Dieren Eten’ van

boek vrijdag 19 februari 2010

Jonathan Safran Foer

Na twee wereldwijde bestsellers heeft Jonathan Safran Foer het pad van de fictie eenmalig verlaten voor dat van de non-fictie. In Dieren Eten schetst de succesauteur een soms onthutsend portret van de Amerikaanse vleesindustrie. De conclusie die zich opdringt is duidelijk: wie bepaalde wanpraktijken binnen die industrie niet wil steunen, kan maar beter geen vlees meer eten. Het ontbreekt in Foers boek echter aan solide morele gronden om het eten van vlees op zich te verwerpen. En dus gaapt er een kloof tussen opzet en resultaat.

Foer is ietwat dubbelzinnig in zijn bedoelingen. De schrijver zegt dat hij niemand tot het vegetarisme wil ‘bekeren’. Hij wil niemand een bepaald eetpatroon opleggen, wil niemand veroordelen en vindt dat iedereen zelf maar moet uitmaken of hij voortaan nog vlees zal eten. Foer wil enkel achterhalen waar het vlees op ons bord vandaan komt en of hij zijn eigen zoon wel zo een stuk vlees wil voorschotelen. De lezer moet er zelf maar zijn conclusies uit trekken. En eigenlijk, zo schrijft Foer naar het einde toe, is het opzet van zijn boek nog veel bescheidener en te reduceren tot één vraag: komt er kalkoen op tafel met Thanksgiving of niet? Het antwoord op die vraag is Dieren eten.

Uiteraard probeert Foer met die mildere toon niet al te veel lezers te schofferen. Maar je kan onmogelijk aannemen dat zijn boek inderdaad zo vrijblijvend is, vrij van verdere conclusies. Wat zou het ons ook kunnen schelen wat Foer op Thanksgiving eet? Daarover schrijf je geen honderden bladzijden vol en doe je geen drie jaar onderzoek. Foers ambities reiken dus zeker verder en elders in het boek geeft hij ook aan dat het eigenlijk wel om een pleidooi voor vegetarisme gaat. In dat opzicht heeft Coetzee gereageerd dat je al een erg harteloos mens moet zijn, of volstrekt voor rede onvatbaar, of beide, als je na dit boek jouw eigen eetgewoonten niet aanpast. Vrijblijvend is het boek dus helemaal niet te noemen. En de titel alleen al geeft het aan: het gaat hier niet louter om een boek over de vleesindustrie, maar wel over hoe deze zich verhoudt tot de mens die dieren eet.

Polariseren

Foer is soms erg scherp in zijn uitspraken. Hij hekelt dat de vraag of we al dan niet vlees eten polariserend werkt. Je hebt er die het eten en je hebt er die het niet doen. En tussen beiden is de kloof te groot. Een groep mensen die bewuster omgaan met hun eten – die hun eigen eetpatroon in vraag stellen – moet zich tussen hen nestelen, zo vindt de schrijver. Maar door vele scherpe uitspraken draagt Foer niet bij tot een verzoening, maar werkt hij de polarisering die hij betreurt zelf in de hand. In welk opzicht vermoordt het eten van dieren elke zorgethiek? Waarom zijn mensen die dieren eten per definitie volstrekt onbekommerd om het milieu? Kan je echt zeggen dat enkel onmensen en sadisten in de intensieve veeteelt of slachthuizen werken (ook al geeft Foer eveneens aan dat hij fijne mensen heeft geïnterviewd voor zijn boek)? Is dat de volmaakte vorm van vervreemding op de werkvloer, zoals Foer beweert? Ik moet dan onwillekeurig aan Abu Ghraib denken, waar ook mensen op de werkvloer werkten en vervreemding en onmenselijkheid toch nog ‘iets’ verder reikten. Zonder het misschien zelf te willen is Foer wel veroordelend en ook hieruit blijkt dat zijn ambities verder reiken dan hij soms laat uitschijnen.

