De Nieuwe Mens

boek vrijdag 06 december 2002

Francis Fukuyama

In een bijlage van De Morgen van 16 mei jl. stond een kleine advertentie over altenatieven voor borstvergroting via volledige plantaardige formules. Dit demonstreert het toenemende belang dat de mens hecht aan zijn lichaam en uiterlijk. Bortsvergrotingen, lipposucties, vet wegzuigen, face-lifts, correcties van neus, oor en mond en andere vormen van plastische chirurgie zijn gemeengoed geworden. Maar boven die advertentie stond ook een zoekertje met de volgende tekst: "Wij zoeken een vrouw tss. 25-36j. die wilt zorgen voor eicellen. Wij zouden gelukkig zijn als u ons wilt helpen. Schrijven naar postbus, 2000 Antwerpen." Dit zoekertje staat tussen aanbiedingen van auto's, tweedehandsboeken en andere prullaria, maar toont goed aan hoe snel de mogelijkheden van de medische wetenschap worden opgepikt door de burgers. Tot voor enkele jaren waren het inplanten van eicellen en het opslaan van zaadcellen in spermabanken nog medische curiosa die het voorstellingsvermogen van de mens te boven gingen. Nu zijn het gewone middelen om mensen en koppels te helpen in hun strijd tegen onvruchtbaarheid en hun wens om kinderen te krijgen.

Die twee voorbeelden vormen nog maar het begin van een reusachtige revolutie in de medische wetenschap die op ons afkomt. Nieuwe voortplantingstechnieken, klonen, nieuwe geneesmiddelen tegen dodelijke ziektes, steeds langer leven. In de biotechnologie lijkt stilaan maar zeker alles te kunnen. Nu reeds zijn bovenstaande zaken werkelijkheid, maar er is nog veel meer in het verschiet. Wat op ons afkomt is tegelijk veelbelovend en angstaanjagend. De genetica, het stamcelonderzoek, de neurofarmacologie, het klonen voor reproductieve en onderzoeksdoeleinden, de kiembaantechnologie en andere vormen van de moderne geneeskunde zullen in de komende jaren niet alleen ethische maar ook steeds meer politieke vragen opwerpen. Hoe belangrijk dit allemaal is en wordt wordt duidelijk na lezing van het nieuwste boek van Francis Fukuyama dat in de komende maanden en jaren voor heel wat opschudding zal zorgen, en verplichte lectuur zou moeten zijn voor al wie als bewindsvoerder begaan is met de mens en de samenleving.

Fukuyama begint bij bestaand voorschrijfgedrag van neurofarmacutische producten als Prozac en Ritalin. Middelen die niet zozeer louter fysische maar vooral psychische stoornissen onder controle brengen. Prozac wordt momenteel gebruikt door 28 miljoen, vooral vrouwelijke, Amerikanen. Het product pretendeert een uitwerking te hebben op het gevoel van eigenwaarde en zelfachting, twee emoties die de kern vormen van de omgang tussen mensen en volkeren en die door tal van filosofen als essentieel worden beschouwd voor de persoonlijkheidsstructuur van de mens. Ritalin zorgt er dan weer voor dat men langer zijn aandacht kan vasthouden, een euforisch gevoel opwekken, op korte termijn energie verstrekken en mensen scherper doen zien. Een middel dat dient om het syndroom te behandelen dat wordt aangeduid als aandachtstekortstoornis met hyperactiviteit (ADHD), een 'ziekte' die meestal geassocieerd wordt met jongetjes die moeilijk stil kunnen zitten op school. Maar dat in de praktijk massaal wordt voorgeschreven aan scholieren en studenten om zich beter te kunnen concentreren.

Fukuyama trekt de noodzaak aan het massaal voorschrijven van deze middelen in twijfel. Vaak gaat het om eigenbelang van ouders en leerkrachten die niet langer de tijd en energie opbrengen om op een klassieke manier op te voeden, te disciplineren en te amuseren en dat men via een eenvoudig pilletje hoopt op te lossen. Door depressies te generaliseren en ADHD als een handicap te classificeren "heeft de samenleving zich uitgesproken over een conditie die zowel biologische als psychosociale oorzaken heeft". Het overmatig gebruik van Prozak en Ritalin duwt mensen van de twee seksen "in de richting van die androgyne, gemiddelde, zelfvoldane en sociaal meegaande persoonlijkheid die op dit moment de politiek correcte standaard belichaamt in de Amerikaanse samenleving," aldus Fukuyama. Het leidt tot drie politieke trends: "het verlangen van mensen om hun gedrag zoveel mogelijk te medicaliseren en daarmee de verantwoordelijkheid voor hun eigen daden te beperken. De tweede is de druk van machtige economische belangen om dit proces te steunen (de sterke biotechnologie, maar ook patiŽntengroepen voor ADHD). En de tendens om een steeds groter aantal condities binnen het medisch gebied te brengen."

