Het ongeloof

boek vrijdag 18 januari 2008

Elsbeth Etty

Nederland werd decennialang beschouwd als een van de meest progressieve, tolerante en gastvrije landen in de wereld. Vooral op ethisch vlak liep het land voorop met een moderne wetgeving inzake voorbehoedsmiddelen, abortus, euthanasie, het homohuwelijk en het gebruik van softdrugs. De strijd van de Dolle Mina, Provo’s en later van krakers kreeg weerklank tot ver buiten haar grenzen. Ook op bestuurlijk en politiek vlak keek men van overal met bewondering naar de wat houterige maar toch zo efficiënte manier van werken met als ultiem symbool het beruchte koffertje van minister Zalm dat jaar na jaar een sluitende begroting bevatte en zelfs een overschot. Ondanks die soberheid gaf het land veel geld uit aan ontwikkelingshulp en werd daarvoor ook wereldwijd geprezen. Ook opvallend was de grote steun en sympathie van de Nederlanders voor de strijd tegen de Apartheid in Zuid-Afrika, iets waarvoor Nelson Mandela later persoonlijk zijn dank kwam betuigen – naar België kwam hij toen niet want daar hadden tal van conservatieven en nationalisten het Apartheidssysteem mee ondersteund. Jarenlang sprak men over Nederland als het gidsland, een baken van tolerantie in een wereld van wantrouwen en latent racisme, een toonbeeld van een multiculturele samenleving die schijnbaar probleemloos functioneerde en zelfs model stond voor andere landen.

De moord op Pim Fortuyn en later op Theo Van Gogh zorgden voor een totale ommekeer. De geroemde tolerantie bleek niet meer dan wat vernis te zijn op onderhuids wantrouwen, racisme en onverschilligheid. Over die mentale omslag schreef de Nederlandse publiciste Elsbeth Etty meer dan drie jaar lang columns in het gerespecteerde NRC-Handelsblad die in 2006 werden gebundeld in het boek Het ongeloof. Op een vaak controversiële manier keert ze zich tegen het oprukkende populisme, het religieus fanatisme en de opkomst van reactionaire stromingen in de Nederlandse samenleving die ‘de open samenleving willen verruilen voor een vorm van tribalisme, waarin niet de kritische vermogens van het individu voorop staan, maar de belangen van de stam, het volk, de natie, de geloofsgemeenschap, enzovoorts’. De roodharige schrijfster promoveerde in 1996 op een biografie over dichteres en politiek activiste Henriette Roland Holst, was jarenlang lid van de Communistische Partij Nederland en adjunct-hoofdredacteur van het communistische dagblad De Waarheid. Toen men haar vroeg of ze een rapportje over een partijgenoot wilde schrijven, haakte ze – rijkelijk laat – af. Dat ze zich wel degelijk bekeerd heeft, blijkt ondermeer uit een gloedvol betoog voor de ideeën van Karl Popper die het communisme als één van de belangrijkste gevaren voor de vrije samenleving zag.

Trotski sprak nog over mensen als ‘mest op de velden van de toekomst’. Etty staat nu voor het tegendeel, namelijk de mens als doel op zich die beschermd moet worden binnen een rechtstaat en door fatsoenlijke politici die proberen het samenleven van mensen met uiteenlopende visies mogelijk te maken. In die zin keert ze zich met volle kracht tegen het populisme die ze zowel ontwaart bij de linkse SP als bij de rechtse LPF. ‘Een niet onaanzienlijk deel van Nederland wordt verteerd door rancune. Het is een gevaarlijke rancune, omdat rationaliteit en humaniteit erdoor worden verduisterd’, schrijft Etty. Ze heeft het over de verongelijktheid die op tal van vlakken gevoed wordt door demagogen die enkel uit zijn op de stem van de ‘kritische’ burgers die ze naar de mond praten. Dat zien we vandaag opnieuw in de figuur van een Geert Wilders die zonder een greintje ideologische ruggegraat inspeelt op de angst en onzekerheid van grote lagen van de bevolking, net zoals de immens populaire antisemiet Karl Lueger die in 1897 burgemeester werd van Wenen en die opkwam voor de belangen van ‘de kleine man’ en de verantwoordelijkheid voor alles wat mis ging in de schoenen van de Joden schoof. Vandaag zijn het de moslims. Na verkiezingen in Rotterdam die gewonnen werden door de PVDA, ten koste van de LPF, eindigt Etty een stukje met de uitspraak: ‘Het gevaar van xenofobe emotiepolitiek is tijdelijk bedwongen, maar nog lang niet bezworen’. Inderdaad, nog lang niet bezworen.

