De puinhopen van acht jaar paars

boek vrijdag 06 december 2002

Pim Fortuyn

Pim Fortuyn was een fenomeen waarmee de Haagse politici niet wisten om te gaan. Ook in de pers werd Fortuyn afgedaan als een rechts politicus, een enge populist of gewoon een warhoofd. Zijn ideeën en standpunten werden uitgespuwd en de focus lag daarbij op zijn uitspraak dat 'Nederland vol is'. Toch ging er in zijn korte politieke loopbaan geen dag voorbij of er werd over hem gesproken. De media hebben hem gebruikt zoals hij de media gebruikte. Wat me altijd zal bijblijven is zijn magistrale 'gebruik' van de media toen hij werd aangewezen als lijsttrekker voor Leefbaar Nederland. Op het einde van zijn speech sprak hij de intussen legendarische woorden 'At your service' uit, waarbij hij het publiek salueerde. Wie die beelden goed bekijkt merkt hoe sterk Fortuyn zich bewust was van de impact van deze schijnbaar spontane groet. Hij spreekt die zin uit en blijft dan een vijftal seconden in de saluerende pose staan. Daarbij gaan zijn ogen van links naar rechts teneinde elke cameraman en fotograaf de kans te geven dit beeld zo goed mogelijk vast te leggen. Dit was geen spontane groet maar een doelbewuste pose waarvan hij de impact perfect had ingeschat. Fortuyn was niet gewoon slim, hij was geniaal. Dat bewees hij met die ene uitspraak en groet. Intussen heb ik ook zijn boek De puinhopen van acht jaar paars gelezen. Het is een verbluffend leesbaar boek, vooral als je het vergelijkt met de saaie verkiezingsboeken van de andere Nederlandse boegbeelden. Fortuyn hanteert een totaal ander en nieuw politiek taalgebruik. Door een voortdurende verweving van persoonlijke ervaringen met de belangrijke politieke thema's raakt hij de lezer meer dan welk ander propagandablad ook. Waar anderen cijfers en tabellen citeren over de wachtlijsten in de zorg vertelt hij hoe zijn vader en moeder behandeld werden in het rusthuis en het ziekenhuis (in zijn boek gebruikt Fortuyn ook cijfers als afsluiting op een hoofdstuk, en wetenschappelijk gepresenteerd). De zorg in Nederland wordt volgens Fortuyn aangepakt zoals in Oost-Europa voor de val van de Belijnse Muur. Bureaucraten en zaakwaarnemers zwaaien er de plak. Hij stelt vast dat in veel ziekenhuizen en instellingen 'een enorme vervuiling en verslonzing' merkbaar is. Ze zijn van iedereen, dus van niemand, en zo zien ze er ook uit, zoals de gemiddelde treinwagon van de Nederlandse Spoorwegen. Gespecialiseerde chirurgen werken onder hun capaciteit en operatiezalen staan leeg door gebrek aan OK-personeel en/of omdat men door zijn budget heen is. "Is het budget op of is er geen operatiekamer beschikbaar doordat hij leegstaat in verband met personeelskosten, vakantie, ADV-dagen, ziekte en wat men nog meer kan verzinnen, dan zit de dure chirurg, met zijn armen over elkaar en moet hij nee verkopen, ook aan patiënten die dringend hulp nodig hebben. De dokter is niet ziek, maar de arbeidsorganisatie waarin hij zijn werk moet uitoefenen is doodziek" schrijft Fortuyn. Maar nog erger is dat dokters in het universitair ziekenhuis van Amsterdam aan nepotisme doen: vriendjes, collega's en kennissen gaan gewoon voor, voor hen geldt de wachtlijst niet. Deze vaststelling komt niet van Fortuyn zelf, maar van de gerenommeerde krant NRC-Handelsblad. Pakkend is het verhaal over de dood van zijn moeder. Na een gevecht tegen kanker heeft zij haar doodgaan bespoedigd door niets meer te eten en te drinken. "Het ontnemen van haar zelfstandigheid door de omstandigheden, maar bovenal het moeten liggen op zaal en delen van alle voorzieningen met de overige bewoners ten tijde van de maaltijd en in de zogenoemde huiskamer, gaven de genadeklap. Mijn immer zelfstandige moeder wenste niet verder te leven als een patiënt in een totaal