De kannibaal en de carnivoor

Foer is een aangenaam schrijver en achter de meeste zinnen gaat een vlotte pen schuil. Onmiskenbare troeven voor een goed schrijver zijn een rijke beeldspraak en verhelderende vergelijkingen. Met een handvol woorden kan hij zo een beeld oproepen dat meteen een diepere inhoud onthult. Maar net op dat punt wringt het geregeld in Foers boek. En dat is niet louter een stijlprobleem. Het getuigt eerder van een gebrekkige argumentatie. Foer blinkt uit in vergelijkingen die op het eerste gezicht leuk klinken, maar eigenlijk geen steek houden als men er wat langer over nadenkt. Waarom is de vleesindustrie net als porno: moeilijk te omschrijven, maar heel herkenbaar? Waar slaat dat eigenlijk op? Dat kan je toch van alles zeggen: van de Belgische politiek tot amateurvoetbal. En wat hebben die verder gemeen met de porno- of de Amerikaanse vleesindustrie? Of nog: waarom is de problematiek van het eten van dieren dezelfde als die van abortus, zoals Foer beweert? Niet enkel zijn de motieven voor het doden van een dier omwille van zijn vlees heel verschillend van deze dewelke aan een abortus voorafgaan. Ook de handelingen zelf en de implicaties ervan zijn in geen opzicht te vergelijken.

Bovendien duikt er een zweem van een overtrokken ‘anti-speciesisme’ (ik bedoel hier een al te verregaande gelijkstelling van mens en dier wat betreft rechten en morele status) in deze vergelijking op; iets waar Foer zich ook elders in het boek aan lijkt te bezondigen. Zo schrijft hij dat, wie meent dat het gerechtvaardigd is om een varken of een kip te eten, omdat dat toch maar domme dieren zijn, dan maar evengoed een zwaar geestelijk gehandicapte in de stoofpot kan gooien. Uiteraard is het goed dat Foer met deze ietwat provocerende opmerking aangeeft dat intelligentie geen maatstaf is voor wat we wel en niet zouden mogen eten. Varkens zijn ook helemaal niet zulk een domme beesten, zoals men vaak aanneemt.

Het probleem is dat Foer mens en dier te vaak gelijk stelt. Zelfs al was intelligentie een maatstaf voor ons eetgedrag, dan nog is er een wezenlijk verschil tussen de kannibaal en de carnivoor. Dan nog is er een wezenlijk verschil tussen onze houding tegenover, en morele beoordeling van, een mens die een dier eet en een mens die zelf opgegeten wordt. (Foer vindt dat we geen morele gronden hebben om ons te verzetten tegen een eventuele, machtigere en intelligentere levensvorm die ons zou opeten, indien we ook geen morele gronden hebben om zelf af te zien van het eten van dieren.) Hier zijn misschien niet de handelingen op zich, maar wel de morele betekenis en implicaties van beide handelingen fundamenteel verschillend. En dat verschil vloeit voort uit het feit dat een mens een mens is en een dier geen mens. En of men dat nu wil of niet: tussen beide is er een verschil.

Het lijden van de ander

Natuurlijk is de mens in zeker opzicht een dier. Maar als men de mens al een dier noemt, dan kan men niet elk dier een mens noemen. Al was het maar omdat de mens over een verantwoordelijkheid en morele vrijheid beschikt die de (andere) dieren niet hebben. De mens valt onder de categorische imperatief van Kant, terwijl men dat van dieren niet kan zeggen. Daar heeft ook de Britse conservatieve filosoof Roger Scruton op gewezen. Hij verknoopte dat met een discours ter rechtvaardiging van de jacht. Maar los van de bedenkingen die men daarbij zou kunnen hebben, kan men wel inbeelden dat het heel wat zou zijn mochten we de dieren aan de categorische imperatief binden. Dan was de ekster een dief, de wolf een moordenaar en dan konden we in het dierenrijk op zoek gaan naar viervoetige tegenhangers van Hitler, Stalin en pathologische moordenaars wier gedrag moreel verwerpelijk bevonden moet worden.

