Waar zijn de intellectuelen?

boek vrijdag 08 december 2006

Frank Furedi

Frank Furedi is een hoogleraar sociologie aan de universiteit van Kent die zich ergert aan het intellectueel niveau in onze samenleving. Hij stelt dat studenten soms een jaar lang niet één boek lezen en dat het huidig universitair onderwijs intellectuele prikkels eerder afremt dan stimuleert. Het onderwijs en de cultuur fungeren al te veel als motors voor economische groei. Die evolutie is volgens de auteur dramatisch. Onder invloed van het postmodernisme, zoals de filosoof Michel Foucault, werd politici, docenten en leerlingen ingeprent dat er geen absolute waarheid bestaat en dat elke visie aanspraak kan maken op erkenning en respect. De tekst die Frank Furedi schreef in 2004 werd met gemengde gevoelens onthaald. Zijn stelling dat de samenleving aan het verdommen is, werd woedend van de hand gewezen door tegenstanders van het elitarisme en afgedaan als een aanval op de democratisering van onderwijs en cultuur. Toch blijft de auteur erbij dat elke cultuurvorm tegenwoordig moet voldoen aan de wetten van de markt en dat binnen het onderwijs een vorm van nivellering en devaluatie van kwalificaties bezig is, teneinde meer mensen aan een diploma te helpen.

Met zijn boek Waar zijn de intellectuelen poogt Frank Furedi aan te tonen dat een brede participatie aan onderwijs en cultuur niet in tegenspraak hoeft te zijn met de handhaving van de hoogste normen. Daarmee neemt de socioloog een standpunt in tussen twee gekende opvattingen. Sommigen beweren dat de democratisering van het onderwijs onvermijdelijk leidt tot een verval van normen, anderen streven naar een zo groot mogelijke participatie, desnoods ten koste van de kwaliteit. Voor de auteur zijn het twee behoudende, conservatieve en antidemocratische standpunten. Hij verzet zich tegen het nieuwe paternalisme om het publiek op cultureel vlak ‘licht verteerbare porties’ voor te schotelen en heeft dan ook geen goed woord voor musea en scholen die een bewuste politiek van ‘verdomming’ toepassen. Het begrip intellectueel is momenteel niet langer ‘in’. Heel wat opiniemakers noemen intellectuelen elitair en parasitair, anderen beschouwen hen als nuttige dwazen. Frank Furedi gaat in het eerste deel van zijn boek op zoek naar een klare definitie van de ‘intellectueel’. Volgens Bourdieu was het iemand die gezag uitoefent wanneer hij buiten zijn eigen expertise treedt en commentaar geeft op de wereldpolitiek. In die zin moet een intellectueel volgens Frank Furedi beschouwd worden als een verpersoonlijking van de Verlichting die het standpunt van de universaliteit verdedigt. Hiermee keert hij zich tegen denkers die geneigd zijn enkel particularistische identiteiten te verdedigen. Waarmee hij zich in één adem keert tegen het postmodernisme dat meent dat er geen universele waarden bestaan.

Onze samenleving staat ambivalent tegenover kennis. Aan de ene kant wordt kennis beschouwd als het na te streven doel, maar anderzijds staan steeds meer mensen kritisch tegenover nieuwe kennisdomeinen zoals de gentechnologie en de nanotechnologie. Steeds vaker klinkt de stelling dat ‘te veel kennis het voortbestaan van de mens bedreigt.’ In essentie gaat het aldus de auteur om een angst voor verandering die doorsijpelt in alle facetten van het sociale leven. Wat we momenteel meemaken is een regelrechte reactie tegen de rede, aldus Furedi. Ook de vermaarde sociologen Ulrich Beck en Anthony Giddens zien een groeiende afkeer voor kennis. ‘Veel van de onzekerheden waar we tegenwoordig mee te maken hebben zijn door de toename van kennis gecreëerd’, aldus Giddens. Het klopt dat door de toegenomen communicatie mensen sneller geïnformeerd raken over allerlei misstanden in de wereld. De aanslagen van 11 september die wereldwijd ‘live’ te zien waren, de aanslagen in Madrid en Londen, de gevolgen van de orkaan Katrina en andere natuurrampen, de dioxinecrisis, de SARS-epidemie en andere kwalen die onze gezondheid kunnen aantasten, de gewelddadige reacties op de Deense spotprenten, de rellen in de Parijse banlieus. Het zijn allemaal zaken waarover de media uitvoerig informeren en die mensen ongerust maken.

