De eeuw van Schnitzler

boek vrijdag 14 maart 2003

Peter Gay

De befaamde Amerikaanse historicus Peter Gay werkte jarenlang aan een boekenreeks From Victoria to Freud. The Bourgeois Experience. Met De eeuw van Schnitzler brengt hij een synthese daarvan én nieuwe elementen. Gay heeft zich altijd beziggehouden met ideeëngeschiedenis - een klassiek geworden studie over de Verlichting is ook van zijn hand - en de geschiedenis van de psyche en het gevoelsleven. Daarbij laat hij zich inspireren door Freud, een omstreden methode. Deze geeft echter nooit aanleiding tot eenzijdigheid of monocausale verklaringen. Integendeel, Gay slaagt erin een histoire totale te brengen in een meeslepende stijl. Want schrijven, dat kan hij ook.

De negentiende eeuw was de eeuw van de 'burger' of 'bourgeois'. Aan de hand van een bourgeois-kunstenaar, de Oostenrijkse schrijver Arthur Schnitzler, voert hij de lezer mee doorheen dat tijdvak. Dé bourgeoisie heeft volgens Gay echter nooit bestaan, wel een hoge en lagere burgerij, burgers van het geld en andere van het intellect. Ook van land tot land waren er verschillen.

Een belangrijk aspect van de verburgerlijking van de samenleving in de negentiende eeuw was de toenemende afbakening van het eigen, individuele privé-domein. Het eigen huis werd opgedeeld in kamers die zoveel mogelijk privacy moesten geven aan de gezinsleden. Die afbakening van een persoonlijk domein zette zich voort in het onaantastbare briefgeheim, het bijhouden van een dagboek. De uitverkoren plek van de burger was de intimiteit van het eigen huis. Maar zo idyllisch was dat niet altijd, want het huis was ook de gouden kooi van de vrouw, die vaak geen eigen publiek leven kon leiden. Binnen het huwelijk ging het er volgens Gay nochtans minder preuts aan toe dan vaak wordt voorgesteld. De burger was wel degelijk met seks bezig, romantisch echtelijk geluk bestond, al was periodieke onthouding vaak het enige middel om de pret niet door een zwangerschap te laten volgen.

Niettegenstaande de grote nadruk op fatsoen en civilisatie in de bourgeoissamenleving, ziet Gay enkele 'alibi's voor agressie', uitlaatkleppen voor de onderdrukte ruwheid van het leven. Het sociaal-darwinisme, dat natuurlijke selectie en het overleven van de sterkste ook onder mensen als principes huldigde, is daar een voorbeeld van. Maar er zijn er andere. De strenge tucht en soms zware fysieke bestraffing van jongeren, zoals op de Engelse kostscholen, had iets sadistisch. De negentiende eeuw kende hevige partijstrijd en soms keiharde repressie tegen wie de orde omver dreigde te werpen, zoals de Communards in het Frankrijk van 1871. Het racisme werd door de pseudo-verwetenschappelijking gesystematiseerd en gaf een argument voor het kolonialisme. Antisemitisme was niet van de lucht, hoewel in de meeste landen de joodse medeburgers geëmancipeerd werden. Doodstraf tenslotte bleef bestaan als opperste sanctie, hoewel ze geleidelijk aan het publieke zicht onttrokken werd.

Gay heeft, als adept van een geschiedschrijving die leert van de psychoanalyse, veel aandacht voor het gevoelsleven en zijn onbewuste aspecten. Zo merkt hij bij 'de burger' vele redenen tot angst op. Er was de grote vrees voor geslachtsziekten - vele zonen van de burgerij ondergingen een initiatie bij prostituees - en besmetting. Het woord neurasthenie dateert van de negentiende eeuw en er zijn tekenen van een toenemende nervositeit. Het taboe rond masturbatie was verbonden met de angst voor ziekte en aantasting van het zenuwstelsel. Gay brengt zijn maître à penser Freud in verband met John Stuart Mill wanneer hij diens opmerking over de 'sabbatloze jacht op rijkdom' een afweermechanisme voor angsten en complexen van de burger noemt.

