De Brand. De geallieerde bombardementen op Duitsland

boek vrijdag 28 januari 2005

Jörg Friedrich

Wie over de Tweede Wereldoorlog schrijft heeft het doorgaans over de afschuwelijke politiek van Hitler, het nazisme, de verovering van de rest van Europa, de bommen op Londen, de aanval op de Sovjet-Unie, de ommekeer in Stalingrad, de slag om Noord-Afrika, de landing in Normandië en later de bevrijding. Pas toen werd in volle omvang duidelijk wat het nazisme had aangericht. De jodenwetten, de massamoorden door de Einzatsgruppen, de barbaarsheid tegenover de zogenaamde Üntermenschen en vooral de Endlösung, de uitroeiing van de joden en zigeuners in de concentratiekampen. Bij de Neurenbergse processen werden dan ook verschillende nazi-kopstukken veroordeeld wegens misdaden tegen de mensheid. Hitler was verslagen en de geallieerde leiders Churchill, Roosevelt (later Truman) en Stalin werden gevierd. Het beeld van het absoluut kwade tegenover het absoluut goede werd op die manier vastgelegd voor de toekomst en blijft nog steeds een referentiepunt in onze geschiedenis.

Dat Hitler en het nazisme onnoemelijk veel leed hebben aangericht, staat beschreven in talloze boeken van prominente auteurs als Primo Levi, Sebastian Haffner, Jean Amery, Ian Kershaw en zovele anderen. Minder gekend en beschreven zijn de misdaden die de geallieerden zelf begingen in hun acties tegen Duitsland. In zijn boek De Brand, De geallieerde bombardementen op Duitsland van 1940 tot 1945 geeft de Duitse historicus Jörg Friedrich een gedetailleerd overzicht van de manier, de functie en de doelmatigheid van de Britse en Amerikaanse bombardementen op Duitse steden. Vijf jaar lang werden 30 miljoen inwoners van wie het merendeel vrouwen, kinderen en bejaarden bestookt met bijna een miljard kilo spring- en brandbommen. Met als triest resultaat een half miljoen doden waarvan 75.000 kinderen jonger dan 14 jaar, nog veel meer gewonden en de vernietiging van een onmetelijk rijk cultureel erfgoed. Iedereen heeft al gehoord van de vernietiging van Dresden en Hamburg. Maar minder lezers weten dat Duitse steden als Darmstadt, Dortmund, Kassel, Krefeld, Hannover, Aken, Duisburg, Bonn, Koblenz, Mainz, Trier, Worms, Saarbrucken, Augsburg, Munchen, Stuttgart, Leipzig en nog vele honderden andere doelbewust in de as werden gelegd.

Dat heel wat bombardementen bedoeld waren om het militair en bestuurlijk apparaat van de nazi’s, de oorlogsfabrieken, de havens, de vliegvelden, de toegangswegen en de spoorlijnen te vernietigen is logisch en dat daarbij ook ongewild burgerslachtoffers vielen, is begrijpbaar. Maar aan de hand van tal van getuigenissen en voorbeelden toont de auteur aan dat de meeste aanvallen gebeurden vanuit het principe van ‘Moral Bombing’ waarbij het de bedoeling was zoveel mogelijk huizen en burgers te doden. Op die manier hoopten Churchill en zijn medewerkers de Duitsers aan te zetten tot opstand tegen hun leiders. In werkelijkheid gebeurde het omgekeerde. De impact van zoveel vernietigingsdrang zorgde voor gelatenheid en woede tegen de aanvallers. Friedrich maakt duidelijk dat bommen niet in staat zijn om de moreel te breken. Bommen verwoesten huizen en lichamen, en een verwoest lichaam herbergt geen moreel meer. ‘De ziel komt niet in opstand, maar krimpt ineen’.

De grote Duitse steden werden niet een of enkele keren gebombardeerd maar talloze keren. Keulen 262 maal, Düsseldorf 243 maal en Duisburg 299 maal. Uiteindelijk werd alleen nog het overeindstaande puin gebombardeerd. Alleen in de eerste oorlogsjaren gebeurde dit voor de piloten met risico op eigen leven. Maar eenmaal de Luftwaffe en de meeste luchtafweer was vernietigd, ging het letterlijk om platgooien, de klok rond, vrijwel zonder verliezen te lijden. Wetenschapslui en militairen dokterden plannen uit om vuurstormen te ontketenen om zoveel mogelijk burgers te treffen. Met speciale brandbommen die de temperatuur in de schuilkelders hoog deden oplopen zodat de mensen die moesten ontvluchten, met tweede aanvalsgolven om de mensen op straat te raken en met tijd-ontstekingsbommen die pas uren later ontploften om zoveel mogelijk hulpdiensten uit te schakelen. Een triest voorbeeld was de aanval op Pforzheim, een stadje aan de rand van het Zwarte Woud zonder enige militair-strategische relevantie, waarbij 20.227 doden vielen door een oppervlaktebrand van 4,5 vierkante kilometer. Of op het wijnstadje Heilbronn waar 6.530 doden vielen.