Een andere rode draad doorheen haar columns is de kritiek op religies. ‘Hoeveel ellende moet er nog worden aangericht voordat de beschaving is verlost van de funeste invloed van godsdienst op politiek’, schrijft Etty, en ze wijst met een beschuldigende vinger naar de paus die geen condooms toelaat en daarmee een zware verantwoordelijkheid op zich heeft genomen, de dood van miljoenen mensen. Ze spreekt terecht van een ‘misdaad tegen de menselijkheid’ en eindigt met de woorden ‘Van God in de politiek – verlos ons heer’. Haar kritiek is niet alleen gericht op het christendom maar op alle religies. ‘Het is bijna mode geworden om te zeggen dat de islam een achterlijk geloof is, getuige de achterstelling van vrouwen en gezien de verheerlijking van het martelaarschap. Ik zou er alleen aan willen toevoegen dat het christendom niet minder achterlijk is’, aldus Etty. Ze pleit voor religiekritiek als een noodzakelijk wapen voor de emancipatie van de mens en verdedigt met overtuiging Ayaan Hirsi Ali in haar strijd voor de vrijheid van meningsuiting en de rechten van de vrouw. ‘Laten we voor alle zekerheid het achterlijke artikel over smalende godslastering maar eens uit ons strafrecht schrappen’, zo schrijft Etty, waarmee ze naar de kern van het probleem gaat. En ze verwijst naar het verleden, het tolerante Nederland die ‘de welverdiende reputatie van gastvrijheid voor slachtoffers van religieuze vervolging’ genoot. Het kan verkeren, dat wist Bredero al. Het gaat haar niet om één godsdienst, maar om alle vormen van geloof en ze schrijft over een Siamese tweeling die in Europa ronddwaalt, ‘tribaal islamitisch fanatisme en etnocentrische islamofobie’.

Even fel haalt Etty uit naar alle vormen van nationalisme die tegenwoordig zo’n opgang maken. Ze verwijst naar Nobelprijswinnaar Elfriede Jelinek, de ‘nestbevuiler’ die ‘ageert tegen de vreemdelingenhaat, tegen de geborneerde burgerlijkheid, de benepen vrouwonvriendelijkheid en het achterlijke nationalisme’. Ze beseft de waarde van de Europese Unie als de plaats waar al meer dan 60 jaar geen oorlog meer wordt gevoerd – ‘een wonder’ aldus de auteur – en ze pleit ervoor om het ‘eiland’ nog groter te maken. ‘Ik zal voor de Europese grondwet stemmen’, schrijft ze. Het heeft niet kunnen baten. De kleinburgerlijkheid, de bekrompenheid en vooral de ‘eigen volk eerst’ ideeën hebben het gehaald. Etty verzet zich tegen dit bekrompen nationalisme en dat maakt haar zo groot. Met haar liefde voor een verenigd Europa treedt ze in de voetsporen van Stefan Zweig, Gÿorgy Konrad en Piet de Moor die elk op hun manier de ‘eigen volk eerst’ theorie aan flarden schoten wegens inhumaan, intolerant en ronduit racistisch. Het is echter dé trend van deze tijd, het napraten van de malcontenten, het bevestigen van hun vooroordelen, het aanwakkeren van hun meest tribale gevoelens. Op een bepaald ogenblik schrijft Etty dat ‘alle partijen geneigd zijn de individualiseringsgedachte – voorwaarde voor emancipatie – op een zijspoor te zetten’. Dát is het. Daar gaan zowat alle politieke partijen, zowel van links als rechts, in de fout.

