Afscheid van Magritte. Over het oude en nieuwe Wallonië

boek vrijdag 04 februari 2005

Guido Fonteyn

Guido Fonteyn is ongetwijfeld de Vlaming die de meeste interesse toont voor Wallonië. Sinds 1979 schreef hij er vijf boeken en eindeloos veel krantenartikels over, hij gaf voordrachten en begeleidde hele bussen Vlamingen op hun exploratietochten door Wallonië. René Magritte (1898-1967) was een prominent Waals surrealistisch schilder, die al rond 1910 begon te schilderen in Châtelet bij Charleroi. Toen was daar welvaart, nu werkloosheid en armoede. Zijn moeder pleegde zelfmoord toen Magritte nog geen 14 jaar oud was. Later verhuisde hij naar Jette bij Brussel, naar dezelfde straat waar Fonteyn nu woont. Met dit verhaal begint Fonteyn zijn beschrijving van Wallonië en tussendoor ook van Vlaanderen in 19de en 20de eeuw, zonder er duidelijk bij te zeggen wat de titel ‘Afscheid van Magritte’ precies inhoudt.

Het Wallonië van Magritte was namelijk welvarend, maar het Wallonië waarvan Fonteyn afscheid wil nemen, is dat van de jaren ’60 tot ’90, waarin de welvaart schaars was en waarin demagogen zoals Happart de schuld voor het verval op Vlaanderen schoven, hoewel dat gewest jaarlijks miljarden schonk/schenkt aan het zuiden. Volgens een optimistische Fonteyn ziet de nieuwe generatie Waalse politici en ook de culturele wereld in dat ze fout waren door in blok achter Happart te gaan staan in zijn Voerenescapades en vinden ze nu dat ze de schuld ook bij zichzelf moeten zoeken. Dit klopt maar gedeeltelijk, want de Waalse premier (met Vlaamse roots) Van Cauwenberghe situeert de bron van alle kwaad nog geregeld in het noorden en rakelt zelfs het probleem Voeren nog graag op. En het eeuwige ‘non’ van hun onbetwiste leider Elio Di Rupo vergroot de mentale afstand tussen beide landsdelen.

Anderen zoals vakbondsman François Camarata (1936-2001) gaven een eerlijkere diagnose: de Waalse staalbaronnen en mijnexploitanten met namen zoals Cockerill, Solvay, Warocqué dachten niet aan technologische vernieuwingen, ze schakelden niet over op autoassemblage of petroleum, de Société Générale stimuleerde nooit de oprichting van het midden- en kleinbedrijf voor de nieuwe sectoren. Na 1945 trok de zware industrie naar goedkopere landen en Wallonië berustte in zijn ontvolking, veroudering en afhankelijkheid van overheidsuitkeringen.

Fonteyn geeft een goed beeld van Wallonië tussen 1800 en nu, van de honderdduizenden Vlamingen en (vanaf 1922) ook Italianen die ginds gingen werken als gastarbeider en die geleidelijk ook Waal werden. Wallonië hield niet van Vlaamse verenigingen zoals Davidsfonds en Willemsfonds op zijn territorium en wilde dat de migranten zich snel integreerden. De huidige heropbloei is zichtbaar in de regionale luchthavens, binnenscheepvaart, biochemie, nieuwe industrieparken en in de culturele wereld, waar La Louvière, Mons met zijn Musée des Arts Contemporains (MAC), Namen en Luik een schitterend programma aanbieden. Fonteyn illustreert bloei, verval en remonte met veel concrete voorbeelden, losse wetenswaardigheden en leuke anekdotes.

We leren ook veel over de Vlaamse mijnwerkers, die lange tijd geminacht en bespot werden: ze werden in toneelstukjes door Vlamingen-imitatoren voorgesteld als ros, lui, ondervoed, vraatzuchtig, dik, dom, slordig, ruziemakers, stakingbrekers. In 1848 waren 450.000 inwoners van de provincies Oost- en West-Vlaanderen of 1/3 van de bevolking bedelaars; vandaar de massale exodus. Wie Fonteyns vroeger boek ‘In de Rue des Flamands’ gelezen heeft, herkent nogal wat gelijkenissen. In 1947 telde men circa 750.000 Vlamingen in Wallonië; samen met de emigranten naar Frankrijk en Amerika, verloor Vlaanderen dus één miljoen inwoners op 100 jaar tijd. Het aantal Italianen ligt er boven de 200.000; de bekendste zijn Adamo en Elio Di Rupo.

Rond 1960 droogde de immigratiestroom op; nu trekken enkel nog landbouwers en hoteliers naar het zuiden om te werken en jonge gezinnen omdat de bouwgrond in Vlaanderen onbetaalbaar wordt. Jammer dat dit boek, zoals de vorige vier, eerder een onsamenhangend sociologisch dan een gestructureerd historisch profiel tekent; er zit geen chronologische lijn in en het heeft ook geen landkaart of register, hoewel het krioelt van de eigennamen. De lezer mag dus in zijn atlas gaan zoeken waar Châtelet (van Magritte), Manage met zijn Rue des Flamands, Strépy-Bracquegnies met zijn scheepslift, Bois-du-Luc, Le Grand Hornu (MAC) en Treignes liggen. Met iets meer fantasie had Fonteyn hier de mooie toeristische routes kunnen uittekenen, die hij zelf volgt met zijn bussen, wanneer hij deze veelgeprezen plekjes bezoekt.

