Digital Media Ethics

boek

Charles Ess

Wanneer we spreken over de media dan hebben we het niet alleen meer over tv-stations, dag- en weekbladen, maar steeds meer over digitale media. Via elektronische nieuwsbrieven, blogs en andere websites krijgen we steeds meer en sneller informatie aangereikt. Dat leidt tot nieuwe problemen. In zijn boek Digital Media Ethics legt de Noorse professor Media Studies Charles Ess haarfijn uit wat die problemen zijn en hoe we ze – in de mate van het mogelijke – kunnen oplossen. Hij vertrekt van de zelfdoding van de 15-jarige Amanda Todd. Zij plaatste in september 2012 een video van 9 minuten op YouTube waarin ze zelfgeschreven teksten toonde. Op die manier legde ze uit dat ze via internet contact had gehad met een vreemde man die haar complimenteerde met haar uiterlijk en haar overtuigde haar borsten te tonen. Nadien werd ze door de man gechanteerd en circuleerde haar halve naaktfoto op het internet. Amanda raakte in een depressie, kreeg paniekaanvallen en begon zichzelf te verminken. Uiteindelijk pleegde ze op 10 oktober 2012 zelfdoding. Op Facebook werden RIP Amanda Todd pagina’s geopend die al door meer dan vier miljoen mensen worden gesteund.

Dit voorbeeld toont aan dat de nieuwe media een enorme impact hebben op onze manier van leven. Maar tegelijk toont het aan dat de lijn tussen privéleven en publiek optreden bijzonder dun is geworden. Letterlijk iedereen kan vandaag aan de digitale schandpaal worden genageld terwijl de weerlegging ervan bijzonder moeilijk is. Daarmee wordt een cruciaal rechtsprincipe geschonden, namelijk dat men onschuldig is tot het tegendeel wordt bewezen. Maar zo werkt het niet meer. Geruchten – zelfs al zijn ze volkomen fake – worden met de snelheid van het licht verspreid over het internet, en de ‘daders’ zijn ofwel onbekend of hullen zich achter het principe van de vrijheid van meningsuiting. Daarmee overtreden ze een cruciale journalistieke wet, namelijk die van woord en wederwoord. Elk nieuws, elk bericht of gerucht moet gecheckt worden. Berichten zijn maar waar als ze door meerdere bronnen bevestigd worden. En juist dat ontbreekt in de hedendaagse digitale media waarin snelheid belangrijker wordt geacht dan waarheidsgetrouwheid.

‘Privacy kan men minimaal omschrijven als de capaciteit om controle te houden over informatie over onszelf’, aldus Ess. En zijn collega Joel Reidenberg voegt er aan toe dat in een democratie, privacy een politiek basisrecht is dat niet kan behandeld worden als koopwaar op de markt. Het zijn standpunten die vooral in Europa sterk ingeburgerd zijn. Zo beschouwt de ‘EU data privacy protection laws’ IP adressen van computergebruikers als ‘gevoelig en persoonlijk’. De zoekmachine Google dat gevestigd is in de VS zegt dat IP adressen geen ‘persoonlijke informatie’ zijn en dus kunnen gebruikt en geëxploiteerd worden. Egg is het met dat laatste niet eens en geeft een eenvoudig voorbeeld. Stel dat je op je pc werkt, emails beantwoordt of op Facebook aan het chatten bent. Zou je toelaten dat een vreemde, of zelfs een vriend, even je pc gebruikt terwijl die programma’s openstaan? De meesten zullen dat weigeren of op zijn minst hun programma’s afsluiten. Maar dat is nu net wat privébedrijven, en sinds de onthullingen door Snowden, ook overheden in de praktijk doen.

