Hitlers gewillige beulen

boek vrijdag 06 juni 2003

DaniŽl J. Goldhagen

Boeken over de Tweede Wereldoorlog blijven altijd onze aandacht trekken. Nog altijd zijn mensen verwonderd over het hoe en waarom van de verschrikkelijke genocide op de joden. Niet het recentste boek over deze materie, maar zeker ťťn van de meest controversiŽle is het boek 'Hitlers Gewillige Beulen' van Harvard-politicoloog Daniel Jonah Goldhagen, dat in 1996 voor de eerste maal in Nederlandstalige vertaling verscheen. In dit boek, waarmee hij in 1994 een prijs won als beste dissertatie in het domein van de comperatieve politicologie, gaat Daniel Goldhagen op zoek naar het waarom van de holocaust. Hoe kon dit gebeuren? Zijn stelling als waren alle Duitsers mededader en mee verantwoordelijk is even controversieel als verrassend. Op basis van geheel nieuw wetenschappelijk onderzoek en drie uitgebreide case-studies tracht hij zijn stelling te bewijzen.

Traditionele verklaringen voor de gruwel van de holocaust vertrekken vaak vanuit een antisemitisme dat beperkt blijft tot de kaders van de NSDAP. De SS zou gewone burgers hebben gedwongen om mee te helpen, mensen wisten niet met wat ze precies bezig waren (als bureaucratische tandwielen in een goed geoliede machine) of luisterden blindelings naar bevelen (Befehl ist Befehl). Volgens Daniel Goldhagen is niets minder waar. Zijn boek vertrekt vanuit een theoretische situatieschets van de opgang van het antisemitisme in de Duitse samenleving lang voor de 20e eeuw. Het stelt dat er gedurende de geschiedenis bijna voortdurend een latent antisemitisme aanwezig was in de Duitse samenleving dat met regelmatige tussenpozen een acute en virulente vorm aannam. Hij ontleed allerlei situaties die volgens hem zijn stelling ondersteunen. Zonder al te veel kritiek te willen leveren kan ik mij echter niet van de indruk ontdoen dat Goldhagen zich hierbij schuldig maakt aan een vorm van sleutelgat-geschiedschrijving. Hij tracht zijn stelling te bewijzen en vanuit deze voorafname ziet hij in vele feiten die eigenlijk voor meerdere interpretaties vatbaar zijn een bevestiging van zijn stelling. Het beeld dat Goldhagen creŽert van de Duitse maatschappij is, bij overpeinzing, verschrikkelijk. Lang voor er van Hitler of de NSDAP sprake was, was de Duitse maatschappij doortrokken van antisemitisme.

Lang voor Hitler zijn vernietigingsmachine bedacht, leefde bij het Duitse volk de gedachte dat de joden op de ťťn of andere manier geŽlimineerd moesten worden. Wanneer Hitler aan de macht kwam en hij zijn holocaust wilde starten had hij dan ook geen enkele moeite om hiervoor medestanders te vinden die vol overtuiging aan zijn zijde stonden en hielpen bij de uitvoering van deze verschrikking. Bij hen leefde de opvatting dat de eliminatie van de joden niet alleen noodzakelijk was maar tevens gerechtvaardigd. Deze vaststelling dwingt ons ook om na te denken of ook vandaag nog, in onze Westerse liberale democratieŽn, de mogelijkheid bestaat dat racistische opvattingen de onderliggende gedachtestroom kunnen zijn van een ganse maatschappij. Het kan een waarschuwing zijn en een oproep tot behoedzaamheid met betrekking tot vooroordelen of 'gekleurde' berichtgeving in de media.

Het koninginnestuk van het boek zijn echter de drie casestudies die zijn stelling moeten ondersteunen. Goldhagen onderzoekt achtereenvolgens de werking van Politiebataljon 101 waarin gewone Duitsers worden tot verschrikkelijke massamoordenaars, de werking van werkkampen en de dodenmarsen in de laatste dagen van de oorlog.Het meest uitvoerige gedocumenteerde deel en tevens het meest aangrijpende is het deel over het politiebataljon 101. Politiebataljons waren een deel van de ordepolitie die moest instaan voor de 'ordehandhaving in veroverde gebieden' en speelden een belangrijke rol bij de volkerenmoord. Voor Goldhagen zijn vooral drie kenmerken van belang. Ze bestonden (a) uit gewone Duitsers, die (b) slechts een povere training kregen waar geen sprake was van ideologische indoctrinatie en die (c) tevens geen nazi-organisaties waren. Het aantal partijleden en SS-militanten was er niet groter dan in de samenleving in haar geheel. Goldhagen beschrijft op aangrijpende manier hoe de leden van de politiebaltaljons betrokken waren bij massale slachtingen. Hij laat daarbij niet na bepaalde slachtingen tot in de details te beschrijven. Kenmerkend, volgens Goldhagen, is echter dat de mannen deelnamen aan de moorden uit vrije wil. Niemand was verplicht, er was niet zoiets als militaire tucht en er werd zelfs voorafgaandelijk de gelegenheid geboden eruit te stappen. Niemand deed het. Allen draaiden zij vrijwillig mee in de moordmachine. Goldhagen beschrijft hoe leden van de politiebataljon's extatisch reageerden bij de verbranding van honderden joden in de grote synagoge van Bialystok. Goldhagen ziet hen op slag veranderen in ideologisch strijders, jodenverdelgers. De beschrijving van vernederingen en moordacties loopt gans het verdere deel door met als conclusie: de daders deden het uit vrije wil, uit haat.

