Het blauwe boekje

boek vrijdag 17 oktober 2003

Sven Gatz en Patrik Vankrunkelsven

Het links-liberalisme leeft. Dat is de kernboodschap in Het Blauwe Boekje van Sven Gatz en Patrik Vankrunkelsven, twee gewezen VU-mandatarissen die vorig jaar de overstap maakten naar de VLD. Het boek is geen ideologisch manifest maar een getuigenis van twee politici die de progressieve ideeën die binnen de liberale ideologie altijd bestaan hebben opnieuw duidelijker zichtbaar willen maken. Hiermee willen ze ook de beeldvorming over de VLD als een rechtse, conservatieve en verstarde partij bijsturen. De verschillende, vaak heel concrete voorstellen in hun boek vormen alvast een verrijking voor het liberale gedachtegoed waardoor het nog aantrekkelijker wordt voor heel wat zogenaamde progressieve kiezers.

In een kort historisch overzicht wijst Sven Gatz op het feit dat in de negentiende eeuw de katholieken in het parlement altijd rechts zaten en de liberalen links. Binnen de liberale partij van toen bestond er steeds een progressieve vleugel die zich in 1887 organiseerde in de Progressistische Partij rond de Brusselaar Paul Janson. Die partij kwam samen met de toenmalige socialisten op voor algemeen stemrecht, het verbod op kinderarbeid, sociale verbeteringen en verplicht onderwijs. Maar in tegenstelling tot de socialisten hielden ze ook vast aan het eigendomsrecht. In zijn overzicht had Gatz ook nog de Gentenaar Louis Varlez kunnen vermelden die als progressief liberaal aan de wieg stond van de steun aan werklozen, de arbeidsbemiddeling en later van de Internationale Arbeiders Organisatie.

Het links liberalisme bestaat ook in andere landen zoals D66 in Nederland, Radicale Venstre in Denemarken en de Liberal Democrats in Engeland en Schotland. Kenmerkend voor deze partijen is dat ze groot belang hechten aan onderwijs, sociale zekerheid, individuele zelfbeschikking inzake ethische kwesties, decentralisatie van de macht, milieubelang en de positieve effecten van migratie. Ze huldigen een optimistisch mensbeeld en geloven dat eigenbelang goed kan zijn voor het algemeen belang. Ze verdedigen waarden die aangebracht werden door Immanuel Kant en John Stuart Mill, maar die ook in de voorbije jaren gevoed worden door filosofen en economen als John Rawls, Ralf Dahrendorf, Hernando de Soto en Amartya Sen. In tegenstelling tot collectivisten, maar ook conservatieven die de gemeenschap boven het individu stellen, gaan liberalen uit van de emancipatie, de zelfbeschikking, de vrijheid en de verantwoordelijkheid van het individu.

Volgens Sven Gatz is dit specifiek ‘links-liberaal’ maar het adjectief ‘links’ is hier helemaal niet nodig, dit is immers gewoon liberalisme. Het is exemplarisch voor gans het boek. Gatz en Vankrunkelsven doen een resem voorstellen die ze onder de noemer links-liberalisme plaatsen, maar die in feite gewoon liberaal zijn. Hiermee geven ze de indruk dat het liberalisme ‘verantwoord’ moet worden en plaatsen ze zich defensief op. Het lijkt me beter om stellingen die in naam van het liberalisme geuit worden maar dat in werkelijkheid niet zijn, af te wijzen als zijnde conservatief, libertarisch of antiliberaal. Het liberalisme gelooft in de vrije markt en de individuele vrijheid en staat aldus lijnrecht tegenover zowel het collectivisme als het zogenaamde neoliberalisme of libertarisme waarin de vrijheid en het eigendomsrecht absoluut wordt geacht en bij gebrek aan kansen beperkt blijft voor een kleine groep mensen. In diezelfde zin onderscheidt het liberalisme zich ook van het heroplevende moralisme dat zowel bij conservatieven, communautaristen als socialisten opgang maakt. Denk ondermeer aan de teksten van SP.a-ideoloog Mark Elchardus die een enorm wantrouwen tegenover de mens uitstralen.

Een goed voorbeeld in het boek is de discussie rond het ‘migrantenvraagstuk’. Uiterst rechts, conservatieven (grotendeels bij de CD&V maar ook bij de VLD zo schrijven de auteurs terecht), maar ook socialisten zien migratie als iets negatiefs. Daarbij worden argumenten gebruikt als het gevaar voor de volkseigenheid, de toenemende onveiligheid, de druk op onze sociale zekerheid en braindrain-effecten. Maar juist vanuit hun optimistisch mensbeeld geloven liberalen in de positieve effecten van migratie. Concreet denken de auteurs aan een quotasysteem binnen de Europese Unie waarbij Europa het aantal immigranten per land of regio vastlegt en regio’s de bevoegdheid krijgen om eigen inburgeringsprogramma’s op te zetten en zelfs op taalkundig vlak te selecteren. Een dergelijke gecontroleerde immigratie zou een alternatief zijn voor de bestaande mensonwaardige illegale trafiek via vrachtwagens en rubberbootjes georganisserd door mensensmokkelaars. Waarom geen deftige afspraken maken met de belangrijkste landen van herkomst en kandidaten de kans geven om daar reeds onze taal aan te leren voordat ze naar een Europees land komen? Om de braindrain te compenseren lanceren de auteurs ook een origineel idee: een soort Tobintaks op IQ te betalen door werkgevers aan een fonds voor onderwijs in de landen van herkomst.