Sinds de jaren zestig worden de aanspraken op kennis betwist door het opkomende cultureel relativisme. Dat keert zich tegen het abstracte universalisme van de Verlichting en beweert dat alle gezichtspunten gelijkwaardig zijn. Deze houding zien we vooral in het debat rond de multiculturele samenleving waarin kritiek op bepaalde gebruiken en tradities in andere culturen als politiek incorrect werd afgewezen. Furedi ziet de schadelijke gevolgen van dit relativisme ook op andere terreinen. Zo is het aan Amerikaanse universiteiten blijkbaar verboden om ‘kwetsende’ toespraken te houden. Daardoor is het quasi onmogelijk geworden nog te kunnen debatteren over substantiële kwesties, aldus de auteur. Woorden kunnen inderdaad kwetsen, maar volgens Furedi is het net de taak van een universiteit om vraagtekens te kunnen plaatsen bij algemeen aanvaarde opvattingen. Hiermee spoort hij met de falsificatiemethode van Karl Popper die stelde dat we niets voor absoluut mogen aannemen, maar alleen als hypothese die we dan aan de grootst mogelijke kritiek moeten onderwerpen.

Het participeren aan cultuur en in het onderwijs is volkomen gericht op sociale integratie. Op zich een nobele doelstelling, maar Frank Furedi wijst erop dat dit vaak ten koste gaat van de kwaliteit. Als voorbeeld verwijst hij naar een rapport Better Public Libraries waarin wordt nagegaan hoe men de terugloop van het bibliotheekbezoek kan keren. De voorgestelde oplossingen zijn het ‘hip’ maken van bibliotheken desnoods met cafés, chill-out-zones waar jongeren naar MTV kunnen kijken en bij luisterpalen naar CD’s kunnen luisteren. Het voortdurend willen wegwerken van barrières dreigt uiteindelijk het doel van de bibliotheek uit te schakelen, namelijk de plaats waar men boeken komt lezen en ontlenen. Eenzelfde tendens ziet de auteur in de politiek. De interesse voor politiek daalt gestaag – zie de opkomstcijfers die bij elke verkiezing lager zijn – maar in plaats van inhoudelijk te reageren slaat ook hier de culturele elite de weg van de verdomming in. Contact met het publiek wordt herleid tot vormen van de burger zijn zegje laten doen via radio- en televisieprogramma’s. Of men probeert de inspanning die het vergt om te gaan stemmen tot een minimum te beperken door het openen van stemlokalen in winkelcentra, het stemmen via de telefoon, de post of het internet. De auteur heeft het over een ‘trivialisering van de stemprocedure’ waardoor de democratische participatie aan de samenleving verschrompelt tot een karikatuur.

Essentieel is alvast dat intellectuelen onafhankelijk en autonoom kunnen handelen. Opnieuw verwijst de auteur naar Bourdieu die veel belang hecht aan de autonomie ‘omdat ze een ruimte creëert waarin culturele producenten kunnen functioneren zonder aan externe belangen te zijn onderworpen.’ Hier knelt binnen de cultuursector vaak het schoentje. Gezelschappen en musea worden tegenwoordig bedolven onder allerhande administratieve verplichtingen die trouwens vaak indirect ingrijpen in de inhoud al was het maar omdat er kwantitatieve doelen worden opgelegd. Binnen het onderwijs is de situatie waarschijnlijk nog erger. Volgens de auteur zijn universiteiten wellicht de meest gecontroleerde instituties in de samenleving geworden waarbij het behalen van vooropgezette eindtermen steeds belangrijker worden dan het bevorderen van echte intellectuele prestaties. Furedi wijst niet alleen naar de overheid, maar ook naar de markt die onverschillig zou staan tegenover ‘de intrinsieke verdienste van een cultureel product’ en enkel geïnteresseerd is de geldwaarde ervan. Dat laatste mag dan al waar zijn, het blijft in de eerste plaats de rol van de overheid om het kader te scheppen waarin cultuur en onderwijs hun rol kunnen spelen. Dat de private sector bijvoorbeeld geen interesse heeft in de exploitatie van een radiostation voor hoogstaande klassieke muziek neemt niet weg dat de overheid daar een opdracht heeft.