Een plaats die eigenaardig genoeg bespaard bleef, zo schrijft Jörg Friedrich, was het vernietigingskamp Auschwitz. Al in de vroege zomer van 1944 waren de geallieerden op de hoogte van de functie ervan. De namen van de stations en spoorlijnen waren gekend. Op 25 augustus 1944 werden diverse luchtfoto’s van Auschwitz genomen waarop duidelijk de crematoria, de barakken en zelfs mensenslierten te zien zijn (die foto’s zijn gepubliceerd in het boek Denying History van Michal Schermer en Alex Grobman). De RAF deed echter niets omdat het haar vliegeniers niet ‘doelloos’ op het spel wou zetten. Ook de het Amerikaanse leger beschikte over talloze luchtfoto’s van het KZ Auschwitz-Birkenau, en zelfs president Roosevelt was op de hoogte van de situatie in de kampen. De vraag waarom de VS nooit een poging heeft gedaan om de vernietigingsinstallaties van het kamp plat te bombarderen, is nooit bevredigend beantwoord.

Een groot deel van de verbetenheid van de geallieerden om vanuit de lucht toe te slaan lag ongetwijfeld in het fanatieke verzet van de Duitsers tegen de Brits-Amerikaanse troepen en de manier waarop Duitsland zelf met hun nieuwe raketwapens V1 en V2 tijdens de laatste oorlogsjaren toesloegen in Engeland, België, Frankrijk en Nederland. Maar Friedrich stelt dat heel wat bombardementen in 1944 en 1945 gewoon goed georganiseerde massamoorden waren die niet zozeer de Duitse soldaten troffen maar wel de burgerbevolking. Volgens de ‘United States Strategic Bombing Survey’ zorgden de bombardementen niet alleen naar de nederlaag maar ook tot een breuk, tot een ‘denazification of Germany’. Het lijkt me na lezing van dit boek alvast een betwistbare stelling. ‘Degenen die het er dank zij de bunker levend afbrachten en uiterlijk ongedeerd bleven, veranderden innerlijk tot wrakken’, aldus Friedrich, die er ook aan toevoegt dat hoe minder een bevolking te verliezen heeft, hoe fanatieker zij vecht. De massale bombardementen kunnen dus juist het tegenovergestelde effect gehad hebben en het slachtoffermodel onder de overlevenden versterkt. De enkele Amerikaanse piloten die werden neergeschoten en zich met een valscherm konden redden, werden door de burgers met stokken doodgeslagen.

Op de binnenbladzijde van de kaft staat een foto van een volkomen kapot gebombardeerde stad. Een grote puinmassa met slechts hier en daar nog rechtstaande gebouwen. Het bommentapijt heeft daarbij niet alleen mensen getroffen maar ook tal van monumenten, historische gebouwen en kunstvoorwerpen. De geboortehuizen van Goethe, Arthur Schopenhauer, Eduard Mörike, Franz Liszt, Johannes Brahms, Heinrich von Kleist en de gebroeders Grimm gingen in de vlammen op. Talloze Kirchen, Rathausen, monumenten en standbeelden werden vernietigd. Ganse bibliotheken met ontelbare boek gingen verloren (alleen in de Staatsbibliotheek van Hamburg al 625.000 boekbanden).

De meest indrukwekkende delen in het boek zijn evenwel de beschrijvingen hoe burgers en hulpverleners zich tijdens de bombardementen gedroegen. Het was een leven van voortdurende angst, maar ook van haast. Zodra het alarm loeide was het een zoektocht naar een vrije plaats in een schuilkelder, en na afloop was het snel gaan kijken naar het resultaat van de bommenregen, in de rij staan voor voedsel en water, op zoek gaan naar familieleden. Slachtoffers van een genadeloze Churchill die al in juni 1940 aankondigde dat hij Duitsland in een woestijn zou veranderen. Maar uiteindelijk vooral slachtoffers van de man die ze jarenlang op handen hadden gedragen: Adolf Hitler die met zijn fanatisme miljoenen mensen de dood injoeg.


Recensie door Dirk Verhofstadt

Jörg Friedrich, De Brand, Globe, 2003, 607 blz.

Links
mailto:verhofstadt.dirk@pandora.be
Share |

De Arabische Revolutie:

tussen droom en werkelijkheid

Op woensdag 5 april 20.00 uur

Afspraak in De Markten (Oude graanmarkt 5, 1000 Brussel) voor een avond met Koert Debeuf,

schrijver, columnist, directeur van het Tahrir Institute for Middle East Policy Europe en onderzoeker aan de Universiteit van Oxford.

Zijn recentste boek is "Inside the Arab Revolution. Three Years on the Front Line of the Arab Spring".

Koert zal gebaseerd op zijn persoonlijke ervaringen de Arabische Revolutie trachten te kaderen door parallellen te trekken met de Franse Revolutie en door een aantal inzichten te bieden in het Midden Oosten.

Uw aanmeldingsmail aan info@liberales.be geldt als inschrijving.

STEUN LIBERALES

Liberales werkt met onbezoldigde vrijwilligers en beperkt haar kosten tot een minimum. Toch hebben wij middelen nodig voor noodzakelijke uitgaven zoals abonnementen voor website en mailverkeer.

Uw steun is welkom op onze bankrekening BE44 3900 2047 5745. Ook kleine bedragen worden gewaardeerd. Vermeld het woord 'steun' als referentie.

Met hartelijke dank

Nieuwsbrief

Schrijf je in voor onze wekelijkse nieuwsbrief

Liberales TV

Contact

Claude Nijs
gsm: +32476 343098
claude@liberales.be