Ook uit zijn bespreking van een werkkamp haalt Goldhagen conclusies die zijn stelling ondersteunen. Zo voert hij aan dat in werkkampen, die normaal gezien toch gericht zijn op economische motieven, de vernederingen en uitroeiing van de joden de absolute prioriteit was. De vernietiging van een dermate groot arbeidspotentieel, dat in oorlogsomstandigheden zeker bruikbaar is, is economisch gezien een gigantische vergissing. De kosten van de uitschakeling kunnen de oorlogsinspanningen zwaar hypothekeren. Als je het economisch bekijkt tenminste. Voor Goldhagen kaderde dit echter in het algemene doel. Niet de economische opbrengst was prioritair, maar wel de vernietiging van de joden.

Ook zijn illustratie van de verschrikkelijke dodenmarsen, die in de stuiptrekkingen van het nazi-rijk in de laatste oorlogsdagen nog duizenden joden de dood injoeg, bevestigt zijn stelling. Gewone Duitsers haatten de joden, beschimpten, bespuwdenÖ vernederden hen, met de enkelingen die hen brood kwamen brengen als symbolische uitzonderingen. Ook wanneer de oorlog virtueel verloren was en van hogerhand bevelen waren gekomen om de moorden stop te zetten ging de verschrikking doorÖ omdat ze het wilden.

Gedurende gans het boek is de stelling van Goldhagen nadrukkelijk aanwezig: gewone Duitsers waren dader. ze hielpen mee aan de holocaust omdat ze het wilden. Net op het randje van het drammerige af probeert Goldhagen zijn stelling ten allen prijze te bewijzen. Het boek is ronduit onthutsend, vooral de case-studies geven een verschrikkelijk gedetailleerd en schokkend beeld over de dagdagelijkse werking van ťťn van de grootste tragedies die de mensheid ooit kende. De conclusie van Goldhagen is waarschijnlijk te eenzijdig, te ongenuanceerd, deels gestaafd met sleutelgatgeschiedschrijving. Maar de grote lijnen, een maatschappij die akkoord ging met de vernietiging van de joden, blijven. Hoe kon dit gebeuren en wat kunnen wij doen om te vermijden dat het ooit nog gebeurd? Een schokkend, onthutsend boek maar een must-read voor eenieder die de omvang en de gruwel van de holocaust wil kunnen begrijpen. Het dwingt elke lezer, murw geslagen met gruwelijke details, tot diep nadenken over hoe het ooit kon gebeuren en of het ooit nog zou kunnen gebeuren. Vooroordelen en racisme worden opeens nog minder aanvaardbaar en de roep tot universele erkenning en afdwingen van de gelijkwaardigheid in verscheidenheid van alle mensen klinkt luider dan ooit te voren.



Hitlers Gewillige Beulen, DaniŽl J. Goldhagen

Share |

De Arabische Revolutie:

tussen droom en werkelijkheid

Op woensdag 5 april 20.00 uur

Afspraak in De Markten (Oude graanmarkt 5, 1000 Brussel) voor een avond met Koert Debeuf,

schrijver, columnist, directeur van het Tahrir Institute for Middle East Policy Europe en onderzoeker aan de Universiteit van Oxford.

Zijn recentste boek is "Inside the Arab Revolution. Three Years on the Front Line of the Arab Spring".

Koert zal gebaseerd op zijn persoonlijke ervaringen de Arabische Revolutie trachten te kaderen door parallellen te trekken met de Franse Revolutie en door een aantal inzichten te bieden in het Midden Oosten.

Uw aanmeldingsmail aan info@liberales.be geldt als inschrijving.

STEUN LIBERALES

Liberales werkt met onbezoldigde vrijwilligers en beperkt haar kosten tot een minimum. Toch hebben wij middelen nodig voor noodzakelijke uitgaven zoals abonnementen voor website en mailverkeer.

Uw steun is welkom op onze bankrekening BE44 3900 2047 5745. Ook kleine bedragen worden gewaardeerd. Vermeld het woord 'steun' als referentie.

Met hartelijke dank

Nieuwsbrief

Schrijf je in voor onze wekelijkse nieuwsbrief

Liberales TV

Contact

Claude Nijs
gsm: +32476 343098
claude@liberales.be