God noch autoriteit

boek vrijdag 02 maart 2007

Gasenbeek, Blom en Nabuurs (Red.)

Is georganiseerd vrijdenken anno 2007 een fossiel van een illuster verleden of heeft vrijdenken noch relevantie al dan niet in georganiseerde vorm? Lezend in God noch autoriteit over de 150-jarige historie van het georganiseerd vrijdenken in Nederland, onder redactie van Gasenbeek, Blom en Nabuurs, ging er een fascinerend luik op de cultuurgeschiedenis van Nederland voor mij open. Het kan aan mijn gebrekkige kennis van de Nederlandse geschiedenis liggen, maar veel heb ik niet meegekregen van de diverse emancipatiebewegingen van de afgelopen eeuwen, behalve, als eindexamenonderwerp geschiedenis VWO in 1991, vrouwenemancipatie tussen (echt waar!) de eerste en tweede feministische golf. Toch lijkt mij het van wezenlijk belang om iets te weten van de geschiedenis van dat waar Nederland trots op mag zijn: tolerantie. Die tolerantie is er niet vanzelf gekomen, daar is voor gestreden, gelukkig alleen met woorden.

In de laatste 150 jaar is Nederland (en de omringende landen) getransformeerd van een bekrompen paternalistische cultuur waarin niets mocht, naar een individualistische open samenleving waarin veel ruimte en mogelijkheden zijn voor individuele ontplooiing. Het is – gelukkig – haast niet meer voorstelbaar dat in Nederland vrouwen geen stemrecht hadden, homoseksualiteit niet werd getolereerd, seks voor het huwelijk taboe was, er een rigide verzuiling was en de scheiding tussen kerk en staat op vele plekken geschaad werd. Het is moeilijk vast te stellen wat de invloed is geweest van het georganiseerde vrijdenken op deze vooruitgang in de geschiedenis van Nederland. In ieder geval is duidelijk dat sociale en intellectuele hervormingen niet vanuit religieuze zijde te verwachten zijn wanneer er geen druk van buiten wordt uitgeoefend. Vrijdenkers hebben voortdurend op de trommels geslagen om te wijzen op de onzin en onderdrukking van religie en de onrechtvaardigheden in de samenleving.

Van directe politieke invloed is geen sprake geweest, zoals blijkt uit God noch autoriteit. De Vrije Gedachte is altijd een zeer marginale organisatie geweest, en de standpunten van vrijdenkers zijn (nog steeds) minderheidsstandpunten, zoals het pleidooi voor afschaffing van artikel 23 uit de Grondwet waarin bijzonder (i.c. religieus) onderwijs wordt toegestaan. Desalniettemin is een groot deel van de agenda van de vrijdenkers gerealiseerd. Om maar weer een voorbeeld te noemen: het recht op crematie. Het is toch onvoorstelbaar dat dat niet mocht! Het lezen van de geschiedenis van het ontstaan van een liberale samenleving is fascinerend en het herinnert eraan dat 1) het in de huidige Nederlandse samenleving goed toeven is, 2) dat het nog niet zolang geleden dramatisch minder vrij was en 3) dat de wijzigingen niet spontaan zijn ontstaan, maar dat er voor gestreden is.

De geschiedenis van De Dageraad (later De Vrije Gedachte) toont dat vrijdenkers een ‘radicale voorhoede’ vormden voor tal van emancipatiebewegingen, sociale hervormingen en (religie)kritiek. De Dageraad, opgericht in 1856, was bron en voedingsbodem voor nieuwe ideeën. Vaak begonnen ideeën bij De Dageraad, maar werd er spoedig een vereniging opgericht voor de behartiging van specifieke belangen, van arbeiders, vrouwen, dieren, pacifisme. Het Humanistisch Verbond dat in 1946 werd opgericht kan gezien worden als een uitvloeisel van het vrijdenken. Waar het vrijdenken vooral bron was van nieuwe ideeën, bracht het humanistisch verbond als praktijk gerichte vereniging belangrijke emancipatieverenigingen bij elkaar. De bloeiperiode van De Dageraad was het interbellum toen het vrijdenken zich onder andere fel verzette tegen het opkomend fascisme. Waar God noch autoriteit vooral een belangwekkend cultuurhistorisch werk is, is het onlangs verschenen boek De derde feministische golf van Dirk Verhofstadt een boek dat een belangrijke bijdrage is aan een nieuwe emancipatiebeweging, de emancipatie van Moslima’s. Het georganiseerde vrijdenken staat niet meer in het centrum, maar in de periferie van de emancipatiebeweging en rationalistische deelname aan het publieke debat. Wat ontbreekt in God noch autoriteit is de stem van het heden. Het is vreemd dat de huidige voorzitter, Lex Hagenaars, niet genoemd wordt en ook dat hij zelf geen voorwoord of hoofdstuk heeft geschreven. Dit versterkt de indruk dat vrijdenken met name een historische aangelegenheid is. Een keur van auteurs heeft boeiende historische bijdragen geleverd aan het boek. Gasenbeek, Kuijlman en Nabuurs hebben gedrieën een mooi encyclopedisch overzichtshoofdstuk geschreven. (Voor wie 336 dichtbedrukte pagina’s wat teveel is, die leze dit hoofdstuk). In het boek is veel beeldmateriaal opgenomen dat een prachtige aanvulling op de teksten is. Het gaat om foto’s van vooraanstaande vrijdenkers, pamfletten, en dergelijke. Het boek is bijzonder fraai en verzorgd uitgevoerd. Door de uitgebreide annotaties en beredeneerde bibliografie, samengesteld door Nabuurs en Kuijlman, is het boek een handige springplank voor verdere studie.

