Onbeantwoorde vragen

boek vrijdag 03 maart 2006

Joachim Fest

Over Adolf Hitler verschenen reeds boekenkasten vol. Toch blijft het aantal publicaties over deze weerzinwekkende figuur toenemen. Wie was Hitler echt? Had hij vrienden? Hoe was hij in de omgang met anderen? En wat waren zijn echte bedoelingen? De journalist en historicus Joachim Fest is een van de meest vooraanstaande kenners van het nazi-regime en de Führer. De voormalige uitgever van de Frankfurter Allgemeine Zeitung werd wereldberoemd met zijn biografieën over Hitler en Speer en zijn boek Der Untergang waarin hij de laatste dagen van de vroegere dictator tot in detail beschreef. In zijn boek Speer. Architect van Hitler had hij het over Speer als een begenadigd architect die in de ban kwam van Hitler die hem behandelde als een van zijn meest naaste vertrouwelingen. Hij bouwde de Rijkskanselarij, bedacht de pompeuze lichtzuilen voor de partijdagen in Neurenberg en ontwierp het Duitse paviljoen voor de wereldtentoonstelling in Parijs in 1937. Daardoor werd hij al snel de ‘architect van het Derde Rijk’ genoemd. In overleg met Hitler tekende hij de plannen voor Germania, de nieuwe naam voor Berlijn die de Führer in gedachten had als de Duitsers de oorlog eenmaal gewonnen hadden. Het moest de nieuwe, glorieuze hoofdstad van Europa worden. Daarvoor zou een groot deel Berlijn gesloopt worden waarna er een enorme boulevard aangelegd zou worden geflankeerd met gigantische gebouwen ter ere van de nazi partij

Berlijn werd in puin gelegd, maar niet zoals Albert Speer zich had voorgesteld. Zijn carrière liep even tumultueus als die van de Hitler. Eerst een stijle opgang als architect en bouwheer tijdens de jaren dertig, dan minister op de belangrijke post van Bewapening, en tenslotte als beschuldigde op de Neurenbergse processen, de enige die schuld bekende. Hij werd veroordeeld tot 20 jaar gevangenisstraf, voornamelijk vanwege het feit dat onder zijn leiding één miljoen dwangarbeiders uit de bezette gebieden tijdens de oorlogsjaren in de wapenindustrie te werk waren gesteld. Hij zat zijn straf uit in de beruchte Spandaugevangenis in Berlijn en kwam in 1966 uiteindelijk vrij. Vanaf dan hield hij zich hoofdzakelijk bezig met zijn mémoires en herinneringen waarover hij jarenlang contact had met Joachim Fest. Die publiceerde Speers biografie Erinnerungen maar hield nog voldoende materiaal over voor een aanvullend boek onder de titel Onbeantwoorde vragen. Gesprekken met Albert Speer. Het is geen restant geworden, maar een hoogst intrigerende tekst waarin het voormalige nazi kopstuk zich nog meer bloot geeft dan in zijn biografie. Het interessante is immers dat Joachim Fest de twijfels, onzorgvuldigheden en tegenspraken van Speer blootlegt zoals hij die tijdens zijn gesprekken met hem noteerde.

Speer was een atypische nazi. Quasi partijloos, geciviliseerd en zowat een kunstenaar. Iemand met bijzondere, wat megalomane ideeën die in de smaak viel van de Führer die zijn passie voor al die gigantische architectonische ontwerpen met hem deelde. Wat Speer zo aantrok was het besef dat hij met behulp van Hitlers steun zijn plannen en ontwerpen zou kunnen verwerkelijken. In feite een vorm van opportunisme, maar vanuit de positie van een architect wel bijzonder belangrijk. Wie krijgt immers de kans om zijn wildste ideeën werkelijkheid te laten worden? In het boek staat een afbeelding van het door Speer ontworpen model van de Grote Hal voor de nieuwe wereldhoofdstad Germania, een gigantisch gebouw dat plaats moest bieden aan 180.000 bezoekers. Het centrum zou gevormd worden door een enorme overkoepelde hal met een hoogte van 320 meter, de ‘Soldatenhalle’ of ‘Halle des Volkes’ en daarmee het grootste bouwwerk worden in de toenmalige wereld. Het vertolkt treffend de megalomanie van Speer en Hitler. Volgens Speer leefden ze in die jaren (dertig) in een roes waarbij ze elke maat voor proporties en dimensies verloren hadden.

Hitler gaf een zekere betekenis aan zijn leven, aldus Speer. Hij zette zaken in beweging - een schril contrast met de rustige wereld van zijn ouders die voor hem zo weinig betekende. Het klinkt niet als een schuldbekentenis maar als een koele verantwoording voor zijn levenslust en overmoed. Heel lang werd hem verweten alleen gedreven te zijn door koele en zakelijke motieven maar Speer bewonderde oprecht de dictator. Eén keer nam hij zelfs het woord vriendschap in de mond. Een betwistbare stelling en Fest doorziet dat ook. ‘Uit veel van zijn toespraken kon je opmaken dat hij het ook nu als een soort geluk ervoer dat hij deel had uitgemaakt van het enorme raderwerk en tegelijkertijd zoiets als een stroomgenerator was geweest’. Het is een attitude die veel overlevenden na een indrukwekkende ramp aannemen. Ze voelen zich als deelachtig aan een historische gebeurtenis, meer nog, ze verbeelden zich dat zonder hun aanwezigheid de loop van de geschiedenis er totaal anders - uiteraard beter - had uitgezien. Opmerkelijk is wel dat Speer, in tegenstelling tot andere nazi prominenten, tegen de wil van Hitler durfde ingaan. Zo zou hij zich in 1945 verzet hebben tegen de tactiek van de verschroeide aarde en de vernietiging van de laatste vitale delen van Duitsland.

