De woede en de trots

boek vrijdag 04 oktober 2002

Oriana Fallaci

De terroristische aanslagen tegen de Verenigde Staten van 11 september 2001 blijven de gemoederen beroeren. In tal van boeken, tijdschriften en televisiereportages wordt gepeild naar de redenen en de gevolgen ervan. In sommige van deze geschriften en standpunten wordt de Verenigde Staten zelf op de korrel genomen. Sprekend hierbij is het boek De schaduw van de macht van de Amerikaanse journalist Mark Hertsgaard die onderzoekt waarom de rest van de wereld Amerika haat en tegelijk bewondert. Hij gaat in op de vraag die vele Amerikanen zich na 11 september stellen, nl. waarom haten ze ons? Hertsgaard legt een grote verantwoordelijkheid bij de Amerikanen zelf die totaal niet geÔnteresseerd zijn in het buitenland en in de problemen die daar heersen. Dat heeft volgens de auteur ondermeer te maken met de geografische isolatie van de VS tussen twee grote oceanen in, een ligging die een gevoel van onkwetsbaarheid creŽerde. Het boek van Hertsgaard is genuanceerd en legt alvast enkele pijnpunten van het Amerikaanse systeem en politieke beleid bloot.

Totaal anders van toon is het boek De woede en de trots van de Italiaanse schrijfster Oriana Fallaci, gekend en berucht als gewezen oorlogscorrespondente in het Midden-Oosten en ViŽtnam. Het is ťťn grote emotionele, verwijtende en vernietigende aanklacht tegen de islam en tegen al de 'nuttige idioten', de zogenaamde Krekels van de progressieve pers, die in naam van een misbegrepen tolerantie de waarheid niet durven zeggen. Op een polemische manier verwijt ze de westerse intellectuelen blindheid, onverschilligheid, zelfs lafheid omdat ze het gevaar van het moslimfundamentalisme weigeren onder ogen te zien of vanuit een vorm van politieke correctheid al te zeer relativeren. Bladzijde na bladzijde beukt ze in op de islam en haar onmenselijke, vrouwonvriendelijke en genadeloze inhoud. Het is een verpletterend betoog dat je met ontzetting en verwarring achterlaat. Daarbij schaamt ze er niet voor scheldwoorden te gebruiken en felle beschuldigingen in te brengen. In haar meesterlijke en meeslepende schrijfstijl drukt ze de lezer met de neus op afschuwelijke feiten en vaststellingen.

De aanslag van 11 september gebeurde niet ver van haar eigen huis in Manhattan waar ze (naar eigen zeggen) in een soort ballingschap leeft omdat ze de hypocrisie van haar Italiaanse vaderland niet meer aankan. Haar persoonlijke ervaring van de inslaande vliegtuigen, de huilende ambulances, de mensen die levend uit de torens sprongen en het immense verdriet doen haar terugdenken aan de oorlogsjaren en de andere momenten van onrechtvaardigheid die ze in haar leven heeft meegemaakt. "De stank van de dood drong door de ramen binnen, van de verlaten wegen kwam het obsederende geluid van ambulances, het televisietoestel dat ik van angst en ontreddering aan had laten staan, flikkerde en herhaalde steeds de beelden die ik wilde vergeten." Wat haar vooral tegen de borst stootte waren de beelden van gejuich in enkele Palestijnse kampen die de wereld rondgingen en fel contrasteerden met de vele blijken van rouw die Amerika in de eerste uren na de aanslagen ontving. Achttien dagen na 11 september schreef ze dit boek als een aanklacht. "Er zijn momenten in het Leven waarop zwijgen een schuld wordt en spreken een plicht", aldus Fallaci. Voor haar is het islamitisch fundamentalisme niet geŽindigd met de nederlaag van de Taliban in Afghanistan. Integendeel, het is maar een begin van een grote Heilige Oorlog die eraan komt. Ze weigert daarbij te geloven dat het hier om een kleine minderheid gaat binnen de arabische wereld. Voor haar zijn het miljoenen en miljoenen extremisten voor wie Osama Bin Laden een levende (?) legende is. Maar toch is hij niet het belangrijkste, hij is amper een topje van de ijsberg. Daaronder zit een reusachtige, onzichtbare Berg. "Die Berg die sinds veertienhonderd jaar niet beweegt, niet uit de afgronden van zijn blindheid treedt, niet de poorten opent voor de veroveringen van de beschaving, niet wil weten van vrijheid en rechtvaardigheid en democratie en vooruitgang. Die Berg die ondanks de schandalige rijkdommen van zijn vorsten en heren (denk aan Saoudi ArabiŽ) nog in een middeleeuwse armoede leeft, nog in het obscurantisme en het puritanisme van een godsdienst vegeteert."

