De smaak van ongelijkheid

boek vrijdag 29 oktober 2004

Tarik Fraihi

Decennialang werd de houding van heel wat linkse intellectuelen over het samenleven van mensen met een verschillende culturele en religieuze achtergrond gedomineerd door het cultuurrelativisme. Daarbij ging men uit van de evidente gelijkwaardigheid van alle culturen en hun dagdagelijkse tradities en gewoontes. Steeds meer mensen zien nu in dat dit niet klopt en dat dit relativisme gevaarlijk aanleunt bij een inhoudsloze vorm van tolerantie. De Franse filosoof Alain Finkielkraut hekelt al jaren die perverse houding. In zijn boek Ondankbaarheid verwijt hij de cultuurrelativisten zelfs een vorm van schuldige onverschilligheid. “De westerse mens moet zichzelf wel zijn vergeten en alle geestkracht zijn kwijtgeraakt om te kunnen zeggen: ‘onze beginselen zijn goed maar ze zijn alleen voor ons goed want wij zijn geconditioneerd voor vrijheid en kritiek zoals anderen voor gehoorzaamheid’.” Sinds enkele jaren is er een kentering in progressieve middens. De Nederlandse publicist Paul Scheffer zet zich al jaren af tegen het ‘gemakzuchtige multiculturalisme’. De publicist August Hans den Boef veroordeelt het cultuurrelativisme binnen Groen Links en de PVDA dat vaak neerkomt op het gedogen van praktijken die de integratie van allochtonen eerder belemmeren dan bevorderen. En nu is er Tarik Fraihi die zich in zijn boek De smaak van ongelijkheid. Een andere kijk op de multiculturele samenleving afzet tegen zowel het cultuurrelativisme als het cultuurabsolutisme. Hij pleit onomwonden voor een vorm van cultuurrealisme.

Tarik Fraihi is een filosoof en docent aan de EHSAL die werkt op de studiedienst van de Vlaamse socialistische partij. Zijn visie op het gevoerde beleid inzake vreemdelingen is bijzonder scherp: het minderhedenbeleid is een klungelbeleid. Er was de voorbije jaren te veel betutteling en te weinig aandacht voor een actief en evenwaardig burgerschap, aldus de auteur, die meer ziet in de aanvaarding van enkele basiswaarden met gelijke rechten en plichten voor iedereen. Daarbij moeten we niet langer vasthouden aan het nationaliteits-beginsel maar opkomen voor een soort mondiaal burgerschap. Het is een Kantiaanse gedachte waarbij de auteur het liberale principe huldigt dat ‘individuen de vrijheid moeten hebben om zelf te kiezen tot welke groep ze al dan niet wensen te behoren.’ Tarik Fraihi spoort hiermee met de ideeën van de Nederlandse liberale filosoof Paul Cliteur die opkomt voor een soort ‘universele seculiere moraal’ als middel om mensen met uiteenlopende en zelfs tegengestelde culturele en religieuze meningen vreedzaam te laten samenleven.

De auteur verwerpt de generalisaties die zowel in het westen als in de islamitische wereld bestaan tegenover de ander en hij heeft gelijk. Binnen de westerse wereld bestaat heel wat superioriteitsdenken en nogal wat islamieten hebben het dan weer moeilijk met de visie dat vrouwen gelijkwaardig zijn als mannen. Tarik Fraihi betwist niet dat bepaalde morele concepten universeel zijn – zoals de gelijkheid van man en vrouw en de scheiding van kerk en staat – maar stoort zich aan de veralgemening. Niet alle moslims denken zo en bijgevolg kan je geen algemene uitspraken doen over mensen die tot een bepaalde cultuur behoren. Dat is juist. Veralgemeningen hinderen het rationeel denken en leiden tot stereotypering en racisme. Maar het is een feit dat de positie van heel wat moslimvrouwen problematisch blijft. Dat blijkt trouwens uit het toenemend aantal publicaties die over deze materie verschijnen ondermeer van Nobelprijswinnares Shirin Ebadi, maar ook van moslima’s in het westen zoals Ayaan Hirsi Ali, Nahed Selim, Naima El Bezaz, Chahdortt Djavann en Irshad Manji. Dat het probleem niet marginaal is blijkt ook uit de succesvolle beweging ‘Ni putes, ni soumises’ van Fadela Amara die in 2002 dertigduizend moslima’s op de straat kreeg om deze vorm van onderdrukking aan te klagen.