gecollectiviseerde omgeving, waarin alleen de fotolijstjes op het nachtkastje herinneren aan dat zelfstandige bestaan." In zijn verhaal over zijn vader in een rusthuis wijst hij met de vinger naar de desinteresse van het personeel. Zo ontving hij op een dag in de zomervakantie een brief van de instelling dat 'de patiënten voortaan maar één wasbeurt meer krijgen eens in de tien dagen'. Hij vader die steeds gesteld was op keurige kledij draagt een incontinentiebroek. "Hij had gevraagd of hij naar de wc mocht. De verzorgster had hem gezegd dat ze daar nu geen tijd voor had en had daar aan toegevoegd: 'Opa poept en piest u maar in uw broek, dan vinden wij dat wel als u naar bed gaat vanavond'." Het enige dat zijn vader nog privé bezit is zijn naam. "Deze naam was verkeerd gespeld op een bordje aan de ingang van zijn slaapzaal. Ik wees een verzorgster daarop, met het verzoek deze fout te herstellen. Ze was hogelijk verbaasd over hoe ik mij hier nu druk om kon maken: het maakt toch immers niet uit hoe een naam wordt gespeld." Hij beschrijft dat de verzorgsters vaak gewoon zitten te kletsen en koffie te drinken terwijl er voor rolstoelers nooit tijd is. Die parkeren ze aan een grote tafel in de huiskamer waar ze 'dommelend de tijd mogen doodslaan'. Het verhaal is één grote aanklacht tegen het bureaucratische en onpersoonlijke karakter van de zorg en heel wat burgers herkennen dat blijkbaar. Alvast één reden waarom dit boek zo aansloeg bij de Nederlanders. Zijn persoonlijke ervaringen trekt Fortuyn ook door in zijn bespreking van het onderwijs in Nederland. Daarin trekt hij fel van leer tegen de katholieke lagere school die de kinderen verstikten. Later is hij gelukkig op de kleinschalige middenschool waar een rector-pater elke leerling kent bij naam en voornaam. In die periode begonnen PVDA-ministers het onderwijs te hervormen. Schaalvergroting, nivellering en het niet kunnen omgaan met hoogbegaafde kinderen waren het gevolg. De enorme schaalvergroting leidde niet tot beter onderwijs maar wel voor een toevloed aan administratie, bureaucratie, inspecteurs en zelfs schoolpsychologen. De vorming moest plaats ruimen voor de kennisoverdracht. Verbanden en inzicht ruimden plaats voor het uit het hoofd leren van feitjes en zogenaamd 'thematisch onderwijs'. Vooral het geschiedenisonderricht was hier het slachtoffer van. "Flikker die pc a.u.b. de schoelen uit, dat leren de kinderen thuis wel" roept Fortuyn, want hij wil dat er opnieuw les gegeven wordt door mensen van vlees en bloed. En die onderwijzers moeten hun vrijetijdskledij weer ruilen voor formele kleding en zich niet meer bij de voornaam laten aanspreken. Onderwijs is immers een kwestie van gezag en respect. Over veiligheid geeft Fortuyn opnieuw af op de socialistische neiging om het welzijnswerk, (jeugd)opbouwwerk en conflictbemiddeling voorrang te geven op de core-business van de politie, nl. het handhaven van de wet. Vooral de uitspraak van de (socialistische) hoofdcommissaris van Amsterdam zit hem dwars. Die stelde dat de politie er in de eerste plaats is voor de bescherming van de onderklasse van de samenleving, de arme en kansloze sloebers. Het gevolg is dat de midden- en bovenklasse zich dan maar zelf beredderen, ondermeer met particuliere beveiliging. Er zijn wel meer politiemensen maar toch is er minder blauw op straat. Dat komt door de enorme overhead en het heilige dienstrooster met een 36-uren werkweek ("boeven op straat, politie naar bed"). Het beleid wordt in feite gedicteerd door de vakbonden en ondernemingsraden en niet door de politieleiding. Neem daarbij het hoge ziekteverzuim, de hoge toestroom tot de WAO en de abominabele oplossingcijfers en je begrijpt waarom Nederland niet zoveel waardering heeft voor haar politiekorps. En als er iets