Het conflict is volgens Fallaci dus niet van militaire aard maar cultureel en religieus, de botsing tussen democratie en tirannie, tussen verduistering en moderniteit. Ze vraagt zich af hoe Europeanen zouden reageren moest een van hun cultuursymbolen getroffen worden, zoals de Big Ben, het Louvre of de Sixtijnse Kapel, en begrijpt dus niet dat we niet mťťr, niet duidelijker, niet onvoorwaardelijker aan de kant van de VS gaan staan. Daarbij haalt ze scherp uit naar de ontwijkende antwoorden van Chirac op de vraag of hij mee wil strijden tegen de Jihad. "Monsieur le Prťsident! Weet u nog van de landing op NormandiŽ? Weet u nog hoeveel Amerikanen in NormandiŽ het leven lieten om de nazi's uit Frankrijk te jagen?" Het maakt Fallaci boos, heel boos. Amerika het machtigste land van de wereld, maar door zijn openheid, gulheid en respect voor burgers en gasten ook ontzettend kwetsbaar. Ondanks al hun gebreken hebben de Founding Fathers vertrekkende van een wit blad papier een land opgebouwd waarin vrijheid en gelijkheid centraal staan. "Wij beschouwen deze waarheden als vanzelfsprekend (Ö) Dat alle Mensen gelijk geboren zijn. Dat ze door de Schepper zijn begiftigd met bepaalde Onvervreemdbare rechten." Wat een verschil met Saoudi-ArabiŽ dat in de greep is van een familie prinsen die hun onderdanen en vooral de vrouwen onderdrukken.

"Wakker worden, mensen. Wakker worden! Verlamd als jullie zijn door de angst om tegen de stroom in te gaan of racistisch te lijken." Fallaci verwerpt het etiket racisme omdat het hier gaat over een 'Omgekeerde Kruistocht' waarbij de zonen van Allah mikken op de verovering van onze ziel, vrijheid en beschaving. Ze willen onze manier van bidden, kleden, drinken en kennis nemen veranderen. Ze willen onze cultuur vernietigen, onze kunst, wetenschap, moraal en geneugten. En dat "door mannen die in plaats van bij te dragen tot de vooruitgang van de mensheid altijd maar weer hun kont in de lucht steken, oftewel vijf keer per dag bidden!" Ze vraagt zich wat voor zin het heeft hen te respecteren als 'zij' ons niet respecteren? In tegenstelling tot de politiek correct denkenden stelt ze onomwonden dat onze westerse cultuur boven de arabische staat (in die zin verwijt ze Berlusconi dat hij onder druk van de Krekels terugkwam op zijn uitspraak dat de islam een inferieure cultuur is). Onze beschaving is gebaseerd op Homerus, Socrates, Plato, Rome, de Kerk, Copernicus, da Vinci, Galilei, Bach, Newton, Mozart, Beethoven, Goethe, Verdi, Darwin, enzÖ We hebben alle belangrijke uitvindingen gedaan, zijn op de Maan geweest en hebben tal van medicijnen uitgevonden. Daartegenover staat 'de cultuur van de baardmannen' die zich baseren op de koran. Het enige dat ze kennen is oog-om-oog-tand-om-tand, vrouwen onderdrukken, stenigen en handen afhakken. Dat staat in hun Heilige Boek!