Tarik Fraihi heeft het over een kleine groep extremisten die niet representatief zijn voor de gehele moslimgemeenschap. Maar hij kan ook niet voorbij aan het feit dat de orthodoxe en fundamentalistische moslims de voorbije jaren heel wat terrein hebben gewonnen. Hij haalt Hafid Bouazza aan die zegt dat fundamentalisten gevaarlijk zijn, maar Bouazza zegt veel meer. ‘De moslims hebben nood aan meer individualisme’, zo stelde hij in een interview met Knack. Het brengt Fraihi in een lastige positie want in een ander hoofdstuk verdedigt hij het principe van de ‘collectieve identiteit’. “Zonder collectieve identiteit heeft een groep weinig kans om te blijven bestaan (…) Die eigenschappen moeten de samenhang en kracht van de groep weergeven, een gevoel van samenhorigheid en geborgenheid oproepen”, zo schrijft de auteur. Hiermee plaatst hij de groep plots weer boven het individu en dat is uiterst gevaarlijk. Juist die these leidde en leidt tot zaken als gedwongen huwelijken, religieuze besnijdenis, verstoting en eremoorden. Achter elk pleidooi voor de verdediging van de identiteit van een groep bestaat een complot tegen de individuele vrijheid, aldus Mario Vargas Llosa en hij heeft gelijk. De essentie van de Verlichting en de moderniteit is dat de mens de mogelijkheid heeft om zelf invulling te geven aan zijn of haar levenslot. In die zin hebben we geen behoefte aan minder maar juist aan meer individualisme. We moeten het individualisme – door tegenstanders verkeerdelijk gelijkgesteld met egoďsme, zelfzucht of onverschilligheid – dan ook aanmoedigen, vooral in die gemeenschappen waar mensen omwille van religieuze, sociale en culturele tradities onderdrukt worden.

Tarik Fraihi gaat geen enkel moeilijk onderwerp uit de weg. Zo heeft hij het over de gespannen verhouding tussen de islam en homoseksualiteit. Hij noemt de actie van Carim Bouzian een dappere maar mislukte poging om over dit thema een dialoog op gang te brengen. Hier overtuigt Fraihi niet. Zijn advies dat Bouzian beter eerst advies had gevraagd aan lokale verenigingen is een dooddoener. In feite stelde Bouzian de essentie van de islam in vraag: mag ik zelf oordelen? En uit de felle reacties op zijn aangekondigde actie bleek dat dit voor de meerderheid van moslims in België een onaanvaardbare vraag was. Hier had Tarik Fraihi zich dapperder kunnen opstellen door Bouzian zijn volle steun te geven. Niet zozeer om zijn actiemethode goed te keuren (posters van zoenende moslimmannen of moslimvrouwen) maar om diens recht op vrije meningsuiting en de erkenning van zijn seksuele geaardheid radicaal te ondersteunen. Want juist om die redenen werd Bouzian zo verketterd. En hetzelfde zien we bij Irshad Manji die zich als lesbische de toorn van heel wat moslims op de nek haalde en fysiek bedreigd wordt. Intussen kent zowat elke grote westerse stad zijn jaarlijkse gayparade, werd in diverse landen het homohuwelijk goedgekeurd en kozen de Parijzenaars een homo als hun burgemeester.