gebeurt dan schreeuwt men moord en brand om meer geld en meer personeel. Blijkbaar heeft men ook in Nederland last van samenwerking tussen politiediensten. Zo stelt Fortuyn dat de 25 politieregio's allemaal werken met verschillende computersoftware en dat men er niet in slaagt die met elkaar te laten communiceren. Ondanks de toename aan personeel loopt de oplossingsgraad terug (de pakkans ligt nu rond de 15%). Centraal in zijn oplossing van al deze problemen is de politie met dezelfde middelen beter te laten functioneren door de overhead drastisch te verminderen. Daarnaast wijst hij ook op de enorme toename van het aantal jeugdige gedetineerden "en het allochtone deel daarvan, schommelend rond de 60%, spreekt boekdelen en zegt alles over het falen van de integratie." Fortuyn hekelt ook de doorgeschoten tolerantie. "Een moslimdame heeft haar beklag gedaan bij de Commissie Gelijke Behandeling over het feit dat ze als gerechtsgriffier geen hoofddoekje mag dragen als uiting van haar geloofsovertuiging. De bigotte commissie, met daarin een stelletje politiek overcorrecte malloten, heeft deze moslimdame in het gelijk gesteld daarin gesteund door blanke feministes (…) Van belang is nu dat in de publieke ruimte en zeker daar waar ambtsdragers in het geding ijn, men niet ongevraagd en ongewild wordt opgezadeld met de maatschappelijke of godsdienstige overtuiging van iemand en zeker niet van een ambtsdrager die zich dient te hullen in neutraliteit." Hij pleit hier ondubbelzinnig voor de scheiding van Kerk en Staat, iets waar we eeuwen voor gevochten hebben en waarvoor rivieren met bloed zijn gevloeid. Daarbij haalt hij scherp uit naar de islam. "Een achterlijke woestijncultuur op basis van een even achterlijke en vaak onderdrukkende en imperialistische godsdienst." Wat verder raakt hij een kwestie aan die ook in onze grote steden problematisch wordt. "Wij koersen in dit land onbedoeld aan op nieuwe vormen van apartheid. De middenklasse ontvlucht de steden en verstigt zich in middenklassenwijken in randgemeenten." De steden verdunnen op die manier tot centra met veel allochtonen die hun gewoontes steeds openlijker demonstreren. Er komen teveel asielzoekers naar Nederland schrijft hij. "Nederland is voor velen van hen een land waar het goed profiteren is van alle mooie voorzieningen, maar voor het overige draait het toch vooral om het land van herkomst. Dat nu legt een sociale bom onder de stedelijke samenlevingen." Hij haalt ook zwaar uit naar de gezinsherenigingen die veel te breed zijn toegestaan en hekelt de manier waarop 75% van de jonge allochtonen blijven kiezen voor een bruid uit het thuisland want de hier geboren meisjes zijn te geëmancipeerd. "De jongeheren voorzien zich liever van een weinig ontwikkelde vrouw, die tenminste weet dat haar enige recht het aanrecht is en haar enige lijn de waslijn." Ook over de verzorgingsstaat is Fortuyn niet te spreken. Momenteel leven 1,365 miljoen Nederlanders van een uitkering. Voor hem is niet iedereen in de Ziektewet echt ziek, niet iedereen met een WAO-uitkering werkonkundig en niet iedereen in de Bijstand onbekwaam. Velen horen daar niet thuis en dienen zoals iedereen aan de slag te gaan. Dat dit niet gebeurt is een gevolg van de (socialistisch georganiseerde) armoedeval en "dat men er door al die persoonsgebonden subsidies financieel op achteruitgaat als men niet tenminste 140% van het minimumloon gaat verdienen." Hierbij zet hij zich fel af tegen de socialistische voorman Melkert die oproept om elkaar 'vast te houden'. "Ik zou zeggen : laten we elkaar vooral maar eens los- en vrijmaken, laten we elkaar aanmoedigen te ondernemen en laat de verzorgingsstaat voor zover nodig daar de voorwaarden voor creëren, in plaats van mensen te degraderen tot zielige, hulpbehoevende