Fallaci gaat hier uit de bocht. Er bestaat ook een belangrijke islamitische beschaving op het vlak van de wiskunde, astronomie en cultuur waardoor ook Goethe en Mozart zich lieten inspireren. Zelfs op het vlak van de architectuur moeten de moskees niet onderdoen voor de kerken en kathedralen. In haar ophemeling van onze westerse cultuur gaat ze voorbij aan de vreselijke zaken die ook bij ons plaatsvonden: onze Kruistochten, de Kerkelijke inquisitie, de uitroeÔng van de Indianen, het dodelijk gas in Ieper, de rassentheoriŽn, de EndlŲsung en de Atoombom. Ook dat zijn producten van onze 'beschaving'. En tegenover de afschuwelijke zaken die in de Koran staan staat de Bijbel met het Oude Testament (dat qua gruwelijkheid niet moet onderdoen voor de Koran) en met het Nieuwe Testament dat de vrouw evenzeer in een minderwaardige positie plaatst.

Maar Fallaci gaat nog verder. Ze beschrijft gebeurtenissen die je doen walgen. Zoals de terechtstelling van twaalf mannen in Dacca die voor het oog van twintigduizend gelovigen beestachtig worden afgemaakt onder gejuich 'Allah Akbar. God is groot', waarna de twintigduizend een stoet vormen en over de lijken lopen en hun botten verbrijzelen. Zoals de excecutie van drie vrouwen op een publiek plein in Kaboel die gehuld in een burqa als 'dingen' worden afgeslacht. Zoals de 'infibulatie' waarbij de clitoris bij jonge vrouwen wordt weggesneden en de grote schaamlippen dichtgenaaid, om seksueel genot te verhinderen. Kunnen we dit blijven aanvaarden? Waarom protesteren de Krekels (westerse intellectuelen) daar niet tegen? "Hoe komt het dat jullie over de Afghaanse zusters, over de vrouwen die vermoord, gemarteld, vernederd, mishandels of misleid zijn door die klootzakken met hun soutane en tulband, het stilzwijgen van jullie mannetjes imiteren? Hoe komt het dat jullie nooit heibel schoppen voor de ambassade van Afghanistan of Saoudi-ArabiŽ of enig ander islamitisch land?" Niet alleen de vrouwen worden onderdrukt en vermoord, maar ook alle niet islamitische symbolen. In opdracht van de mullah's werden twee duizend-jarige Boedhabeelden opgeblazen, net zoals later de Twin Torens. Alles wat niet islamitisch is moet verdwijnen. Het is voor Falluci een houding die al veertienhonderd jaar bestaat en waarvoor het westen onverklaarbaar genoeg de ogen sluit. Hier heeft ze een punt. Vanuit een soort cultuurrelativisme worden onaanvaardbare praktijken vanuit een misbegrepen verdraagzaamheid al te snel geaccepteerd als vormen van traditie of gewoonte. Mensenrechten zijn universeel en moeten aldus ook afgedwongen worden. Het onrecht dat mensen wordt aangedaan moet iedereen alert houden en in het verweer roepen. Hier past een grotere aandacht van democratische ? voor waarschuwingen en meldingen van schendingen van mensenrechten door NGO's zoals Amnesty International.

Intussen komen volgens Fallaci de meest getrainde en intelligente moslims naar onze gastvrije steden en universiteiten. Ze 'nestelen' zich daar in de centra van onze technologie, in het hart van onze samenleving. Ze profiteren van onze openheid, democratie en liberale principes terwijl ze ze tegelijk bewust negeren en verkrachten. De islamitische hordes rukken op. "Ze met toegefelijkheid, verdraagzaamheid of goede hoop behandelen (is) zelfmoord." Fallaci beschrijft hoe Somalische islamieten maandenlang in tenten woonden aan de voet van de Duomo in Florence, haar stad, met de eis om paspoorten en 'de horden van hun familieleden naar Europa te laten komen'. Albanese dieven, Marokkaanse drughandelaars, hoeren met aids of syfillis, verkopers en bedelaars die de stad bezoedelen. En dan maar moskeeŽn eisen. "En o wee als je antwoordt ga-die-rechten-bij-je-thuis-maar-uitoefenen: 'Racist, racist'!" Ze ziet in het 'vluchten' via gammele bootjes een bewuste strategie, met als doel terroristen te exporteren. En "de Italianen maken geen baby's meer, de stommelingen (Ö) De zonen van Allah daarentegen planten zich voort als konijnen", aldus Fallaci die hamert op de 'blind- en doofheid' van de westerse politici en intellectuelen. Oppakken, in vrachtwagens laden en ze terugsturen, is haar motto.

