Tien jaar geleden publiceerden Amos Oz (1939) en Hans Magnus Enzensberger (1929) ieder een essay over de psychologie van de fanaticus. De tijd was rijp, zullen de eminente Israëlische romancier en de even vooraanstaande Duitse essayist en dichter hebben gedacht. 9/11 en de aanslagen in Madrid in 2003 en Londen in 2005 lagen niet alleen nog vers in het geheugen, de wereld had ook de illusie verloren dat terreur door islamisten van kortstondige aard zou zijn. Tien jaar later zijn Hoe genees je een fanaticus van Oz en De radicale verliezer van Enzensberger actueler dan ooit.

Hoewel beide schrijvers weten dat de strijd tegen het fanatisme veel breder is dan de strijd tegen het islamisme, beseffen ze wel degelijk dat de overgrote meerderheid van de zelfmoordterroristen van vandaag moslims zijn. Waarom zijn zovelen bereid zichzelf op te blazen en zoveel mogelijk anderen mee de dood in te sleuren? Welke rol speelt het moslimgedachtegoed daarbij? Terwijl Oz onderstreept dat de mens nu eenmaal een gen voor het kwaad heeft – fanatisme is met andere woorden een onderdeel van de menselijke aard – onderzoekt Enzensberger de factoren die tot zelfmoordterrorisme leiden.

‘We leven in tijden van geweld, woede, wraak, fundamentalisme, fanatisme en racisme,’ schreef de beroemdste van alle Israëlische schrijvers in 2006. De religieuze fanaticus is intussen zo in onze bloedstroom geraakt dat Ahmed Amoutaleb, de burgemeester van Rotterdam, bereid werd gevonden om een inleiding bij het essay van Oz te schrijven. Amoutaleb kreeg wereldfaam na de moord op de redactie van Charlie Hebdo door jihadisten in januari 2015. Tijdens een televisie-interview had hij een ondubbelzinnige boodschap voor de Nederlandse sympathisanten van de moordenaars. ‘Als je het niet zitten dat humoristen een krantje maken, ja, mag ik het zo zeggen: rot toch op!’

Het boekje van Oz, aldus de burgemeester, ‘zou verplichte literatuur op elke middelbare school moeten zijn.’ Onderwijs speelt volgens hem immers een belangrijke rol bij het vormen van een vreedzame samenleving. Overdrijft hij hier niet? Een aantal jihadisten heeft uitstekend onderwijs genoten en pronkt met meer diploma’s dan de doorsnee burger. Voorts hebben potentiële moslimfanatici lak aan de wijze raad van leraren, ouders en imams. Voor hen komt de waarheid uit de mond van ronselaars. Of ze geloven blindelings in de bombastische tirades van zeloten op het internet en de sociale media. Amoutaleb is er tevens van overtuigd dat de fanatici niet zien ‘dat zij zélf beschadigen wat in feite ons grootste goed is: de open, vrije en tolerante Nederlandse samenleving.’ Maar zien de fanatici niet juist wél wat ze beschadigen? Het kapotmaken van die open samenleving is toch hun doel?

Amos Oz waagt zich niet aan zulke goedbedoelde maar weinig vruchtbare opvattingen. Zijn enige doel is de lezer een alternatief aanbieden voor de onwrikbare waarheid van de fanaticus. Als kind in Palestina was Oz zelf ‘een compleet gehersenspoeld fanatiekelingetje.’ De Britten waren de grootste vijand, die moesten dus oprotten. Tot hij bevriend raakte met een Britse brigadier van politie. Wat was er gebeurd? Hij had zich kunnen inleven in de ander. Wie daartoe in staat is, aldus Oz, ontdekt dat verscheidenheid geen zwakte, maar een kracht is. Ze zet je aan het denken, zwengelt je verbeeldingskracht en je gevoel voor humor aan en ontmijnt ‘de wens om andere mensen te dwingen tot verandering.’ Wie dus kan relativeren, zal het fanatisme als vanzelf ontgroeien. Ethisch relativisme? Geen sprake van, verzekert Oz. Wellicht krijgen antifanatismefanaten daarom ook een veeg uit de pan. Maar is die kritiek niet te gemakkelijk? Moet je niet onverdraagzaam zijn tegenover onverdraagzaamheid? Moet je niet fanatiek voor een open samenleving strijden?

