De Gouden Tak

boek

James George Frazer

Het is juli 2013. De Belgische koning Albert II kondigde zonet zijn troonsafstand aan. Zijn oudste zoon, prins Filip, volgt hem op. Mocht de koning toevallig vertrouwd zijn met De gouden tak, het meesterwerk van de antropoloog James George Frazer, dan bestudeerde hij ongetwijfeld het hoofdstuk over het lot van de ouder wordende koning met meer dan gewone interesse. Frazer documenteert in detail het ritueel dat in meerdere culturen bestond om de leider, of de koning, om te brengen als duidelijk wordt dat zijn krachten afnemen. Een belangrijke indicatie daarvan zijn klachten van de vrouwen over het verminderen van zijn seksuele vermogens. Soms is het de opvolger zelf die de koning moet doden, soms zijn het priesters of afgevaardigden van het volk.

Frazer interpreteert het ritueel vanuit opvattingen over vruchtbaarheid. Men associeert de voortplanting van mensen en dieren, en het groeien van de gewassen, met de gezondheid van de koning. Als het bergaf gaat met zijn gezondheid, in het bijzonder als duidelijk wordt dat zijn reproductieve vermogens aftakelen, dat doemt het schrikbeeld op van een demografische ramp en hongersnood. Men moet daarom de koning doden op het moment dat zijn krachten nog behoorlijk functioneren, zodat ze onaangetast kunnen overgaan op zijn opvolger. De koning mag in geen geval ten onder gaan door ziekte en verval, want dan gaan zijn krachten verloren, of worden ze geroofd door boze geesten of tovenaars. Het voortbestaan van de groep hangt dus af van het ritueel vermoorden van de koning, en dat op het juiste moment.

Mocht koning Albert het hoofdstuk hierover in het boek van Frazer lezen, wat zou er door zijn hoofd spoken? Zeker kunnen we het uiteraard nooit weten, maar ik vermoed dat hij zich gelukkig zou prijzen dat de tijden zijn veranderd. Misschien zou hij sommige passages uit De gouden tak voorlezen aan koningin Paola, en zouden ze er samen goed om lachen, in het bijzonder over Frazers uiteenzetting over de rol van de koningin. Haar taak was het immers om de eerste symptomen van seksuele neergang te signaleren, zodat men de koning op tijd kon doden. Maar misschien zouden Albert en Paola daar de humor niet van in zien, ik wil er hier verder niet over speculeren.

Waar het me om gaat is de vraag hoe het komt dat de tijden zijn veranderd. Waarom doden we de koning nu niet meer? De essentie van het antwoord is natuurlijk dat we ondertussen weten dat er geen verband is tussen de vruchtbaarheid van de koning en het slagen of mislukken van de oogst. Of de koning ziek is of gezond, het maakt niet uit voor de vruchtbaarheid van zijn onderdanen. We weten dat de koning geen magische krachten heeft, laat staat dat ze kunnen overgaan op zijn zoon, mits de koning ritueel wordt omgebracht. Het besef dat dergelijke krachten en causale relaties in werkelijkheid niet bestaan, ontstond in de Griekse oudheid. De presocratische filosofen waren de eersten om eraan te twijfelen, zij zijn dan ook de pioniers van het kritische denken. Ze stelden zich immers de meest fundamentele vragen over de aard van de werkelijkheid: hoe zit de wereld in elkaar? Wat is het verband tussen verschillende gebeurtenissen? Wat wordt door wat veroorzaakt? Maar vooral: hoe kunnen we dit alles weten?

Het is pas in de zestiende en zeventiende eeuw dat het inzicht ontstond dat experimenten noodzakelijk zijn om het onderscheid te kunnen maken tussen echte en vermeende verbanden, en tussen reŽle en gefantaseerde krachten. De resultaten lieten niet lang op zich wachten en waren spectaculair: denk aan het werk van Galilei, Newton, Huygens en vele anderen. In de eeuwen die daarop volgden ontwikkelde men meerdere experimentele methodes. Zo ontstond bijvoorbeeld relatief recent de gerandomiseerde, placebogecontroleerde dubbelblindproef, essentieel om betrouwbare kennis te verwerven in onder meer de geneeskunde en farmacie. Sommige disciplines zijn nog op zoek naar een precieze methodologie die tot inzichten leidt met een universeel karakter, bijvoorbeeld de economie en criminologie. De weg van Aristotelesí intuÔtieve fysica naar de experimenten van Galilei was lang, maar die van Freuds speculaties naar de experimenten van pakweg Amos Tversky en Daniel Kahneman was al heel wat korter. De andere disciplines zullen volgen.

De onmiskenbare wetenschappelijke vooruitgang van de voorbije eeuwen is te danken aan het groeiend inzicht in wat kritisch denken werkelijk is. Vrijwel iedereen denkt in staat te zijn tot kritisch denken. De creationist die van mening is dat nagenoeg de hele natuurwetenschap fout zit, aangezien de aarde minder dan tienduizend jaar oud is, vindt zichzelf uitermate kritisch. Er schort duidelijk iets aan zijn omschrijving van wat kritisch denken precies inhoudt. Eenvoudig is het niet: men moet inzicht verwerven in de feilbaarheid van de eigen psychologische vermogens, in methodologische aspecten van de wetenschap, in statistiek, in het karakter van drogredenen en denkfouten, enzovoort. Maar de beloning voor de inspanning is bijzonder groot. Wie in staat is tot waarachtig kritisch denken is niet langer het willoze slachtoffer van bijgeloof en irrationalisme en kan met een gerust gemoed de Belgische troonsopvolging tegemoet zien. Zelfs al heeft de koning op bepaalde gebieden zo nu en dan al eens een mindere dag.


Recensie door Johan Braeckman

Frazer James George, De Gouden Tak, Olympus, 2013

Links
mailto:johan.braeckman@ugent.be
Share |

STEUN LIBERALES

Liberales werkt met onbezoldigde vrijwilligers en beperkt haar kosten tot een minimum. Toch hebben wij middelen nodig voor noodzakelijke uitgaven zoals abonnementen voor website en mailverkeer.

Uw steun is welkom op onze bankrekening BE44 3900 2047 5745. Ook kleine bedragen worden gewaardeerd. Vermeld het woord 'steun' als referentie.

Met hartelijke dank

Nieuwsbrief

Schrijf je in voor onze wekelijkse nieuwsbrief

Liberales TV

Contact

Claude Nijs
gsm: +32476 343098
claude@liberales.be