Er is één niet-historische, maar filosofische bijdrage in de bundel opgenomen, het essay Twee pijlers van het vrijdenken. Religiekritiek en vrijheid van expressie van Paul Cliteur. Dit essay springt eruit door de sterke stellingname in het huidige debat rondom de kritiek op religie en met name de islam anno nu. Volgens Paul Cliteur zijn vrijheid van expressie en religiekritiek de essentie van vrijdenken. Cliteur breekt hiermee een lans voor het vrijdenken in Nederland, want de vrijheid van meningsuiting, in de zin van het uiten van kritiek op de Islam, en het bespotten van de Islam zoals cabaretiers en cartoonisten dat doen, staat onder druk. Het protest in de Moslimgemeenschap en het (linkse) cordon sanitaire daaromheen leidt tot zelfcensuur van uitingen in de media. De hoeksteen van de open samenleving is juist het vrije woord. Cliteur dicht het vrijdenken zodoende een belangrijke rol toe. De vraag is welke rol het georganiseerde vrijdenken hierin zou kunnen spelen wordt niet geheel helder.

De definitie van wat vrijdenken is, is niet vastomlijnd. Vrijdenken kan breed en smal opgevat worden. Gasenbeek kiest in het voorwoord voor een brede interpretatie. Hij citeert daarvoor de definitie van Ten Bokkel: ‘Vrijdenken was ondogmatisch denken over maatschappelijke en levensbeschouwelijke vraagstukken. Een vrijdenker was ieder die zelfstandig zocht naar ‘het ware, het goede en het schone. Hij geloofde niet à priori aan zogenoemde door God geopenbaarde waarheden, of aan theologische beweringen die niet wetenschappelijk gefundeerd waren.’ Wat mij verontrust is het gebruik van de verleden tijd bij Ten Bokkel, alsof vrijdenken iets uit het verleden is. Gelukkig slaagt Cliteur erin het belang van het vrijdenken aan te tonen. Cliteur hanteert zelf een smalle definitie van vrijdenken, namelijk door vrijheid van meningsuiting en religiekritiek tot de pijlers van het vrijdenken te bombarderen. Ik denk dat hij het vrijdenken daarmee tekort doet. Vrijheid van meningsuiting en religiekritiek zijn pijlers van het vrijdenken, daarmee begint het pas. Volgens mij zit het belang van het vrijdenken in het initiëren van emancipatiebewegingen die leiden tot sociale en morele verbeteringen enerzijds, en anderzijds is (georganiseerd) vrijdenken een waakhond van de rede. Een waakhond die blaft wanneer het pad van de rede en redelijkheid wordt verlaten vanwege verleidingen van het transcendente of van autoriteit. In het slot hoofdstuk geeft Peter Derkx een overzicht van de veranderende opvattingen over de doelstelling van de vereniging. Derkx laat zien dat de vereniging oscilleert tussen de smalle en brede opvatting van vrijdenken. Met het Vrijdenkersmanifest 2006 kiest De Vrije Gedachte bewust voor een brede interpretatie waarin veel aandacht is voor een positieve morele agenda en waar religiekritiek, alhoewel nog steeds aanwezig, niet de hoofdtaak is van de vereniging. Het boek God noch autoriteit toont de illustere geschiedenis van het georganiseerde vrijdenken. In het canon van de (Nederlandse) geschiedenis zou aandacht besteedt moeten worden aan de diverse emancipatiebewegingen in Nederland (‘de vooruitgang’) en de verwetenschappelijking van het wereldbeeld. God noch autoriteit geeft inzicht in het proces van piecemeal social engeneering van de Nederlandse samenleving op weg naar een sociaal rechtvaardiger maatschappij. Het is te hopen dat het georganiseerd vrijdenken de moed niet opgeeft en blijft streven naar een rechtvaardiger samenleving, ook buiten Nederland. En dat De Vrije Gedachte onzin blijft bestrijden waar het maar wordt gepropageerd. Zelfs als niemand luistert.


Recensie door Floris van den Berg



De recensent is filosoof en bestuurslid van vrijdenkersvereniging De Vrije Gedachte.

Gasenbeek, B.; Blom, J.C.H. Blom; Nabuurs, J.W.M. (red.), God noch autoriteit. Geschiedenis van de Vrijdenkersbeweging in Nederland, Boom, 2006, 336 pg’s.

Links
mailto:florisvandenberg@dds.nl
Share |

De Arabische Revolutie:

tussen droom en werkelijkheid

Op woensdag 5 april 20.00 uur

Afspraak in De Markten (Oude graanmarkt 5, 1000 Brussel) voor een avond met Koert Debeuf,

schrijver, columnist, directeur van het Tahrir Institute for Middle East Policy Europe en onderzoeker aan de Universiteit van Oxford.

Zijn recentste boek is "Inside the Arab Revolution. Three Years on the Front Line of the Arab Spring".

Koert zal gebaseerd op zijn persoonlijke ervaringen de Arabische Revolutie trachten te kaderen door parallellen te trekken met de Franse Revolutie en door een aantal inzichten te bieden in het Midden Oosten.

Uw aanmeldingsmail aan info@liberales.be geldt als inschrijving.

STEUN LIBERALES

Liberales werkt met onbezoldigde vrijwilligers en beperkt haar kosten tot een minimum. Toch hebben wij middelen nodig voor noodzakelijke uitgaven zoals abonnementen voor website en mailverkeer.

Uw steun is welkom op onze bankrekening BE44 3900 2047 5745. Ook kleine bedragen worden gewaardeerd. Vermeld het woord 'steun' als referentie.

Met hartelijke dank

Nieuwsbrief

Schrijf je in voor onze wekelijkse nieuwsbrief

Liberales TV

Contact

Claude Nijs
gsm: +32476 343098
claude@liberales.be