In 2006 had Oz goed nieuws over het conflict tussen Israëli’s en Palestijnen. ‘Zowel het joodse Israëlische volk als het Arabische Palestijnse volk (is) verder dan zijn leiders, voor het eerst in honderd jaar.’ De keuze was gemaakt: men begreep dat men pro-vrede moest zijn. Heeft Oz die woorden intussen ingeslikt? Het vredesproces is dood, en racisme, extremisme en fanatisme nemen hand over hand toe. Daarom is zijn boek echter nog niet achterhaald, integendeel. Net nu is de stem van het gezond verstand nodig. Net nu moet definitief komaf worden gemaakt met de clichés over Israëli’s en Palestijnen. Beide volken wonen in hetzelfde huis. Beide zijn slachtoffers van ‘eeuwenlange onderdrukking, uitbuiting, kolonialisme en vernedering.’ Een pijnlijk compromis is de enige manier om dat huis vreedzaam te kunnen delen.

‘Het kan lang duren tot de mensen bereid zijn zich neer te leggen bij de vrede.’ Hoewel Hans Magnus Enzensberger niet specifiek naar het conflict tussen Israël en de Palestijnen verwijst, is hij veel sceptischer dan Oz. De psychologie van de zelfmoordterrorist is er immers een van de radicale verliezer. Zulke mensen zijn niet een-twee-drie te genezen. Enzensberger examineert glashelder wat er door het hoofd van de radicale verliezer spookt. Doordat die in de waan leeft dat zijn ellende de schuld van anderen is, zoekt hij voortdurend naar zondebokken. ‘Doorgaans gaat het om buitenlanders, geheime diensten, communisten, Amerikanen, multinationals, politici, ongelovigen. Bijna altijd zijn het ook de Joden.’ Vervolgens moeten de vijanden die hem krenken en onteren met wortel en tak worden uitgeroeid. De hand aan zichzelf slaan is dan tegelijk de ultieme wraak en het ultieme eerherstel. Terecht trekt Enzensberger een parallel met een denkpatroon dat de mensheid altijd al parten heeft gespeeld. ‘Het is zoet en eervol voor het vaderland te sterven,’ aldus de Romeinse dichter Horatius (65-8 v.Chr.). Het desastreuze effect van deze woorden was tot in de Eerste Wereldoorlog voelbaar.

Volgens Enzensberger heeft de doodswens zich vandaag in de Arabische wereld vastgezet. Daar heeft de radicale verliezer aansluiting gevonden bij het islamisme, ‘de enige beweging (die) bereid (is) geweld te gebruiken én in staat (is) globaal te opereren’. En doordat het islamisme zowel religieuze als politieke en sociale drijfveren met elkaar versmelt, roept het iedereen die niet in hun extremistische ideologie gelooft tot vijand uit. Zo goed als de hele wereld, dus. Grootheidswaan? Ongetwijfeld. Alleen, die megalomanie is even onlosmakelijk met de radicale verliezer verbonden als zijn doodswens. Enzenberger herinnert met recht en reden aan het Derde Rijk. Ook Hitler speelde alles of niets. Toen de nederlaag onvermijdelijk werd, riep hij zijn landgenoten op om collectief zelfmoord te plegen.

Maar hebben de islamisten geen punt als ze beweren dat de moslims al eeuwenlang worden onderdrukt en vernederd? Enzensberger heeft geen oren naar die argumenten; hij zoekt binnen in de Arabische beschaving naar oorzaken voor hun neergang: er is een gebrek aan politieke vrijheid, de economie staat stil, kennis wordt geminacht en de vrouw wordt gediscrimineerd. Neerzien op kennis? Veel van de beste Arabische wetenschappers, technici, schrijvers en denkers zijn, uit vrees voor hun leven, naar het Westen gevlucht. Een Irakese auteur zei ooit: ‘Als een Arabier in de achttiende eeuw de stoommachine had uitgevonden, zou die nooit zijn gebouwd.’ En vrouwenrechten? Enzensberger citeert soera 4:34 uit de Koran: ‘Mannen staan boven vrouwen.’ Hoe kan een samenleving een toekomst hebben als ze 50% van haar bevolking weigert voor vol aan te zien?