Fonteyn verwacht ook veel soepelheid van de lezers: hij stapt van het ene onderwerp in het andere, van de 19° eeuw naar de Romeinse tijd en vice versa; hij geeft leuke verklaringen voor namen zoals Wallonië en België, hij laat de Walen afstammen van de Belgae en de Vlamingen van Germaanse volksverhuizers. Hij geeft ook een ontroerend verslag van de mijnramp in Marcinelle (1956), waarbij 262 mijnwerkers omkwamen, onder wie 136 Italianen en 30 Vlamingen. Hij wijst met de vinger naar de eigenaars en de overheid, die pas nadien voor de nodige veiligheid begonnen te zorgen. Fonteyn beweert ook dat de Waalse captains of industry en de Société Générale al vanaf 1900 en zeker vanaf 1945 hun activiteiten delokaliseerden naar lage loon landen, maar hij noemt geen enkel van die landen.

De vraag is ook hoe stevig de nieuwe economie zal zijn, nu de Europese steun meer en meer naar de tien nieuwe lidstaten zal gaan, en verder of de Walen de schuld dan weer niet op Europa zullen schuiven en hoe lang dat nieuwe Wallonië nog afhankelijk zal zijn van de miljardentransfers uit Vlaanderen. Fonteyn noemt dat (iets mooier) overheidssteun uit Belgische en Europese bronnen en solidariteit van Vlaanderen.

Hij beschrijft ook het moreel verval dat in de jaren ’80 en ’90 samenviel met de sociale en economische crisis: verlaten bedrijfsruimtes en kanalen waarin auto’s en wapens werden gedumpt, plastic zakken met menselijke ledematen, terreur van de Bende van Nijvel, moordende aanvallen op geldtransporten, talloze overvallen op postbodes en bejaarden, de moord op André Cools, smeergeldaffaires zoals Agusta dat leidde naar de rechtsvervolging van heel de PS-top, een nooit gevatte vrouwenversnijder in Mons en als toppunt Dutroux, die tot zijn proces in 2004 de belangstelling van heel de wereld haalde.

Fonteyn vertelt dat de Luikenaars zelf hun mooie Romaans-Gotische St. Lambertus-kathedraal steen voor steen afbraken, maar zegt er niet bij wanneer; het was nl. in 1794, zoals we wel kunnen lezen in zijn vroeger boek ‘Wallonië’. Zij wilden hun wraak koelen op de gevluchte prinsbisschop en ze wilden aan de Franse bezetters tonen dat ook zij ijverige revolutionairen waren. Ze herleidden de grootste kathedraal van de Nederlanden tot een bouwput, die pas 200 jaar later weer opgevuld werd.

Samengevat kunnen we zeggen dat Guido Fonteyn een portret van Wallonië tekende, met een uitzonderlijk grote liefde voor de Walen, zoals je er in Vlaanderen niet veel meer tegenkomt.


Recensie door Jef Abbeel

Guido Fonteyn, Afscheid van Magritte. Over het oude en nieuwe Wallonië, Meulenhoff, 2004, 205 blz.

Links
mailto:jef.abbeel@skynet.be
Share |

De Arabische Revolutie:

tussen droom en werkelijkheid

Op woensdag 5 april 20.00 uur

Afspraak in De Markten (Oude graanmarkt 5, 1000 Brussel) voor een avond met Koert Debeuf,

schrijver, columnist, directeur van het Tahrir Institute for Middle East Policy Europe en onderzoeker aan de Universiteit van Oxford.

Zijn recentste boek is "Inside the Arab Revolution. Three Years on the Front Line of the Arab Spring".

Koert zal gebaseerd op zijn persoonlijke ervaringen de Arabische Revolutie trachten te kaderen door parallellen te trekken met de Franse Revolutie en door een aantal inzichten te bieden in het Midden Oosten.

Uw aanmeldingsmail aan info@liberales.be geldt als inschrijving.

STEUN LIBERALES

Liberales werkt met onbezoldigde vrijwilligers en beperkt haar kosten tot een minimum. Toch hebben wij middelen nodig voor noodzakelijke uitgaven zoals abonnementen voor website en mailverkeer.

Uw steun is welkom op onze bankrekening BE44 3900 2047 5745. Ook kleine bedragen worden gewaardeerd. Vermeld het woord 'steun' als referentie.

Met hartelijke dank

Nieuwsbrief

Schrijf je in voor onze wekelijkse nieuwsbrief

Liberales TV

Contact

Claude Nijs
gsm: +32476 343098
claude@liberales.be