De Bijbel voor ongelovigen

boek

Guus Kuijer

De Bijbel is nog steeds het meest verkochte boek in de wereld. Honderden miljoenen mensen hebben in de loop van de geschiedenis de vermeende woorden van God gelezen, verteld en doorgegeven. Die verhalen van Adam en Eva, Kaïn en Abel, de toren van Babel, Noach en de zondvloed, Abraham en Isaac, en zovele andere maken tot de dag van vandaag deel uit van het christelijke erfgoed. Ze worden wekelijks opgevoerd aan talloze gelovigen tijdens de preken van priesters en dominees, ze dienen als leerstof voor aanstaande jongelingen die catechese volgen, ze vormen een bron van inspiratie voor mensen die beslist hebben om hun leven door te brengen als kloosterling of non, ze vormen de basis voor tal van jeugdboeken en romans, ze worden door volwassen politici van christelijke politieke partijen in het Westen gebruikt om kiezers te overtuigen van hun oprechtheid en gelijk, en ze dienen als basis voor pseudowetenschappers die het creationisme en Intelligent Design propageren als een superieure leer tegenover de evolutietheorie van Charles Darwin.

En toch zijn de Bijbelse verhalen niet meer dan mythes, legenden en absurde verhalen die misschien een bron van waarheid bevatten, maar alvast niet het woord zijn van een of ander bovennatuurlijke kracht. Het zijn stuk voor stuk teksten die geschreven, vertaald, gekopieerd en geïnterpreteerd werden door mensen – uitsluitend mannen – die er elk op zich een eigen agenda op nahielden om de symboliek op die manier te verwoorden dat ze in hun kraam pasten. Sterker nog, het is heel goed mogelijk dat veel van de overgeleverde verhalen juist dienden om een bepaald gedrag een zekere legitimiteit te geven door ze toe te wijzen aan een bovennatuurlijke God. Twee voorbeelden maken dat duidelijk. In zowat alle Bijbelse teksten – en later ook in de Koran – wordt de slavernij goedgekeurd en verdedigd. Kan het zijn dat een algoede, alwetende en almachtige God heeft voorgeschreven dat bepaalde mensen slaaf moesten zijn van anderen, of hebben slavenhouders de teksten op zo’n manier geschreven en geïnterpreteerd dat iedereen hun claim op slaven zou aanvaarden? En kan het zijn dat God vrouwen als minderwaardig bestempelde, of hebben mannen de ‘heilige’ teksten op die manier misbruikt dat ze voor eeuwig de meerdere konden zijn over meisjes en vrouwen? De Bijbel is alvast duidelijk: slavernij en misogynie zijn vanzelfsprekend.

In zijn boek De Bijbel voor ongelovigen vertelt de Nederlandse jeugdschrijver Guus Kuijer de Genesis – het eerste boek van de Bijbel – op zijn eigen ironische manier na. Ook hij begint bij Adam en Eva, maar net als de vele christelijke interpretatoren in de loop van de geschiedenis, geeft hij er een eigen wending aan. Niet door het verhaal in zijn essentie te veranderen, te vervormen of te misbuiken, maar door het te bekijken vanuit het oogpunt van een van de protagonisten en op die manier een rationele invulling te geven aan wat er gebeurd zou kunnen zijn. Dat levert een bijzonder leesbaar en hilarisch boek op waaruit blijkt dat al te letterlijke interpretaties van ‘Gods woord’ evengoed tot het tegengestelde kunnen leiden tot wat men er officieel van maakt. Het begint al met die zogenaamde schepping. Waarom had God de mens geschapen? Eerst een man en daarna een vrouw (uit de rib van de man) en ze daarna verbood om van de boom van kennis te eten. Waarom had hij die boom geschapen als ze later zoveel miserie zou veroorzaken? Want natuurlijk eten Adam en Eva ervan.