Alsof dat niet erg genoeg is, zijn moslims, zo Enzensberger, overtuigd van hun superioriteit. Een pretentie die recht uit de Koran komt, en die dus ‘absolute geldigheid (heeft) en (…) immuun (is) voor elke ervaring.’ Daarom is andersdenkenden beledigen de normaalste zaak ter wereld, terwijl de hele moslimwereld in brand staat als één van hen wordt beledigd. Daarom is de bouw van moskeeën over de hele wereld ‘een onvervreemdbaar recht’, terwijl de bouw van kerken in moslimlanden ondenkbaar is. Daarom spreekt het voor zich dat een moslim luidkeels protesteert als zijn mensenrechten worden geschonden, terwijl zijn oproep om afvallige romanschrijvers te vermoorden door vele geloofsgenoten wordt gebillijkt. Daarom klagen moslims in de diaspora gedurig over discriminatie, terwijl de discriminatie van ‘ongelovigen’ en van vrouwen (Enzensberger vergeet de homoseksuelen) door moslims alledaagse kost is. Samengevat: ‘Respect wordt luidkeels geëist, maar anderen niet bewezen.’ Hoewel Enzensberger nergens veralgemeent, is het duidelijk dat hij zich mateloos ergert aan zowel de eenzijdige overgevoeligheid als reflexmatige verongelijktheid van de moslims. Bovendien keert hij zich tegen diegenen die het gevaar van jihadistische fanatici minimaliseren. Die tactiek geeft volgens hem niet alleen zuurstof aan populistische rechtse partijen, ze werkt ook de escalatie van geweld in de hand.

Oz noch Enzensberger biedt oplossingen aan; zij willen enkel het probleem schetsen en verhelderen, en als dat niet te veel is gevraagd, doen nadenken. Oz poneert zijn stelling luchthartig, eenvoudig en ernstig, zoals hij dat ook in zijn romans op meesterlijke wijze doet. Enzensberger duelleert even doordacht als vlijmscherp en robuust, zoals dat een Duitse denker betaamt.




Recensie door Joseph Pearce

Deze tekst verscheen eerst in de boekenbijlage van De Morgen

Amos Oz, Hoe genees je een fanaticus, De Bezige Bij, 64p., €14,99. Vertaald door Patty Adelaar. Hans Magnus Enzensberger, De radicale verliezer, Cossee, 104p., €9,95. Vertaald door Gerda Meijerink en Uitgeverij Cossee.

Links
mailto:joseph.pearce@telenet.be
Share |

De Arabische Revolutie:

tussen droom en werkelijkheid

Op woensdag 5 april 20.00 uur

Afspraak in De Markten (Oude graanmarkt 5, 1000 Brussel) voor een avond met Koert Debeuf,

schrijver, columnist, directeur van het Tahrir Institute for Middle East Policy Europe en onderzoeker aan de Universiteit van Oxford.

Zijn recentste boek is "Inside the Arab Revolution. Three Years on the Front Line of the Arab Spring".

Koert zal gebaseerd op zijn persoonlijke ervaringen de Arabische Revolutie trachten te kaderen door parallellen te trekken met de Franse Revolutie en door een aantal inzichten te bieden in het Midden Oosten.

Uw aanmeldingsmail aan info@liberales.be geldt als inschrijving.

STEUN LIBERALES

Liberales werkt met onbezoldigde vrijwilligers en beperkt haar kosten tot een minimum. Toch hebben wij middelen nodig voor noodzakelijke uitgaven zoals abonnementen voor website en mailverkeer.

Uw steun is welkom op onze bankrekening BE44 3900 2047 5745. Ook kleine bedragen worden gewaardeerd. Vermeld het woord 'steun' als referentie.

Met hartelijke dank

Nieuwsbrief

Schrijf je in voor onze wekelijkse nieuwsbrief

Liberales TV

Contact

Claude Nijs
gsm: +32476 343098
claude@liberales.be