Mensen worden behandeld als kleine kinderen, aldus Frank Furedi. Hij wijst erop dat in het onderwijs de verwachtingen voortdurend naar beneden worden bijgesteld, dat musea ‘drempelverlagend’ werken, en dat de verheffing van het alledaagse wordt voorgesteld ‘als een democratische, anti-elitaire vorm van bevestiging van de bevolking.’ De analyse is hard maar grotendeels juist. Alleen maakt de auteur niet duidelijk hoe men de hoogste normen kan blijven handhaven en tegelijk een brede participatie aan onderwijs en cultuur realiseren. De visie van Furedi dreigt op die manier alleen het cultuurpessimisme te voeden. Want ondanks zijn terechte vrees voor een anti-elitair populisme, blijven tal van culturele gezelschappen, scholen en media ook heel wat kwaliteit brengen. Meer nog, net de tendens tot conformering aan een politiek van bredere participatie zet steeds maar nieuwe cultuurproducenten, docenten en studenten aan om het gemiddelde te overstijgen. Daarbij doet de auteur ook iets te neerbuigend over de nieuwe media, zoals het internet waarop naast alle rotzooi ook bijzonder interessante en kwalitatief hoogstaande cultuurproducten te horen en te zien zijn.

Het is de verdienste van Furedi om een ogenschijnlijk onbelangrijke ontwikkeling in het volle daglicht te plaatsen. Hiermee voldoet hij volkomen aan zijn intellectuele taak als socioloog: namelijk niet het voorspellen van toekomstige handelingen, maar het analyseren van sociale instituties en het verschaffen van inzicht in niet-bedoelde en vaak niet-gewenste gevolgen van menselijk handelen.


Recensie door Dirk Verhofstadt

Frank Furedi, Waar zijn de intellectuelen?, Meulenhof, 2006

Links
mailto:verhofstadt.dirk@pandora.be
Share |

De Arabische Revolutie:

tussen droom en werkelijkheid

Op woensdag 5 april 20.00 uur

Afspraak in De Markten (Oude graanmarkt 5, 1000 Brussel) voor een avond met Koert Debeuf,

schrijver, columnist, directeur van het Tahrir Institute for Middle East Policy Europe en onderzoeker aan de Universiteit van Oxford.

Zijn recentste boek is "Inside the Arab Revolution. Three Years on the Front Line of the Arab Spring".

Koert zal gebaseerd op zijn persoonlijke ervaringen de Arabische Revolutie trachten te kaderen door parallellen te trekken met de Franse Revolutie en door een aantal inzichten te bieden in het Midden Oosten.

Uw aanmeldingsmail aan info@liberales.be geldt als inschrijving.

STEUN LIBERALES

Liberales werkt met onbezoldigde vrijwilligers en beperkt haar kosten tot een minimum. Toch hebben wij middelen nodig voor noodzakelijke uitgaven zoals abonnementen voor website en mailverkeer.

Uw steun is welkom op onze bankrekening BE44 3900 2047 5745. Ook kleine bedragen worden gewaardeerd. Vermeld het woord 'steun' als referentie.

Met hartelijke dank

Nieuwsbrief

Schrijf je in voor onze wekelijkse nieuwsbrief

Liberales TV

Contact

Claude Nijs
gsm: +32476 343098
claude@liberales.be