Angst voor vrijheid

boek vrijdag 08 november 2002

Erich Fromm

In een aflevering van het televisieprogramma Recht op Antwoord van Goedele Liekens klaagde een vrouw over het feit dat haar man aan een gokverslaving leed en dat de overheid daar niets aan deed. De gokverslaving was de schuld van de overheid omdat die casino's, flipperkasten in cafés en zelfs de Lotto tolereert en organiseert. Dat haar man de vrijheid en keuzemogelijkheid had om niet te gokken leek niet bij haar op te komen. Het is maar één voorbeeld van de manier waarop mensen hun verantwoordelijkheid gemakshalve afwentelen op de overheid. Mensen eten en drinken ongezond maar verwachten van de overheid dat ze met maximale middelen dag en nacht klaar staat om hen te helpen bij het minste fysieke of geestelijke ongemak. Het gebrek aan tolerantie en vriendelijkheid, de toenemende agressie, de problemen met de kinderen en zelfs deeenzaamheid worden beschouwd als problemen die door de overheid moeten opgelost worden. Kinderen moeten in opvangcentra, ouderen in bejaardentehuizen, dieren in dierenasielen. De mentaliteit dat niet de mens zelf, maar wel de overheid al onze problemen moet oplossen groeide vooral in de jaren zestig en zeventig maar lijkt nog in kracht toe te nemen.

Mensen ontvluchten hun persoonlijke verantwoordelijkheid en daarmee eigenlijk ook hun vrijheid en keuzemogelijkheden. Het is alsof ze bang zijn voor die vrijheid. Dit idee werd ontwikkeld door Jean Paul Sartre die in L'existentialisme est un humanisme wees op het feit dat de mens tot de vrijheid veroordeeld is en derhalve van die vrijheid verlost wil worden door te geloven. Daarbij geeft de mens zich over aan religieuze en etnische denkbeelden die het hem aldus 'houvast' bieden. Deze psychologische ingesteldheid werd uitstekend aangetoond door Erich Fromm in zijn boek De angst voor vrijheid. Alhoewel neergeschreven in 1941 heeft dit boek nog niets aan actualiteitswaarde verloren. Het beschrijft de paradox van de vrijheid die hand in hand gaat met autoritarisme, destructivisme en conformisme. De mens zit voortdurend geklemd tussen zijn hang naar meer vrijheid en de vlucht voor diezelfde vrijheid. Die vlucht uit zich in de vrijwillige onderwerping aan fundamentalistische religies en aan politieke ideologieën, in de neiging tot zinloos geweld, en in de maatschappelijke aandrift tot sociale aanpassing en maatschappelijk conformisme.

Een van de redenen van de vlucht voor de vrijheid is de vereenzaming, een gevoel dat door Honoré de Balzac treffend werd beschreven in zijn roman Les souffrances d'un inventeur: "… de mens heeft een afschuw van eenzaamheid. En van alle vormen van eenzaamheid is geestelijke eenzaamheid de verschrikkelijkste." In feite kan de mens niet leven zonder enige vorm van contact en samenwerking met anderen. Nochtans had de mens zich bevrijd van het middeleeuwse corporatisme. Hij werd in de loop van de geschiedenis meester over zijn eigen lot waarbij persoonlijke inspanning leidde tot verrijking en opnieuw meer vrijheid. Maar de grotere onafhankelijkheid en zelfstandigheid leidde ook tot meer isolement, eenzaamheid en angst. Het gevoel nergens bij te horen.

Erich Fromm benadrukt ook de schijnvrijheid die vele mensen hebben. In werkelijkheid onderwerpen ze zich aan anonieme autoriteiten zoals de 'publieke opnie', het 'gezond verstand' en de 'zwijgende meerderheid', die juist zo machtig zijn wegens de grote bereidheid van de mens om te beantwoorden aan de verwachtingen die anderen van ons hebben, en onze even grote angst anders dan die anderen te zijn. Deze anonieme autoriteit is vandaag doeltreffender dan een openlijk gezag, omdat niemand vermoedt dat er een bevel in het geding is waaraan men zou moeten gehoorzamen. Hier ligt mijn inziens een probleem voor het liberalisme dat als vernieuwende beweging ingaat tegen gewoonte en traditie en juist de zelfontplooiing van de mens voorstaat. Uit de studies van Erich Fromm blijkt dat mensen wel vrijheid en verandering willen maar dat ze angst hebben om daarbij hun zekerheden kwijt te spelen. Het komt er voor liberalen dus op aan om uit te leggen dat de veranderingen die ze voorstaan juist zullen leiden tot nieuwe en diepgaander zekerheden. Dat dit niet eenvoudig is bewijst de geschiedenis. In het Duitsland van de jaren 20 en 30 leverden miljoenen hun vrijheid gretig in voor een irrationeel maar blijkbaar overtuigend houvast als het nationaal-socialisme.