Deze evolutie is nog maar klein bier tegenover de gentechnologie die zich razendsnel ontwikkelt. "In de toekomst zal het voor ouders waarschijnlijk mogelijk worden om hun embryo's automatisch te laten doorlichten op een grote verscheidenheid van stoornissen en om de embryo's met de 'juiste' genen in de moederschoot te implanteren." Het zal ertoe op termijn toe leiden dat mensen voor hun kinderen bepaalde kenmerken kunnen kiezen zoals haarkelur, lichaamslengte en zelfs intelligentie. Dat dit geen science fiction is bewijzen geslaagde proeven op dieren en toepassingen in de agrarische biotechnologie. daar is men erin geslaagd om in het DNA van Bt-maÔs een vreemd gen in te voeren waardoor deze maÔssoort in staat is een bacterie te ontwikkelen die giftig is voor ongedierte. De plant heeft nu dus een eigen bestrijdingsmiddel en belangrijk, hij kan dit kenmerk doorgeven aan zijn 'nageslacht'. Pas dit even toe op de mens en men begrijpt welke enorme implicaties dit kan hebben. Genen die ons verzekeren van bescherming tegen kanker en andere ziektes. Met alvast een zekerheid, nl. dat de levensduur, die nu al steeds groter wordt, nog gevoelig zal stijgen. Maar Fukuyama wijst op een gevaar: "Deze ontwikkelingen zullen sterk omstreden zijn, omdat ze ingaan diepgekoesterde ideeŽn over menselijke gelijkheid en het zedelijk oordeelsvermogen; ze zullen samenlevingen nieuwe technieken in handen geven om het gedrag van hun burgers te beheersen; ze zullen verandering brengen in ons begrip van de menselijke persoonlijkheid en identiteit; ze zullen bestaande sociale hierarchieŽn aantasten en het tempo van de intellectuele, materiŽle en politieke vooruitgang beÔnvloeden; en ze zullen hun stempel drukken op de wereldpolitiek."

Als we hebben over producten en technieken die de persoonlijkheid of het karakter van de mens kunnen aantasten dan komen godsdienstige en utilitaire gevoeligheden boven en ongewijfeld ook waarschuwingen en vergelijkingen met de eugenetica van de vorige eeuw die geleid heeft tot afschuwelijke situaties zoals de rassenwetenschap, gedwongen sterilisaties en uitschakeling van 'onbekwamen'. Maar een ander aspect is de enorme impact die de veroudering van de bevolking zal hebben op het maatschappelijk en economisch draagvlak van onze samenleving. De leeftijdsmediaan zal verschuiven naar 50, 60, misschien wel 70 jaar. Met een leger mensen die dertig of meer jaar op rust zullen gaan. Met de vraag ook of die 'vreugdevolle' oude dag niet eerder een verlenging van afhankelijkheid en aftakeling zal betekenen? Nog belangrijker is de morele vraag of we mogen ingrijpen in het 'natuurlijk' levensproces en of we de kansen op succes in een later leven in handen mogen geven van de ouders? Op het vlak van het vermijden van latere ernstige handicaps gebeurt dit nu reeds via vruchtwaterpuncties. Maar kan dit ook om bepaalde 'verbeteringen' aan te brengen, desnoods erfelijk? Hier komen we op een hellend vlak. Als mensen zich de kosten zouden kunnen veroorloven om hun kinderen langer en intelligenter te maken dan hun leeftijdsgenoten zodat ze meer kans hebben op maatschappelijk succes dan creŽren we opnieuw een tweedeling die bijna te vergelijken valt met behoren tot de adelstand of niet. Een als iedereen dit zou kunnen doen dan zal een nieuwe competitie uitbreken naar nog langer en nog intelligenter. Vanaf dan spreken we niet meer van 'verbeteringen' maar van regelrechte 'manipulatie'. Nog een stap verder is de problematiek van het klonen want daarbij wordt de band tussen ouder en kind doorgesneden en raken we aan niets minder dan de menselijke waardigheid, hoe vaag dit begrip, ook is.

