De toekomst is groen

boek vrijdag 02 oktober 2009

Thomas L. Friedman

New York Times columnist en auteur van ondermeer The world is flat en The Lexus and the Olive Tree Thomas L. Friedman trekt in dit lijvige boek alle registers open om de lezer te overtuigen van de noodzaak en de mogelijkheid een ware groene revolutie te ontketenen. In het eerste deel van De toekomst is groen schetst Friedman op treffende wijze een uiterst somber toekomstbeeld van onze planeet, althans indien we het status-quo zouden handhaven. Hij heeft het in zijn boek overigens consequent over het jaar 1 van het Energie- en Klimaattijdperk, waarin we nu beland zijn. Friedman vervalt echter allerminst in ecologische doemdenkerij vermits hij vervolgens ook een alternatief voorstelt. De grote verdienste van zijn boek is dat hij dit alternatief zeer realistisch, gestoffeerd met tal van voorbeelden, verwoordt en zeer duidelijk de boodschap meegeeft dat de overwinnende economieën deze zullen zijn die de andere te groen af zijn. Sterk is ook dat hij erin slaagt om een groen toekomstbeeld te schetsen dat geen beperkingen oplegt aan de mens, doch net uitgaat van diens creativiteit en mogelijkheden om aan een betere wereld te werken. Dit moet elke liberaal als muziek in de oren klinken.

Friedman begint dus met een sombere, doch realistische stand van zaken te schetsen. In navolging van zijn voormelde boeken stelt hij dat we ons in een warme(re), platte(re) en volle(re) wereld bevinden. “De opwarming van de aarde, de onstuimige groei van de middenklasse overal ter wereld en de snelle bevolkingsgroei vallen zozeer samen dat het de stabiliteit van onze planeet op een gevaarlijke manier kan aantasten.” Friedman documenteert deze trends uitvoerig en op overtuigende wijze. Het komt erop neer dat als we tegen 2053 met circa 9 miljard mensen zullen zijn wier ecologische voetafdruk dankzij een toe te juichen economische ontwikkeling zal toenemen, we met een gigantisch probleem zitten. ‘Beheers het onvermijdelijke en vermijd het onbeheersbare’ is dan ook zijn motto.

Hij beschrijft uitvoerig (in circa 200 p.!) de vijf bedreigingen die zich aandienen, met name (1) het almaar schaarser worden van energie, (2) de opkomst en bestendiging van oliedictaturen, (3) de klimaatverandering, (4) de energiearmoede (daar het belang van energie toeneemt, spelen landen die hieraan een tekort hebben niet meer mee) en tenslotte (5) het biodiversiteitsverlies. Als je dit leest, besef je ten volle dat het niet vijf voor, maar tien na twaalf is. De ganse polemiek tussen believers en non-believers van de klimaatverandering doet Friedman trouwens af als volgt: als je bij de dokter komt en die zegt dat je 90 % kans hebt om te sterven als je niet ophoudt met roken, ga je toch niet rustig blijven verder roken zeker… Een ander heikel punt dat hij kort aanraakt is de verhouding tussen wetenschap en politiek waarbij wetenschappelijke thema’s nogal eens gemakkelijk verengd worden tot politieke kwesties. Alle wetenschappers zijn benauwd zich op te stellen als pleitbezorger, maar pleitbezorgers hebben er geen moeite mee ook wetenschappers te zijn. Het ontkennen van klimaatverandering is in die zin eerder een standpunt van de Republikeinen terwijl, als er al één groep mensen gebrand zouden moeten zijn op het behoud, het toch wel de behoudsgezinden zouden moeten zijn (abstractie makend uiteraard van die politici die de gevestigde belangen van de olie-industrie verdedigen).

Hij staat tevens stil bij de verlamming die zich voornamelijk sinds 9/11 van de Verenigde Staten heeft meester gemaakt. De VS zijn een in zichzelf gekeerd, angstig land geworden en hebben de voortrekkersrol die zij historisch steeds gespeeld hebben uit handen gegeven. Interessant in dit kader is ook zijn analyse hoe de olieverslaafdheid van de VS niet alleen leidt tot de instandhouding van de oliedictaturen die ze voorhouden te bestrijden met alle gevolgen van dien voor onder meer de vrouwenrechten, maar ook tot het terugschroeven van democratische trends in Rusland, Latijns-Amerika en elders, tot een verfoeilijke wereldwijde worstelpartij om energie die de slechte kanten van naties aan het licht brengt en tenslotte tot de financiering van terrorisme. Friedman benadert deze problematiek op originele wijze door de formulering van ‘de eerste Wet van de Oliepolitiek’, die luidt als volgt: als de olieprijs stijgt, daalt het tempo van de vrijheid (in de oliestaten); daalt de olieprijs, dan neemt het tempo van de vrijheid toe. Vervolgens staaft hij dit concreet voor landen als Iran, Rusland, Venezuela en Nigeria.

