Het laatste testament van de Bijbel

boek vrijdag 11 mei 2012

James Frey

Stel dat God ons een nieuwe Messias zou sturen, wat zou deze dan van de wereld denken en hoe zou het hem vergaan? Uitgaande van deze boeiende vraag schreef James Frey, het enfant terrible van de Amerikaanse literatuur, een rauwe, ontluisterende roman. Ben Jones heet hij, een Joodse jongen die op zijn veertiende door zijn broer het huis uitgejaagd wordt en tot zijn dertigste verslaafd is aan drank en drugs. Hij woont in een vervallen stinkhol, eet uit de vuilnisbak en krijgt regelmatig een portie geweld over zich heen, en in die zin is hij niet veel anders dan de vele duizenden anderen die in zijn New Yorkse buurt wonen. Ben was nochtans met een gouden lepel in de mond geboren. De lokale rabbi zag meteen dat hij een bijzondere jongen was en op zijn bar mitswa waren rabbijnen van over de hele wereld aanwezig die in huilen uitbarstten toen hij voorlas uit de Thora. Maar toen liep het ergens fout, en pas op zijn dertigste kwam hij weer boven water, op het moment dat hij vond dat het welletjes was geweest en een baan zocht.

Voor een appel en een ei gaat Ben aan de slag als bewakingsagent op een werf, waar het eerste ‘wonder’ gebeurde. Tijdens het plaatsen van ramen valt een glasplaat van 3 op 3 en met een gewicht van een halve ton een verdieping of tien naar beneden, recht op Ben, waardoor hij van het ene moment op het andere van een flinke rechtop staande jongeman verandert in een bloederig hoopje scherven op de grond. Dit is zijn dood, denkt iedereen, maar met de moed der wanhoop bellen ze toch een ambulance die hem naar het ziekenhuis brengt. Wanneer de werfleider nadien op onderzoek uitgaat naar de oorzaak van het ongeluk, komt hij voor een groot mysterie te staan. De krat waar de glasplaat zogezegd uit moet gevallen zijn blijkt immers netjes gesloten te zijn. En dat is nog niet alles. Tegen alle logica in en ondanks het regelmatig stilvallen van zijn hart overleeft Ben het ongeluk. Veertig zakken bloed worden er in zijn lichaam gepompt en hij wordt bij elkaar gehouden door middel van 745 hechtingen en 115 externe krammen, maar eens zijn wonden genezen is hij weer de man van weleer, zij het met iets meer littekenweefsel natuurlijk.

Ben Jones, of Ben Zion Avrohom zoals hij in feite echt blijkt te heten, is het hoofdpersonage uit James Frey’s nieuwste roman Het laatst testament van de Bijbel, waarin de Messias nogmaals terugkeert naar de aarde om de mensheid te redden, alleen komt hij deze keer in New York terecht in plaats van in Israël. Een andere setting dus, wat een andere Messias zou doen vermoeden, maar schijn bedriegt. De parallellen tussen zijn leven en dat van Jezus zijn immers bijzonder groot. Zoals deze bijvoorbeeld een tijd doorbracht in de woestijn en er met de duivel in discussie ging, trekt Ben zich terug in de ongebruikte tunnels van de metro waar hij in een delirium tegen een onzichtbaar wezen lijkt te praten. En het is ook in die tunnels dat hij voor het eerst erkend wordt als de Messias, en wel door een herboren drankorgel, de zoon van een zuidelijke redneck met oliebaronnenbloed die in het darmstelsel van New York zijn eigen apocalyptische sekte is begonnen. Ben is een bijzonder iemand, beseft hij, die het leven van ieder waarmee hij in aanraking komt verandert, louter door zijn aanwezigheid. En dat heeft hij juist gezien. De chirurge die Ben oplapte werd nadien een stuk vriendelijker voor haar medewerkers, dieven werden mecenassen en wreedaards zachtmoedige hulpverleners. Dat niet iedereen daarmee gediend is, ondervindt hij echter al gauw, want op zijn onmerkbare manier brengt hij heel wat precaire evenwichten in gevaar.