Dat een dier geen mens is, betekent echter niet dat de mens zelf geen verantwoordelijkheid tegenover de dieren draagt; dat de mens zelf gerechtvaardigd is om onverschillig te blijven tegenover eender welk dierenleed. Integendeel: net omdat we mens zijn, is onverschilligheid niet gepast. Net hierin schuilt de overtuigingskracht van Foers boek. “Ons voedsel komt uit ellende voort”, schrijft hij: ellende die we zelf veroorzaken en waaronder dieren lijden. En veel van dat leed is nodeloos of zou verholpen kunnen worden. Indringend is de beschrijving van talloze kippen die vetgemest worden en hun botten breken onder hun kunstmatige gewicht. Confronterend is het besef dat zij nooit het daglicht zien en hun hele armzalige bestaan in een ruimte opgesloten zitten die niet groter is dan een A4-blad. De cijfers die Foer geeft van de bijvangst zijn ronduit schokkend, wetende dat geen enkele vis een vlotte dood sterft. En het feit dat wij nu zowat honderdvijftig maal meer kip eten dan onze grootouders, en dat ons vlees volgepompt wordt met allerhande antibiotica, wekt verbazing en zelfs ontsteltenis. Dat alles noopt tot nadenken.

Vrijheid en verantwoordelijkheid

Of er solide morele gronden bestaan om het eten van vlees op zich te verwerpen, blijft betwistbaar. Maar dat er morele gronden zijn om begaan te zijn met het lijden van de ander – ook als die ander een dier is – staat buiten kijf. Een wereld met minder leed is beter dan een wereld met veel leed. En als veel van dat leed vermeden kan worden, dan moet de mens moreel gemotiveerd zijn om dat leed te voorkomen. Dat Foer ons hiermee confronteert, maakt zijn boek belangrijk. Ook al is zijn argumentatie soms wat gebrekkig, ook al is hij tweeslachtig in zijn bedoelingen, ook al heeft hij alles al na 200 bladzijden gezegd en bolt hij daarna uit en herhaalt hij zichzelf te vaak (het boek kon zeker gehalveerd worden); Foer spoort de mens terecht aan om bewuster om te gaan met wat hij eet.

Foer nodigt zijn lezer uit om zowel de beschreven praktijken uit de vleesindustrie als zichzelf te bevragen. En wie zijn boek dan ook goed leest, richt zijn blik niet enkel op de buitenwereld en de vleesindustrie, maar ook op zichzelf en zijn eigen gewoonten en gebruiken. In essentie gaat het boek dan ook over de menselijke vrijheid en haar grenzen en over de menselijke verantwoordelijkheid en haar reikwijdte. Die vrijheid en verantwoordelijkheid nopen de westerse mens om zijn eetgewoonten in vraag te stellen en om te gooien waar nodig; zowel ter wille van milieu, volksgezondheid als dierenwelzijn.


Jonathan Safran Foer, Dieren Eten, Ambo/Manteau, 2009, 335 blz.

Recensie door Alicja A. Gescinska

Links
mailto:alicja.gescinska@ugent.be
Share |

STEUN LIBERALES

Liberales werkt met onbezoldigde vrijwilligers en beperkt haar kosten tot een minimum. Toch hebben wij middelen nodig voor noodzakelijke uitgaven zoals abonnementen voor website en mailverkeer.

Uw steun is welkom op onze bankrekening BE44 3900 2047 5745. Ook kleine bedragen worden gewaardeerd. Vermeld het woord 'steun' als referentie.

Met hartelijke dank

Nieuwsbrief

Schrijf je in voor onze wekelijkse nieuwsbrief

Liberales TV

Contact

Claude Nijs
gsm: +32476 343098
claude@liberales.be