Een ander voorbeeld is het stemrecht voor migranten waar de auteurs voor pleiten. Vanuit een liberaal standpunt is dit een evidentie. De auteurs wijzen er terecht op dat het evenwel een symbooldossier geworden is waarbij de VLD zich uit vrees voor extreem rechts klem gereden heeft. Nog een voorbeeld is de migrantenproblematiek. Voor liberalen - en zeker voor links-liberalen zeggen de auteurs alweer overbodig - moet de nadruk bij het integratiebeleid liggen op de individuele emancipatie van migranten. “Liberalen moeten er wel naar streven alle hinderpalen voor de individuele emancipatie zoveel mogelijk weg te werken, ook als ze met de culturele of godsdienstige achtergrond van migranten samenhangen”, schrijft Gatz. Dit laatste is belangrijk want heel wat, vooral vrouwelijke, allochtonen worden door hun religieuze en culturele gemeenschap onderdrukt. Het valt Vankrunkelsven trouwens op dat vele progressieven in de integratiesector zo vurige verdedigers zijn van de godsdienst als het om de islam gaat.

Ook op het vlak van de globalisering nemen de auteurs een consequent liberaal standpunt in. Anders dan de antiglobalisten geloven ze in meer vrije markt, meer liberalisme, meer democratie en meer emancipatie. Daarbij moet hard opgetreden worden tegen protectionisme, monopolies en dictaturen. Vankrunkelsven wijst terecht op het feit dat er nu geen echte vrije markt is door de subsidies en importheffingen van de VS, Europa en Japan. Niet minder maar meer liberalisme moet dus het credo zijn inzake globalisering. Daarbij sluiten ze ook aan bij de stelling van Noreena Hertz die wijst op het gebrek aan democratie bij de internationale instellingen waardoor de stem van de rijke landen zwaarder weegt dan die van de arme landen. Minder logisch is hun pleidooi voor de Spahn-taks (als variant op de Tobintaks) omdat die bij speculatie tegen een munt ook en vooral het gewone handelsverkeer zullen treffen. Ze komen ook uit bij de Peruaanse econoom Hernando de Soto en het belang van het toekennen van eigendomsrechten waardoor arme boeren kredieten zouden kunnen verwerven om te investeren. Verder keren ze zich tegen de wapenhandel. Het argument dat wapens nodig zijn om een democratie te verdedigen is juist, maar zoals de auteurs terecht opmerken, weet iedereen dat heel wat wapens via de vrije markt terechtkomen bij criminelen en oorlogvoerende bendes zoals in Afrika.

Tenslotte beklemtonen Gatz en Vankrunkelsven de specifiek liberale invulling van het milieubeleid. In tegentelling tot het ecopessimisme geloven liberalen in moderne technieken en vooruitgang om vervuiling terug te dringen en milieuvriendelijker producten en systemen uit te vinden en toe te passen. Een goed voorbeeld is de houding tegenover de gentechnologie. Vankrunkelsven wijst er vanuit zijn kennis als geneesheer op dat die technologie in de geneeskunde zorgde voor enorme sprongen voorwaarts. Een absoluut verbod zoals groene conservatieven bepleiten ziet hij derhalve niet zitten, wel een strenge regelgeving en toezicht door de overheid.

Gatz omschrijft het links-liberalisme niet zozeer als een ideologie maar wel als een houding waarin pragmatisme een belangrijke rol speelt. Hij bedoelt daarmee dat hij politiek wil bedrijven los van dogma’s, steeds zoekend naar doelmatige en efficiënte oplossingen, op basis van een aantal beginselen maar zonder einddoel voor ogen. Dit klopt niet helemaal. Het liberalisme, de vrijheid, zelfbeschikking en emancipatie zal weliswaar nooit finaal en blijvend verwezenlijkt worden, maar we moeten er wel dagelijks aan werken. Streven naar vrijheid en rechtvaardigheid, dàt is de opdracht van het liberalisme en meer dan welke andere ideologie ook, hebben liberalen hiervoor ideeën en argumenten. De ideeën en argumenten van Sven Gatz en Patrik Vankrunkelsven betekenen alvast een meerwaarde voor het liberalisme in Vlaanderen.


Recensie door Dirk Verhofstadt

Sven Gatz en Patrik Vankrunkelsven, opgetekend door Johan Basiliades, Het Blauwe Boekje, Van Halewyck, 2003, 176 blz.

STEUN LIBERALES

Liberales werkt met onbezoldigde vrijwilligers en beperkt haar kosten tot een minimum. Toch hebben wij middelen nodig voor noodzakelijke uitgaven zoals abonnementen voor website en mailverkeer.

Uw steun is welkom op onze bankrekening BE44 3900 2047 5745. Ook kleine bedragen worden gewaardeerd. Vermeld het woord 'steun' als referentie.

Met hartelijke dank

Nieuwsbrief

Schrijf je in voor onze wekelijkse nieuwsbrief

Liberales TV

Contact

Claude Nijs
gsm: +32476 343098
claude@liberales.be