James Frey haalde met zijn debuut de internationale headlines. In duizend stukjes bleek een overrompelend boek over drugsverslaving en geweld dat naar zeggen van de auteur op zijn eigen verleden was gebaseerd. Tot begin 2006 op de website The Smoking Gun een uitvoerig artikel verscheen waaruit moest blijken dat Frey een en ander overdreven en verzonnen had. Oprah dwong hem daarna voor heel tv kijkend Amerika op de boeteknieën en ieder sprak schande over hem, daarbij makkelijk vergetend welke overdonderende leeservaring het boek wel was. Verzonnen of niet, ons leek het voornaamste dat Frey een fantastisch boek had geschreven waarin op bijzonder rauwe wijze een beeld werd geschetst van de Amerikaanse drugsscène. Hier was een authentieke schrijver aan het werk die een bijzonder directe stijl hanteerde, wat hij trouwens nadien herhaalde in de romans Mijn vriend Leonard en Stralend heldere ochtend.`

Dat Frey de controverse niet schuwt, blijkt ook uit zijn nieuwste boek. Ben Zion Avrohom mag dan wel op handen gedragen worden door zijn volgelingen, de gevestigde kerk vindt hem alleen maar een onruststoker. Hij vrijt in het openbaar met een andere man, zet aan tot groepsseks en houdt bij hoog en bij laag vol dat de Bijbel niet meer is dan een archaïsch boek zonder enige praktische waarde. God vind je niet in de kerk of in de Bijbel, aldus Ben, maar wel in de liefde, in de lach van een kind of in een geschenkje dat zomaar wordt gegeven, zonder enige reden. God is overal en nergens tegelijk. En ook over het geloof denkt hij zo het zijne. Dat is immers gewoon een onderdrukkingsmiddel waarmee de kerk de mensen in bedwang probeert te houden. Als er een duivel bestond, zegt hij, zou het geloof zijn grootste uitvinding zijn. Voor Amerikaanse Christenen is dit wellicht vloeken in de kerk, maar helemaal uit de bol gaan ze wellicht bij het lezen van de scène waarin priester Mark - praktisch alle personages en vertellers uit dit boeken dragen Bijbelse namen, waaronder die van de vier evangelisten - een erectie krijgt door Ben en dit aanvoelt als de aanwezigheid van God.

Zoals steeds bij Frey ook in dit boek dus veel provocatie, maar toch is het meer dan dat. De ware boodschap is immers een stuk serener en wordt door Bens zus Esther gebracht. Volgens haar is Ben geen beeldenstormer, maar wel iemand die vooral op individueel vlak werkzaam is. “Hoe belachelijk het ook mag klinken,” zegt ze, “soms is voor ons allemaal het enige wat we in het leven nodig hebben iemand die onze hand vasthoudt en naast ons loopt”. En dat is precies wat deze hedendaagse Messias op het oog heeft.


Recensie door Marnix Verplancke

Deze recensie verscheen eerst in ‘Uitgelezen’, de boekenbijlage van De Morgen.

James Frey, Het laatste testament van de Bijbel (oorspronkelijke titel: The Final Testament of The Holy Bible ), vertaald door Mario Molegraaf, Prometheus, 2011, 320 p., 19,95 euro.

Links
mailto:marnixverplancke@skynet.be
Share |

De Arabische Revolutie:

tussen droom en werkelijkheid

Op woensdag 5 april 20.00 uur

Afspraak in De Markten (Oude graanmarkt 5, 1000 Brussel) voor een avond met Koert Debeuf,

schrijver, columnist, directeur van het Tahrir Institute for Middle East Policy Europe en onderzoeker aan de Universiteit van Oxford.

Zijn recentste boek is "Inside the Arab Revolution. Three Years on the Front Line of the Arab Spring".

Koert zal gebaseerd op zijn persoonlijke ervaringen de Arabische Revolutie trachten te kaderen door parallellen te trekken met de Franse Revolutie en door een aantal inzichten te bieden in het Midden Oosten.

Uw aanmeldingsmail aan info@liberales.be geldt als inschrijving.

STEUN LIBERALES

Liberales werkt met onbezoldigde vrijwilligers en beperkt haar kosten tot een minimum. Toch hebben wij middelen nodig voor noodzakelijke uitgaven zoals abonnementen voor website en mailverkeer.

Uw steun is welkom op onze bankrekening BE44 3900 2047 5745. Ook kleine bedragen worden gewaardeerd. Vermeld het woord 'steun' als referentie.

Met hartelijke dank

Nieuwsbrief

Schrijf je in voor onze wekelijkse nieuwsbrief

Liberales TV

Contact

Claude Nijs
gsm: +32476 343098
claude@liberales.be