Of Speer een ‘goede nazi’ was, is echter hoogst betwistbaar. Evengoed was hij met andere nazi kopstukken als Himmler, Goebbels en Bormann in een strijd verwikkeld om via hun aanwijsbare loyauteit in de gunst te komen van de Führer. Toch noteert Fest allerlei kritische standpunten van de grote architect. Zo zou hij al bij het begin van de Russische veldtocht zijn twijfels uitgesproken hebben of zijn levenswerk, de bouw van Germania, nog mogelijk was. Daartegenover staat Speers gedrevenheid als nieuwe minister voor Bewakening. Onder zijn deskundige leiding slaagden de nazi’s erin om tot midden 1944 de wapenproductie op te drijven, een objectief vastgestelde ‘prestatie’ waardoor de oorlog op zijn minst met maanden verlengd werd. Uit bepaalde passages blijkt dat net Speer op het einde nog geloofde in de realisatie van zijn megalomane plannen en dat Hitler op een dag zei: ‘Ach Speer, hou toch op’. Evenmin kon de gewezen minister van Bewapening een goed antwoord geven op de vraag of hij weet had van de onmenselijke omstandigheden waaronder de dwangarbeiders moesten werken. Nochtans staat vast dat Speer de concentratiekampen van Dora en Mauthausen had bezocht. Waarschijnlijk wist hij veel meer, alhoewel hij dat zelf steeds ontkende. Volgens sommigen gaat het hier om een vorm van ‘morele verdoving’, al gaat het hier eerder om een vorm van ‘selectieve herinnering’.

‘Wat Duitsland zo raadselachtig maakt’, zo schreef de historicus Hugh Trevor-Roper, ‘waren de keurige burgers die destijds in groten getale naar de nazi’s overliepen’. En daarin zag hij Speer als een toonbeeld. De overgrote meerderheid van die zogenaamde deftige burgers keerde zich na de oorlog weg van het nazi-regime en beweerde ‘Wir haben es nicht gewusst’. Speer was zo niet. Op 23 april 1945 bezocht hij nog – op gevaar voor eigen leven – de Hitlerbunker. Hij bekende toen tegenover zijn overste dat hij het beruchte Nero-bevel om alles te vernietigen naast zich neer had gelegd. Speer vreesde toen voor de kogel, maar die kreeg hij niet. Hij nam afscheid van de man waarmee hij samen zijn dromen en plannen had gedeeld. Ook nadien – tijdens het proces in Neurenberg – nam hij zijn verantwoordelijkheid op. Als enige pleitte hij schuldig en betoonde hij spijt over zijn misplaatst geloof in een vreselijk systeem. Het leverde hem geen felicitaties op. Voor de enen was hij een verrader, voor de anderen een naïeve of opportunistische horige van Hitler. In elk geval redde zijn houding zijn leven. En daarmee kregen wij een inzicht in het nazi systeem en het feit dat totalitaire macht als een zware drug werkt.

De Onbeantwoorde vragen van Joachim Fest leveren meer antwoorden dan de auteur kon vermoeden. Het demonstreert hoezeer fervente nazi leiders worstelden met cruciale vragen als ethiek en moraal en hoe ze die ondergeschikt maakten aan hun megalomane ideeën. Speer was in die zin niet beter dan de andere nazi misdadigers. Zijn enige verdienste is dat hij op zijn proces als enige schuld durfde te bekennen en zo de doodstraf ontweek. Mijn vermoeden is dat hij die ‘bekentenis’ niet zozeer deed uit menslievendheid of omwille van een knagend slecht geweten maar om zijn eigen hachje te redden. Daartegenover staat dan weer een wel heel prangende opmerking van de man die mee aan de top van het nazi systeem stond, namelijk ‘hoe geruststellend het toch was dat alle mensen met wie hij tegenwoordig te maken kreeg heel zeker wisten dat ze zelf in die jaren niet zouden hebben gefaald’. De geschiedenis van het Derde Rijk toont net zo angstaanjagend aan hoe vlot, hoe snel en hoe diepgaand zijn landgenoten moreel faalden.


Recensie door Dirk Verhofstadt

Joachim Fest, Onbeantwoorde vragen, De Bezige Bij, 2005

Links
mailto:verhofstadt.dirk@pandora.be
Share |

De Arabische Revolutie:

tussen droom en werkelijkheid

Op woensdag 5 april 20.00 uur

Afspraak in De Markten (Oude graanmarkt 5, 1000 Brussel) voor een avond met Koert Debeuf,

schrijver, columnist, directeur van het Tahrir Institute for Middle East Policy Europe en onderzoeker aan de Universiteit van Oxford.

Zijn recentste boek is "Inside the Arab Revolution. Three Years on the Front Line of the Arab Spring".

Koert zal gebaseerd op zijn persoonlijke ervaringen de Arabische Revolutie trachten te kaderen door parallellen te trekken met de Franse Revolutie en door een aantal inzichten te bieden in het Midden Oosten.

Uw aanmeldingsmail aan info@liberales.be geldt als inschrijving.

STEUN LIBERALES

Liberales werkt met onbezoldigde vrijwilligers en beperkt haar kosten tot een minimum. Toch hebben wij middelen nodig voor noodzakelijke uitgaven zoals abonnementen voor website en mailverkeer.

Uw steun is welkom op onze bankrekening BE44 3900 2047 5745. Ook kleine bedragen worden gewaardeerd. Vermeld het woord 'steun' als referentie.

Met hartelijke dank

Nieuwsbrief

Schrijf je in voor onze wekelijkse nieuwsbrief

Liberales TV

Contact

Claude Nijs
gsm: +32476 343098
claude@liberales.be