Naast de schrik voor eenzaamheid en onzekerheid ziet Erich Fromm ook het gevoel van onbeduidendheid die de moderne wereld bij de mens veroorzaakt. "De omvang van de steden waarin het individu verloren raakt, gebouwen zo hoog als bergen, een onophoudelijk bombardement door de massamedia, de grote krantenkoppen die drie keer per dag wissselen en niemand de kans geven te bepalen wat echt belangrijk is, shows waarin honderd dansmeisjes met de precisie van een uurwerk hun vaardigheid tonen in het uitschakelen van hun persoonlijkheid en zich als een machtige maar soepele machine gedragen, het bonzende ritme van de moderne muziek, en tal van andere details geven uiting aan een maatschappijstructuur waarin de individuele mens als een naar verhouding nietig deeltje fungeert tegenover onbeheersbare dimensies. Het enige dat hem overblijft, is in de pas te blijven als een marcherende soldaat of als een arbeider aan de lopende band. Hij kan handelen, maar het doel van zijn onafhankelijkheid - het verwerven van waarlijke persoonlijke betekenis - is verdwenen." Dit gevoel lijkt mij vandaag nog meer aanwezig te zijn in de samenleving. Kijk maar op een avond naar de talloze lichtjes in de appartementen aan de Antwerpse Linkeroever. In elk hokje zitten daar een of meerdere mensen als het ware afgesloten van de samenleving met als enig contact met de vermeende buitenwereld, hun televisietoestel. Of de houding van de talloze pendelaars die elke ochtend en avond als robotten routinematig handelen. Het is iets waar we als liberalen meer aandacht moeten aan besteden door het begrip samenleven een nieuwe invulling te geven.

Erich Fromm ziet drie verschillende vluchtwegen die de mens gebruikt om zijn vrijheid en verantwoordelijkheid te ontlopen. Het eerste is autoritarisme of de neiging om de onafhankelijkheid van het eigen zelf op te geven en dat te doen samensmelten met iemand of iets buiten de eigen persoon teneinde zich de kracht te verschaffen die men zelf mist. De mens wordt de indruk gegeven dat hij alleen geluk zal kennen als hij zich onderwerpt aan deze krachten. In feite beschrijven we hier het conservatisme als een tegenpool van het liberalisme. Waar liberalen de mens willen zien ontwikkelen tot een zelfstandige persoonlijkheid die zijn eigen weg opgaat, willen conservatieven dat juist niet. Moeller van den Bruck, een van de ideologische vaders van het nationaal-socialisme legde dit ook psychologisch uit: "De conservatief gelooft liever in de catastrofe, in de menselijke machteloosheid om haar te vermijden, in haar noodzakelijkheid, en in de vreselijke teleurstelling van de misleide optimist." Een tweede vluchtweg is het destructivisme of het gevoel van de eigen machteloosheid tegenover de wereld buiten zichzelf door deze te verwoesten. Deze drift zou voortvloeien uit de individuele en sociale omstandigheden die het leven onderdrukken. Tenslotte is er de meest voorkomende vluchtweg, nl. het automatisch conformisme. Daarbij houdt het individu op zichzelf te zijn. Hij neemt volledig de persoonlijkheidsvorm aan die hem door zijn culturele omgeving wordt aangeboden en waardoor hij gaat gelijken op datgene wat anderen van hem verwachten. In elk van de drie vluchtwegen doet de mens afstand van het recht op handhaving van een eigen mening, eigen belangen en eigen geluk.