Maar de echte problemen beginnen met Kaïn en Abel. De eerste is een harde werker, de andere een Godvrezende. Als ze beiden een offer willen brengen aan God, moet die niets hebben van Kaïns inspanning. Daarvoor is die te ‘ongelovig’. De rest van het verhaal kennen we. Kaïn doodt zijn broer – in hedendaagse termen zou men een ‘onweerstaanbare drang’ bepleiten want Abel haalt het bloed vanonder Kaïns nagels – waarop hij wordt vervloekt. Verhaaltechnisch komt God, behalve op de eerste bladzijde, in het boek niet echt meer aan bod. Telkens zijn het vooral mannen die de ‘stem’ van God horen en hun volgelingen zijn bevelen opdissen. Dat levert hilarische gebeurtenissen op. Zo hoort een man aan het ritselen van een boom wat zijn God nu echt te vertellen heeft en de anderen moeten het maar geloven. Maar is dit niet van alle tijden? Ook vandaag bestaan nog een paus, bisschoppen, priesters, dominees, mullahs, imams, rabbi’s en andere (mannelijke) geestelijke leiders die spreken ‘in naam van God’. Waar halen ze hun kennis vandaan? Van de ‘openbaring’? Maar waarom spreken ze zichzelf dan zo vaak tegen? Zijn er dan verschillende openbaringen en goden?

Een grappig verhaal is dat van Noach. Hij kreeg de opdracht om een ark te bouwen waarop een aantal mensen (Noach, zijn vrouw, zijn kinderen en hun vrouwen, maar niet zijn kleinkinderen) een plaats kregen naast alle dieren twee aan twee. "Op de zeventiende dag van de zevende maand liep de ark vast op het Araratgebergte. Het water zakte voortdurend verder, en op de eerste dag van de tiende maand werden de toppen van de bergen zichtbaar”, zo staat in Genesis 8:4 en 8:5. Vooral in fundamentalistisch christelijke en creationistische middens wordt dit voor waar aangenomen. Alleen werd geen spoor van die ark teruggevonden alhoewel arkzoekers al jaren de Ararat onderzoeken, want op die berg zou Noach gestrand zijn. Compleet gek zijn ze. Zijn er dan geen overstromingen gebeurd? Toch wel, maar gelovigen hebben dit toegewezen aan een bovennatuurlijke kracht en er een heel verhaal rond verzonnen dat tot vandaag aantrekkingskracht uitoefent op mensen.

Zo vergaat het ook met de Toren van Babel. In het Bijbelse verhaal gaat het om de hoogmoed van de mens die een toren wou bouwen die tot de hemel reikte om op die manier alle kennis te vergaren – denk aan Prometheus die het vuur stal – maar dat zou tegen de zin van God geweest zijn want: “De mens moest niets willen weten, de mens moest werken en bidden, loven en prijzen, en verder niets.” En toch probeerde Selach die toren te bouwen. De lezer krijgt onmiddellijk sympathie voor Selach die de goden uitdaagt en zijn eigen weg gaat. Maar Kuijer volgt ultiem de Bijbelse versie die tot spraakverwarring leidt, al voegt hij een meer plausibel element toe voor de mislukking van de toren: geldgewin. Want de toren trekt veel volk aan, er ontstaat hebzucht, en een strijd tussen vromen en dromen. Volgens Bijbelkenners is de oorzaak evenwel de hoogmoed en eerzucht van de protagonisten, maar misschien was het gewoon een verzinsel of gewoon een gevolg van hebzucht. Elke uitleg is even plausibel.

Dan volgt Het verhaal van Sarai. Zij begint met de uitspraak dat de geschiedenis van de vrouw niet meetelt, zoals in de meeste godsdiensten. Maar de algemene boodschap kan tellen: “We zullen vervolgd worden en overleven, we zullen worden verspreid over de wereld en overleven, we zullen worden uitgemoord en overleven, niemand zal jaloers zijn op ons lot, maar we zullen overleven”. Het gaat om de Joden. En ook hier stelt de lezer zich de vraag waar die algoede, almachtige en alwetende God blijft? Was hij toen doof of blind? Of was hij gewoon menselijk, want het uitverkoren volk kreeg zelf de opdracht om de Kanaänieten te onderwerpen en uit te roeien. Het brengt de auteur tot de akelig treffende uitspraak: “Wanneer de mensen de goden niet tegenspreken, worden ze steeds gekker.” Juist om die reden wordt de stad Sodom vernietigd. Niet alleen de volwassenen, die zich te buiten zouden gegaan zijn aan seksuele uitspattingen, maar ook duizenden onschuldige kinderen. Dergelijke vormen van menselijk ‘collateral damage’ kom je meer tegen in de Bijbel.