Het volgende, en misschien wel meest verdienstelijke, deel van zijn boek gaat over de oplossingen om de groene uitdagingen aan te pakken. Friedman begint met de trend te beschrijven die erin bestaat ‘groen’ in zekere zin gelijk te schakelen met ‘hip’. “Er is een groen feest aan de gang en er zijn enkel winnaars.” In de voorgaande hoofdstukken heeft hij reeds duidelijk geargumenteerd dat dit geenszins het geval is. Om een groene revolutie te ontketenen is er met ander woorden wel wat meer nodig dan groene nummers van tijdschriften, Live Earth-concerten, afval sorteren, enz. Hoe nobel dergelijke initiatieven ook mogen zijn, we hebben nood aan energie en vooral middelen die gestoken worden in een structurele oplossing. Het is in het bestek van deze bespreking onmogelijk een opsomming te geven van alle ideeën die Friedman naar voren schuift. Ik geef er slechts twee: na uitvoerig de manier waarop de electriciteitsopwekking en -bevoorrading in de VS georganiseerd is, beschreven te hebben, stelt hij zich voor hoe energiebehoeften via een netwerk (vergelijkbaar met het internet) kunnen gestuurd worden zodat er nooit meer wordt verbruikt dan nodig zonder ook maar enigszins in te leveren op leefcomfort. Via allerhande slimme producten en ingrepen zijn er ongelooflijke dingen mogelijk.

Friedman stelt ook als prijs van olie laag blijft en investeerders voortdurend worden geconfronteerd met een wispelturige overheid die haar middelen niet consequent inzet, het moeilijk is om doorbraken te forceren. Indien er zich echter een lucratieve en vooral zekere markt aandient, zullen investeerders niet aarzelen en zullen de innovaties zich opstapelen… Friedman overtuigt (1) dat een groene revolutie eigenlijk enkel voordelen heeft en (2) dat de groene economieën het best gewapend zullen zijn om de mondiale concurrentie aan te kunnen (denk maar aan de Scandinavische landen, die hun tijd ver vooruit waren). Een land lost als het ware haar eigen problemen op door de wereld te helpen bij het oplossen van haar problemen.

Tenslotte kijkt Friedman even over de grens naar China en hun verhouding ten aanzien van de VS. De politieke leiders van China worden geconfronteerd met een bijzondere uitdaging: willen zij de steile klim waaraan hun land begonnen is duurzaam houden, dan dringt ingrijpen zich op. Aangezien het een autoritaire staat betreft, kunnen zij dat in tegenstelling tot de VS via een top-down aanpak. Wil men echter corruptie op de verschillende echelons van de overheid en de private sector vermijden, dan zal men de burger mondiger moeten maken zodat er paal en perk worden gesteld aan allerlei excessen. De strijd voor de leefbaarheid van China wordt op die manier ook een strijd voor de versterking van de civil society. Afwachten welke richting het uitgaat…

Als volleerde journalist laat Friedman in dit boek tal van experts en beleidsmakers aan het woord. Hieruit blijkt tevens hoe hij beschikt over een mondiaal netwerk van kennissen en als het ware de ganse wereld heeft afgereisd. Welke zijn persoonlijke ecologische impact voor het schrijven van dit boek moet zijn geweest, is een vraag die bij het lezen ervan wel eens opborrelde, doch in het niets verzinkt ten aanzien van de wervende kracht die ervan uitgaat. Friedman heeft met De toekomst is groen een zeer verdienstelijke poging gedaan om het groene gedachtegoed geloofwaardig op de voorgrond te plaatsen. Dat Friedman een Amerikaan is en dus niet nalaat zeer sterk te focussen op de situatie waarin de Verenigde Staten verkeren is hem bij deze vergeven (de oorspronkelijke Engelse titel laat hier overigens niks aan de verbeelding over). Hier en daar gaat hij wat kort door de bocht (vb. bij de onderschatting van de macht van de lobby’s en hoe hieraan te verhelpen) maar dit doen niets af aan de kracht van zijn boodschap. Ook voor Europese beleidsmakers is dit boek een grote aanrader. De problemen zijn immers universeel, de oplossingen ook. Ik wens alle beleidsmakers de politieke moed toe om deze fantastische uitdagingen aan te gaan en om te buigen in gigantische opportuniteiten.


Oorspronkelijke titel: Hot, Flat and Crowded: Why We Need a Green Revolution – and How It Can Renew America, Farrar, Straus and Giroux, 2008



Recensie door Kurt Van Raemdonck

Thomas L. Friedman, De toekomst is groen, Nieuw Amsterdam, 2008, 496 p.

Links
mailto:kvr205@nyu.edu
Share |

De Arabische Revolutie:

tussen droom en werkelijkheid

Op woensdag 5 april 20.00 uur

Afspraak in De Markten (Oude graanmarkt 5, 1000 Brussel) voor een avond met Koert Debeuf,

schrijver, columnist, directeur van het Tahrir Institute for Middle East Policy Europe en onderzoeker aan de Universiteit van Oxford.

Zijn recentste boek is "Inside the Arab Revolution. Three Years on the Front Line of the Arab Spring".

Koert zal gebaseerd op zijn persoonlijke ervaringen de Arabische Revolutie trachten te kaderen door parallellen te trekken met de Franse Revolutie en door een aantal inzichten te bieden in het Midden Oosten.

Uw aanmeldingsmail aan info@liberales.be geldt als inschrijving.

STEUN LIBERALES

Liberales werkt met onbezoldigde vrijwilligers en beperkt haar kosten tot een minimum. Toch hebben wij middelen nodig voor noodzakelijke uitgaven zoals abonnementen voor website en mailverkeer.

Uw steun is welkom op onze bankrekening BE44 3900 2047 5745. Ook kleine bedragen worden gewaardeerd. Vermeld het woord 'steun' als referentie.

Met hartelijke dank

Nieuwsbrief

Schrijf je in voor onze wekelijkse nieuwsbrief

Liberales TV

Contact

Claude Nijs
gsm: +32476 343098
claude@liberales.be