Hier stuiten we op een paradox. Een moderne liberale staat moet de basisrechten van elk individu beschermen zoals het recht op privacy. Maar overheden verzamelen steeds meer informatie over hun burgers in de strijd tegen bijvoorbeeld het terrorisme. Het gaat dus om een afweging tussen vrijheid en veiligheid. Dat klinkt rationeel, maar als politici, militairen en zelfs rechters oordelen dat er meer controle nodig is teneinde meer veiligheid te bekomen zonder dat daar een democratische controle en afweging over mogelijk is, dan raakt de balans uit evenwicht. Want wie garandeert ondanks alle aantastingen van bepaalde rechten en vrijheden van de burgers een absolute veiligheid? De strijd tegen terrorisme heeft een grote aanslag op onze basisvrijheden veroorzaakt tot een punt waarop diezelfde overheid niet langer democratisch functioneert. Als geheime diensten mensen kunnen en mogen afluisteren zonder een rechterlijke toelating, is het hek van de dam. Juist dat heeft Snowden pijnlijk aangetoond.

Charles Ess wijst op culturele verschillen tussen landen waar men minder of meer gehecht is aan zijn privacy. Zo blijkt men in Thailand geen probleem te hebben met het doorgeven van heel wat persoonlijke gegevens aan de overheid, terwijl men daar in Denemarken juist bijzonder terughoudend in is. Dit lijkt me niet essentieel. De Universele Verklaring van de Rechten van de Mens geeft in een artikel aan dat elke mens recht heeft op privacy, wat een meerderheid in een bepaald land daar ook over denkt. Het is niet omdat een meerderheid in een land zegt dat bijvoorbeeld Joden minderwaardig zijn en mogen uitgeroeid worden – zoals velen dachten tijdens de naziperiode – dat deze stelling legitiem is. Bepaalde fundamentele rechten staan boven nationale wetten en mogen niet overtreden worden omwille van de ‘tirannie van de meerderheid’. Universele mensenrechten zijn universeel en derhalve superieur aan nationale bepalingen. Het recht op privacy is daar een voorbeeld van. We mogen onszelf zijn, zonder controle van buitenaf, en we zijn onschuldig tot het tegendeel bewezen wordt. Dat maakt dat noch de overheid, noch privébedrijven het recht hebben om ons doen en laten continu te registreren en te controleren.

De digitale media zijn een fantastisch instrument op weg naar een kosmopolitisch burgerschap. Ze zorgen voor meer welvaart en welzijn voor de wereldbevolking. Ze kunnen bijdragen tot een betere verstandhouding tussen volkeren en mensen uit diverse culturen. Ze leiden tot meer wederzijds begrip en kennis. Maar als overheden via hun inlichtingendiensten het doen en laten van burgers nauwlettend gaan volgen, zal deze technologische vernieuwing omslaan tot het tegendeel. Net zoals in de vroegere communistische landen waar men via alle mogelijke manieren de handelingen en uitspraken van de burgers probeerde te achterhalen om ze zo binnen het gareel te houden, waardoor vertrouwen en creativiteit aan banden werden gelegd, dreigt het opheffen van de privacy door overheden en bedrijven te leiden tot achterdocht en zelfcensuur. Amanda Todd werd het slachtoffer van een stalker. Snowden dreigt het slachtoffer te worden van een hysterische overheid die haar burgers een virtuele veiligheid belooft in ruil voor Big Brother.


Recensie door Dirk Verhofstadt

De recensent is professor 'Media en ethiek' aan de UGent.

Charles Ess, Digital Media Ethics, Polity, 2014

Links
mailto:verhofstadt.dirk@telenet.be
Share |

STEUN LIBERALES

Liberales werkt met onbezoldigde vrijwilligers en beperkt haar kosten tot een minimum. Toch hebben wij middelen nodig voor noodzakelijke uitgaven zoals abonnementen voor website en mailverkeer.

Uw steun is welkom op onze bankrekening BE44 3900 2047 5745. Ook kleine bedragen worden gewaardeerd. Vermeld het woord 'steun' als referentie.

Met hartelijke dank

Nieuwsbrief

Schrijf je in voor onze wekelijkse nieuwsbrief

Liberales TV

Contact

Claude Nijs
gsm: +32476 343098
claude@liberales.be