slachtoffers en tot bankzitters die op patriarchale wijze worden betutteld door de overheid en de Linkse Kerk." In zijn hoofdsuk over Landbouw is Fortuyn opvallend liberaal. Hij wil in één klap alle marktstorende subsidies afschaffen voor gans de Europese Unie. Hij stelt ook voor de handelsoorlog met de VS te stoppen en hun met hormonen bewerkt vlees toe te laten op onze markten mits aanduiding op de voedselverpakking. Laat de consument dan maar beslissen wat hij eet. Kok wou zich steeds een groot staatsman tonen binnen Europa en zorgde voor een torenhoge EU-contributie. Als Fortuyn premier wordt wil hij het handtasje van Margareth Tatcher lenen om er op de EU-raad op tafel te meppen met de leuze 'I want my money back'. Over mobiliteit spreekt hij zich uit tegen het privatiseren van publiek goed met monopoloïde trekken zoals de Nederlandse Spoorwegen. Files moeten opgelost worden door massaal over te gaan tot telewerken. Fortuyn haalt ook keihard uit naar de anti-auto-mentaliteit. "Overdag doet men er in mijn stad Rotterdam ruim drie kwartier over om van Noord naar Zuid te komen en dat niet door overvolle wegen, maar door het getreiter van het gemeentebestuur op instigatie van PVDA en Groen Links, want de auto is uitermate zondig en zij die erin zitten zijn zondaars. Het openbaar vervoer is geconfiqueerd, dikwijls gratis, door de onderklasse, daar ga je dus als fatsoenlijke burger niet in zitten." Hij haalt ook uit naar de plannenmakers in de ruimtelijke ordening en de milieugroepen. "In dit land heeft een koe meer ruimte tot haar beschikking dan een mens". Uiteraard moet milieu beschermd en behouden worden, zegt hij, "maar nieuwe natuurgebieden aanleggen, welke halve zool bedenkt dat? Oude polders onder water laten lopen, moerassen met alle enge ziektes vandien aanleggen, polders vol planten met bomen, redelijk geschift in mijn ogen." De hardste uithaal doet Fortuyn naar het Poldermodel, samen met Apartheid, het enige Nederlandstalige woord dat de buitenwereld kent. Er zijn 9 miljoen stemgerechtigde Nederlanders, waarvan er 300.000 lid zijn van een partij en waarvan misschien 20.000 mogen meevissen in de vijver. "Het is een volstrekt incestueus circuit geworden van een zichzelf benoemende en aanvullende politiek-bestuurlijke elite." Alle postjes in de collectieve sector worden verdeeld over de lidmaten van de grote drie partijen (PVDA, CDA, VVD). Dit is een verspilling van talent en eigenlijk een soort elitedemocratie. De essentie is het compromis, gesloten in achterkamertjes. Heldere meningsverschillen zijn er niet meer. Een echt pleidooi voor een open debatcultuur dus. Die politieke elite doet er alles aan om meer en beter te kunnen controleren. Het aantal gemeenten zal worden teruggebracht (gefusioneerd) tot 250, kleine ziekenhuizen worden gesloten, scholen fuseren, alles verwordt tot anonieme molochen waarvan de bestuurders geen rekenschap hebben af te leggen. Al met al een boeiend boek. Wel populistisch maar dikwijls raak en terecht. Iemand die het woord als wapen gebruikte en daarvoor laffelijk vermoord werd. Dit boek is een must voor alle politici die dreigen in te dommelen in het pluche van de macht.



Pim Fortuyn, De puinhopen van acht jaar paars, Karakter Uitgevers, 2002

Share |

STEUN LIBERALES

Liberales werkt met onbezoldigde vrijwilligers en beperkt haar kosten tot een minimum. Toch hebben wij middelen nodig voor noodzakelijke uitgaven zoals abonnementen voor website en mailverkeer.

Uw steun is welkom op onze bankrekening BE44 3900 2047 5745. Ook kleine bedragen worden gewaardeerd. Vermeld het woord 'steun' als referentie.

Met hartelijke dank

Nieuwsbrief

Schrijf je in voor onze wekelijkse nieuwsbrief

Liberales TV

Contact

Claude Nijs
gsm: +32476 343098
claude@liberales.be