Jood zijn is een avontuur

boek vrijdag 07 november 2008

André Gantman

Wanneer men het levensverhaal van André Gantman heeft gelezen, zou men kunnen stellen dat ‘Es ist schwer zu sein ein Jid.’ Maar de schrijver verwoordt het anders: Jood zijn is een avontuur. Dat is eleganter en minder droefgeestig. Dit is een bondig en emotioneel relaas van een mensenleven. Van een uniek Mens. Zoals hijzelf stelt, behoort hij tot het ‘verkeerde volk bij uitstek’, het joodse: steeds gejend, getreiterd,vernederd en vervolgd zonder reden. Er bestaat immers geen joods vraagstuk. Er bestaat alleen een ongeneeslijke psychose. Deze van het antisemitisme, dat maar blijft razen en tieren, doorheen alle epoches, volkeren en religies. Het zijn heus niet alleen fanatieke moslims die zo driest te keer gaan, maar ook integristische christenen en gauchistische marxisten. Ook zij blijven Joden zien als sjoemelaars en woekeraars. Deze kinderziekte van het marxisme blijft in het Westen met succes uithalen naar de Joden. Het verhaal wordt meestal vermomd als een radicaal antizionistisch discours, dat zou moeten doorgaan als progressief. Tussen al deze hatelijkheden beweegt en militeert een vrijzinnige Jood, die als liberaal ageert voor de rechten van zijn volk.

Grootvader langs moederszijde, Adolf Fischer (1900-1942) werd op 1 september 1942 vanuit Antwerpen gedeporteerd richting Dood. Moeder Ester Fischer werd gered door een gezin uit de Borinage, Denise en Jules Dahut. Deze leven voort in de olijfboom die voor hen op 2 januari 1979 in Jeruzalem werd geplant, in de Vallei der Rechtvaardigen in het Memoriaal Yad Vashem. Vader Jozef Mendel Gantman werd op 2 maart 1942 aangehouden en overleefde als bij wonder het Interniertlager XII in Weisenburg (Beieren). Dat trauma heelt nooit. Gantman herinnert en getuigt.

Heel bondig fietst Gantman door de tragische geschiedenis van het antisemitisme. Tot zijn ontzetting blijkt dit in de 21ste eeuw nog steeds springlevend, al neemt het soms verrassende gedaanten aan. Soms hult het zich zelfs in een ‘progressief ‘ kleedje. Maar André Gantman doorziet deze truc en vecht verder voor zijn volk en denkbeelden. Of de Jood zich nu ‘verstopt’, of uitkomt voor zijn eigenheid,doet er niet toe. Dat hebben vele Duitse Joden, die Duitser dan de Duitsers waren, zoals Thomas Mann, tot hun ontzetting moeten meemaken. De Shoah werpt een inktzwarte schaduw over dit boek. De moed die eruit straalt is echter een zegen. Voor Gantman is het onverdroten voort vechten voor zijn volk een heilige plicht, zoals het voor ridder Nathan Ramet een afspraak met de geschiedenis is te blijven getuigen. Volgens Elie Wiesel zijn de overlevenden immers de boodschappers van de doden bij de levenden. Voor iemand uit de babyboomgeneratie is het dan ook een erezaak deze afspraak op zijn beurt na te komen. Dit boek getuigt hierover.

Als voorzitter van B’nai Brit neemt Gantman dan ook de handschoen op. Samen met David Susskind bindt hij de strijd aan ter bevrijding van de Sovjet-Joden. Een solidariteitsmanifestatie werd opgezet te Antwerpen op 23 april 1980, in aanwezgheid van Avital Sjtsjaranski en Edward Koeznetsov. Brussel I in 1971 en Brussel II in 1976 zijn mijlpalen geworden in de strijd voor de bevrijding van de Sovjet-Joden. De solidariteit maakt immers integraal deel uit van de Joodse identiteit van Gantman. Hij gaat er van uit dat alle Joden een gemeenschappelijk lot delen. Als vrijzinnige, als Jood en als liberaal gaat hij een ongelijke strijd aan met het antisemitisme, antizionisme, fanatisme en onrecht. Dat siert hem en maakt hem tot een gave humanist, die de principes van het Vrij Onderzoek, dat de Vrije Universiteit van Brussel als filosofische inzet huldigt, tot de zijne maakt. Hij belijdt deze principes in woord en daad, wat een complexe en moeilijke strijd impliceert. Als advocaat verdedigt Gantman met verve de vader van de vermoorde jongeman David Kohane, die omkwam bij een islamitische aanslag in Antwerpen in 1980. De dankbaarheid van deze man voor het succesrijke pleidooi is bijzonder emotioneel en de beschrijving van deze beklijvende ontmoeting is bijzonder geslaagd.