Opnieuw gaat Fallaci uit de bocht. Al te veel gebruikt ze het woordje 'ze', waarmee ze alle islamieten, alle vluchtelingen, alle mensen uit het Oosten op ťťn hoopje veegt. Wat mij stoort is haar veralgemening, haar stemmingmakerij, haar gebruik van woorden uit het dierenrijk (de hordes die zich nestelen, kweken als konijnen). Ik heb dat nog gelezen. Zoals in besprekingen over de opkomst van het nazisme en hun woordgebruik tegenover de joden. Die 'smerige indringers die onze gezonde samenleving besmetten en kapot maken, en die we daarom moeten verdelgen. Allemaal, zonder onderscheid'. Ik verwerp dat simplistisch en populistisch gebruik van het woordje 'ze' omdat Fallaci hiermee het individu ontmenselijkt en elke moslim tot het Kwaad rekent. En tegenover het woord 'ze' staat altijd het woord 'we', en ook dat verwerp ik, niet alleen omdat het een vorm van superioriteit uitdrukt, maar nog meer omdat zij mij ongevraagd indeelt in een groep. Liberalen moeten altijd bedacht zijn op dergelijk woordgebruik, omdat liberalen uitgaan van de uniciteit van elke mens en niet van de groep, het volk, het ras of de natie. Haar insinuerende gelijkschakeling van de bootvluchtelingen met terroristen is absurd. Niemand verlaat graag zijn geboorteland. Vaak gaat het hier juist om diegenen die door het regime, door de mullah's en door de armoede naar hier vluchten. Om bescherming te zoeken tegen onderdrukking, tegen steniging en tegen de hongerdood. Mensen in nood niet toelaten zou pas vreselijk zijn en ons, westerlingen, medeplichtig maken. Net zoals de velen die medeplichtig waren toen ze omkeken bij de uitroeiÔng van de joden.

Fallaci stelt dat 'ze' zich niet respectvol opstellen en daarom moeten opkrassen. Maar zijn alle westerlingen dan zo respectvol tegenover hen? Waren de kruisvaarders respectvol? En de Amerikaanse kolonisten tegenover de indianen? En de Kerk tegenover de joden? En de westerse toeristen tegenover de jonge meisjes in de toeristische seksparadijzen? En wie hielp de Taliban in het zadel? Wie leverde hen wapens om hun vrouwen en minderheden te onderdrukken? Wie steunt het regime van Saoudi-ArabiŽ? Wie houdt daarmee de middeleeuwse potentaten in het zadel? En zouden we intussen de slachtoffers van deze hypocriete Westerse politiek, de verdrukten, de achtervolgden, de hongerigen moeten weigeren en uit onze rijke landen houden? Een Westerse politiek die in eerste instantie gericht is op het economisch eigenbelang; denk aan olie in de Arabische landen, aan Shell in Nigeria. Wat een zelfzucht, wat een onbarmhartigheid, wat een genadeloosheid.

"Welvaart is een verworvenheid van de beschaving, geen excuus om op andermans kosten te leven." Wat een beschuldiging tegenover de duizenden, miljoenen mensen die rond moeten komen met amper 1 dollar per dag. Wat een kaakslag voor al die ouders die zelfs hun gemeenschap en familieleden in de steek laten op zoek naar een beter, veiliger en vooral hoopvoller bestaan voor hun kinderen. En dan komt een rijke Florentijnse dame vanuit haar New Yorkse flat ons zeggen dat we ze moeten terugsturen. Terug naar af, terug naar de miserie, de onveiligheid, de hel. Hier past alleen misprijzen, zoals zij de anderen misprijst en in ťťn godgeklaagde vloek samenveegt met het terroristische gespuis.