Het is duidelijk dat gans de problematiek van de biotechnologie en de genetische manipulatie hierdoor op het publieke domein komen. Het zorgt nu reeds in de VS voor een zware controverse tussen economische vrijdenkers die geen beperkingen wensen en anderzijds godsdienstige groepen, sociale conservatieven en milieubeschermers. Wat Fukuyama poogt te doen is een weg zoeken tussen het 'alles kan' en het 'niets mag'. (Hiervoor ligt hij thans reeds zwaar onder vuur van de Libertarische beweging. Opvallend is ook dat deze kwestie vooral 'rechts' verdeeld tussen de moralisten en de voorstanders van de minimal state). Fukuyama is het alvast niet eens dat er terzake geen wereldwijde afspraken zouden kunnen gemaakt worden. Dat gebeurde alvast voor het gebruik van kernwapens en biologische wapenvoering. Maar toch wordt een wereldwijde concensus moeilijker omdat de visie tegenover technologische vernieuwing vanuit moreel oogpunt zo verschillend wordt ingevuld door diverse culturen en landen. Duitsland is het sterkst tegen terwijl de Aziatische landen weinig of geen problemen zien.

Het klonen van mensen voor reproductie moet gewoon verboden worden zowel uit morele als tactisch oogpunt. Niet alleen omdat het hoogst onzeker is dat dit zou lukken, maar ook hierdoor verwantschap met andere mensen louter kunstmatig wordt. Hierdoor zouden twee soorten mensen ontstaan: gekloonde en niet gekloonde. Waarbij gekloonde mensen vaak voordeel zouden krijgen via de wetenschap inzake lengte, uiterlijk, intelligentie en andere positieve of negatieve kwaliteiten. Fukuyama brengt ook zelf een moreel argument aan: "Het oorspronkelijke doel van de medische wetenschap is tenslotte zieken te genezen en niet gezonde mensen tot goden te verheffen." Maar natuurlijk is er de nieuwschierigheid van de wetenschap. Hiertegenover stelt Fukuyama nogal radicaal dat een internationale regelgeving om klonen van mensen voor reproductie misschien de geboorte van een afschuwelijk verminkt kind nodig heeft om de geesten wakker te schudden. Iets wat rond het product Softenon trouwens ooks gebeurd is en leidde tot wereldwijde regels.

Gans deze problematiek heeft ook rechtstreeks te maken met de vrijheid en het afwegen van bepaalde belangen. De keuze moet hier steeds gaan voor de menselijke integriteit. Nieuwe technieken, opsporingen en toepassingen moeten dus kunnen voor zover ze de menselijke integriteit niet aantasten. tegenover liberatriŽrs moet dan weer duidelijk gemaakt worden dat er ook grenzen bestaan. Zoals Fukuyama besluit: "We hoeven geen enkele van deze toekomstige werelden onder een valse banier van vrijheid te aanvaarden, of dat nu de banier van onbeperkte procreatieve rechten is of de banier van onbelemmerd wetenschappelijk onderzoek. We hoeven onszelf niet te beschouwen als slaven van een onvermijdelijke technologische ontwikkeling als die ontwikkeling geen menselijke doelen dient. Want vrijheid is de vrijheid van politieke gemeenschappen om hun diepst gekoesterde waarden te beschermen, en het is die vrijheid die we op dit moment moeten benutten in onze omgang met de biotechnologische revolutie."


Recensie: Dirk Verhofstadt (verhofstadt.dirk@pandora.be)

Francis Fukuyama, De Nieuwe Mens, Contact, 2002

Share |

STEUN LIBERALES

Liberales werkt met onbezoldigde vrijwilligers en beperkt haar kosten tot een minimum. Toch hebben wij middelen nodig voor noodzakelijke uitgaven zoals abonnementen voor website en mailverkeer.

Uw steun is welkom op onze bankrekening BE44 3900 2047 5745. Ook kleine bedragen worden gewaardeerd. Vermeld het woord 'steun' als referentie.

Met hartelijke dank

Nieuwsbrief

Schrijf je in voor onze wekelijkse nieuwsbrief

Liberales TV

Contact

Claude Nijs
gsm: +32476 343098
claude@liberales.be