Het woord 'onbaatzuchtigheid' is vaak gebruikt en misbruikt om mensen in een carcan te stoppen. Hitler prees dit begrip aan als een positieve zaak waarbij 'het individu zijn aanspraken op eigen mening en belangen opgeeft voor een hoger doel'. Liberalen moeten steeds wantrouwig staan tegenover dat woord. Het mag immers niet leiden tot afstand van individuele vrijheid en afhankelijkheid. Een ander probleem is evenwel het feit dat de mens ontmoedigd wordt zelf te denken en te besluiten. Mensen worden steeds minder getroffen door woorden, geluiden en beelden. We worden er gevoelloos voor. Daardoor dreigt een vorm van cynisme en onverschilligheid. De machteloosheid die de mens ervaart kan ertoe leiden dat hij zijn vrijheid inruilt voor 'de bereidheid om iedere ideologie en iedere leider te aanvaarden, als hij maar opwinding belooft en een politieke structuur en symbolen biedt die het individuele leven geveinsde zin en orde geven.' Deze omschrijving lijkt me perfect van toepassing op het succes van Pim Fortuyn in Nederland. Alvast geen geruststellende gedachte in het besef dat heel wat mensen zich in onze samenleving onmachtig voelen omdat 'politici niet naar hen willen luisteren'.

In het laatste hoofdstuk belicht Erich Fromm de relatie tussen vrijheid en democratie. 'De overwinning van de vrijheid zal alleen mogelijk zijn indien de democratie zich ontwikkelt tot een maatschappijvorm waarin het individu, zijn groei en geluk, het doel en de zin van de cultuur is, waarin het leven geen rechtvaardiging door succes of iets anders behoeft, waarin het individu niet ondergeschikt is aan of gemanipuleerd wordt door enige macht buiten hemzelf, of het nu de staat of de economische tredmolen is.' Fromm pleit daarop voor een vorm van 'democratisch socialisme' waarin de doelen van de samenleving en van het individu zouden samenvallen. Toch zag hij al in dat het socialisme in de Sovjet-Unie leidde tot onderdrukking en bureaucratie en aldus een beperking vormde op de ontplooiing van vrijheid en individualisme.

De waarde van dit boek ligt in het beter begrip over de inhoud van het woord vrijheid. Fromm aanziet daarbij het individualisme niet als een kwaal van de moderne tijd maar juist als een belangrijke verworvenheid ervan, maar dan wel in binnen een steviger maatschappelijke samenhang. Een samenleving moet zorg dragen voor al haar leden stelt hij, maar de leden zelf moeten een grotere verantwoordelijkheid nemen en niet wegvluchten in cynisme en onverschilligheid. Dat is evenwel geen zaak van de mens alleen, maar ook van de samenleving die er mee moet voor zorgen dat de economische machine ondergeschikt wordt gemaakt aan de doeleinden van menselijk geluk en dat de mens actief kan deelnemen aan het maatschappelijk proces.


Recensie: Dirk Verhofstadt (verhofstadt.dirk@pandora.be)

Erich Fromm, De angst voor vrijheid, uitgeverij Bijleveld, 1999.

Share |

De Arabische Revolutie:

tussen droom en werkelijkheid

Op woensdag 5 april 20.00 uur

Afspraak in De Markten (Oude graanmarkt 5, 1000 Brussel) voor een avond met Koert Debeuf,

schrijver, columnist, directeur van het Tahrir Institute for Middle East Policy Europe en onderzoeker aan de Universiteit van Oxford.

Zijn recentste boek is "Inside the Arab Revolution. Three Years on the Front Line of the Arab Spring".

Koert zal gebaseerd op zijn persoonlijke ervaringen de Arabische Revolutie trachten te kaderen door parallellen te trekken met de Franse Revolutie en door een aantal inzichten te bieden in het Midden Oosten.

Uw aanmeldingsmail aan info@liberales.be geldt als inschrijving.

STEUN LIBERALES

Liberales werkt met onbezoldigde vrijwilligers en beperkt haar kosten tot een minimum. Toch hebben wij middelen nodig voor noodzakelijke uitgaven zoals abonnementen voor website en mailverkeer.

Uw steun is welkom op onze bankrekening BE44 3900 2047 5745. Ook kleine bedragen worden gewaardeerd. Vermeld het woord 'steun' als referentie.

Met hartelijke dank

Nieuwsbrief

Schrijf je in voor onze wekelijkse nieuwsbrief

Liberales TV

Contact

Claude Nijs
gsm: +32476 343098
claude@liberales.be