Ten aanzien van religie was de era van de bourgeois eveneens dubbelzinnig. Enerzijds tierde antiklericalisme bij een deel van de liberale burgerij welig. Het geloof zelf werd meer en meer gerationaliseerd en uitgehold door naar de historische bronnen ervan op zoek te gaan. De monoreligieuze staat was verleden tijd en meer verdraagzaamheid trad er voor in de plaats. Toch bleef heel wat vroomheid over en niet alleen jodenhaat, maar ook haat van protestanten tegen katholieken of omgekeerd was een realiteit. Nieuwe vormen van religie deden eveneens hun intrede: theosofie - denk aan de vermaarde mystica Madame Blavatsky -, de Noordse culten zoals gestimuleerd door de Wagnerkring in Bayreuth, allerlei vormen van spiritisme,... Het antiklericalisme van de opkomende arbeidersbeweging, die daarmee reageerde tegen het misbruik van het geloof als instrument tot onderdrukking van de arbeiders, legde dan weer een band met progressieve liberalen.

Aan 'deugdzaamheid' ontbrak het in de burgercultuur natuurlijk niet. De eerste deugd was de arbeid. Maar gelijkheid was hier zoek. De eerste vrouwen die begonnen uit werken te gaan werden fors gediscrimineerd en de slavenarbeid in de industrie kon niet anders dan de burgerij generen. Het ontbrak bij haar echter niet aan inspanningen om er iets aan te doen, zij het soms halfslachtig en op paternalistische wijze.

Op het gebied van culturele smaak toonde de burger vaak heel wat conservatisme, maar sommigen volgden en stimuleerden wel degelijk vernieuwing. Schilders als Monet, Renoir, Van Gogh, die in hun tijd revolutionaire kunst brachten, werden door kapitaalkrachtige burgerlieden financieel gesteund. Bepaalde privé-collecties gaven blijk van een vernieuwend aankoopbeleid.

Na 1914, zo stelt Gay niet zonder melancholie vast, was de bourgeois nooit meer dezelfde. Inderdaad, wat erop volgde - een verschrikkelijke oorlog van een nooit geziene omvang, rode en zwarte revoluties die de meest elementaire waarden van menselijk fatsoen haast letterlijk aan hun laars lapten - hoort thuis in een nieuw hoofdstuk van de geschiedenis. Misschien gaat Gay onvoldoende in op de vraag in hoeverre de samenleving van voor 1914 mede verantwoordelijk was voor de catastrofes die volgden.



Peter Gay, De eeuw van Schnitzler. Een nieuwe geschiedenis van de negentiende eeuw, Amsterdam: De Bezige Bij, 2002

Share |

De Arabische Revolutie:

tussen droom en werkelijkheid

Op woensdag 5 april 20.00 uur

Afspraak in De Markten (Oude graanmarkt 5, 1000 Brussel) voor een avond met Koert Debeuf,

schrijver, columnist, directeur van het Tahrir Institute for Middle East Policy Europe en onderzoeker aan de Universiteit van Oxford.

Zijn recentste boek is "Inside the Arab Revolution. Three Years on the Front Line of the Arab Spring".

Koert zal gebaseerd op zijn persoonlijke ervaringen de Arabische Revolutie trachten te kaderen door parallellen te trekken met de Franse Revolutie en door een aantal inzichten te bieden in het Midden Oosten.

Uw aanmeldingsmail aan info@liberales.be geldt als inschrijving.

STEUN LIBERALES

Liberales werkt met onbezoldigde vrijwilligers en beperkt haar kosten tot een minimum. Toch hebben wij middelen nodig voor noodzakelijke uitgaven zoals abonnementen voor website en mailverkeer.

Uw steun is welkom op onze bankrekening BE44 3900 2047 5745. Ook kleine bedragen worden gewaardeerd. Vermeld het woord 'steun' als referentie.

Met hartelijke dank

Nieuwsbrief

Schrijf je in voor onze wekelijkse nieuwsbrief

Liberales TV

Contact

Claude Nijs
gsm: +32476 343098
claude@liberales.be