De bescherming van de rechten van het individu lijkt wel hét leidmotief van Etty. Zo keert ze zich tegen de Amerikaanse politiek om in de strijd tegen de terreur bepaalde rechten en vrijheden op te offeren. Natuurlijk heeft ze geen enkel begrip voor terroristen en hun wandaden, maar dat mag niet leiden tot een inperking van de rechtsstaat. Macht en vooral machtsmisbruik zijn in haar ogen verwerpelijk en dat laat ze ook blijken. Steeds opnieuw pleit ze voor het recht van elke mens om op te komen voor zichzelf, zoals Ayaan Hirsi Ali deed. En ze hoopt dat het publiek dit niet alleen begrijpt maar ook mee actief ondersteunt. ‘Publieke verontwaardiging is niet afdoende als bescherming tegen de schurken die haar de mond snoeren, maar wel een voorwaarde voor een herstel van normale verhoudingen in het publieke debat’, zo schrijft ze. Het lijken wel zinnen van Amos Oz of David Grossman, maar ze komen van iemand die hier woont en leeft, vlakbij ons en dat maakt haar teksten zo urgent. Zullen we afglijden naar toestanden zoals in het Midden-Oosten? Komt er een conflict tussen beschavingen? Ik durf er na lezing van deze columns geen antwoord op te geven.

Heel scherp merkt roodharige Etty iets op dat ook Victor Klemperer en Sebastian Haffner zo trof, de vervuiling van onze taal. ‘De politieke taal die tegenwoordig wordt gebezigd, is dermate vervuild dat allerlei woorden onbruikbaar raken, omdat ze niets meer betekenen’, schrijft ze. Waarmee ze nogmaals aangeeft hoezeer het gif van het populisme de geesten bezoedelt en in staat is om eenvoudige, beschaafde mensen aan te zetten tot de meest gruwelijke daden. Weinigen zijn er immuun voor. Het ongeloof van Etty is een waarschuwing voor al wie denkt dat moeilijke problemen eenvoudig kunnen worden opgelost.


Recensie door Dirk Verhofstadt


Elsbeth Etty, Het ongeloof, Balans, 2006

Links
mailto:verhofstadt.dirk@liberales.be
Share |

De Arabische Revolutie:

tussen droom en werkelijkheid

Op woensdag 5 april 20.00 uur

Afspraak in De Markten (Oude graanmarkt 5, 1000 Brussel) voor een avond met Koert Debeuf,

schrijver, columnist, directeur van het Tahrir Institute for Middle East Policy Europe en onderzoeker aan de Universiteit van Oxford.

Zijn recentste boek is "Inside the Arab Revolution. Three Years on the Front Line of the Arab Spring".

Koert zal gebaseerd op zijn persoonlijke ervaringen de Arabische Revolutie trachten te kaderen door parallellen te trekken met de Franse Revolutie en door een aantal inzichten te bieden in het Midden Oosten.

Uw aanmeldingsmail aan info@liberales.be geldt als inschrijving.

STEUN LIBERALES

Liberales werkt met onbezoldigde vrijwilligers en beperkt haar kosten tot een minimum. Toch hebben wij middelen nodig voor noodzakelijke uitgaven zoals abonnementen voor website en mailverkeer.

Uw steun is welkom op onze bankrekening BE44 3900 2047 5745. Ook kleine bedragen worden gewaardeerd. Vermeld het woord 'steun' als referentie.

Met hartelijke dank

Nieuwsbrief

Schrijf je in voor onze wekelijkse nieuwsbrief

Liberales TV

Contact

Claude Nijs
gsm: +32476 343098
claude@liberales.be