Maar het meest triest maakt mij nog haar afwijzing van de Europese Unie. "Die mislukte Europese Unie. Dat onbeduidende, teleurstellende Europa, die pijnlijke mislukking waar ItaliŽ zijn mooie taal en zijn nationale identiteit aan opoffertÖ". En dat voor iemand die het nazisme heeft ondergaan en in het verzet heeft gestreden. iemand die beter dan wie ook zou moeten beseffen dat de Europese Unie eindelijk een einde heeft gesteld aan 2000 jaar interne strijd en bloedvergieten. Een weliswaar ingewikkeld en duur systeem, maar dat op zijn minst gezorgd heeft voor stabiliteit, vrede en welvaart. Haar gejammer over de Europese Unie die haar 'parmezaanse kaas en haar gorgonzola steelt' en die 'hoereert met haar vijanden' (het Midden Oosten) is niet haar Europa. Welk Europa heb je dan voor ogen? Een Fort Europa? Een Europa van volkeren met een zuiver bloed? Ik verafschuw de haat die ze uitstrooit en die nu al, enkele dagen na de publicatie van haar boek, wordt opgepikt door extreem rechtse en fascistische partijen. Op de website van het Vlaams Blok lees je hoe Karel Dillen zich jubelend schaart achter deze oproep vol haat.

Meer dan ooit hebben we na de aanslagen van 11 september nood aan kalmte en wijsheid. De slechtste reactie zou alvast het ontketenen zijn van een nieuwe Kruistocht tegen de 'moren' zoals vele leden van Moral Majority in de VS eisen. We moeten vechten tegen extremisme, van welke kant die ook moge komen. De juiste weg lijkt me de houding van de Nederlandse filosoof Paul Cliteur die opkomt voor een soort 'universele seculiere moraal' met een paar duidelijke mensenrechten die niet, nooit en nergens mogen overtreden worden en die afdwingbaar moeten worden voor een Internationaal Stafgerechtshof. Rechten als de gelijkwaardigheid van alle mensen, de gelijkheid van man en vrouw, de scheiding van kerk en staat, de vrijheid van meningsuiting, en de vrijheid van vereniging. Zodat elke mens, in welk land, welk regime, welke geloofsovertuiging van de meerderheid ook, zijn recht als mens kan opeisen om in vrijheid te leven.


Recensie: Dirk Verhofstadt (verhofstadt.dirk@pandora.be)

Oriana Fallaci, De woede en de trots, Bert Bakker, 2002.
Mark Hertsgaard, De schaduw van de macht, Cossee, 2002.

Links
mailto:verhofstadt.dirk@pandora.be
Share |

De Arabische Revolutie:

tussen droom en werkelijkheid

Op woensdag 5 april 20.00 uur

Afspraak in De Markten (Oude graanmarkt 5, 1000 Brussel) voor een avond met Koert Debeuf,

schrijver, columnist, directeur van het Tahrir Institute for Middle East Policy Europe en onderzoeker aan de Universiteit van Oxford.

Zijn recentste boek is "Inside the Arab Revolution. Three Years on the Front Line of the Arab Spring".

Koert zal gebaseerd op zijn persoonlijke ervaringen de Arabische Revolutie trachten te kaderen door parallellen te trekken met de Franse Revolutie en door een aantal inzichten te bieden in het Midden Oosten.

Uw aanmeldingsmail aan info@liberales.be geldt als inschrijving.

STEUN LIBERALES

Liberales werkt met onbezoldigde vrijwilligers en beperkt haar kosten tot een minimum. Toch hebben wij middelen nodig voor noodzakelijke uitgaven zoals abonnementen voor website en mailverkeer.

Uw steun is welkom op onze bankrekening BE44 3900 2047 5745. Ook kleine bedragen worden gewaardeerd. Vermeld het woord 'steun' als referentie.

Met hartelijke dank

Nieuwsbrief

Schrijf je in voor onze wekelijkse nieuwsbrief

Liberales TV

Contact

Claude Nijs
gsm: +32476 343098
claude@liberales.be