Abraham die zijn zoon Isaac is een ander bekend verhaal dat gelovigen graag prijzen. In feite betrof het een ordinaire moordaanslag. Isaac werd op een altaar gebonden, zijn vader ging toeslaan, tot plots een stem hem tegenhield en hij in de plaats een ram offerde. Voor heel wat gelovigen is dat een mooi verhaal van gehoorzaamheid en opoffering, maar wie een beetje nadenkt begrijpt dat de houding van Abraham gewoon crimineel was. Want wie wil nu zijn zoon opofferen voor een ‘hemelse’ stem? Hij heeft het toch niet gedaan, zeggen sommige gelovigen. Maar dat is het punt niet. Waarom trok Abraham sowieso een berg op om zijn zoon te doden. Had hij niet onmiddellijk moeten zeggen: “Wat een wrede God ben jij, die me opdraagt mijn zoon te doden”. Het gaat dus niet om het resultaat, maar om de intentie. In die zin ging Abraham die in staat was zijn zoon te offeren, moreel compleet in de fout. Maar Kuijer voegt er nog iets aan toe: “Dit was Abrahams bedoeling. Hij wilde dat het verhaal onder de mensen werd verspreid, heel Kanaän moest weten dat God geen kinderoffers wil.”

Sta mij toe hieraan te twijfelen. Abraham zocht een excuus voor zijn laakbaar gedrag, maar dat overtuigt niet. Het gedrag van Abraham is dat van godsdienstfanatici die in naam van hun God alles zouden doen, zelfs moorden. Denk aan Khomeini die in de oorlog tussen Iran en Irak duizenden kinderen inzette om mijnen onschadelijk te maken, en hen hiervoor een plaats in het paradijs beloofde. Ze droegen een hoofdband met het woord Karbala en om hun nek hing een soort sleutel waarmee ze de poort van het paradijs konden openen. Of neem de documentaire film Suicide Killers van Pierre Rehov. Die interviewde familieleden van zelfmoordterroristen en daders die in de gevangenis zitten omdat hun aanslag mislukte. Zelfmoordterroristen proberen zoveel mogelijk andersgelovigen te doden, en zijn ervan overtuigd dat ze op die manier handelen overeenkomstig de wil van God. En hun ouders vertellen dat het voor hen de grootste eer is dat hun kind zich voor hun geloof heeft opgeofferd. Op die manier ontstaat een infernale vicieuze cirkel van geloof, haat en moord.

Zo dendert Kuijer goedlachs door de Bijbelse geschiedenis. Hoe verder je leest, hoe absurder en ingewikkelder het wordt om de familieverbanden te onthouden, en de respectieve goden, want ieder eert blijkbaar ‘zijn’ god. Als er in de loop van de menselijke geschiedenis zoveel spraakverwarring is gekomen dan heeft dat alleszins te maken met die ‘hemelse’ stemmen die in de oren van mensen de meest absurde zaken fluisteren. “Genesis is naar mijn mening niet in de eerste plaats een vroom traktaat”, aldus de auteur in zijn Nawoord, “maar eerder het verslag van een reis waarvan het doel en de bedoeling onzeker zijn. Het is bovendien een beschrijving van de menselijke aard, een ‘zie de mens’ in zijn grootsheid, maar zeker ook in zijn kleinzieligheid.”


Recensie door Dirk Verhofstadt

Kuijer Guus, De Bijbel voor ongelovigen, Athenaeum/Polak & Van Gennep, 2012

Links
mailto:verhofstadt.dirk@telenet.be
Share |

De Arabische Revolutie:

tussen droom en werkelijkheid

Op woensdag 5 april 20.00 uur

Afspraak in De Markten (Oude graanmarkt 5, 1000 Brussel) voor een avond met Koert Debeuf,

schrijver, columnist, directeur van het Tahrir Institute for Middle East Policy Europe en onderzoeker aan de Universiteit van Oxford.

Zijn recentste boek is "Inside the Arab Revolution. Three Years on the Front Line of the Arab Spring".

Koert zal gebaseerd op zijn persoonlijke ervaringen de Arabische Revolutie trachten te kaderen door parallellen te trekken met de Franse Revolutie en door een aantal inzichten te bieden in het Midden Oosten.

Uw aanmeldingsmail aan info@liberales.be geldt als inschrijving.

STEUN LIBERALES

Liberales werkt met onbezoldigde vrijwilligers en beperkt haar kosten tot een minimum. Toch hebben wij middelen nodig voor noodzakelijke uitgaven zoals abonnementen voor website en mailverkeer.

Uw steun is welkom op onze bankrekening BE44 3900 2047 5745. Ook kleine bedragen worden gewaardeerd. Vermeld het woord 'steun' als referentie.

Met hartelijke dank

Nieuwsbrief

Schrijf je in voor onze wekelijkse nieuwsbrief

Liberales TV

Contact

Claude Nijs
gsm: +32476 343098
claude@liberales.be