet.be
Share |

De Arabische Revolutie:

tussen droom en werkelijkheid

Op woensdag 5 april 20.00 uur

Afspraak in De Markten (Oude graanmarkt 5, 1000 Brussel) voor een avond met Koert Debeuf,

schrijver, columnist, directeur van het Tahrir Institute for Middle East Policy Europe en onderzoeker aan de Universiteit van Oxford.

Zijn recentste boek is "Inside the Arab Revolution. Three Years on the Front Line of the Arab Spring".

Koert zal gebaseerd op zijn persoonlijke ervaringen de Arabische Revolutie trachten te kaderen door parallellen te trekken met de Franse Revolutie en door een aantal inzichten te bieden in het Midden Oosten.

Uw aanmeldingsmail aan info@liberales.be geldt als inschrijving.

STEUN LIBERALES

Liberales werkt met onbezoldigde vrijwilligers en beperkt haar kosten tot een minimum. Toch hebben wij middelen nodig voor noodzakelijke uitgaven zoals abonnementen voor website en mailverkeer.

Uw steun is welkom op onze bankrekening BE44 3900 2047 5745. Ook kleine bedragen worden gewaardeerd. Vermeld het woord 'steun' als referentie.

Met hartelijke dank

Nieuwsbrief

Schrijf je in voor onze wekelijkse nieuwsbrief

Liberales TV

Contact

Claude Nijs
gsm: +32476 343098
claude@liberales.be