Maar ondanks de inzet van velen om de Joodse zaak te bepleiten en algemener nog het terrorisme met democratische middelen te bestrijden, blijft de rauwe kreet ‘Dood aan de Joden’ weerklinken als een onheilsprofetie. Niet alleen in de straten van Teheran, maar spijtig genoeg ook in hartje Brussel. Zo werd ze gescandeerd door militanten van het AEL van Dyab Abou Jahjah, de Libanese Hezbollah-sympathisant, die door ons gerecht met fluwelen handschoen wordt behandeld. Al getuigt dit van de onkreukbaarheid van ons Belgisch gerecht, het krijgt een wrange bijsmaak wanneer men merkt dat de commentaren vanuit gauchistische hoek er kritiekloos als zoete koek ingaan bij de publieke opinie en de media. Naast de AEL krijgen ook een aantal Vlaamse complotdenkers een sneer. Naast de hysterische praatjesmaker en radicaal antizionistische antisemiet Lucas Catherine en zijn onverwachte medestander Ludo Abicht, krijgt ook de onverbeterlijke professor emeritus Etienne Vermeersch, een flinke oplawaai. Deze heren maken zich, aldus Gantman, regelmatig schuldig aan een rabiaat antizionisme, dat dikwijls de grens van het toelaatbare overschrijdt. Ook de ‘ethicus’ Gie Vanden Berghe, krijgt een welverdiende dreun. De buikspreker van Norman Finkelstein bezondigt zich bij voortduring aan onsmakelijke judeofobie. Het meest ergerlijke is dan nog dat ze het etiket opgeplakt krijgen van ‘de specialist’ terzake. De media en ja zelfs de Vlaamse overheden huren deze heren als deskundigen regelmatig in, om als voorlichters en commentatoren op te treden.

Tot slot sluit ik me graag aan bij de droom van de auteur in zijn betrachting van een harmonieuze wereld waarin alle mensen opnieuw broeders worden, want dat is toch ons aller innigste wens uiteindelijk: allen verzoend in een oneindige mensenketen die de wereld omvat. Maar ik doe dit nog liever in de woorden van mijn lievelingsprofeet, de onvervangbare schrijver en filosoof van Nacht Elie Wiesel, Chassidisch humanist: ‘Ik droom van een wereld waar de mensen niet meer zouden zwichten voor de dwaze begeerte om te veroveren en te onderdrukken met als doel het tot uitdrukking brengen of bekrachtigen van hun eigen superioriteit. Een wereld waar de spoken van het racisme, van antisemitisme en het fanatisme opgesloten zouden blijven in hun gevangenissen.(…) een wereld waar het spreken niet dient om te doden maar om te zegenen. Een wereld waar Israëliërs en Palestijnen hun krachten inspannen opdat hun kinderen recht zullen krijgen op hetzelfde geluk(…)Zonder dat dat ten koste gaat van de herinnering.’ (Uit: Dit zijn mijn dromen, 2008)


Recensie door Yves Van de Steen

André Gantman, Jood zijn is een avontuur, Pelckmans, Kapellen, 2008

Links
Mailto:Yves.vandesteen@skynet.be
Share |

De Arabische Revolutie:

tussen droom en werkelijkheid

Op woensdag 5 april 20.00 uur

Afspraak in De Markten (Oude graanmarkt 5, 1000 Brussel) voor een avond met Koert Debeuf,

schrijver, columnist, directeur van het Tahrir Institute for Middle East Policy Europe en onderzoeker aan de Universiteit van Oxford.

Zijn recentste boek is "Inside the Arab Revolution. Three Years on the Front Line of the Arab Spring".

Koert zal gebaseerd op zijn persoonlijke ervaringen de Arabische Revolutie trachten te kaderen door parallellen te trekken met de Franse Revolutie en door een aantal inzichten te bieden in het Midden Oosten.

Uw aanmeldingsmail aan info@liberales.be geldt als inschrijving.

STEUN LIBERALES

Liberales werkt met onbezoldigde vrijwilligers en beperkt haar kosten tot een minimum. Toch hebben wij middelen nodig voor noodzakelijke uitgaven zoals abonnementen voor website en mailverkeer.

Uw steun is welkom op onze bankrekening BE44 3900 2047 5745. Ook kleine bedragen worden gewaardeerd. Vermeld het woord 'steun' als referentie.

Met hartelijke dank

Nieuwsbrief

Schrijf je in voor onze wekelijkse nieuwsbrief

Liberales TV

Contact

Claude Nijs
gsm: +32476 343098
claude@liberales.be