In het hoofdstuk ‘De smaak van ongelijkheid’ gaat Tarik Fraihi naar de kern van het samenlevingsprobleem tussen autochtonen en allochtonen in ons land. “Werkloosheid, gebrekkig onderwijs en huisvesting zijn de oorzaken, niet de cultuur van de allochtoon”, zo schrijft hij. Daarom zijn allerhande spreidingsplannen zinloos. De auteur wil het ‘wij’ en ‘zij’ gevoel doorbreken. En dat kan alleen als niet enkel de ‘Belgen’ maar iedereen die in België woont gelijk is voor de wet. Een dergelijk standpunt valt alleen maar toe te juichen en is meteen de reden waarom stemrecht voor vreemdelingen mogelijk moet zijn voor iedereen. Interessant is ook zijn visie dat Europa intenser moet samenwerken met de mediterrane landen en dat alleen door het wegwerken van de socio-economische achterstand de migratie naar Europa vanuit Noord-Afrika en het Midden-Oosten zal afgeremd worden. Om dat laatste te bereiken zijn vooral liberale ingrepen nodig zoals het afbouwen van protectionisme, importheffingen, productiesteun en exportsubsidies die zo hard verdedigd worden door allerlei Europese lobbygroepen maar die juist verhinderen dat arme landen zich kunnen ontwikkelen.

Tarik Fraihi eindigt zijn boek met een oproep tot zelfkritiek. Dat is inderdaad een essentiële stap die in het verleden al te weinig werd toegepast zowel door de moslimgemeenschap als door de autochtone bevolking. Het wordt tijd dat de Vlamingen inzien dat ze de migranten daadwerkelijk moeten laten participeren in de samenleving. Doen ze dat niet dan stevenen we af op een duale samenleving en segregatie met alle negatieve gevolgen van dien. En allochtonen moeten uit de slachtofferrol stappen waarin ze zich vaak terugtrekken. Ze moeten de geboden kansen grijpen en tegelijk opkomen voor hun rechten. Uit de inleiding blijkt alvast dat de auteur daar persoonlijk goed in geslaagd is. Willen we onze samenleving leefbaar houden en extreem rechts terugdringen dan moeten we ingaan op zijn oproep dat progressieve allochtonen en autochtonen hiervoor optimaal moeten samenwerken.


Recensie door Dirk Verhofstadt

Tarik Fraihi, De smaak van ongelijkheid, Meulenhoff, 2004, 127 blz.

Links
mailto:verhofstadt.dirk@pandora.be
Share |

De Arabische Revolutie:

tussen droom en werkelijkheid

Op woensdag 5 april 20.00 uur

Afspraak in De Markten (Oude graanmarkt 5, 1000 Brussel) voor een avond met Koert Debeuf,

schrijver, columnist, directeur van het Tahrir Institute for Middle East Policy Europe en onderzoeker aan de Universiteit van Oxford.

Zijn recentste boek is "Inside the Arab Revolution. Three Years on the Front Line of the Arab Spring".

Koert zal gebaseerd op zijn persoonlijke ervaringen de Arabische Revolutie trachten te kaderen door parallellen te trekken met de Franse Revolutie en door een aantal inzichten te bieden in het Midden Oosten.

Uw aanmeldingsmail aan info@liberales.be geldt als inschrijving.

STEUN LIBERALES

Liberales werkt met onbezoldigde vrijwilligers en beperkt haar kosten tot een minimum. Toch hebben wij middelen nodig voor noodzakelijke uitgaven zoals abonnementen voor website en mailverkeer.

Uw steun is welkom op onze bankrekening BE44 3900 2047 5745. Ook kleine bedragen worden gewaardeerd. Vermeld het woord 'steun' als referentie.

Met hartelijke dank

Nieuwsbrief

Schrijf je in voor onze wekelijkse nieuwsbrief

Liberales TV

Contact

Claude Nijs
gsm: +32476 343098
claude@liberales.be